Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
30 september 2016, om 15:17 uur
Bekeken:
455 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
194 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Huis van Plezier"



Lang geleden, of misschien was het ook niet zo lang geleden, maar wat doet dat er eigenlijk toe?, leefde er in een ver land een Koning, en die Koning had een dochter, en dat was Prinses Rosalie.
Deze Prinses was mooi en knap en er was niemand in het Koninkrijk die haar in intelligentie overtrof, en toch was zij niet gelukkig.
Nu zijn er wel meer mensen die ongelukkig zijn, en meestal kwijnen zulke mensen langzaam weg en sterven ze van verdriet en eenzaamheid, maar zo iemand was Rosalie niet. Luister maar:

Prinses Rosalie bezat een vurig, opstandig karakter en zij wilde de strijd aanbinden met al diegenen die haar ongelukkig maakten.
Zij verafschuwde het kleinzielige, bekrompen leven dat zij aan het Hof moest leiden, en wanneer de lakeien voor haar in het stof bogen en op kruiperige, onderdanige wijze 'goedendag, koninklijke hoogheid' tegen haar zeiden, dan stroomde het bloed haar naar de wangen en dan voelde ze zich boos en opgelaten tegelijk.
"Waarom buigen al die mensen toch steeds voor mij?", vroeg ze op een dag aan haar gouvernante, ze was toen acht jaar oud, en de oude vrouw, die getrouwd was met een graaf die door verkeerde beleggingen al zijn geld verloren had, zodat zijn vrouw noodgedwongen een baantje aan het Koninklijke hof zoeken moest, keek haar met een eigenaardige blik in de ogen aan, en antwoordde: "Maar Hoogheid, uw vader is de Koning van het land..."
En Prinses Rosalie, die een koppig karakter bezat, vroeg verder en ze stelde op bitse wijze de volgende vraag:
"De mensen moeten dus alleen maar voor mij buigen, omdat mijn vader toevallig Koning is?"
En de gouvernante wierp haar een blik vol verwijt toe en ze maakte Rosalie duidelijk dat het stellen van dergelijke vragen 'hoogst impertinent' was, waarop de Prinses enigszins geschrokken zweeg, want dat geheimzinnige woord 'impertinentie', waarvan ze de betekenis op dat moment niet vatten kon, wees stellig op een ernstige denkfout van haar kant.

Naarmate Rosalie ouder werd, en daarmee wijzer en verstandiger, zag ze in dat het Lot haar in een wereld had neergezet, waarin ze eigenlijk niet thuishoorde.
Wanneer zij in de 'blauwe salon' theedronk met de graaf en de gravin en hun kinderen, dan verveelde ze zich stierlijk, en geërgerd luisterde ze naar de hoogdravende gesprekken, die vrijwel altijd handelden over de meest saaie en onbeduidende onderwerpen.
"Ga je mee paardrijden?", vroeg men haar, terwijl iedereen wist dat zij paarden niet uit kon staan, of men vroeg: "Hoever bent u al gevorderd met uw borduurwerk, Hoogheid?", en nooit was er eens een aardige, vlotte, geile jongen aanwezig, die haar vroeg of ze mee uit vrijen ging.
Natuurlijk, er waren genoeg prinsen en hertogen met geile bedoelingen, maar nooit leidden die verlangens tot een eerlijke, ontspannen vrijage.
Nee, ergens in een donker hoekje van de paleistuin mocht ze snel even een prinselijke of hertogelijke lul uit een fluwelen broek opdiepen en haast-je-rep-je moest er dan gepijpt of afgetrokken worden - meer was er aan het Koninklijke Hof niet mogelijk...
En wanneer ze zo'n prins had afgetrokken, dan lachte hij op een griezelige, aanstellerige manier en dan zei hij op gemaakte toon:
"O Parbleu, daar heb ik mij even laten gaan..", en dan excuseerde hij zich en liet haar alleen achter, zonder haar verder een blik waardig te keuren, omdat de 'Hofetiquette' dat niet toestond.
En omdat Prinses Rosalie niet op deze mensonwaardige manier door het leven wilde gaan, daarom besloot zij op een avond het paleis voorgoed te verlaten, en zij leende een mantel van het kamermeisje, dat zij in vertrouwen genomen had, en in alle stilte begaf zij zich op weg.

