Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 april 2016, om 10:17 uur
Bekeken:
232 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
144 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een kunstopleiding was uitgesloten"


Een kunstopleiding was uitgesloten. Dat kwam in onze familie niet voor. Je werd boekhouder of schoolmeester, iets anders bestond niet. Niemand had meer dan een of twee jaar ulo in die familie, dan weet je het wel. Toen ik achttien werd vroeg ik of ik mijn rijbewijs mocht halen.

“Een schoolmeester kan geen auto betalen, die rijdt zijn leven lang op een ouwe fiets!” zeiden ze smalend. Toen ik met Frieda om ging, die vier jaar ouder was, zeiden ze: “Op een ouwe fiets moet je het leren!”

We hadden thuis wel de Winkler Prins uit negentientwintig, maar daar mocht ik niet in kijken, die stond op de afgesloten werkkamer van mijn grootvader.

“Daar leer je maar slechte dingen uit”, zeiden mijn oma en tante. Ik wist

eigenlijk nergens wat van. Op geen enkel gebied. De gewoonste dingen waren mij onbekend. Ik had bijvoorbeeld geen idee hoe veel een potje jam kostte. Niet dat je dat uit de Winkler Prins haalt, maar toch illustreert het hoe wereldvreemd ik ben opgegroeid. Mijn zuster raakte al snel in de wirwar van de WAO beland als uitzichtsloos geval, mijn broer deed met de regelmaat van het acht uur journaal een mislukte zelfmoordpoging. Een paar jaar later dood knuppelden potenrammers hem dood, ergens in een Haarlems portiek tegenover een homocafé, toen hij op zijn knieën een hasjvriendje enthousiast aan het pijpen was. Ik begrijp dat heus

wel: pijpen is ook leuk, maar niet in het openbaar. Mijn broer verkeerde in die schemerwereld van sex slaven en sado sexmeesters. Knuppelfeest! Zo vader, zo zoon. Heel spannend en heel modern, maar het heeft ook zijn ingebouwde risicos, want je weet nooit wie je tegen het lijf loopt. De lasten van de lusten. Ik zeg niet dat ‘t zijn verdiende loon was, dat dood knuppelen.

Je gunt zo’n onzalig uiteinde nog geen zeehondje, maar pijpen doe je ge woon thuis, kun je na afloop gelijk je bek met chloorwater en groene zeep uit spoelen of met superol ontsmetten, want voor je het weet heb je een gonorreuze keelinfectie en kom daar maar eens van af, dat mondt uit in een hees stemgeluid. Daar helpt geen stop hoest, riooldrop, meeuwen flatsen of Pottertjes tegen. Niemand ontloopt zijn noodlot. Ik bedoel; ik heb niks tegen homos of tegen pijp en, integendeel, laat ze maar lekker tekeer gaan in de dark room bij het bare backen, maar je moet jezelf niet in onnodig gevaar brengen.

Voor je het weet sta je stijf van de veneriese schimmels, heb je om niks een looien pijp van een homofoob in je nek als je net lekker bezig bent in de bosjes na twaalf uur ‘s avonds. Of je loopt aids, syfilis, veneriese wrat ten op je ballen, amoeben infectie, herpes of een anale gonorrhoe op. Een lul als een stoplicht dat op rood staat. Ja, dan kun je wel naar de lullensmid gaan maar die staat ook machteloos met al die varianten van tegen woordig. Het zoveelste opgegeven geval beland in de medische administratie, dan maak je in elk geval deel uit van de statistiek. Mijn andere broer is professor in de pedagogie in Canada. En als je aan mijn familie vraagt wat ik doe, dan zeggen ze: “Ooh, die? Die is beroepswerke loos, die schrijft pornografische verhaaltjes die niemand wil lezen en maakt schilderijen waar niemand naar wil kijken, die hoort achter slot en grendel met een loden bal aan zijn voet in een TBR kliniek thuis. Ze weten niet dat een coryfee als Adriaan Morriën van een boek soms maar acht exemplaren verkocht. Mijn familie leden hebben geen boek van mij gele zen, want lezen dat doen ze niet, behalve De Telegraaf, het kerknieuws, de EO gids en Voetbal International natuurlijk en daar hebben ze nog een verklarend woordenboek voor nodig. Voetballen zou verboden moeten worden. Over die interviews met mij zeggen ze ook nooit wat. Twee we ken geleden was ik nog op de televisie in dat programma van Eus van der Vlis, dat is geen kattepis, maar ze hebben er nooit één woord over ge zegd.

En waar om? God mag het weten! Ze kijken er gewoon niet naar. Ze zwijgen alleen maar. Ik zie dat zwijgen toch wel als een tamelijk agres sieve manier van afwijzen. De reden daarvan is een instinctieve afkeer bij dat soort mensen van elke vorm van creativiteit, dat zie je bij die gerefor meerden ook altijd.

Je ken ‘t niet vretten en as je ut niet kan vretten dan is het niks”, zeggen die fijngristelijke boeren uit Groningen en Friesland altijd als het over cul tuur gaat, dat is hun enige criterium. Je moet totaal gestoord zijn om in Friesland te willen wonen. En over vreten gesproken-toch ga ik elke avond bij anderen uit eten, dat ben ik nu eenmaal gewend sinds mijn

vriendin weg is. Gast aan tafel, drollen op de bank, maar ik kijk wel uit

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.