Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
23 september 2016, om 14:25 uur
Bekeken:
403 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
245 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Zij die de zon draagt 3"


Halverwege de volgende ochtend werd ze wakker.  De koorts was verdreven, maar ze was uitgeput van het vechten ertegen.  Een vaag gevoel van honger was aanwezig.  Ze draaide haar hoofd richting de deur en zag tot haar verbazing dat Ozar naast haar zat.  Gelukkig was ze niet meer duizelig.  Hij was echter terwijl hij haar hand vasthield in slaap gevallen. 
Dat gebaar was net wat ze nodig had.  Wanhopig reikte ze naar dat kleine bemoedigende teken dat ze niet aan haar lot werd overgelaten.  Uiteindelijk was ze door deze mensen gered. 

Alsof hij voelde dat er iets veranderd was, schrok hij plots wakker en keek haar aan.  Ze beantwoordde kort zijn blik en glimlachte zwakjes.
‘Dank je,’ probeerde ze te zeggen, maar haar stem bleef een zwak gefluister. 
Zachtjes kneep hij in haar hand.  
‘Heb je zin om iets proberen te eten?’ vroeg hij zacht. 
Ze knikte als antwoord.  Maar ze wilde niet dat hij haar hand losliet.  Het was haar enige houvast in deze nieuwe wereld en ze was bang dat ook hij weer zou verdwijnen. 
 
Zijn eerder gemaakte beslissing hardop uitsprekend zei hij: ‘Ik laat je niet alleen.  Je kan me vertrouwen.  En als een Jurarch die belofte maakt, zal hij die niet meer verbreken.’ 
Om zijn woorden kracht bij te zetten maakte hij een vuist met zijn rechterhand ter hoogte van zijn hart.
Ze knipperde verbaasd met haar ogen, maar geloofde hem.
‘Nu moet je echt iets proberen te eten,’ zei hij strenger omdat hij bezorgd was. 
Ze knikte en gaf zich over aan zijn zorg.  
‘Ik ben zo terug.’ 

Opeens leek haar vreemde omgeving niet meer zo grauw en grijs.  De belofte van Ozar, wat die ook inhield, gaf haar nieuwe kracht, hoe zwak ze nu ook was.  Ze hoopte dat ze de weg naar huis toch nog kon terugvinden.  Dat te denken gaf haar nog meer kracht.  Ze zou wel een manier vinden.  Dat moest ze gewoon!
Enkele minuten later kwamen Ozar en zijn moeder de slaapkamer binnen met voedsel.  De geuren van het voedsel kwamen haar tegemoet samen met het besef dat ze erge honger had.  Hoelang was het al niet geleden dat ze gegeten had?  Nu kon ze voor het eerst ook Ozar’s moeder duidelijk zien.  Ze knikte de vrouw zo vriendelijk mogelijk toe, doch enigszins op haar hoede door de woorden die ze enkele dagen geleden over haar had horen spreken.  Gelukkig beantwoordde zijn moeder haar knikje en er kon zelfs een kleine glimlach af.  Evenals Ozar droeg zijn moeder een eenvoudige beige tuniek omgord door een leren riem en leren sandalen.  Haar ogen waren een evenbeeld van die van Ozar.  Haar lange kastanjebruine haren waren in een vlecht op haar rug bijeengebonden.  Iets in de houding van de vrouw straalde ontzag uit.  Zowel Ozar als zijn moeder plaatsten het eten op een klein tafeltje naast haar bed. 
‘Dank je voor jullie hulp,’ zei Mirah zacht.  ‘Ik hoop dat ik jullie niet in moeilijkheden heb gebracht.’ vervolgde ze, zinspelend op de woorden die ze toevallig had opgevangen. 
Haar vraag ontwijkend zei Ozar’s moeder.  
‘Dat is iets voor later.  Ik ben blij dat je weer beter bent.  Het is nu belangrijk dat je weer op krachten komt.’ 
Mirah deed alsof het antwoord van de vrouw haar voldoening schonk, maar inwendig kreunde ze.  Ze keek even vluchtig naar Ozar die haar aanspoorde opdat ze zou eten.  Zich slapjes op haar linkerzij draaiend deed ze een zwakke poging om op de rand van haar bed te gaan zitten.  Ozar kwam haar onmiddellijk te hulp en hield zijn hand op haar rug in geval ze duizelig zou worden.  Dat gebeurde niet.  Dankbaar knikte ze naar hem waarna hij zijn hand wegnam.  Zijn moeder schoof het tafeltje tot vlak voor haar.  Het eten zag er vreemd uit maar het rook heerlijk.  Ervan overtuigd dat dit voedsel net zo vreemd was als haar nieuwe wereld begon ze toch te eten.  Kort daarop verliet de vrouw de slaapkamer, haar achterlatend met Ozar die een oogje in het zeil hield.  Ze at een soort van pannenkoek gemaakt van iets wat ze niet kende.  Het had iets weg van mais en was best lekker.  Er was ook gedroogd fruit en kaas.  Zowel het fruit als de kaas smaakten anders, intenser dan ze gewoon was.  Langzaam kauwend at ze alles op.  Ozar schonk haar een kruik met een zurig ruikend drankje in.  Het leek wijn en proefde verrassend fris.  Het leste haar dorst in een oogwenk.  Ze voelde dat drinken haar deugd deed.  Toen haar kruik leeg was, schonk Ozar uit een grotere kruik de hare nog eens vol. 
‘Dank je,’ zei ze opnieuw en keek met nieuwe moed naar hem.  ‘Ik voel me veel beter nu.’ 