Toen de kleine achterdeur van het paleis in het slot viel haalde zij opgelucht adem. De sterren stonden te fonkelen aan het blauwzwarte uitspansel en het bleke, zilverkleurige licht van de maan gaf de wereld een zacht, bijna teder voorkomen, en dat alles bracht haar in een opgetogen stemming.
Langzaam liep ze de lange oprijlaan af, er zorg voor dragend dat haar voeten terechtkwamen op dat gedeelte dat met geluiddempend gras was begroeid, en behoedzaam sloop ze voorbij het blauw-rood gekleurde wachthuisje van de paleiswachter, die een beetje slaperig op zijn geweer leunde.
'Oef', dacht ze, 'dat is me gelukt', en haastig verdween ze in een drukke winkelstraat, die de hoofdstad van het land doormidden sneed.
Verrukt keek ze naar de helverlichte etalages en nadat ze een kwartier lang van winkel naar winkel was gelopen bleef ze stilstaan voor een klein cafe, waarin ze mensen op kleine, ronde krukjes aan de bar zag zitten.
Vol aandacht staarde ze naar binnen, want ze wilde dolgraag weten waar die mensen zoal over praatten, maar alles wat ze hoorde waren de hamerende klanken van een piano, die werd bespeeld door een lange, zwartharige jongen, die met kromgebogen rug over het toetsenbord hing.
'Wat een opwindende muziek', dacht ze, en vol walging herinnerde ze zich de muziekavonden aan het Hof, 'soirees' genoemd, waar deftig aangeklede muzikanten op aanstellerige wijze klassieke meesterwerken ten gehore brachten, die de aanwezigen in contact moesten brengen met wat men noemde: 'de hogere werelden van de Kunst'...
God, wat had ze zich verveeld en wat had het haar een moeite gekost om na afloop het contact met opgeblazen, hoogdravende kletsers te vermijden.
Nee, deze muziek klonk heel anders. Dit was vitale, levendige muziek, die haar deed volstromen met een intens verlangen om te leven, en zij haalde eens diep adem en dacht er over om naar binnen te gaan, want ze wilde dolgraag weten wie de jongen was die daar op zo'n geestdriftige wijze de piano bespeelde.

