Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 maart 2017, om 09:23 uur
Bekeken:
262 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
150 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik ben niet zo’n grote mensen vriend"


Ja, dat klopt. Van familieleden of vrienden kreeg ik in die tijd tegenwerking en al helemaal geen aan moediging, dat heeft mijn kijk op de kollegaatjes in het bijzonder en de fijn christelijke medemens in het algemeen gete-kend.

Ik ben niet zo’n grote mensen vriend in tegenstelling tot die optimistiese aanhangers van de christen demokratie of van klein rechts.

Als ik God was gaf ik voor het hele zootje geen stuiver en flikkerde ik ze allemaal bij kop en kont regelrecht de hel in, maar misschien moet je dat niet hardop zeggen.

Het is veel sjieker heel mild over je vijanden te spreken. Ik ben bijna verhongerd voor de kunst, woog nog maar zestig kilo.

Negentiende eeuwser kan bijna niet en menigeen met de Avenue of de Heidelberger catechismus op de perspex design tafel zal het prachtig vinden en opgewonden klaarkomkreetjes slaken van grenzeloze bewondering voor mijn schier bovenaardse doorzettingsvermogen, maar ik heb er weinig genoegen aan beleefd.

Misschien is zoiets een aardige anekdote voor een overbetaalde E.O. producer van slechte programmas of een zichzelf benoemende “vooraan staande topfotograaf” die steeds maar via zijn vrouw klaagt over zijn kleine pensioen en zijn magere inkomen! Topfotograaf? Tob fotograaf! Pas jaren later, vanaf mei 1968 ging het me financieel steeds wat beter en steeg de belangstelling voor mijn werk om te culmineren in 1976, we hadden toen netto een ton per jaar te besteden en dat was toen nog heel wat. Nu is het ‘t minimumloon zo’n beetje. Een fooitje!

Tussen 1976 en 1995 hebben we nooit minder gevangen dan een ton tot honderddertigduizend gulden, dus we hadden niets te klagen.

Na ’95 zijn we vrijwillig in inkomen een stuk achteruit gegaan, negentig-duizend gulden minder, dat doet men ons niet gauw na onder de kollegaat jes, want die willen juist meer, meer, meer! Ik niet!

Als je een dak boven je hoofd hebt en te eten moet je niet klagen is mijn standpunt altijd geweest.

 Okee, we hebben twee otos voor de deur, maar die heb je hier wel nodig als je afgelegen in de Bourgogne woont moet je altijd mobiel kunnen zijn. De haat van mijn collegaatjes die wel zagen waar het geld zat in het ateliergebouw aan de tweede Nassaustraat 8 te Amsterdam waar ik mijn atelier had tussen 1972 en 1978 laaide zo hoog op dat ze mijn atelier in brand hebben gestoken toen ik toevallig een dag afwezig was.

Zou ik die dag wel in het atelier zijn geweest dan was ik er nooit meer levend uitgekomen.

Ik vind schilderen alleen de moeite waard als je de ambitie hebt om iets te schilderen dat nog niet geschilderd is, vandaar dat schilderij van mij met die sadisties, satanies vertrokken daemoniese, ouwe rukkerskop terwijl ik grondig in mijn neus en wie weet in wat voor gaten nog meer zit te pulken. Zoiets is natuurlijk niet geschikt voor dat aangepaste kunst programma “Wat is er met je aan de hand?” van H. van S. op de E.O.

Ik heb alles voor de kunst over gehad omdat ik beeldende kunst waan-zinnig belangrijk vind in tegenstelling tot het overgrote merendeel mijner zeer fijnchristelijke kollegaatjes van Christian Artists.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.