Even aarzelde ze maar vroeg toen met trillende stem.  ‘Kan jij me vertellen waar ik ben?’  ‘Ik geloof dat ik verdwaald ben,’  voegde ze er fluisterend aan toe.  
Ozar had dit verwacht en kwam naast haar zitten, deels om haar gerust te stellen, deels op zijn hoede in geval ze weer duizelig zou worden. 
Ze liet hem begaan en keek hem met vragende ogen aan. 
‘Om te beginnen geloof ik niet dat ik mezelf al aan je heb voorgesteld’ begon hij.  ‘Mijn naam is Ozar en de vrouw die je zojuist zag is mijn moeder Kara.’ 
Hij aarzelde even, haar aandachtig aankijkend.  Toen vervolgde hij voorzichtig ‘Je bent in het dorp Jura genaamd.’ 
Hij wachtte weer een ogenblik. 
Ze zag de bezorgdheid en aarzeling in zijn ogen, maar ze vroeg opnieuw ‘En waar ben ik?  Ik bedoel… dit land… ‘. 
‘Wij noemen het land waarin wij leven Ashar.’ zei hij zacht.  Verwachtend dat ze het er moeilijk mee zou hebben nam hij een van haar trillende handen in de zijne. 
‘Ik had al zoiets gevreesd,’ fluisterde ze.
‘Ik ben hopeloos verdwaald.  Maar ik moet antwoorden hebben.   Wil je me hiermee helpen?’ 
‘Dat zal ik,’ antwoordde hij. 
‘Ik had de dag dat je me vond een auto-ongeval,’ begon ze aarzelend. 
‘In plaats van in mijn vertrouwde omgeving, ontwaakte ik hier.  Ik heb erge dingen gezien terwijl ik bewusteloos was.  Ik weet niet waarom dit mij overkomt.’ 
Het trillen van haar handen werd wat erger.  Ozar reageerde door ook haar andere hand in de zijne te nemen, haar zo proberend de moed te geven om haar verhaal te vervolgen. 
‘Ik kom van de Aarde.  Zegt dit je iets?’  vroeg ze bijna smekend. 
Hij omsloot haar trillende handen nog wat steviger terwijl hij zijn hoofd schudde.  Ze sloot een moment haar ogen en verloor weer bijna haar moed. 
‘Het spijt me,’ zei hij zacht. 
‘Ik weet niet hoe ik hieraan moet beginnen,’ zuchtte ze.  ‘Misschien is het gemakkelijker te luisteren.  Kan je me meer over dit land vertellen?’ 
Hij knikte en begon te vertellen.  
‘Onze wereld is enorm groot en we geven hem de naam Era.  Wij noemen ons de Jurarch en wonen in de zuidvlakte van Era.  Zoals ons, zijn er nog een aantal stammen, maar we kiezen ervoor om in kleine gemeenschappen te leven.’  ‘Het zou nu zomer moeten zijn,’ zuchtte hij terwijl hij haar oplettend bleef observeren.
‘Normaal kennen we hier geen winters, maar desondanks zagen we voor het eerst sneeuw, nu een jaar geleden.  In het begin zagen we er geen erg in, maar de sneeuw ligt er nog steeds.  Normaal leven we van onze oogsten.  Wat we zaaien wil echter niet meer groeien.’ 
Hij voelde haar verstarren en keek haar vragend aan.  
De beelden die ze dacht gedroomd te hebben kwamen weer naar boven. 
‘Ik heb het gezien,’ zei ze geschrokken, plots terugdenkend aan de flarden van het witte landschap dat ze gezien had.  
Hij begreep het niet maar drong niet aan.  Ze trok haar handen uit de zijne en verborg haar gezicht in haar handen als wilde ze de beelden terugdringen.  ‘Ik herinner het me weer... .‘
‘Vrouwe,’ zei hij bezorgd, ‘ik denk dat je nu eerst weer wat moet rusten.  Dit is nu niet goed voor je.’ 
Opnieuw zag hij de pijn in haar bruine ogen, toen ze die naar hem opsloeg. 
Plots angstig zei ze ‘Laat me niet alleen... alsjeblieft… Ik… ik…’. 
Zonder aarzeling nam hij haar beschermend in zijn armen en zei troostend ‘Je kent de Jurarch nog niet, maar een ding kan ik je wel vertellen.  Als wij de belofte geven om iemand in bescherming te nemen, dan nemen wij ons die taak ter harte.’ 
Ze was blij dat hij haar een omhelzing schonk en putte er kracht uit.  Moe en pogend te berusten in haar nieuwe lot leunde ze met haar hoofd tegen zijn schouder.  Een Jurarch dacht ze.  Ze had het gevoel dat ze hem wel eens heel erg zou gaan nodig hebben.  Toen begreep ze de context van het gesprek dat ze onlangs gehoord had.  Zijn moeder was ertegen.  Ze verstijfde.  Dit mocht ze hem niet aandoen…  ze mocht hem niet van zijn vrijheid beroven. 
Ze duwde hem weg zonder hem aan te kijken en zei ‘Nee, dat kan ik niet van je vragen.  Ik zou het niet kunnen verdragen dat je dit voor mij zou doen.’ 
‘Je begrijpt het niet,’ zei hij.  ‘Eenmaal we de belofte hebben uitgesproken is er voor een Jurarch geen weg terug.  Trouwens, het is een eer voor een Jurarch om een beschermer te zijn.  Vaak komt dat niet voor, toch staan we hierom bekend.’  Voordat ze kon protesteren voegde hij er vastberaden aan toe ‘Ik heb mijn gelofte tegenover jou reeds uitgesproken vrouwe en een Jurarch verbreekt er geen.’ 
Zijn houding dulde geen tegenspraak meer, dat was duidelijk.
Ze was moe en er was zoveel om over na te denken waar ze de energie niet voor had. 

