Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
21 april 2016, om 12:32 uur
Bekeken:
286 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
175 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Die Rijks akademie van de jaren 60 en 70; het was helemaal niks"


'Het schilderen heb ik me eigen gemaakt, net als het tekenen .

 

Die Rijks akademie van de jaren 60 en 70; het was helemaal niks. Het onderwijs was erop gericht dat je in één dag een rake tekening kon maken. De nadruk lag op snelheid, op een vlotte wijze van tekenen. Maar een visie ontbrak'. Een oppervlakkige vorm en een totaal gebrek aan inhoud. Ik heb eigenlijk nog nooit een ex-leerling vn de Rijksakademie gezien met werk dat mij ook maar een seconde boeit

'De groep leraren van de Rijks akademie die onderwees -doorgaans mislukte schilders- was een genera tie van niks.  Ze waren opgeleid en begonnen in de jaren dertig, vervolgens had eerst de oorlog de ont wikkelingen verstoord en onmiddellijk daarna vaagde Cobra hun verwachtingen met veel visueel geweld weg. Volkomen begrijpelijk dat ze extreem links, zuur en gefrustreerd waren. Het uitte zich vooral in tegenwerking van de al of niet aankomende collegas die wel wat te zeggen hadden met hun werk. Die tegenwerking is in de jaren 60 massief en massaal geweest. In de jaren 70 heb ik al die kunstenaars mijn huis uit geschopt. Het was genoeg geweest.

De academische kunstenaars en leraren van de Rijksakademie reageerden krampachtig en vijandig op mijn werk, terwijl het niet nodig was.  Ik herinner me nog hoe twee van die leraren over mijn hoofd heen ruzie gingen maken over mijn lidmaatschap van Arti in 1967. Jacob Kuyper, een schilder van niks en Dirk van Gulik, en omdat Jacob K. bestuurslid was van Arti zou hij er voor zorgen dat ik geen lid kon worden omdat van Gulik hem beledigd had door mijn werk goed te vinden. Pas in 1972 toen de realisten dankzij bestuurslid Dora van der Veen aan bod kwamen binnen Arti haalden ze me binnen.  Er ontstond in de jaren zestig  duidelijk een steeds sterker wordende  counter culture van mensen voor wie die flauwe kul conceptuele of abstracte richting niet hoefden. Als kunstenaar wilde ik een verstaanbare kunst die toch een nieuwe ontwikkeling binnen het realisme voor stond. Dat begrepen de  behoudende schilders van galerie Mokum niet helemaal, alhoewel de schilder Teun Nijkamp aanvankelijk wel geporteerd was voor  mijn werk. De andere schilders waren fel tegen en verzamelaars als S. Stigter, Jan van Baal en galerie assistentes Janna van Zon en Elsje Stroetinga eveneens. In 2005 nog weigerde de schilderes Clary M. mij bij een tenoonstelling te groeten. Toen Dieuwke Bakker mijn woning aan de NS straat op eiste voorde schilder Chris v. G. en me anders uit mijn van haar gehuurde atelier zou zetten aan de Pr. Gracht was het voor mij in 1973 voorbij en nam ik afscheid van de galerie.

 Ik kwam er ook snel achter dat de abstracte childerkunst een doodlopende weg . De vernieuwing van de relaistsiche schilderkunst  bestond al vroeg in de jaren zestig. Ruim voordat in de tweede helft van de jaren zestig en beginjaren zeventig  de (pseudo) avant garde vastliep endoor hippe Sted Mus kunstenaars de kunst dood werd verklaard en begraven was ik al jaren bezig met een verstaanbare kunst, deels geïnspireerd door het surrealisme en anderzijds de Pop art.

Het voortzetten van de ambachtelijke schildertraditie werd in de jaren zestig niet serieus genomen. Juist de kwalitatief goede kunstenaars van de eigentijdse realistische richting kwamen met de grootste moeite in de BKR, en kregen geen stipendia en geen reisbeurzen. Talentloze 'afgestudeerden'van de Rijks academie zaten de volgende dag in de BKR met hun duimen te draaien.'.

 Voor een visie op kunst moest je niet op de Rijks academie zijn, dat zogenaamde vlotte werken is niet aan mij besteed.

 

'Ik bewonderde de surrealisten en pop kunstenaars . Maar ook Willink en Koch interesseerden me als voortzetters en vernieuwers van de Nederlandse traditie van de zestiende en zeventiende eeuw

Ik was intussen in 1969 na een periode van alleen maar tekenen met schilderen begonnen. Die techniek had ik niet geleerd. Overal ging ik schilderijen bekijken: ik was nieuwsgierig en wilde steeds meer weten: hoe is het gemaakt?  Al doende heb ik mijn techniek ontwikkeld. We maakten spoedig naam als realisten met succesvolle tentoonstellingen bij Galerie Mokum van de grote schreeuwbek Dieuwke Bakker aan de Amstel. In 1967 had ik er voor het eerst een tentoonstelling.

Mokum en vooral de moffiese, onbetrouwbare schreeuwlelijk Dieuwke Bakker gin me na een paar jaar wel irriteren. Ik had weinig met de  'fijnschilders' van Mokum . Het werd een ideologie, net een sekte. Mijn werk was aanvankelijk hard edge geschilderd; het werd tot het reallisme gerekend. Dat starre realisme werd door Galerie Mokuml tot in het eindeloze toe  herhaald.  Ik was breed georiënteerd en heb altijd een hekel aan sektesen dogmatiek gehad.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.