Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
26 april 2016, om 09:43 uur
Bekeken:
294 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
168 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Als ik diep gelovig was zou ik voorover op een gebedsmatje..."


Als ik diep gelovig was zou ik voorover op een gebedsmatje knielen in mijn jurk en alleen de voorspraak van katten willen inroepen.
In het algemeen is de lage rang van het dier in het Christendom te betreuren. In de Bijbel komt geen enkele kat voor. De mens staat in menig opzicht veel dichter bij het dier dan christelijke denktradities ons doen menen. Dit moet u vooral niet opvatten als een verwijt aan de orthodoxie. Het wil alleen maar een constatering zijn.

Ik acht ook alle ethiek hersenschimmig. Natuurlijk is men in zijn gedrag nooit geheel vrij. Maar dat is alleen het gevolg van ‘s mensen allesbeheersende zucht tot slaafse navolging en van de dwang die de groep, waarin hij leeft en werkt, op hem uitoefent. Alle moraal is groepsmoraal en uitsluitend een compromis dat wordt opgezegd, zodra iemand de geeste-lijke en bovendien de materiële kracht heeft, zich er niet aan te houden. Maar de meeste mensen komen niet in de gelegenheid en degenen die over moraal schrijven in de laatste plaats.

Voor schrijvers en schilders in het algemeen is het trouwens zeer moeilijk zich aan de groep te onttrekken. En zeker voor Nederlandse schrijvers; hun bestaan is immers ondenkbaar zonder de groep die Nederlands leest en dat zijn voor het overgrote deel Nederlanders.
Gaan schrijven in een andere taal acht ik een onmogelijkheid, zeker als men een bepaalde leeftijd bereikt heeft en niet vele jaren van zijn jeugd in een of ander land heeft doorgebracht. Daarom geloof ik dat de meeste Nederlandse schrijvers, ook de meest linkse onder hen, toch nationalistischer zijn dan men zou denken. De vernietiging van de natie via Isamisering kunnen zij nooit in ernst willen, omdat dit meteen de vernietiging van hun eigen schrijverschap en anarchist-zijn zou inhouden.
Als ik lange tijd in een vreemd land ben of een wereldstad als Londen of Parijs, word ik soms door een gevoel van algehele nietigheid beslopen, omdat ik denk: stel je voor dat in mijn af wezigheid Nederland in de Noordzee verdwijnt en dat ik hier altijd zou moeten blijven; dan zou schrijven voor mij een volkomen zinledige levens vervulling zijn geworden.
Wat deed u na uw eindexamen kweekschool vragen ze mij vaak. Ze denkend at ik in het onderwijs mislukt zou zijn of in het zakenleven niet succesvol. Ze hebben het mis.
In 1966 eerst een jaar in een antiquariaat gewerkt bij een onmogelijke psychies gestoorde antiquaar, toen nam ik maar ontslag in oct. 1967, daarna kwam ik vanaf juni 1968 met tussenpozen in de BKR van 1968 tot 1976.
Maar uw schoolmeesterschap, zeggen ze dan, dat drukt toch een stempel op uw leven. Is dat niet veel meer een bespiegelende instelling als dominee met een lege kerk vanaf de katheder of de preekstoel dan één die op actie aandringt?
Mijn schoolmeesterschap? Het is erg vriendelijk van u dat u het zo opvat.

Schoolmeesterschap is alleen maar de puntjes op de i zetten. Schoolmeesterschap is geen fatum voor mij. Mijn grootmoeder, haar broer waren ook al schoolmeester. De laatste L T C Bigot was een onderwijsvernieuwer en schreef veel boeken. Zijn vader de acteur C P T Bigot schreef toneelstukken en sketches stijl lachen, gieren, brullen. De acteur Bigot trad ook wel op in negentiende eeuwse travestie rollen, dat kwam veel voor in die tijd. Men heeft mij vaak bekritiseerd dat ik de lingerie van mijn echtgenote en een jurk of rokje aan trok voor een foto. Ik vind het heel normaal. Daarmee onttrek ik mij aan de calvinistische moraal die fatsoensridders aanhangen.
Er zijn dus twee schrijvers in mijn familie en ik ben de derde.
Ik had oorspronkelijk geen ambitie voor het doceren, toch is het ervan gekomen. Het moderne onderwijzerschap is natuurlijk een zware belasting naast het schrijvers- en schilderschap. Ik ben ook principieel tegen nevenbanen. Maar ik heb mezelf in zo’n positie gemanoeuvreerd dat ik andere neven activiteiten van af het begin wel moest aanvaarden.
Weigeren? Dat is makkelijk gezegd. Een schrijver/kunstschilder kan hier niet bestaan.
Bent u jong gaan schrijven?
In April 1962 debuteerde ik in het schoolblad van de Da Costakweekschool. Tussen 1966 en 2006 schreef ik teksten bij exposities en soms een artikel over beeldende kunst. Dat maakte mij niet populair bij de collegaatjes. In het Noorden des lands is het voor mij sinds 1976 onmogelijk mijn werk te exposeren en ik heb dat sinds 2009 dan maar helemaal op gegeven.
Misschien is men in artistieke kringen nog steeds niet aan mij gewend geraakt. Mijn boeken begon ik in snel treinvaart te publiceren na mijn 65-e. Vijfentwintig stuks in twintig maanden. Daarnaast deelname aan een aantal verzamelbundels proza en powezie en vermelding in catalogi.

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.