Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
30 december 2016, om 11:07 uur
Bekeken:
290 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
221 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Wat waren dat voor medicijnen?"


Een half jaar later bespreek ik met testamentair executeur P. O. bovenstaand telefoon gesprek.”Die aktes zou ik verdomd graag zien,” zeg ik hem onder het drinken van een kopje koffie op zondagmorgen.

”Ik ook,” zegt hij en glimlacht vaag. Hij vertelt verder over de afwikkeling van de erfenis van tante. En het beschrijven van de inboedel.

“Het hele huis waar uw tante woonde stonk naar de medicijnen,”zegt hij. Dat was mij bij een bezoek ook al eens opgevallen.Ik kijk hem zogenaamd verbaasd aan en vraag: ”Hoezo?”

“Ik heb tien vulliszakken vol zware medicijnen uit huis gedragen en bij de vullis gezet en opge let tot ze het kwamen ophalen.”

“Wat waren dat voor medicijnen?” vraag ik terwijl ik het antwoord al lang vermoed.

“Voornamelijk opiaten, pijnstillers, kalmerende middelen, kilos slaapmiddelen, stopflessen vol Valium en Librium tabletten, Luminal en Dolphirantabletten.”

Ik vertel dat ik in 1965 in een meestal afgesloten kast keek die toevallig in huis open stond en er tientallen schoenendozen vol opiaten had aangetroffen. Ik vermoedde al lang dat ze verslaafd was aan pijnstillers en tranquillizers,maar wist in die tijd niet hoe erg haar verslaving was. Dat keurige tantetje,die altijd VVD stemde en op hasjrokende hippies en kunstenaars zat te kankeren! Wie had dat gedacht?Het viel me op dat haar ogen vaak heel vreemd stonden en dat ze nauwelijks aanspreekbaar was.

“Hoe kwam ze aan die ongelimiteerde hoeveelheden van dergelijke medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn?”vraag ik nieuwsgierig.

“Ze had een bepaalde gele of groene kaart waarmee ze direkt bij de groothandel op naam van een apotheek waar ze gewerkt had kon bestellen,” zegt hij.

“Die kaart heeft ze dan waarschijnlijk gepikt, want die hoort een apothersassistente niet te hebben,” zeg ik.

“Ja, dat denk ik ook, maar nou wil het geval dat Bobbie die kaart koste wat het kostte in handen wilde hebben om de Haarlemse onderwereld voor heel weinig geld van drugs te voorzien, dus die kaart heb ik verscheurd. Bobbie heeft verschillende malen nog gevraagd of ik die kaart had ge-vonden in het huis aan de van Oostzaanenlaan, dus hij was goed op de hoogte van tantes misbruik van medicijnen en drugs”.

Zondag 16 juni 1985.

Het ziekenhuis belt dat Bobbie stervende is. Die middag heeft I. afgesproken naar de modeshow te gaan van U. S. in A., zodat ook al ga ik met de trein, nooit op tijd zal kunnen aankomen in Haarlem.

En wat zou de zin er van zijn?

Een broer die mij altijd als een vijand heeft behandeld. Voor I. is mode en het getreutel van U. S.  een zaak van leven op dood. Ik rijd mee naar de modeshow en besef gedurende de hele show dat Bobbie het tijdige nu met het eeuwige verwisselt terwijl de hoerige, kokette, oppervlakkige modelletjes pikante jurkjes showen, die niets te raden over laten, maar waar ik geen enkele interesse in heb.

Recht tegenover mij zit tekenares A. G. uit V. met een bongospelende beroepsneger, die haar niet veel later zal verlaten naar goed, eeuwenoud stamgebruik. Blanke,vrouwelijke geslachtsdelen als wisselgeld voor een permanente verblijfs vergunning. Witwasprocedures of wel even de baardmossel schrobben.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.