Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
28 december 2016, om 23:21 uur
Bekeken:
251 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
139 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"“In mijn herinnering was jij een domme, dikke, grote, slome..."


“In mijn herinnering was jij een domme, dikke, grote, slome, saaie, onhandige, onappetijtelijke, weinig interessante, altijd nurkse, zwijgende, ongewassen jongen,” typeert Meta mij op haar eigen zo sympa tieke wijze, maar ze voegt er aan toe:”Ik geloof toch dat het niet helemaal klopt, dat beeld dat ik van jou had, misschien heb ik het wel helemaal mis.”

Ik glimlach begrijpend en ga er niet op in. Het is een bewijs hoe de lachspiegel van de herinnering soms faalt en altijd vervormt. Ik was in de derde en vierde klas al lang vermagerd en dertig kilo lichter dan nu, maar wat maakt het nog uit. Ik verveel me in dit weinig inspirerende gezelschap van afgebran de onderwijskrachten, die zich druk maken om ba po uren, de vakantie uitkering en de VUT. Ik glim lach als ik denk aan 1968 toen ik zo vermagerd was dat ik nauwelijks nog uit bed kon komen, die laatste twee weken voordat de eerste cheque binnen kwam die me een redelijk bestaansminimum als beeldend kunstenaar in de BKR garandeerde. Het waren de gouden jaren, dat ik ‘s ochtends laat opstond, ont beet in een coffee shop, naar het Stedelijk Museum wandelde om koffie te drinken, de laatste (gratis) catalogi van de lopende tentoonstelling op te halen, met mijn mooie vriendinnen de exoties ogende In diese Helen of negen jaar jongere asblonde Joke uit Haarlem naar het strand te gaan als het mooi weer was. Daar waren ook Yvonne van R., de bisexuele Catharina S., mijn zomerliefde van de late sixties, de oog verblindende Mila H., de langharige Aletta uit Rot terdam, Minouche uit Den Haag, Marijke d. B. uit Nijmegen en het dozijn dames dat ik al ver geten ben om dat er weinig aan te onthouden viel.

De ervaringen van dertig voorbijgevlogen jaren na die kweekschool leerden mij niets te verwachten van al of niet geplande ontmoetingen, van wie of wat dan ook die ooit betrokken was bij dat onder wijs instituut. Wie op mensen bouwt doet dat op drijfzand. De enige vreugde van onderwijspersonel is het uitdelen van onvoldoendes. De rode inkt waar zij dat mee doen is giftiger dan avondmaalswijn. Iedere interesse in mijn werk of persoon van pedan te schoolmeesters of ambtenaren stuit op afweer mijnerzijds. Zelfs ontmoetingen met gelijk gestem den, gevoelsgenoten uit de S.M. sien, het Landelijk Netwerk Bisexuelen Nederland of de artistieke kol legaatjes eindigden altijd weer in chaos, moedwil en misverstand. Er is geen nooduitgang. Mijn mede leerlingen waren roestige schepen die elkaar zwij gend passeerden in de nacht, de radar uitge scha keld, de stuurman in een diepe, alcoholies roes buiten bewustzijn, niet eens zeker van het tijdstip van ontwaken en zonder uitgezette koers. Er is geen hoop voor het menselijk tekort. Al gauw na die kweekschooltijd communiceerde ik alleen nog maar per brief, telefoon of verstuurde teksten, statements en gedrukte uitnodigingen voor mijn honderden tentoon stellingen in nederland, belgie, franrkijk, Engeland, Duitsland en de V.S. Drie maal kreeg ik een uitnodiging om naar de V.S. te komen. Drie maal weigerde ik. In Friesland noemden ze mij de bontste hond. De Friese kunsthistoricus drs. H.M. noemd me “ de belhamel met de grootste bek”. Ik publiceerde teksten vol uitzichtsloos cynisme en in het gunstigste geval vervuld van vrolijke wanhoop. Anderen te ontmoeten op gezette tijden was mij al snel te veel moeite. De beeldende kunst werd voor mij een nooduitgang uit een ongelukkig bestaan. Als ik niet heel zeker had geweten dat het voor mijn geestelijk welzijn noodzakelijk was van tijd tot tijd mij onder de minder begaafde medemensen te mengen had ik zelfs dat nagelaten en me net als mijn gewaardeerde ex-klasgenoot van het Vossius gymnasium te Amsterdam, Martin Hartkamp, als auteur eenzaam en alleen gevestigd op de rand van Nederland aan de Oude Bildtdijk in de woeste Westhoek waar hij sinds 1977 woont en de hele dag in een gestreep te pyama rond loopt en uit verveling alle films van filmnet bekijkt. Sinds zijn scheiding van een hoogge leerde, tamelijk be kende criminologe nu eindelijk verkerende in een voortdurende inerte staat van rust. Filmnet als de meest voor de hand liggende mogelijkheid om de tandeloze tijd door te komen. Er zijn slechtere opties.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.