Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 januari 2017, om 20:17 uur
Bekeken:
304 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
160 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een krachtig, bezwerend ritueel !"


Meestal staat onze oude bebaarde bard vroeg op en gaat steunend en kreund aan een tekening werken. Daarna is het voor onze hoog bejaarde even snel ontbijten door een bak cornflakes met melk naar binnen te slobberen en vervolgens schrijven tot een uur of twee om kort voor een boterhammetje te pauzeren en de post in te zien, daarna loopt hij wat rond in zijn ruim bemeten park dat zijn huis omgeeft en realiseert zich bij The Ole Oak Tree dat hij meer overleden dan levende artiesten kent. Hij pinkt een traan weg en staat daar even bij stil om ter hunner nagedachtenis een yellow ribbon rond de oude eikenboom te binden.

Een symbolische daad. Een krachtig, bezwerend ritueel ! Hij weet ook hoe menigeen die zich tegen hem keerde een snelle dood genoot of een levensbedreigende ziekte van het immuunsysteem overkwam en enkelen zelfs zelfmoord pleegden en tenminste één juffrouw die de houdbaarheids-datum al lang is over schreden met suicide gedachten rond loopt vanweg een zware depressie. Zij was door onze ras artiest-  auteur dezes- zeer geintrigeerd en dat is nogal logisch want de vrouwtjes vielen en bloc voor hem en als hij langs scheurde met zijn bolide zag hij ze uitnodigend in de berm gebruiksklaar liggen met opgeschorte minijupe. Hij kan zich dat voorstellen want hij is nu eenmaal een genie en daar helpt geen linksdraaiende melkzure dame die de maatschappij wil hervormen door de sharia in te voeren een millimeter aan mee. 

Wij weten uit de H.S dat de wraak aan de Heire der Heirscharen is en dat scheelt onze krasse grijsaard weer heel wat werk. Hij denkt terwijl hij een een vtte rochel op d ebetontegels kwakt aan hen die de Grote Finale hebben bereikt en aan één van zijn gedichten waarin de prachtige regels :

 

Toen ik wist dat ik kunstenaar was

toen was ik het niet meer

maar ook niet minder

en werd ik het pas

toen ik aan de was was 

en was het weer niet

toen ik twee vliegen zag vliegen

en dacht ; verdomd, er is één bij bij


 Je reinste naturalistische poëzie waarin de dichter dichter bij huis blijft dan ooit, maar vooral dichter bij de waarheid.

Hij mompelt : Oude mensen moeten er op uit gaan met hun AOW-tje om een groen blaadje of kersvers pruimpje te verschalken, maar niet naar een hoerenkast gaan om een temeier zonder brandend rubber vol te pompen, want dat is aan de ene kant een belediging voor de kunst en waarom betalen voor een artikel dat gratis verkrijgbaar is! 

 

Fredvan der Wal: Voor U allemaal wellicht een vraag, voor mij een weet ! De dood dus ! Einde of een nieuwe begin vol van zingeving. Ik geloof dus het laatste als goed gelovig gristenmens die op zondag naar SBS6 kijkt om David Maasbach aan te horen. Fijne Godsman vol van naasteliefde.

Dat zouden heel wat meer webloggertjes ook moeten betrachten.

Het is mijn innige overtuiging. Ik bekommer mij om hunne kwaadaardigheid en weet dat het de duivel is die in hen woning heeft gevonden. Je reinste demonie. Ik weet zeker dat als we door de laatste deur gaan de waat’ren der rust al van verre lonken naar de dooie die net binnen komt en the green green gras of home greener is dan het dicht geslibde ongewassen kruis van een noviet in een klooster. De heidenen denken dat ze in een zwarte bodemloze put vallen, dat zou best kunnen. Eigenlijk net goed, moeten ze maar geen heiden wezen.

Ik stel ook wel eens mijn wandeling uit en vertelt mijn gasten een verhaal waar ze weer even op kunnen teren met hun reet vol zweren.

Over die zwaar brillende lerares die een kop had als een paardebek, toen ik nog in Heemstede woonde vlak bij Haarlem en de Kennemer kliek nog in de luiers lag in een met strikken en kwikken versierde satijnen wieg in een roze wolk van babytalkpoeder lag te kraaien.

Die lerares was maar een paar jaar ouder dan ik, daar ging ik vaak mee op stap naar achterafknijpjes want de dame lustte wel een stevige keil. Ze was na een paar liter alcohol een verwilderd, op hol geslagen molenpaard dat leefde op gauloises, drank en pizzas en dan slingerde ze iedereen van haar rug af als je er op klom of even aan haar tieten zat te frommelen en onder haar rok wilde gaan spitten. Hoe ze zich dan alleen voor iemand seksjuweel in wilde in spannen als ze een mudje chips en meter bier kreeg. En dan bedoel ik een Amsterdamse mud dat is ongeveer zeventig kilo in een jute kolenzak.

