Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
26 oktober 2016, om 21:02 uur
Bekeken:
401 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
171 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Zij die de zon draagt 7"


De volgende ochtend wekte Ozar haar al vroeg.  Ze rekte zich uit en wreef de slaap uit haar ogen, terwijl Ozar al druk in de weer was met het verzamelen van nog enkele benodigdheden voor hun reis. 
Dankbaar trok ze de warme reismantel die ze gekregen had over haar eigen kleren aan.  Tot haar verbazing zag ze ook een paar nieuwe laarzen staan.  Die zouden ongetwijfeld van pas komen in de sneeuw. 
Wie heeft die laarzen hier gezet vroeg ze de stem in haar hoofd.
Mijn vader heeft die voor je gemaakt zei hij.
Wauw, ik wist niet dat hij dat kon, ze zijn prachtig zei ze terwijl ze het zachte lichtbruine leder streelde.  Aan de binnenkant zat er bont.  Toen ze ze aandeed zaten ze als gegoten.  Ongetwijfeld hadden haar laarsjes als maat gediend.
Snel at ze samen met Ozar het sobere ontbijt dat hij had klaargemaakt.  Terwijl ze netjes het deken van het bed opvouwde stond hij weer naast haar.  Het viel haar op dat hij steeds bij haar in de buurt bleef en ze wist waarom.
‘Mirah,’ zei hij, ‘voor we hier weggaan, wil ik je vragen ten alle tijde erg voorzichtig te zijn.  Het is belangrijk voor je bescherming dat ik je steeds kan zien, want ik wil de fout die ik eens maakte niet opnieuw maken.’ 
Ze begreep hem maar al te goed.  Het raakte haar dat hij zijn eigen thuis, zijn familie en zijn dorp verliet om haar te beschermen.  Ook al was hij niet langer zenuwachtig, toch hing er een spanning in de lucht tussen hen.   Een brok in haar keel belette haar een antwoord te geven.  In plaats daarvan raakte ze zijn hand aan en kneep er even in.  Vervolgens knikte hij en liep naar de muur waar alle bepakkingen bij elkaar stonden.  Met leren riemen begon hij ze aan elkaar vast te maken om ze vervolgens volledig op zijn rug te tillen.  Ze betrapte zichzelf erop dat ze met open mond naar hem stond te kijken.  Zijn bepakking kwam tot vlak boven zijn hoofd en was ongetwijfeld loodzwaar, maar het leek hem geen enkele moeite te kosten. 
‘Ik draag dit tot aan de sneeuw, dan laden we de bepakking over op de slee.  Als je wil kan ook jij daarop plaats nemen.  De slee kan ook je bed zijn, vermits het koud zal zijn zonder een huis om ons heen.’
Ze knikte dankbaar.
Hij droeg ook haar klaargemaakte tas met proviand en de twee slaapzakken. 
‘Ik wil best ook wel even iets dragen,’ stelde ze voor.
‘Dat hoeft niet,’ zei hij slechts. ‘Ik ben wel wat gewend.’
Toch vond ze het erg toen ze samen met hem naar buiten liep.  Daar stonden hun drie reisgenoten al op hen te wachten.  Ozar stelde haar kort aan hen voor.  Sid, Rave en Han waren hun namen.  Sid was een tiental jaren ouder dan Ozar.  Rave en Han waren rond dezelfde leeftijd als Ozar.  Alle drie zagen ze er net zo sterk uit als Ozar en droegen al net zo een grote bepakking mee op hun rug. 
Alle drie gaven ze haar een kort knikje toen ze werden voorgesteld.  Het waren moedige mannen die zich uit vrije wil aanboden hun te vergezellen.  Ozar begroette hen hartelijk waardoor het goed te zien was hoe hecht hun vriendschap was.  Op dat moment voelde ze een steek van verdriet.  Ze had nooit veel vrienden gehad, laat staan zich in een groep geliefd weten te maken.  Het enige wat ze vroeger op school al meermaals had meegemaakt was dat groepen samenspanden om haar nog verder weg te drijven.  Als ze op dat moment zichzelf onzichtbaar had kunnen maken, dan had ze dat zeker gedaan. 
Snel herpakte ze zich.  Dit was anders besloot ze.  Ozar kwam weer naast haar staan en legde even zijn hand op haar schouder, alsof hij haar aanvoelde, haar wilde geruststellen.  Ze wist intussen dat ze volledig op hem kon vertrouwen. 

