Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 april 2016, om 10:21 uur
Bekeken:
262 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
169 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik vond het erg jammer dat ze weg ging..."


Ik vond het erg jammer dat ze weg ging, maar ik kan d’r niet tegen houden. Het was een moeilijk tiepe. Astrologisch een Leeuw, dan weet je het wel.

Niet te houden. Arrogant en egocentrisch. Ze had iets tegen kunstenaars.

Haar vorige vriend was een Amsterdamse kunstschilder, die woonde tenminste nog riant in het centrum, daar trapte ze ook bij het minste of geringste herrie mee.

Niets deugde aan hem, vol gens haar. Ze hing rond op het Leidseplein in Eylders, liet zich versieren door brallerige corpsstudenten in de hoop dat ze een academicus kon verschalken. Ze had ook toen al van die moderne ideeën. Hip, hip, hip zonder slip was haar devies met je handen op je heupen en je vinger diep in je bips. Anale erotiek daar was ze voor in. Ik verloor al eens een buttplug in haar endeldarm. Eerste hulpvoor de gulp in het ziekenhuis.

Op d’r veertigste liet ze zich nog een kind en een oor aan naaien door een gehuwde huisarts, dat vond ze lekker geëmancipeerd. Dat werd een mongooltje. De hele dag klimt hij in de gordijnen en vouwt het zilveren bestek dubbel, smijt de jugendstil voorwerpen uit haar interieur over het balkon.

Het ging al gauw niet meer met haar.

Op de laatste zomerdag dat ik met haar had afgesproken stond de filmer Thijs Ockersen en een collega van mij in mijn huiskamer, twee hoog Nieuwe Spiegelstraat, Amsterdam. Of eigenlijk; Thijs zat met zijn vette reet op een zwart wit televisietoestel die het niet meer deed; ik gebruikte het apparaat als bijzet tafeltje of als stoel. Ik keek naar buiten. Ik zag haar weg fietsen in haar witte jas, richting Rijksmuseum. Daarna heb ik haar een jaar niet gezien. Ze was bisexueel en dat vond ik wel weer interessant.

Ze deed het met haar vriendin Gonda op een waterbed in een woonboot, maar ik mocht er jammer genoeg nooit bij zijn. Ik heb het haar wel eens gevraagd, maar dat hield ze graag privé, zei ze. Het ging precies zo als ik het in mijn boek beschrijf in het verhaal “Twips”, dat was in de zestiger jaren een populair liedje. Twips, twips, twips, twips, met je handen op je heupen en je handen op je bips.

Mijn toenmalige vriendin zong dat ook vaak.

Nou, daar was ze in elk geval niet vies van. Daar had ik dan wel baat bij, maar veel anderen ook. Het was de tijdgeest. Ik kwam laatst nog Adriaan Morriën op Arti tegen en die vroeg of ik er wel eens bij was geweest als mijn vriendinnen het met elkaar deden, maar ik had altijd van die keurige vriendinnen, die op zondag in een Schotse plooirok twee keer naar de gereformeerde kerk gingen, met hoog gesloten bloesjes en hoedjes op, het lange haar in een knotje, die mochten niks van meneer de dominee, nog geen ijsje of zak patates frites op zondag eten, laat staan zonder zijn toestemming aan elkaars kut likken. Die gereformeerde meiden waren wel geil als boter, maar dat moesten ze uit alle macht de kop in drukken en het “bij

den Heere Heere aan den voet van het kruis op den calvarieberg” breng en als ze weer eens een aanval van neuk- en nesteldrang kregen in hun eigen kruis kregen, zei dominee Daan Dingemanse altijd op cate chesatie en als ze het niet vol hielden wilde hij ze zelf wel even in d’r lui d’r kjlapkut knijpen, daar kalmeerden ze even van, maar nooit voor lang. Catechesatie noemde ze altijd Kattenbak.

Het ging met haar niet meer. Ik houd van knoflook en dat was ook een reden. Zij hield helemaal niet van een paar dozijn knoffen door het eten. Ik kan op knoflook leven. Ergens achter de Oeral is een volk dat niets an ders eet en ouder dan honderdtwintig jaar wordt, daar nam ik een voor beeld aan. De slaapkamer leek wel een gaskamer. Breekwater Braakgas. Ik was de gaskamerman, zij de gaskamervrouw, zo zag ik het in die tijd, als we niet goed op pasten en een condoom scheurde kregen we ook nog een gaskamerkindje erbij en werd het huis helemaal te klein.

Eén gasbom. Een vlammetje er bij en de hele wijk was uit elkaar gespat en wie had dan de schuld gekregen? Ons samen leven was vanaf den beginne de gaskamer van een terminale relatie.

Dat werkt verstikkend, dat heeft geen toekomst. Niet levensvatbaar, weet je. Ik begrijp nu ook wel dat zij het niet mij uit hield. Wie houdt het wel met mij uit? Ze had lucht nodig, frisse lucht, zonlicht, vertier, lachen, een speel weide vol bloemen uit zo?n pakje zaden, “Weideweelde” heet dat geloof ik. Je kunt het zelfs bij de Hema kopen. Een stuk levensgeluk, dat ik haar niet kon of eigenlijk niet wilde geven. Het is moeilijk leven met mijn git zwarte wereldbeeld vol hel en verdoemenis voor een partner. De geur van het graf hangt om mij heen, dat is niet echt fris. Ik word soms schreeuw end en gillend uit een nachtmerrie wakker. Duivelsgil. Mijn kijk op de mensheid is ook zo specifiek, dat heeft niets te maken met lief zijn voor elkaar zo als ze bij de EO altijd verkondigen. Die wereld die ik bezie en beschouw is geen opwekkende wereld.

Hoe grauw er, zieker, geiler en goorder de dingen zijn die ik observeer, hoe interes santer ik het vind daar verhalen over te schrijven. Ik kreeg laatst nog een brief van de vriend van de broer van een wafelbakker uit Harlingen, die noemde mij een goorling dat ik zijn vriendje die zo op die topman van Philips lijkt, Cor Boonstra, volgens verhalen uit de artistieke onderwereld van Leeuwarden, zou willen neuken. Beweerde hij, maar dat was helemaal niet zo. Ik kende die wafelbakker niet eens. Pure jaloezie. Ik wil helemaal niemand neuken. Zo zie je hoe er geluld wordt over je achter je rug om. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.