Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 maart 2017, om 00:02 uur
Bekeken:
295 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
178 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De jongen onder het bed"


Onhandig lag hij daar, als in een hol. De stugge stof van het kortpolige tapijt voelde onaangenaam aan zijn handen. De structuur van rode, bruine en lichtgekleurde vezels drong zich aan hem op, nu ze niet langer de schijn wekten samen een kleur te vormen. De onderkant van een spiraalbodem vormde zijn dak. Al enige tijd lag hij hier, zich verschuilend voor wat voelde als groot onheil.

 

Het was een rustige namiddag geweest. Samen met zijn vader speelde hij een potje dammen. De overige familieleden waren verdiept in hun eigen bezigheden maar zagen desalniettemin kans de laatste nieuwtjes op het gebied van lief en leed uit te wisselen. Het leek een middag zoals er zoveel waren maar dat duurde niet lang meer. Plotseling merkte zijn oudste zus de komst op van een familie die in de categorie "kennissen" viel.

 

Het begrip kennissen werd door zijn ouders gebruikt om mensen aan te duiden die men af en toe eens bezocht en vice versa. Mensen waarmee men samen op de jeugdvereniging had gezeten of anderszins. Het woord vrienden paste niet helemaal, veelal werd een avondje met kennissen dan ook vooraf gegaan door de woorden "Ik heb er eigenlijk helemaal geen zin in" of iets van gelijke strekking.

 

De kennissen waren dus in aantocht en dat was onverwacht. Zijn moeder mopperde wat over de rommel in huis. Wat zou men er wel niet van denken? Hijzelf dacht er ook het zijne van. De kennissen hadden een drietal tamelijk betweterige kinderen die getuige de eeuwige lofzang hunner ouders tot de meest getalenteerde ter wereld behoorden. Hun muzikale prestaties werden tot in het oneindige geprezen. Menig bezoek van mijn ouders aan deze kennissen werd dan ook steevast aangegrepen om een ongevraagd en ongewild concert te geven. Juist tot deze kinderen zou hij de komende uren zijn veroordeeld. Verplicht spelen, met zijn speelgoed, in zijn huis en in zijn eigen tijd.

 

Hij voelde hij dat hij een daad moest stellen. Voordat hij goed en wel wist hoe aan deze marteling te ontkomen was hij al onderweg naar de bovenetage. Met gezwinde spoed rende hij met drie treden tegelijk de steile, rechte trap op en zocht zijn schuilplaats in de kamer van zijn jongste zus. Zijn eigen kamertje bestond uit een door een schuifdeur afgeschermd gedeelte van de overloop en bood bijkans geen enkele beschutting.

 

De bel ging. Zijn moeder opende de deur met een aan huichelarij grenzende vriendelijkheid. "Of zijn jullie verdwaald? Kom er maar in." De meute trok binnen. Hij kon ze niet zien maar in zijn hoofd had hij ogenblikkelijk een beeld. De moeder voorop met de gouden bril en een keurige jurk, daarna vader gekleed in wat wel een "combinatie" werd genoemd. Tenslotte deed ook de kinderschare haar intrede in het huis, twee meisjes en een jongen. Hij hoorde ze luid en duidelijk.

 

De familie werd de woonkamer ingeloodst en de rust keerde weer. Hij sloot de deur van de slaapkamer, pakte een boekje en ging rustig zitten lezen. Weliswaar voelde dit uitgresloten zijn van de groep in woonkamer niet helemaal goed, maar hij verkoos het toch boven het verplichte gezelschap. De rust was echter van korte duur. Hij hoorde een geluid dat hij uit duizenden herkende. Het openen van de woonkamerdeur vrijwel direct gevolgd door het kraken van de trap. Iemand was onderweg naar hem toe. "Kijk maar even, hij zal wel op zijn kamertje zitten", hoorde hij de luide stem van zijn moeder. De koude schrik sloeg hem om het hart.

 

Paniek! Wat nu te doen? Een kort ogenblik overwoog hij nog om maar door de zure appel heen te bijten maar zijn instinct was hem voor. Met een flukse beweging dook hij onder het bed van zijn zus en daar lag hij nu al weer een tijdje. Met een bezwerende blik op de deur gericht probeerde hij het dreigend onheil af te wenden.

 

Hij hoorde gerommel in belendende kamertjes. Uit de geluiden maakte hij op dat ze minsten met twee man naar boven waren gekomen. Daar zwaaide ook de deur van zijn schuilplaats al open. "Hier zit hij ook niet" Aha, het was de jongeman van het clubje. Hij kon zijn schoenen zien en zag ook hoe een paar onderbenen de kamer weer verliet. Hij voelde voorzichtige opluchting.

 

Plotseling vlamde de paniek weer op. De lamstraal had de deur niet achter zich dicht gedaan en zo zijn dekking vernield. Zodra ze de trap weer af zouden lopen zouden ze hem hier gemakkelijk kunnen zien zitten.

 

Ze bleven nog even rondlopen en beklommen zelfs de trap naar de zolder. Na een minuut of wat was hun zoektocht ten einde. Ze maakten aanstalten om de trap af te dalen. Hij registreerde het bekende kraakje van de bovenste tree. De jongen ging eerst. Al snel zag hij de bovenste helft boven het trapgat. Zijn hoofd was naar voren gericht zodat hij hem en profile kon observeren. Alsof de jongen voelde dat hij bekeken werd, draaide hij plots zijn hoofd naar rechts. Hij probeerde zich nog via een magische formule onzichtbaar te maken maar er was geen houden aan. Hij was ontdekt. "Hij zit onder het bed", melde de jongen aan zijn mede-ontdekkingsreizigers. De toon was wat smalend. Hij bleef stoïcijns onder het bed liggen. Gewoon alles ontkennen, dan kwam het vast wel goed.

 

De meute liep de woonkamer in. "Hij zit onder het bed", hoorde hij nog net. Hoe ze verder over hem dachten kon hij niet horen. Feit was dat hij nu helemaal niet meer in beweging durfde te komen. Niet veel later ging de kamerdeur weer open. Ze riepen naar hem "Wij gaan een ijsje halen. Wil je ook? Maar dan moet je wel naar beneden komen." Hij besloot er geen gehoor aan te geven, gewoon volharden in zijn strategie die nu weliswaar wat doelloos was maar hij wist er geen andere draai meer aan te geven.

 

De kinderen vertrokken. Hij hoorde ze praten op het stoepje dat naar de openbare weg leidde. De snackbar was op steenworp afstand en al spoedig kwamen ze dan ook weer terug. Met een ijsje waarschijnlijk, maar dat kon hij natuurlijk niet zien. "De ijsjes zijn beneden hoor!", werd er groepen. Maar hij dacht er niet aan om zijn strijd op te geven, daarvoor zat hij er nu al veel te diep in.

 

Na een minuut of wat hoorde hij weer de combinatie kamerdeur en onderste traptrede. Een persoon kwam omhoog, een hand kwam boven het trapgat uit en legde daar een bekertje ijs neer. Het betrof een kegelvormige verpakking met onderin een kauwgombal. Hij wachtte tot de bezorgrn weer was afgedaald en de kamerdeur achter zich had gesloten. Hij verliet snel zijn schuilplaats onder het bed, haalde de buit op en nam het mee in zijn hol.

 

Nog nooit had een ijsje hem zo goed gesmaakt… 


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.