Met hun vijven begaven ze zich op weg naar de rand van het dorp.  Hier stonden bijna alle dorpelingen op hen te wachten, met de stamoudste en Kara vlak voor hen.  Het vijftal hield stil. 
De stamoudste sprak als eerste ‘Dit is een grootse dag.  In naam van alle Jurarch wensen we jullie veel moed en doorzettingsvermogen.’  Op dat moment keek de stamoudste haar recht in de ogen en knikte haar toe. ‘Je bent in goed gezelschap Mirah.’  Hij kwam naar haar toe en legde zijn hand op haar schouder.  Op zachte toon sprak hij woorden die alleen voor haar bestemd waren ‘Heb vertrouwen in jezelf Mirah.  In naam van mijn volk dank ik je voor het willen opnemen van deze moeilijke queeste.’ 
Overmand door emoties en met het volle besef van wat haar te doen stond vond ze geen woorden.  Ze boog haar hoofd uit eerbied voor hem.  Opnieuw voelde ze Ozars hand op haar schouder. 
Na enkele keren diep ademgehaald te hebben, zo zichzelf even de tijd gunnend, keek ze weer naar de stamoudste en zei toen met hese stem ‘Ik hoop jullie niet teleur te stellen.  Ik dank jullie voor het vertrouwen.’  
Daarop boog ze haar hoofd en zag daardoor Kara niet naar haar toekomen.  Zonder aarzelden schonk ze Mirah een warme omhelzing, haar zo de kans gevend kracht te putten uit hun vriendschap.  Mirah kon echter niet verhinderen dat enkele tranen haar zicht vertroebelden.  Ze besefte dat ze deze lieve moeder misschien wel nooit meer zou zien, ergens vond ze dat jammer.  Opnieuw kuste Kara haar beide wangen en zei. 
‘Je bent sterker dan je denkt.  Alle kracht die je nodig hebt ligt in jezelf.  Je moet enkel leren luisteren naar jezelf.  Ik bid dat de geesten van de voorvaderen jullie zullen bijstaan.’ 
Toen keerde ze zich naar Ozar ‘Mijn zoon, ik reken erop dat je haar veilig naar haar doel zal leiden, waar haar doel zich ook moge bevinden.  Als ik je weer terugzie zal ik weten dat zij het goed stelt en daarvoor zal ik dankbaar zijn.’ 
Daarop omhelsde ze hem.  Ook zijn vader en zijn twee broers gaven hem een korte omhelzing.  Opnieuw sprongen de tranen Mirah in de ogen.  Wat was ze hier slecht in. 

Toen keerde Ozar zich naar haar toe en zei ‘Ik ben klaar Mirah, mijn lot is het jouwe.’ 
‘Laten we dan op weg gaan’ zei ze verbaasd over haar eigen woorden. 
Daarop kwamen Sid, Rave en Han in beweging.  Sid en Rave namen elk een slee op en begonnen voor hen uit te lopen.  Na een kort knikje naar de stamoudste en Kara volgde ze hen.  De moed zat in haar schoenen maar toch slaagde ze erin het drietal te volgen.  Ozar sloot het reisgezelschap vlak achter haar, vast van plan en in uiterste concentratie om haar te beschermen.

De zon begon reeds hoger te klimmen toen ze haar eerste stappen in de sneeuw zette.  Voor het eerst ervaarde ze het gemak van de sneeuwschoenen, anders zouden haar voeten bij elke pas diep in de sneeuw wegzakken.  De twee sleeën werden in gereedheid gebracht.  Alle bepakking werd erop bevestigd.  Op de slee die Han zou trekken was een klein plekje voor haar vrijgehouden.  Ondanks de koude was het een mooie en heldere dag.  Normaal zou het nu warm moeten zijn, maar de winter hield het land in zijn greep.  Zover ze kon kijken zag ze sneeuw, geen enkel grassprietje de kans gevend te groeien.  In vergelijking met de vier Jurarch die haar vergezelden voelde ze zich erg klein en nietig, alhoewel ze in haar wereld ook niet van de kleinsten was.  Na enkele minuten hadden ze zich al aan het zicht van het dorp onttrokken.  De heuvels rond het dorp lieten niet vermoeden dat er daarachter een dorp was.  De aanwezigheid in haar hoofd was er, maar liet zich niet horen.  Sid nam de taak als verkenner op zich en liep niet al te ver voor het gezelschap uit.  Rave trok de eerste slee.  Han trok haar extra gewicht moeiteloos mee.  Ozar sloot de groep en liep vlakbij haar.  Ze zag hoe snel de Jurarch vooruit kwamen, ondanks de sneeuw en nu zeker door de sneeuwschoenen.  Het zou hun reis ongetwijfeld ten goede komen.  Als ze zelf meestapte zou hun snelheid beduidend langzamer zijn.