Gelukkig kwam er op dat moment een aardige, energieke jongen voorbij, die haar vrolijk aankeek en vroeg: "Zin om samen wat te drinken?"
De Prinses keek hem verbaasd aan. Die jongen behandelde haar op een doodgewone wijze en dat was ze niet gewend. Gewone jongens waren in het paleis 'kok', of 'paardenjongen', of 'lakei', en het kwam nooit voor dat dergelijke jongens een Prinses uitnodigden om samen wat te drinken - dat zou trouwens een schandaal zijn, en de jongen die een poging deed zou hoogstwaarschijnlijk op staande voet ontslagen worden.
De Prinses kwam echter snel over haar verbazing heen en opgetogen stemde ze met zijn voorstel in.
"Waar zullen we gaan zitten?", vroeg de jongen, en Rosalie zei zonder een moment na te denken: "Daar, naast de piano..."
Ze was als een kind zo blij dat haar wens in vervulling was gegaan en nieuwsgierig staarde ze de pianist aan: een magere jongen met krullend haar, die zijn ogen, waarin ze een bedroefde, peinzende blik vermoedde, verborg achter een donkere bril.
"Wat drink je?", vroeg haar begeleider, nadat ze plaatsgenomen hadden aan een kleine, ronde tafel waarvan het ijzeren blad bedekt was met een rood-wit-geblokt tafelkleed.
"Een kleintje pils", zei Rosalie, want dat hoorde ze iemand naast zich bestellen, en nadat de bestelling was doorgegeven keek ze nieuwsgierig toe hoe de ober een groot glas vol schuimend vocht voor haar op tafel neerzette.
'Dit is dus pils', dacht ze, terwijl ze het glas aan haar lippen zette, en toen de gele vloeistof haar mond binnenstroomde gloeide ze van trots, omdat ze iets deed wat in de wereld waar ze ooit deel van uitmaakte volstrekt verboden was.
Dit was avontuur. Nu pas, nu ze iets deed wat spanning en sensatie met zich meebracht, had ze het gevoel dat ze leefde. Hier was het leven een uitdaging voor haar. Hier verliep niet alles volgens vaste vertrouwde regels, nee, hier kon haar van alles overkomen, en daar hield ze van. En ze nam zich voor om nooit meer terug te keren naar het paleis met zijn aanstellerige, hoogdravende toestanden, die niets te maken hadden met het werkelijke, volle leven.
Daar, in dat vervelende paleis, was ze eigenlijk iedere dag ongelukkig geweest, en ze beschouwde het als een wonder dat ze het nog zo lang had volgehouden.
Verliefd staarde ze haar begeleider aan en ze vroeg: "Ben jij wel eens met een meisje naar bed geweest?"
De jongen lachte en zei: "Heb je zin soms?"
"Ik? O, ik heb altijd zin", antwoordde de Prinses op pochende wijze, en ze dronk in een teug het glas leeg.
God, ze kende zichzelf nauwelijks terug nu ze hier in dit kleine, rokerige café bier te drinken zat. De muziek wond haar op, en de pianist vond ze een geil stuk, en allerlei gevoelens die tot dan toe verborgen moesten blijven konden nu vrijelijk naar boven komen.
De jongen keek haar met gefronste wenkbrauwen aan en vroeg: "Je bent toch niet op het tippelpad?"
Rosalie schaterde van het lachen. O, wat verrukkelijk, dat die jongen haar voor een meisje van lichte zeden hield - hij moest eens weten dat zij de dochter van de Koning was..., en ze zei op kalme toon dat zij inderdaad "op oorlogspad" was.
"Een klein, naar zaad verlangend hoertje...", prevelde de jongen, en hij staarde haar verliefd aan, want hij viel op jonge, hoerige meisjes.
"Ik word erg heet van je", zei hij, en hij pakte haar hand beet en probeerde die op zijn opbollende broek te leggen.
Rosalie echter, die zich de verschrikkelijke paleiservaringen nog goed herinnerde, trok schielijk haar hand terug en riep op vinnige toon: "Aan aftrekken doe ik niet!"
De jongen gierde van het lachen, zodat iedereen opkeek, en hij zei: "Kom mee naar huis, dan maken we er een dolle avond van..."
Tevreden dacht Rosalie bij zichzelf: "zo wil ik het hebben", en ze streek haar lange, goudblonde haren weg uit het gezicht en liep  neuriënd voor de jongen uit naar buiten.
"Hoeveel vraag je voor een hele nacht?", vroeg de jongen, toen ze weer op straat stonden, en gedurende een kort moment was de Prinses sprakeloos.
Gelukkig was ze erg bijdehand en lang niet dom en ze zei: "Wat geef je gewoonlijk?"
De jongen haalde een zwartleren portemonnee uit de achterzak van zijn broek en telde de briefjes die er in zaten.
"Gewoonlijk betaal ik vijftien florijnen", zei hij, "maar jij bevalt me en je kunt daarom twintig florijnen krijgen - voor de hele nacht wel te verstaan..."
De Prinses aarzelde. "De hele nacht?", vroeg ze, en omdat de jongen dacht dat ze de prijs wilde opdrijven antwoordde hij: "Goed dan, dertig florijnen, en dat is mijn laatste bod."
Nou, de Prinses was allang tevreden en op uitgelaten wijze huppelde ze voort naast haar minnaar die in haar een 'vrouw van lichte zeden' zag.
"Hoe lang zit je al in het vak?", vroeg de jongen, en Rosalie schrok, want ze realiseerde zich dat ze nog maagd was.
"O, niet zo lang", was haar tactische antwoord, en de jongen sloeg een arm om haar heen en drukte haar dicht tegen zijn warme, zinnelijke lichaam aan.
Heerlijk vond ze het, om zo naast een jongen op straat te lopen, en ze kuste hem op de wangen en fluisterde in zijn oor: "Laten we naar het strand toe gaan..."
De jongen kneep haar op speelse wijze in de billen en vroeg op hese toon: "Vind je het geil om in de open lucht te neuken?"
En Rosalie knikte en er verscheen een dromerige blik in haar ogen en ze mompelde: "Het geluid van de ruisende zee maakt een mens vrij; ja, vrij als een vogel, en er is niets op de wereld dat heerlijker is dan de streling van de koele, nachtelijke zeewind... Vind jij dat ook niet?"
En de jongen drukte zijn hete mond op haar lippen, want hij was bloedgeil geworden van Prinses Rosalie en wilde niets anders dan haar zo snel mogelijk volspuiten met zijn jongenszaad.