Alsof hij haar kon lezen zei hij ‘Het is nu tijd dat je weer wat rust neemt vrouwe..’ 
‘Mirah… mijn naam is Mirah,’ zei ze. 
‘Vrouwe Mirah,’ zei hij.
‘Niet vrouwe, gewoon Mirah,’ zei ze snel.
Hij maakte ineens een kleine buiging die haar sprakeloos maakte.  ‘Je moet nu rusten om weer op krachten te komen.  Ik zal mijn moeder roepen om je wonde te controleren.’ 
Hij duldde geen tegenspraak.  Inwendig kromp ze ineen bij het vooruitzicht zijn moeder onder ogen te komen, maar ze had geen keus.  Ze was echt wel moe, want zodra ze zich weer op het bed liet zakken viel ze als een blok in slaap.  Het waren zachte aanrakingen van verzorgende handen die haar wekten.  Kara was zachtjes de wonde aan haar hoofd aan het verzorgen.  Toen Kara zag dat ze wakker was bood ze haar verontschuldigingen aan. 
Ze verzamelde de moed die ze nog had en zei ‘Hij hoeft dit niet te doen voor mij.’ 
Kara ontweek haar blik en deed eerst net of ze het niet gehoord of begrepen had. 
Maar toen zei ze op hardere toon ‘Waarom net mijn zoon.  Maar dit is nog niet beslist.  Het is aan de raad van de oudsten om hierover te beslissen.  Ik wens hier niets meer aan toe te voegen.’ 
Maar Mirah vocht terug.  Ze zag Ozar momenteel nergens. 
‘Kara, je hoeft dit alles voor mij niet te doen.  Ik heb niemand nodig.’ 
Met tranen in haar ogen zei ze ‘Er is slechts één iemand die ik nodig heb en niet kan bereiken en dat is mijn vriend Thomas.  Hij is misschien wel voor altijd verloren voor me.’
Tranen gleden richting haar haren.
Kara wilde verder gaan met haar te verzorgen maar Mirah hield haar tegen en zei ‘Wat heeft het voor nut dat je mij tegen je zin beter maakt.  Ik vraag het niet.  Misschien is het wel beter dat je dit alles maar laat.’  Voordat Kara kon antwoordden kwam Ozar binnen.
Hij zag haar verdriet en deed wat elke Jurarch in zijn plaats zou doen.  Hij koos de zijde van Mirah toen hij tegen zijn moeder zei  ‘Moet dit echt nu?’ 
Hij vervolgde zachter ‘Het is vreemd moeder, maar ik heb het onbestemde gevoel dat er meer is, veel meer waarover wij niets weten.’ 
Nog zachter voegde hij eraan toe ‘Hoe vreemd is het dat er iemand van een andere wereld naar de onze komt.  Dat is geen toeval!’  Kara keek haar zoon met tranen in haar ogen aan en zuchtte. 
‘Het komt wel goed moeder, ik ben je zoon, ik doe alles wat je van me vraagt, maar zij… zij heeft onze hulp nodig… ik moet dit doen.’  Daarop gaf hij zijn moeder een korte omhelzing.  Toen draaide ze zich om en verliet de slaapkamer.