Ze zag dat ook de andere drie Jurarch elk een zwaard droegen dat overeenkomsten vertoonde met dat van Ozar.  Ze liepen richting het noordwesten, vlak langs de rand van het bos en de immense met sneeuw bedekte vlakte.  In de verte verhief de Walliser bergketen zich.  Daar zouden ze over moeten als ze hun doel wilden bereiken.  Links van haar drongen hoge dennen zich richting de hemel.  Ook zij hadden te lijden onder de langdurige koude.  Hun takken lagen zwaarbeladen vol met sneeuw.  Daarom was het voor het gezelschap ook niet veilig om vlak onder de dennen door te wandelen. 
Op zich had Mirah sneeuw altijd mooi gevonden.  In haar wereld genoten kinderen vooral van het maken van sneeuwmannen en met de slee van een zo hoog mogelijke heuvel proberen af te glijden.  Doch hier was er niets leuk aan.  Daar waar de zon de sneeuw raakte kreeg die een oogverblindende schittering, waarvoor ze op haar hoede moest zijn, want hier had ze geen zonnebril die haar van sneeuwblindheid kon beschermen.  Het zou geen gemakkelijke tocht worden.  Ze zuchtte maar was vastbesloten haar uiterste best te doen.  Plots zag ze links van haar iets wat haar bekend voorkwam. 
Ik weet het Mirah zei de stem in haar hoofd.

Ozar kwam tussen haar en het bos inlopen, alsof hij door dit te doen alle dreiging die deze plek voor haar opriep wilde verdrijven.  Hier was ze nu bijna drie weken geleden gevonden door Ozar en zijn broer.  Ze sloot zich af voor de gedachten van die momenten en merkte dat Ozar haar door de band van magie daarmee hielp.  Ze draaide haar hoofd weg van het bos en richtte haar blik op de mannen voor haar. 
Rond de middag hielden ze halt om even te rusten en iets kleins te eten.  Tot nog toe ging het goed.  De koude kwam niet doorheen haar reismantel en daar was ze dankbaar om.  Ze stond op van de slee en ging aan de rand van het bos op een omgevallen boomstam zitten, nadat ze de ergste sneeuw ervan had afgeveegd.  Sid, Rave en Han bleven rechtstaan in een losse cirkel om haar heen terwijl ze iets aten, zichtbaar op hun hoede voor elk mogelijk gevaar. 
Ozar kwam naast haar zitten.  Ze was er blij om.  Terwijl ze aten was het stil om hen heen.  Nu drong het tot haar door dat er ook geen vogels te horen waren. 
Vragend richtte ze zich tot Ozar ‘Wanneer heb je voor het laatst dieren in deze bossen gezien?’ 
Ozar antwoordde ‘Dat is eerder een zeldzaamheid geworden.  En dat is een probleem voor ons, want we leven nu voornamelijk van de jacht omdat we onze eigen dieren, die nog maar met enkelen zijn, niet allemaal willen gebruiken als voedsel.  Regelmatig gaat een klein groepje van onze jagers de bossen in, op zoek naar voedsel.  Pas als we voedsel hebben kunnen we terugkeren en dat duurt elke keer steeds langer.’  Hij zuchtte en vervolgde ‘En omdat voedsel schaars wordt, hebben ook de wilde dieren meer en meer moeite om voedsel te vinden.  Het is zelfs zo erg dat er troepen wilde wolven soms een poging doen om de Jurarch en onze dieren aan te vallen in de hoop zo hun honger te kunnen stillen.  Hoe lang we zelf nog sterk genoeg zullen blijven om onszelf daartegen te beschermen is echter maar de vraag.’
Plots huiverde ze. 