Maar helaas, op dat moment sloeg het wrede Noodlot toe....
Terwijl het vrijende paar langs de aan en af rollende golven van de zee liep gebeurde het plotseling dat een van de golven zich met geweldige kracht over hen uitstortte, en hoewel de jongen Rosalie stevig vasthield kon hij niet voorkomen dat zij door het ziedende water werd meegesleurd naar de peilloze diepten van de zee.
"O God", stamelde de verschrikte jongen, "nu is dat arme, kleine hoertje dood", en hij rende vertwijfeld de zee in - hetgeen natuurlijk volkomen vergeefs was.
"Wat moet ik doen?", mompelde hij, want hij was zo verliefd geworden op de Prinses dat hij zonder haar niet wilde leven.
En zie: een kleine zeemeermin dook op uit de donkere golven en wenkte hem toe.
"Je geliefde is ontvoerd door de zeegod Nereus", zei ze, "een woest en onberekenbaar heerschap dat iedereen hier tiranniseert omdat hij de God der Zeeën is", en er verscheen een minachtende trek op haar gezicht.
En de jongen, die nauwelijks begreep wat ze zei, staarde haar aan en vroeg opnieuw: "Wat moet ik doen?"
De zeemeermin, die zich een beetje ergerde aan het hulpeloze gedrag van de jongen verhief haar stem en riep: "De kracht van het geluk kan haar bevrijden. Je moet er dus voor zorgen erg gelukkig zijn, want alleen dan zul je de wrede ban van het Noodlot ongedaan kunnen maken..."
En de jongen staarde verdrietig voor zich uit en zei: "Hoe kan ik in godsnaam gelukkig zijn, nu zij zich bevindt in de klauwen van dat monster?"
En de zeemeermin antwoordde: "Bouw een huis, hier op het strand, een huis waar je plezier kunt maken, en plaats er een bordje voor, zodat iedereen weet dat je gelukkig bent..."
En de jongen fronste zijn wenkbrauwen en vroeg: "Zal zij dat wel goed vinden?", en de zeemeermin lachte en zei: "Ze is intelligenter dan je denkt, want ze heeft de vrijheid lief", en met een snelle duik verdween ze in het schuimende, wild opspattende water.

"Een huis van plezier", mompelde de jongen, "daar heb ik nog nooit van gehoord. Wat zou ze daarmee bedoelen? Een hal met speeltafels, waar je kunt kaarten en pokeren? Of een roulette misschien? Nee.., daar kan ik geen plezier aan beleven. Of bedoelt ze een café?"
En de jongen keek somber voor zich uit en dacht: 'Nee, een café gaat me al vrij snel vervelen..; wat kan het dan zijn?'
En plotseling realiseerde hij zich dat Rosalie en hij naar het strand gekomen waren om elkaar te neuken in de open lucht en hij wist meteen wat de oplossing was: Een huis vol geile, opwindende hoertjes, met wie hij de hele dag door kon vrijen en neuken..; dat was het - dat bedoelde de zeemeermin met haar 'huis van plezier'.
'Ja', bedacht hij, 'ik had het kunnen weten, naar de hoeren gaan is in feite mijn grootste liefhebberij.'
En zo ging hij op voortvarende wijze aan de slag en met behulp van aangespoeld wrakhout, planken en balken en ander materiaal, bouwde hij een huis, dat bestond uit tien kleine kamertjes en een grote keuken waar ze konden eten, en in elk van de kleine kamertjes plaatste hij een ledikant en toen dat allemaal gedaan was bracht hij tien jonge hoertjes naar zijn huis aan de zee en aan een paaltje voor de ingang spijkerde hij een bordje met daarop het opschrift: 'Huis van Plezier'

