Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
22 april 2016, om 18:19 uur
Bekeken:
266 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
167 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" Stichting "De Groep van de Figuratieve abstractie " (deel 4) "


 

Stichting "De Groepvan de Figuratieve abstractie " (deel 4)

 

Hang naar het Oosten van het land[bewerken]

Veel van de leden trokken naar Groningen (waar nog ruimte is), waar bijvoorbeeld Eddy Roos de tuinen van de Borg Verhildersum heeft ingericht naar de stijlkenmerken van 'De Groep', niet ver waarvandaan hij zelf een atelier heeft, en waar Henk Helmantel studeerde en Matthijs Röling doceert aan de Academie Minerva te Groningen, waaruit de 4e generatie (schilders) is voortgekomen. Eja Siepman van den Berg trok naar Friesland en Carel Kneulman woont in het nabije Drenthe. Jon Gardella vestigde zich in Noord Groningen en liet zich inspireren door de Wadden en de noordelijke luchten; onlangs plaatste hij een monumentaal beeld in het centrum van Haren. En verder Johan Sterenberg, docent aan de Minerva Academie, en Guus Helligers, beeldhouwer en penningontwerper, onder andere van de Harry de Vroome-penning.

Landgoed 'de Havixhorst' in De Wijk bij Meppel heeft een figuratieve beeldentuin. Het 'Drents Museum' te Assen besteedt veel aandacht aan de figuratieve abstractie.

Kunst en ruimte[bewerken]

'De Groep' zag een duidelijke wisselwerking tussen kunst en ruimte (architectuur). Het figuratieve vindt daardoor zijn abstractie in de verstilling.

Fred van der Wal: Klinkt goed maar is inhoudelijk betekenisloos.

Op dat punt onderscheidde 'De Groep' zich van bijvoorbeeld het abstracte van het surrealisme, dat zijn abstractie zocht in het absurde en de vervreemding, en anderzijds van dat van Rodin, dat een verhevigde, benadrukte en geaccentueerde, vooral emotionele weergave van de werkelijkheid beoogt, waarvan het beeld van Balzac een voorbeeld is. 'De Groep' wilde van 'de emotie' van Rodin terug naar de vorm, zoals ook Maillol en Despiau deden.

Voorbeelden van die wisselwerking tussen kunst en ruimte zijn de beelden van Eddy Roos, die in de ruimte lijken te zweven en daardoor met die ruimte één geheel zijn gaan uitmaken.

Kenmerken

Onder leiding van Paul Grégoire, geïnspireerd door Charles Despiau, lag de nadruk op:

de 'arabesk'

'de gulden snede' (inbreng van Eddy Roos)

'de compositie is belangrijk'

'vanuit de abstractie terug naar de figuur'

'de kleur is belangrijk'

'paletvoorbereiding' (vooral stokpaardje van Matthijs Röling)

het 'plastisch getal' (driedimensionale uitwerking van de 'gulden snede' van Hans van der Laan)

'heel lang niet resultaatgericht zijn, maar kijken'

'niet redeneren vanuit het product, maar vanuit het onderzoek'

'bestudeer liever eerst drie jaar, alvorens iets te maken'

'let op de eenheid van product en de ruimte waarin het thuishoort'

'eerst moet de kern goed zijn vóór je een beeld in de ruimte kunt maken', en

'beeldhouwkunst is architectuur en architectuur is beeldhouwkunst' (de vaste uitspraak van Jan Bronner).

Zijn inzichten hadden haast iets ambachtelijks. Grégoire schreef er een boek over, genaamd 'De armatuur'.

 

Cross-over

 

In twee opzichten was 'De Groep' een cross-over, een vorm van mengkunst, ook wel hybride kunst: 'De Groep' wilde

enerzijds figuratieve en abstracte kunst combineren en

anderzijds teken-/schilderkunst, beeldhouwen en architectuur.

Evenwicht zoeken

De verschillende leden van 'De Groep' zochten een balans tussen het figuratieve en het abstracte.

Sommigen konden niet kiezen

anderen kozen meer voor het figuratieve of kozen daar definitief voor

weer anderen kozen meer of definitief voor het verstild abstracte.

Ieder lid van 'De Groep' maakte zijn eigen ontwikkeling daarin door. De kern van 'De Groep' wist de cross-over tussen beide kunstvormen te behouden. Die balanswerking was eigenlijk inherent aan het hybride karakter van 'De Groep'.

Historische betekenis[bewerken]

'De Groep' is in historisch perspectief erg belangrijk geweest als de verbindende factor ("trait d'union") tussen de figuratieve kunst en de abstracte kunst en daardoor een goede kweekvijver geweest van vooraanstaande kunstenaars. Bij 'De Groep' is niet de vraag 'Hoe is het beeld?', maar 'Hoe staat het beeld in de ruimte?'; niet 'Hoe is het schilderij?', maar 'Hoe verdraagt zich de verbeelding binnen de compositie?'. Eigenlijk een existentiële vraag naar de verhoudingen binnen het universum.

Structuur[bewerken]

'De groep' had onderling wel contact, maar 'individueel contact', introvert en niet gestructureerd. In tegenstelling tot 'De Ploeg' was er geen vereniging met een bestuur en statuten. En er waren geen (expositie)-afspraken, zoals bij de 'Cobra'. Binnen 'De Groep' was er een heel andere omgangscultuur, typisch voor 'de Rijksacademie'. Daarom zijn er ook nooit gezamenlijke tentoonstellingen van 'De Groep' geweest (met uitzondering van de leden van de Fuji Art Association, waarvan een deel van de leden jaarlijks bij Galerie Wiek XX exposeerde). 'De Groep' was een informele, door Bronner geïnspireerde stijlstroming, die door traditie van generatie op generatie werd doorgegeven, waarvan de leden zich het typische van hun stijlstroming waarschijnlijk niet eens realiseerden. Daardoor miste 'De Groep' de grote bekendheid van 'De Ploeg' (ook in Groningen) en de 'Cobra', die juist met het oog op bekendheid is opgericht. Ook pretendeerde 'De Groep' niet vernieuwend te zijn.

Machtsstrijd[bewerken]

De traditie van de beeldhouwkunst binnen 'De Groep' is rond 1980 gestagneerd door de statuswijziging van de Rijksacademie (in een soort 'postacademisch onderwijs'). Naar het beleven van 'De Groep' als gevolg van een machtsstrijd, geïnspireerd door onder anderen Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam, waardoor onder leiding van de 'abstracten' een nieuwe wind ging waaien, waarin het figuratieve werd afgedaan als 'vooroorlogs' en 'ouderwets', en waarin de Rijksacademie als 'bolwerk van de figuratieve kunst' het veld moest ruimen. Er kwam, als tegenwicht tegen de 'figuratieven', het initiatief van bijvoorbeeld Academie 63, later Ateliers '63 genoemd. De 'macht' was voortaan aan de abstracten en de traditie van het figuratieve en de figuratieve abstractie eindigde in 1982 aan de Rijksacademie in Amsterdam door de statuswijziging van de Rijksacademie, vergelijkbaar met universitair niveau, in de Rijksakademie, van postdoctoraal niveau.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.