‘Wat is er?’ vroeg Ozar die haar aanvoelde en onmiddellijk bezorgd was.  Naar de grond starend schudde ze haar hoofd omdat ze haar stem niet vertrouwde.  Ze voelde zijn hand op haar schouder.  Even kon ze niet meer doen alsof ze sterk was en verborg haar gezicht in het warme leder op zijn bovenarm. 
‘Stil maar,’ zei hij troostend en trok haar in zijn armen. 
Het enige wat ze kon was huilen.  Huilen van onmacht om alles wat ze niet kon bevatten. 
‘Rustig maar,’ hoorde ze hem zeggen, maar er leek geen einde te komen aan haar plotse verdriet.
Wat is er vroeg de stem in haar hoofd bezorgd.
Ik kan dit niet.
Samen kunnen we het wel zei de stem vastberaden, ik ben bij je.
Langzaam vermande ze zich weer en trok zich terug uit zijn omhelzing.  Verdriet maakte plaats voor schaamte omdat ze zich zwak getoond had in het bijzijn van de anderen.  De drie andere Jurarch stonden echter nog gewoon waar ze zojuist ook gestaan hadden. 
‘Sorry,’ zei ze met hese stem terwijl ze met haar handen haar natte wangen droogde. 
‘Mirah, je hoeft helemaal geen sorry te zeggen.’ zei Ozar zacht met zijn arm om haar schouder.  ‘Jij hoeft nooit tegen iemand ooit sorry te zeggen.’ 
Toch schaamde ze zich om haar zwakte.  Haar moeder had haar altijd geleerd sterk te zijn ook als het even moeilijk was.  Daar had ze de laatste tijd al vaak in gefaald. 
‘Goed,’ zei ze opeens, zichzelf vermanend en stond op voor het vervolg van de dagtocht.  Ze nam weer plaats op de slee.
Ook Sid, Rave en Han kwamen weer in beweging.  Opnieuw nam Sid zijn taak als verkenner op zich en liepen Rave en Han voor haar.  Ozar kwam aan haar linkerzijde lopen. 
Dank je zei ze tegen de stem en keek Ozar aan.
Hij glimlachte en legde even zijn hand op haar schouder.
In gedachten verzonken keek ze toe hoe Han op zijn sneeuwschoenen voor haar liep, tot lang nadat de zon reeds onder was.  Toen het begon te schemeren zochten de Jurarch een beschutte plek in het bos om er de nacht door te brengen.  Op een klein open plekje, onder de dikke met sneeuw bedekte takken vandaan, maakten ze de ruimte snel sneeuwvrij zo goed ze konden.  Sid en Rave gingen op zoek naar sprokkelhout.  Verrassend genoeg was er daar onder de sneeuw genoeg van te vinden.  Het hout dat helemaal onderin lag was zelfs niet zo vochtig.  Met behulp van vuurstenen zag ze hoe snel een vuurtje werd gemaakt.  Het vochtigere hout werd aan de rand van het vuurtje gelegd zodat het al wat kon drogen.  Ozar nam de bepakking op de slee waarop ze had gezeten weg en legde er een slaapzak overheen.  Han rolde de andere slaapzakken uit rond het vuur, nadat hij extra vachten op de grond had gelegd.  Intussen zorgde ze samen met Ozar voor het avondeten.  Ze maakten een soep met vleesbouillon en groenten die net niet geleken op de vertrouwde groenten uit haar eigen wereld.  Al snel begon het heerlijk te geuren.  Soep maken was waar ze vandaan kwam een van haar specialiteiten.  Hier, met het weinige wat er voorhanden was, slaagde ze er toch in tevreden te zijn over het resultaat.  Ze verdeelde de soep onder hun vijven.  De zeldzame glimlach op hun gezichten vertelde haar dat ze het lekker vonden.
Toch iets wat ze kon dacht ze.  Toen ze gegeten had ging ze weer op de slee zitten en trok de slaapzak zo stevig mogelijk om haar heen.
‘Jouw eerste nacht in openlucht?’ hoorde ze Sid plots vragen die enkele takken hout bij op het vuur gooide.
‘Toch zeker op deze manier,’ antwoordde ze.  De enkele keren dei ze ooit in een tent in volle zomer had doorgebracht waren niets in vergelijking met een nacht buiten in winterse omstandigheden.  Na een korte stilte vroeg ze ‘Ken je de weg naar de Ezahr?’