Ik spande haar dan als ze stomdronken was na het café bezoek aan De Sulveren Swipe met lederen riemen voor mijn hondenkar in d’r nakendje en met dat karretje dat over de zandweg reed zovol geladen klakkerde en jakkerde ik dan als kunstenaar vervolgens naar de ochtendienst in weer een andere gereformeerde gemeente.  Onderweg kreeg ze stevig met de zweep, hetgeen ze als beroepsmasochiste heerlijk vond, dan liep ze nog harder. Tijdens die donderpreek werd er meestal gepreekt tegen alcohol, roken, wilde wijven, witte wieven, en de bioscoop als tempel van de on-tucht, maar dan liet ik haar als dronken paard gewoon buiten staan bij de kerkdeur, daar had ik veel succes mee.

 Op die hondenkar had ik geschilderd de hoer van Babylon dat was zij dus en voor een meier mochten de kerkgangers na afloop van de dienst een ritje maken. Eigenlijk pooierde ik haar dus uit, maar dat vond ze prima als dronken paard.

 Leer mij de vrouwtjes kennen ! Hahahaha !

Frank verontschuldigt zich en verdwijnt door een nog niet eerde door mij opgemerkte geheime deur in de gemetselde muur die zijn park omringt, teneinde aan de andere kant al wild plassend zijn berstensvolle blaas te ledigen zonder na afloop zijn handen te wassen.

 Hoeveel malen per dag moeten de aanwezige gasten naar het gezeik van Frank Forrest luisteren als hij de gouden waterval klaterend laat vallen in het struweel ? Is hij de man van de Golden Shower of het Gulden Schot ? Hulde voor de man die lulde, denk ik bij mijzelf eneen been brken is erger. Zal ik het hem vragen of toch maar niet ? Ik aarzel. Nee, toch maar niet. Je weet het maar nooit !

Mooie gelegenheid om U er eens aan te herinneren dat hij de schrijver is van het meest verkochte boek aller tijden in Holland :  Met jouw waldhoorn tussen mijn alpen 

Geschreven op een zoldertje met los liggende planken gedurende de Grote Oorlog, een boek dat geëvolueerd is tot de seksjuwelen Bijbel van de naoorlogse jongeren.

In die oorlog konden de mensen maar twee dingen doen : neuken, nog eens neuken en elkaar voorlezen uit de fabels van La Fontaine, daarna weer neuken of ganzeborden en Mens erger je nieten. Uit ouwe fiets-banden maakten ze condooms.

 Dat clandestien gedrukte boek bij de Vrolijke Vrijbuiterspers vloog dus  van de persen af met de vaart van een tiet op wonderolie. Het boek was op de zwarte markt door zwarthandelaren voor astronomische bedragen verkocht en ik had nog steeds geen rooie cent gevangen.

Er waren verschillende uitgaven van op de markt verschenen.

De uitgever had een flinke partij handgeschept papier in zijn kelders liggen, waarop men aan vankelijk het boeiende verhaal « Onkel, vertel mij nog eens over Adolf Hitler » had willen drukken, maar toen het tij in debange dagen van 43 keerde bedacht de uitgever zich, gooide zijn NSB speldje weg in ging papier en schrijfmachines aan het verzet leveren opdat ze hem na de oorlog als verzetsheld zouden kunnen eren en belonen.

Dat werd dus nu de feeste editie van  Met jouw waldhoorn tussen mijn alpen, verlucht met pornografische tekeningen van een kunstschilder die eigenlijk typograaf was.

 

In een vetleren kaft goud op snee met koperen sloten, net als de Staten-bijbel. Honderd en vijf en zestig gulden per exemplaar in genummerde uitgave in eenmalige druk van duizend exemplaren.

Wat zien ik als ik mijn uitgevers contract in kijk in de kleine lettertjes die ik nooit gelezen had ? Dat ik uitsluitend een geldend percentage krijg over de ingenaaide exemplaren met slappe kaft, maar niet van de genummerde uitgave in leer gebonden.

 

Per boek scheelde dat mij dus zestien en een halve gulden aan royalties.

Nou was een gedeelte van die uitgaven dus ingenaaid maar ik voelde me goed dubbel genaaid ! Het heeft mij dus zestien en een half duizend gulden gescheeld aan inkomsten en dat was vlak na de oorlog een kapitaal. Dus ik naar de uitgever, een dikke patser met een eeuwige bolknak in zijn bek en een kop als een onweerswolk die elk moment op uitbarsten kon staan.

Hij heeft nog een keer W F Hermans het raam uit proberen te gooien op een feestje, toen heb ik ‘m tegen gehouden anders was het toch een groot verlies voor de literatuur geweest in 1949 als Hermans te pletter was geslagen. Die uitgever begon meteen te vloeken en te tieren : Bejjenou helemaal besodommieterd met je misjpoge ? Ik heb alle risicos gelopen met dat kutboek waar geen touw aan vast te knopen valt, net als De God onverkoopbaar van Hermans (de uitgever bedoelt De God denkbaar, denkbara de God) en op elke bladzijde wel geneukt wordt en het constant over kut en lul gaat, noem jij dat soms literatuur? Ik heb alles voorgefinancierd van dat rotboek, heb Jan en Alleman belazerd. Ik wou gotsamme ook eindelijk wel eens wat gaan verdienen en of dat over jouw rug gaat zal me worst wezen en nou mijn kantoor uit, opgesodommieterd, klootzakof ik doe je wat !

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.