Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
26 april 2016, om 14:23 uur
Bekeken:
357 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
219 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Wikitaxis"


Boekrecensies TROUW
Alle berichten van J.W.Robert Kruzdlo Wikitaxis
Nabokov

Driepersoons Nabokov Brein

Als kind keek ik dwars door mensen heen. Ik zag daarachter een andere wereld, landschap, verschillend van aard en tijd. Ik bekeek liever dingen en rekwisieten, reëler dan de werkelijkheid waarin mensen wonen, - de verschrikkelijke normaalheid, liever naar de 'werkelijke-werkelijkheid' die mijn toekomst, mijn verlangen en mijn redding waren. Mijn hoofd, een reiziger zonder kaart, zonder kopie, kompas of gids. Nergens een thuis, overal vrijheid en natuur. De vrees en angst hadden geen schijn van kans. Ik ademde als een vis, gleed door de lucht als een vogel en hield mij aan de kruin van een bloeiende seringenboom vast, zo beklemmend waren mijn dromen.

(Ik sla mijn ogen op, voel mijn voeten als twee zware ankers in de grond en zie in de spiegel een ikfiguur die met een hand wenkt en met de andere hand wijst welke kant ik op moet. Het onbehagen komt terug; ik moet rugwaarts uit het boek verdwijnen. De geur van drukinkt, boekpapier en een zwoele saaie wind werpt de bladzijde van elkaar, verbanden verdwijnen in het zonlicht dat weerkaatst op de lege plek. Het heeft nooit bestaan.) 

Terug in de onzekere wereld keek ik naar mijn moeder die voorovergebogen met een stompje sigaret, verwilderde haren en ogen, bijna radeloos naar de dingen om haar heen keek; die onveranderlijk geen enkele schoonheid bezaten en ik rook de geur van een afgestroopte aap; op een kolenkachel in de bijkeuken werden in een enorme pan zijn botten en schedel uitgekookt. (Ik had röntgen-ogen.) Moeders lip verbrandde en de sigarettenpeuk die op het plastic tafellaken viel schroeide een perfecte cirkel. Er kringelde een giftig rookpluimpje uit het kratertje. Toen pas werd ze echt wakker. Dit in kaart gebracht verdwijn ik weer in fictie.


Op 27 april 1949 ergens in een kamer in New Jersey Amerika ontstond literatuur. Ik was een imitatie mens. Dood maar levend. Vanaf die dag keek ik dwars door mensen heen. Alleen als ik ze nodig had schreeuwde ik een wereld bijeen. Een moederkrans diep in mijn mond en een machine van vlees-en-bloed aangestuurd zoog ik de moedermelk uit haar borst. Op die dag en dat voldane moment, de borstvoeding, vond mijn brein mij uit. Ik volgde vanuit mijn bedje het licht, de natuur en de listen van de mensen om mij heen. Mijn lichaam moest het overleven anders zou mijn boek, mijn leven, nooit afkomen. Overlevingsdrift. Die dag begon ik aan mijn verhaal. Ik was een zeldzaam ikfiguur. Als een geboren uitvinder van taal, een fantast, tussenlucht. Een monster in mensenkleren en met een uitzonderlijk brein; een homodiëgetische ik-vertelling die voor zijn ik-figuur, opzoek gaat naar een kunstenaar-wetenschapper als lezer. De heteroperspectivische tussenruimte, tussen ik en de schrijver, en het brein, waar geen verteller en geen lezer is, -alleen stilte, groeit dit kind met zijn fantasie op. In een Zwischenraum opzoek naar een concrete liefdevolle ontmoeting.

 

Dit blog heeft eerder gestaan op TROUW

 

@jwrobert kruzdlo USA MAINE

 

 

.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.