Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
26 april 2016, om 09:55 uur
Bekeken:
292 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
186 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Mijn oma werd in haar jeugd op gevoed door 'n Franse gouvernante"


Mijn oma werd in haar jeugd op gevoed door een Franse gouvernante, dat was normaal in de beter gesitueerde klasse van rond 1880.

 

Fred van der Wal:”Ik heb getekend,geschilderd en teksten geschreven vanaf de leeftijd dat ik een potlood kon vasthouden. Mijn grootouders en tante bij wie ik vanaf mijn tweede levens jaar in huis was, stimuleerden het beoefenen van de schone kunsten in het geheel niet en stonden vijandig tegenover het kunstenaarschap.
Mijn grootvader was industrieel, bezat een fabriek van bouwmaterialen in Diemen, een makelaardij en een bloeiende handelsvereniging, de Amsterdamse Handels maatschappij.
Hij bezat 13 panden in Amsterdam waaronder een kapitaal zakenpand aan de Sarphatistraat, waar ik als kind wel eens geweest ben.
Ik heb een leven geleefd in diverse huizen en tegen snel wisselende decors met diverse vrouwen. Normaal voor een kunstenaar.
Mijn jeugd bracht ik door in de chique buurt Amsterdam-zuid, vlak achter het concertgebouw.
Ik kom dus niet bepaald uit de goot, in tegenstelling tot zo veel kunstenaars, die plat Amsterdams praten cultiveerden.
Mijn oma werd in haar jeugd op gevoed door een Franse gouvernante en dat tekent enigszins het milieu waarin ik opgroeide.
Mijn overgrootvader C.P.T. Bigot van de Franse tak (die overigens de van der Wals haatten en niets met ze te maken wilde hebben omdat ze kapitaalkrachtiger waren en uit Friesland kwamen midden 19-e eeuw) was in zijn tijd een bekende toneelspeler aan wie zelfs nog een monografie gewijd is.
Er was eigenlijk altijd genoeg geld bij de van der Wals en in de hongerwinter was het geen enkel probleem voor mijn grootvader om een brood te kopen voor meer dan honderd (zou nu meer dan duizend) gulden kosten .

Mijn ouders trokken zich nooit iets van mij aan. Mijn moeder heb ik na mijn tweede niet meer gezien, mijn vader incidenteel. Een tentoonstelling van mijn werk hebben ze nooit bezocht.
Soms kwam mijn vader dronken aan de gebeeldhouwde deur van de Palestrinastraat 4 huis waar mijn grootouders woonden en ik in huis was sinds 1944 en dan liep het uit op een handgemeen tussen mijn opa en vader, die bekend was bij de politie. Ik was toen negen jaar oud tijdens de laatste knokpartij waarbij heel wat antiek sneuvelde. De vrolijke keuken dus. Het joeg mij wel angst aan en tekende mijn leven tot aan mijn eenentwintigste.

Mijn gefrustreerde, ongehuwde tante die ook bij mijn grootouders in huis woonde had de gewoonte al mijn tekeningen in mijn school agenda te verscheuren of er met ball point heftig doorheen te krassen en er met grote koeienletters naast te schrijven: ”Niet tekenen, Freddy!” Nu vind ik dat hilarisch, toen niet.
Het maakte mij verder niets uit, want de volgende dag maakte ik weer een tekening. Het resultaat is dat al mijn werk van voor 1967 vernietigd is door mijn Telegraaf lezende familieleden.
Tot aan mijn negentiende levensjaar heeft mijn tante dat vol gehouden om tekeningen en akwarellen te vernielen, daarna gaf zij het tijdelijk op. In 1966 vernielde zij opzettelijk een akwarel van een collega die ik te leen had door er een kop koffie over heen te gooien.
In mei 1967 gooide ze mijn schilderijen, akwarellen, gouaches en tekeningen die achter waren gebleven in de Heemsteedse villa weg.
Ik ging toch wel onverstoorbaar door. 
In die jaren is mijn onverzettelijke karakter waarschijnlijk nog meer gevormd. Ik besteedde niet alle tijd aan tekenen en schilderen, maar tenniste, tafeltenniste in de Kennemer competitie, beoefende judo en jiu jitsu tot mijn eenentwintigste jaar, las veel literatuur en powezie (allemaal onzin voor mietjes en psychiatrische gevallen volgens mijn opvoeders), betsudeerde werken over esoteriese stromingen, correspondeerde met mystieke en magische genootschappen als de AMORC en The Inner Light Society, maar ook met musea in Europa om afbeeldingen van surrealistische werken te krijgen, verzamelde rock ‘n rollplaten, New Orleans platen, blues- en moderne Jazz, knutselde met electronica, maar liep daar op de kweekschool niet mee te koop, zoals andere klasgenoten wel deden met hun hobbies om zich bij gebrek aan beter een interessant image aan te meten. Toen kwamen in 1963 de dames in de picture en die vraten helemaal tijd, want zo zijn de dames.

In 1960 begon ik mij te intesseren voor schilderkunst, fotografie en grafiese vormgeving. Elke dag kwam ik met de bus op weg naar de kweekschool in Bloemendaal langs een groot reclame affiche dat zwart wit gedrukt was naar een grofkorrelige foto. Een reclame voor nylons van Setterset als ik me goed herinner.
Nou heb ik altijd iets met lingerie gehad, dus dat kwam goed uit. De dramatiese uitdrukkingskracht van het affiche intrigeerde me hevig en ik besloot op zoek te gaan naar mensen die me iets over deze technieken konden vertellen. Een reclame fotograaf, een drukker en een reclame illustrator vertelden me heel summier het een en ander. In de derde klas van de kweekschool wilde ik omschakelen naar een grafische opleiding. Mijn opvoeders verboden het.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.