Door haar eigen tranen heen had ze alles kunnen volgen, wat maakte dat ze nog verdrietiger was.  Ze kon er niets aan veranderen.  Ozar had zijn keuze gemaakt, hoezeer ze zich ook tegen hem verzette, het had geen zin.  Ozar knikte haar toe van waar hij stond maar kwam niet verder. 
Hij zei schor ‘Hier ben je veilig.  Ik breng je dadelijk nog iets te eten en dan moet je weer proberen te slapen.  Morgen komt de raad der oudsten bijeen waarop ook jou aanwezigheid gevraagd word.  Je weet dat je mij kan vertrouwen.’ 
Daarop zweeg hij om de klemtoon te leggen op zijn laatste woorden.

Door een brok in haar keel weigerde haar stem dienst.  Ze knikte kort dat ze hem gehoord had, waarna hij zich omdraaide en de kamer verliet.  Zoals hij beloofd had, bracht hij even later wat eten.  Hij plaatste het op het tafeltje en hielp haar overeind. 
‘Slaapwel Mirah,’ zei hij.  Het laatste wat ze nodig had was eenzaamheid, ook al was ze moe en had ze honger.  Ze wilde hem haar excuses aanbieden omdat hij voor haar was opgekomen en daardoor tegen zijn eigen moeder in was gegaan.  Maar zijn naam bleef in haar keel steken.  Ze zag hem in het aangrenzende vertrek verdwijnen.  Daar hoorde ze hem hout bij op het vuur gooien en nadien een andere ruimte binnengaan.  Toen was het stil.  Met moeite dwong ze zichzelf te eten.  Het leek een soort van stoofvlees en het gaf haar kracht, hetgeen ze nodig had.  Nadat ze alles had opgegeten ging ze terug liggen.  Ze draaide zich op haar zijde en dwong zich aan niets te hoeven denken.  Toen ze haar deken over zich heen had getrokken viel ze toch als een blok in slaap.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.