Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
30 januari 2017, om 21:09 uur
Bekeken:
351 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
155 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"België een heel wat vrolijker land dan Holland"


Niemand die bij u in de klas heeft gezeten heeft zelfs nog geen vage herinnering aan u ?

 

Dat ligt dan aan het gebrek aan observatievermogen van mijn medeleer-lingen, denkt U ook niet ? Ik had ook nooit veel behoefte aan me opval-lend te gedragen of aan te stellen. Conflicten met leraren vond ik bij voor-baat al zinloos, want je trekt toch aan het kortste eind.

Waarom zou je daar dan aan beginnen?

Om met smaad overladen te worden weg gestuurd? Ik mail nog wel eens met ex-klasgenoten van de lagere school Jan den D. en Hans L. die alle-bei beweren dat ik extreem verlegen was in die tijd.

Nou, dat zal dan wel kloppen, daar ga ik verder niet over uitwijden.

Het was bij ons thuis met die grootouders en tante een hel en dat had zijn gevolgen.

Ik was tot mijn eenentwintigste buitengewoon onzeker en bang voor de Grote Mensenwereld. Over het algemeen was mijn zorgvuldig geregis-seerde onopvallendheid tussen 1957 en 1967 dus in Haarlem, Heem-stede en Bloemendaal opvallend onopvallend, want daar gebeurde sowie-so al weinig, dus droeg ik daar met liefde (n)iets aan bij.

Ik deed zelfs zo onopvallend dat mijn leraren en klasgenoten van de Da Costakweekschool geen enkele herinnering aan mij hebben ondanks dat ik vijf en een half jaar op die school heb gezeten.

Mijn naam is uit de school annalen verwijderd.

De directeur de Tombe met zijn rooie hoge bloeddrukkop verspreidde de leugen dat hij mij drie maanden voor het hoofdakte examen van school heeft gestuurd, maar ik ben zelf begin mei 1966 naar de directie gestapt met de boodschap dat ik er per direct mee stopte.

Ik zag het na mijn verbroken relatie met de stijl gereformeerde haaibaai Els Deutekom echt niet meer zitten om een leven lang voor de klas van een lagere school te gaan staan. De stap in de grote vrijheid zette ik hier-mee. Ik kon eindelijk vrijuit adem halen.

 

Haarlem? Een ingeslapen provinciestad in de vijftiger jaren. Het enige dat je kon doen was des avonds de Haarlemmer Hout na zonsondergang in lopen en je laten op pikken door een alleenstaande middelbare heer met een dure auto om daarmee een feestje te bouwen met elkaars intiem op de achterbank.

Oooh, what a thrill; my baby will !

Niet dat ik mij daar schuldig aan maakte, maar het was een optie. Mijn niet echt praktiese gewoonte daarentegen om op donkere winteravonden een zonnebril op te zetten in de vroege zestiger jaren heeft veel navolging gevonden bij tekenleraren in Haarlem en Heemstede. Zij zien de toekomst zo zonnig in dat zij tot diep in de nacht in kunstenaars knijpjes een Ray Ban op houden om te laten zien waar de weelde zit.

 De meisjes uit die klas van de Da Costakweekschool; daar viel gewoon weinig aan te onthouden. Kinderen in Schotse plooirokken en mosgroene skibroeken waren het! Kleuters met of zonder tieten en zwaar bemoste konijnentanden.

En over het algemeen te stom om voor de duvel te dansen.

Totaal oninteressant! Aseksjuwelen wezens. Tobbers.

En wist U dat de Friese leraar Nederlands P. uit Leeuwarden, die ook nog bij mij in de klas heeft gezeten en een leven lang veel herrie met zijn lieve vrouwtje heeft gehad, onlangs in zijn moderne bril voor het effekt spiege-lende glazen met een paarse zweem heeft laten zetten om het zonlicht beter te laten weerkaatsen in de klas, waardoor hij nu al beroemd is bij buren die over hem kletsen in zijn nieuwbouwbuurt dat zijn aangenomen dochter er vandoor is dankzij die ondeugende twinkeling in zijn ogen?

 

Uit dat dagboek van Jules Renard, die hier vlak bij in de Bourgogne ge-leefd heeft, is geloof ik twee derde weggelaten.

Dat vind ik verschrikkelijk, daar zou een kabinet over moeten vallen, dijk-en doorbreken, als iets verkeerd is, dan heb ik het idee dat Nederland geen tweederangs land is maar tienderangs.

Dat dacht Fred van der Wal al vroeg toen hij Kuifje en Robbedoes las op de lagere school en begreep dat België een heel wat vrolijker land moest zijn dan het saaie, oercalvinistische Nederland waar nooit iets gebeurde dat niet voorspelbaar was, vertelt hij, al las hij op zijn zestiende (1958) tegen heug en meug gedichten van de weinig aantrekkelijke zwaar bril-lende lesbienne Ida M. G. Gerhardt, maar ook de zouteloze dominees-powezie van J.J.L. ten Kate en op zijn achttiende, negentiende wel Mars-man en Slau-erhoff en ja, ook Du Perron, dat Land van Herkomst vond hij wel aardig, maar de Forum discussie van Vent-Vorm totaal oninteressant, de close reading methode ook niet echt imponerend, Kees Fens een sikkeneurige dominee dorknoper van het tiepe dat ‘s avonds naar binnen loert bij alleen staande dames en zich staat af te rukken, Ter Braak een pathetische poseur en sommige boeken van Vestdijk slechts eenmalig lezenswaardig, zoals Ivoren wachters, De Koperen tuin en de Anton Wachter trilogie, over de niet beantwoorde liefde van de auteur voor een klein meisje, Nabokov revisited, maar voor de rest vond hij Vestdijk voor-namelijk langdradig en achterhaald, oudmodisch van taal, soms zelfs ongeloofwaardig (en begrijpt hij nog steeds niet de passie van auteur Martin Hartkamp voor Vestdijk) maar pas echt de literatuur ontdekte toen hij een verhaal van Wolkers las in de derde klas van de kweekschool, “Dominee met strooien hoed”, dat diepe indruk maakte en hij voor het eerst begreep dat literatuur zeggings kracht had voor een jonge generatie aanstormende kunstenaars en relevant was voor het eigen levensgevoel en belevingswereld.

Het was toen alsof hij voor het eerst als doornroosje wakker werd gekust door de prins en zijn leven zin kreeg toen hij zelf begon te schrijven en te schilderen. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.