‘Ik ben er nooit geweest, maar ik weet het liggen, alhoewel ik nooit eerder zo ver in de sneeuw gereisd heb.’
‘Komen we nog steden tegen op onze weg?’ vroeg ze nieuwsgierig in de hoop echte mensen tegen te komen.
‘Nee, de weg voor ons is er eentje over een bergketen en doorheen een woud.  Als we de bergen overgestoken zijn en we dan richting het zuidoosten zouden reizen zouden we na enkele weken de eerste tekenen van andere volkeren tegenkomen.  Maar wij moeten verder richting het noordwesten.’
Een beetje teleurgesteld knikte ze en staarde in de vlammen.  Misschien was het helemaal geen toeval geweest dat ze in de buurt van de Jurarch terechtgekomen was en maakte ook dit deel uit van het plan van de Eerste Elf.  Zonder hulp was ze wellicht al de eerste nacht doodgevroren.  Met moeite onderdrukte ze een huivering.  Ze hoorde Ozar tegen Sid zeggen dat hij het eerste deel van de wacht wel zou houden.  Hij moest toch niet slapen dacht ze dus dat was voor iedereen een voordeel.  Verder hoorde ze de mannen zachtjes nog wat onder elkaar praten.  Ozar kwam na een eerste inspectieronde rondom het kamp naast haar op de slee zitten.  Ze was opnieuw in gedachten verzonken en schrok dan ook lichtjes toen hij haar aansprak. 
‘Hoe voel je je?’ 
‘Wel goed denk ik… Maar voel je dat niet via de band van magie?’ vroeg ze een beetje verbaasd. 
Toen hij niets terugzei keek ze hem aan en zag de gekwelde blik in zijn ogen. 
‘Hoe is het met jou?’
‘Mirah,’ zuchtte hij, ‘als ik het kon, zou ik je naar een plaats willen toveren waar er jou niets kan overkomen.’  Geërgerd vervolgde hij ‘Je verdient niet wat je hebt moeten meemaken bij de overgang naar onze wereld… .  Kon ik die lasten maar van je overnemen.’  Hij had haar eerder verteld dat hij ook de beelden van de man met het masker had gezien toen de magie van het touw zijn werk deed. 
‘Weet je,’ zei ze zacht, ‘ik heb nooit eerder een vriend gehad als jij….  Mijn eigen vriend kan niet in mijn hoofd kijken zoals jij, en hij voelt mijn verdriet niet zoals jij…. Daarom Ozar, alleen al daarom ben ik blij jou te kennen.  Je helpt me meer dan je denkt, alleen al door een vriend te willen zijn.’  Tot haar verbazing reageerde hij door zijn arm omhoog te tillen, haar zo met een glimlach uitnodigend tegen hem aan te leunen.  ‘En je bent steeds zo attent,’ zei ze met een zucht toen zijn arm zich om haar heensloot.
Jij wordt ook meer en meer een goede vriendin zei de stem haar.  Het voelt eigenlijk alsof ik je al heel lang ken vervolgde de stem.  Opeens merkte ze vaag dat hij zijn slaapzak om haar heenlegde.  Ze was moe, zelfs van de hele dag gewoon maar op de slee te hoeven zitten en moest vechten om haar ogen open te houden.  Ondanks de sneeuw had ze het lekker warm door het vuur en nu ook door Ozar’s aanwezigheid.  Het volgende moment voelde ze zijn hand op haar voorhoofd. 
Zo viel ze in een diepe slaap terwijl hij waakte over haar en zijn vrienden.  Af en toe gooide hij wat hout bij op het vuur.  Kijkend naar het gezicht van de slapende vrouw tegen zijn schouder voelde hij hoe ze zijn hart beroerd had.  Hij zou helemaal alleen de vijand in de ogen willen kijken en van hem eisen dat hij haar met rust moest laten.  Ze zag er vredig uit nu ze sliep.  Zachtjes streelde hij enkele van haar licht golvende haren die voor haar voorhoofd dreigden te vallen weg.  Hij vergat haar veiligheid geen enkel moment en zette elke duisternis die haar probeerde te vinden om haar van hem weg te nemen voor schut.  Halverwege de nacht vond Sid hen zo.  Eerst wilde hij iets zeggen maar besloot het niet te doen.  Vervolgens verliet hij de kring van het vuur om de wacht te houden.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.