De mensen uit de stad die het strand bezochten liepen nieuwsgierig om het huis heen en sommige chagrijnige, onbehouwen mannen riepen, toen ze de hoertjes zagen: "het is gewoon een bordeel", en ze wilden zonder meer naar binnen stappen, hetgeen hun onmogelijk werd gemaakt door de woedende jongen, die met ijskoud stemgeluid zei: "Nog een stap en je bent morsdood..."
Nou, daar schrokken die onbeschofte lieden flink van en mopperend en kankerend dropen ze af en niemand waagde het nog verder het gezelschap lastig te vallen, want de jongen had er zo sterk en mannelijk uitgezien, dat iedereen ontzag voor hem had.
En hoe kon het ook anders? Hij had een doel om voor te leven! Hij wilde zijn verloren geliefde terugvinden en hij wist dat hij de wrede zeegod alleen kon verslaan door sterk te zijn.
Levenslust, vitaliteit en de wil om gelukkig te zijn, daarmee zou hij de kracht van de toverban ongedaan maken, en hij kleedde zich spiernaakt uit en nam zich voor vanaf dat moment alleen nog maar geil en heet en wellustig te zijn.
De hele dag door liep de jongen met een stijve pik rond in het huis aan de zee en hij ging van kamer naar kamer en nadat hij alle tien de meisjes had gehad begon hij weer van voren af aan.
De hoertjes vonden het fijn om hem op te winden en ze verbaasden zich over zijn geweldige potentie, want hij had steeds zaad genoeg in zijn ronde, dikke teelballen om het vuur in hun hete, verlangende kutjes te blussen.
"Waar haal je het toch vandaan?", vroeg een van de meisjes hem op een dag, en de jongen haalde eens diep adem en zei: "Dat komt omdat ik zo dodelijk verliefd ben", en het meisje sloot de ogen en dacht dromerig bij zichzelf: 'God, was er maar een jongen die op mij zo verliefd was', en ze streelde de naakte jongen over zijn rug en duwde op speelse wijze een vinger in zijn kontgaatje, zodat de verliefde wellusteling kreunde van geil genot.
En terwijl de jongen kreunde en hijgend zijn mannelijke lid in haar vrouwelijkheid stootte klonk er buiten een hevige donderslag, die het huis deed trillen en beven op zijn grondvesten.
Een luid gerommel werd hoorbaar, dat geleidelijk aan in kracht toenam, alsof het omhoog steeg vanuit de diepten van de zee, en dat was het woedende geraas van de zeegod, die zich zijn prooi zag ontglippen.
En het moment waarop de jongen schreeuwend in het meisje klaarkwam ging gepaard met een geweldige explosie en vanuit de duistere diepten van de zee steeg trots lachend Prinses Rosalie omhoog.
Gezeten op een hoge, witschuimende golf bewoog zij zich voort over het woest bewegende wateroppervlak en na een lange tocht bereikte zij tenslotte veilig en wel het strand.
Snel liep ze naar het huis dat de jongen terwille van haar gebouwd had en vol belangstelling keek ze naar het bordje, waarop in vlammende, vuurrode letters de tekst 'Huis van Plezier' geschreven stond.
"Die lieveling", fluisterde ze, "wat zal hij moe zijn", en ze kamde haar lange haren, die vol schelpen en zeewier zaten, en stapte het houten gebouw binnen.
De deuren van de tien kamertjes openden zich en giechelend en lachend kwamen de tien hoertjes de trap af, met in hun armen de naakte jongen, die volledig was uitgeput, door het dagenlang volgehouden liefdesspel.
"Ocharm", zuchtte Rosalie, "de arme schat - heeft hij veel plezier gehad?"
En de meisjes keken de Prinses met glanzende ogen aan en ze zeiden: "Zo'n geile, wellustige jongen hebben we nog nooit ontmoet", en ze kleedden zich aan en verlieten druk pratend het huis.
En Prinses Rosalie kuste haar dappere minnaar liefderijk op de mond en zij nam hem in haar armen en fluisterde zacht: "Arme geile schat, ik zal je nooit meer verlaten - nooit meer..."
En de jongen opende de ogen en staarde haar glimlachend aan.
"De hoertjes hebben je gered", mompelde hij, en zij kusten elkaar op de wangen en de ogen en op alles wat er verder nog te kussen viel en zij waren zielsgelukkig.

En de mensen uit de stad hoorden het verhaal en zij waren verbaasd en ook opgetogen, omdat een boze god door het geluk verslagen was.
En sinds die tijd noemen zij een huis waar meisjes zich tegen betaling laten neuken niet langer een 'bordeel', maar een 'huis van plezier'.

En zo zie je dat alles in het leven van een mens zo zijn betekenis heeft - zelfs dingen die in de ogen van de doorsneemens volstrekt betekenisloos zijn...

Bekijk ook de info- en bestelpagina's op mijn eigen website:
https://www.wimduzijn.nl/boeken/apress/

 

uit de bundel 'de gouden fallus'



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.