Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
26 april 2016, om 09:31 uur
Bekeken:
268 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
178 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Maar ik kom zelden opmerkingen tegen waar ik wat aan heb..."


Zijn de gebeurtenissen daarin uw eigen ervaringen?
Ja. Het is grotendeeels niet gefantaseerd of het zijn een enkele keer uitvergrote situaties. Maar waarschijnlijk staat iedere auteur werkelijk bestaande toestanden en personen voor de geest bij het schrijven.
Soms menen mensen ten onrechte of terecht zich te herkennen, dat is vervelend.

Dit is ook bij mijn laatste boek, De Behahahaman gebeurd. Iedere man herkende zich in dat boek. Weer een heel andere categorie bestaat uit het aantal paranoiede verpolitiekte lezers die denken dat ik ze tegen de muur wil zetten en er op los roffelen met de Kalasjnikow geladen met een magazijn hollo point munitie. Extreem links en paranoia lijken gelijke opgaande grootheden.

Politiek? Bullshit.

Uitstekend beroepsveld voor mensen die niets kunnen behalve op hun roeptoetertje blazen en hun blikken trommeltje roffelen. Politiek is elkaar onderuit halen en de poten van andermans stoelen doorzagen. Niets voor mij. Ik vind dat je moet produceren en beslist niet filosoferen. De enige filosoof waar ik me voor interesseer is Karl Popper. Een realist. Als exponent van The Silver Sixties kies ik voor de beeldende kunst, de muziek, de literatuur.


In het begin toen ik met webloggen begon vermeldde ik persoonsnamen te vaak. Ik doe dat nu niet meer en anonimiseer in elk geval namen, verblijfplaatsen en andere details waaaruit te snel conclusies kunnen worden getrokken over de identiteit en woonplaats van de hoofdpersonen.
Verder ben ik bezig na te denken over mijn volgende boek dat misschien wel 'De geilpompers' zal heten of 'Slaven en Meesters' en bijzonder dik wordt omdat er wat af gepompt wordt door de vrijwillige brandweer na een stortbui in SM setting met leren pakken, helmen, koplampen en pikhouwelen. Ik ben voor uniformen. Boots of shiny, shiny leather.

Overigens zie ik al deze boeken nog maar als voorbereidingen op mijn boeken over mijn beeldende werk.
Wat denkt u van de literaire en kunst kritiek in onze tijd, vragen ze mij vaak.
Die sla ik niet zeer hoog aan. Vooral de kunstkritiek is een treurige situatie.

Die kritieken zijn grotendeels gebaseerd op persoonlijke gronden om vriendschappen te onderhouden of het nawauwelen wat in de pers is versche nen over internationale kunstenaars, zoals Janneke Wesseling al jaren doet. De kunstkritieken in Elsevier van Rommert Boonstra waren van een oppervlakkigheid dat hij terecht in 1996 er uit is gegooid toen Elseviers Magazine meer de richting van 'Der Spiegel' uit ging.
Dit houdt uiteraard in dat ik mij door de kunstwereld veronachtzaamd voel. Ik lees meestal wel wat er over mij geschreven wordt, in tegenstelling tot andere auteurs en kunstschilders die dat uit principe nooit doen.
Maar ik kom zelden opmerkingen tegen waar ik wat aan heb.
Haast nooit wijst iemand op fouten, die ik zelf ook als fouten erken. De meeste zogenaamde fouten waar critici de vinger op leggen, zijn door mij opzettelijk zo bedoeld, dat zij niet hebben begrepen. Toch, maar dat is een zeldzaamheid, wijst iemand wel eens op iets waaruit mij blijkt dat ik er niet in geslaagd ben wat ik bedoelde duidelijk tot uitdrukking te brengen. Maar meestal houdt men zich bij geleuter dat niets anders is dan de eigen vooroordelen van de criticus.
In mijn boeken en artikelen wil men over het algemeen niets anders zien dan een beeld van een oorlogstrauma, een psychiatrische stoornis, een set aan seksjuwelen afwijkingen of een requisitoir tegen het artistieke establishment. Dat is het natuurlijk ook wel, maar een dergelijk requisitoir kon en kan altijd geschreven worden. Weinig realistisch werkende kunstenaars hebben zich daar aan gewaagd. Ik schrijf over beeldende kunst en literatuur om mijn standpunt daarin te bepalen en plaats te veroveren. Dat is toch legitiem?
De buitenlandse literatuur in de 19e eeuw is er vol van. Ook bij ons (Multatuli). Het verschil is alleen dat de rebellen van toen in de juistheid van hun vernieuwingsidealen geloofden, terwijl ik juist heb willen doen uit komen dat zij, die in de contramine zijn, zoals de ‘redacteuren’ van terreur verheerlijkende  epistels al helemaal geen gelijk hebben en dat bovendien zelf heel goed weten. Het doet me altijd denken aan de flauwe kul en onpraktiese idealen van Provo. Een leidraad voor wollen sokken socios op Jezus sandalen die zo snel mogelijk op het pluche van de beleidsorganen wilden gaan zitten.

 
Ik heb er den nadruk op gelegd dat iemands voorstellingen doorgaans in geen verhouding staan tot de werkelijkheid. Dat is een mening die niets met tijdsproblematiek heeft te maken.
Ik geloof dat critici zich in de eerste plaats met de techniek, vooral de compositie van een boek en kunstwerk, zouden moeten bezighouden, met de uitbeelding eerder dan met het uitgebeelde. Dat zou een manier zijn om iets concreets te zeggen, maar juist van de techniek weten de meesten niets.
Liever komen zij met vaagheden of vooroordelen aandragen.
Vroeger waren die uit de moraaltheologie en de ethiek geput, tegenwoordig uit de psychologie, de sociologie, de politiek. Dat laatste is zo mogelijk nog erger, omdat de kunst dan in een politiek kader wordt gezet door domme, linkse mensen met een rigide kijk op de realiteit en de ander. 
Hun gelijk komt uit de loop van een imaginair kanon.
Immers, iedere linksmens heeft met gepretendeerde ‘goedheid’ min of meer het recht voor dominee zonder kerk te spelen, maar liever voor dictator, de psychologie is tenslotte een zeer speciale wetenschap, waar althans in ons land, geen enkele criticus zich in heeft verdiept.
Wat zij onder ‘psychologisch aanvoelen’ verstaan, is niets anders dan het projecteren van eigen psychische omstandigheden op anderen. Rancunelijers.
Dat is precies hetzelfde wat de romanschrijvers zelf ook doen, alleen, die projecteren hun psychische omstandigheden op de personages van hun eigen romans, niet op de romans van anderen, zoals de critici doen. Daarom vinden de meeste critici een roman goed, als de erin voorkomende personages henzelf op een of andere wijze sympathiek zijn, zoals bij Maarten ’t Hart, die dan ook graag een jurk aan trekt en een pruik op zet waarmee hij zich belachelijk maakte. Alleen de graatmagere Mensje van Keulen vond het prachtig.


(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.