Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 april 2016, om 19:45 uur
Bekeken:
263 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
144 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Toen ik wist dat ik kunstenaar was toen was ik het niet meer..."


"Mijn innige overtuiging"

Meestal staat onze oude, bebaarde bard vroeg op en gaat steunend en kreunend aan een tekening werken.

Daarna is het even snel ontbijten en schrijven tot een uur of twee om voor een boterhammetje te pauzeren- want wie schrift die blijft- en de post in te zien, daarna loopt hij wat rond in zijn ruim bemeten park dat zijn huis omgeeft en realiseert zich bij The Ole Oak Tree dat hij meer overleden dan levende artiesten kent en staat daar even bij stil om ter hunner nagedachtenis een yellow ribbon rond de oude eikenboom te binden.

Een symbolische daad. 

Een krachtig, bezwerend ritueel ! 

Hij denkt aan hen die de Grote Finale hebben bereikt en aan één van zijn gedichten waarin de prachtige regel :

 

« Toen ik wist dat ik kunstenaar was toen was ik het niet meer en werd ik het pas toen ik aan de was was en was het weer niet toen ik twee vliegen zag vliegen en dacht ; er is één bij bij»

 

Je reinste naturalistische poëzie waarin de dichter dichter bij huis blijft dan ooit.

Hij momkelt : « Oude mensen moeten er op uit gaan met hun AOW-tje om een groen blaadje of kers vers pruimpje te verschalken maar niet naar een hoerenkast gaan om een temeier zonder brandend rubber vol te pompen, want dat is een belediging voor de kunst ! We houden het netjes!»

 

Voor U een vraag, voor mij een weet ! De dood dus ! Einde of een nieuwe begin vol van zingeving. Ik geloof dus het laatste als goed gelovig, fijn gristenmens die op zondag naar SBS6 kijkt om de lichtelijk banale David Maasbach aan te horen.

Dat zouden heel wat meer webloggertjes ook moeten doen. Doorgaans zondige mensen zonder moraal maar wel met een doppelte Boden.

Het is mijn innige overtuiging.

Ik bekommer mij om hun kwaadaardigheid en weet dat het de duivel is die hun vader is. Je reinste demonie. Slechte mensen.

Ik weet zeker dat als we door de laatste deur gaan de waat’ren der rust al van verre lonk en naar de dooie die net binnen komt op zijn laatste benen. De heidenen denken dat ze in een zwarte bodemloze put vallen, dat zou best kunnen. De ballen en laat ze maar vallen.

Hoe denkt de gemiddelde schuinsmarcheerder in Holland er over?

Die vraagt zich elke keer in het verkeer af: Achter welk kontje draai ik nou weer een rondje met mijn ontuchtige mondje. 

Ik stel ook wel eens mijn wandeling uit en vertelt mijn gasten een verhaal waar ze weer even op kunnen teren met hun reet aan zitvlees vol zweren. 

Over die lerares die een kop had als een paardebek, toen ik nog in Heemstede woonde vlak bij Haarlem en de Kennemer kliek nog in de luiers lag in een met strikken en kwikken versierde satijnen wieg in een roze wolk van babytalkpoeder.

Die lerares was maar een paar jaar ouder dan ik, daar ging ik vaak mee op stap naar achterafknijpjes want de dame lustte wel een stevige keil. Net als ik. 

Ze was na een paar liter alcohol een verwilderd renpaard dat leefde op gauloises, drank en pizzas en dan slingerde ze iedereen van haar rug af als je er op klom of even aan haar tieten zat om stevig te gaan tepeldraaien en onder haar rok te zitten en zich dan alleen voor iemand seksjuweel in wilde in spannen als ze een mudje chips en bier kreeg. Je moest dat loeder strontlazerus voeren anders kwam er niks uit.

En dan bedoel ik een Amsterdamse mud dat is ongeveer zeventig kilo in een jute kolen zak. 

Ik spande haar dan als ze stomdronken was na het café bezoek voor mijn hondenkar in d’r nakendje en met dat karretje dat over de zandweg reed klakkerde en jakkerde ik dan als kunstenaar vervolgens naar de ochtend dienst in een gereformeerde gemeente waar de ruif der genade nog niet voor over hing maar hemel en hel werd gepredikt met een grove stem als een brulboei om cokes mee te kloppen waar een enorme behoefte aan is. Onderweg kreeg ze stevig met de zweep, hetgeen ze als beroeps masochiste heerlijk vond, dan liep ze nog harder. 

Tijdens die donderpreek werd er meestal gepreekt tegen de alcohol, het roken, de paus en de bioscoop, maar dan liet ik haar als dronken paard gewoon buiten staan bij de kerkdeur, daar had ik veel succes mee. Op die hondenkar had ik geschilderd « de hoer van Babylon » dat was zij dus en voor een meier mochten de kerkgangers na afloop van de dienst een ritje maken in de consistoriekamer.

Eigenlijk pooierde ik haar dus uit, maar dat vond ze prima als dronken paard. Leer mij de vrouwtjes kennen ! Hahahaha ! 

Onze kunstartiest verontschuldigt zich en verdwijnt door een nog niet eerde door mij opgemerkte geheime deur in de gemetselde muur die zijn park omringt, teneinde aan de andere kant al wild plassend zijn berstens volle blaas te ledigen zonder na afloop zijn sijknatte handen te wassen.

Hoeveel malen per dag moeten de aanwezige gasten naar het gezeik van onze kunstartiest luisteren als hij de gouden waterval klaterend laat vallen in het struweel ?

Is hij de man van de Golden Shower of het Gulden Schot ?

Hulde voor de man die lulde, denk ik bij mijzelf.

Zal ik het hem vragen of toch maar niet ?

Ik aarzel. Nee, toch maar niet. Je weet het maar nooit ! 

Mooie gelegenheid om U er eens aan te herinneren dat hij de schrijver is van het meest verkochte boek aller tijden in Holland :  « Met jouw waldhoorn tussen mijn alpen »

Geschreven op een zoldertje met los liggen de planken gedurende de Grote Oorlog, een boek dat geëvolueerd is tot de seksjuwelen Bijbel van de naoorlogse jongeren.

In die oorlog konden de mensen maar twee dingen doen : neuken, nog eens neuken en elkaar voorlezen uit de fabels van La Fontaine, daar na weer neuken of ganzeborden en Mens erger je nieten. Uit ouwe fietsbanden maakten ze condooms. oorlog brengt een enorm stuk creativiteit in de mensheid naar boven.

 

 Dat clandestien gedrukte boek bij de Vrolijke Vrijbuiterspers vloog dus  van de persen af met de vaart van een tiet op wonderolie.

Het boek was op de zwarte markt door zwarthandelaren voor astronomische bedragen verkocht en ik had nog steeds geen rooie cent gevangen. 

Er waren verschillende uitgaven van op de markt verschenen.

De uitgever had een flinke partij handgeschept papier in zijn kelders liggen, waarop men aanvankelijk het boeiende verhaal « Onkel, vertel mij nog eens over Adolf Hitler » had willen drukken, maar toen het tij in 43 keerde bedacht de uitgever zich, gooide zijn NSB speldje weg in ging papier en schrijfmachines aan het verzet leveren opdat ze hem na de oorlog als verzetsheld zouden kunnen eren en belonen met een fikse uitkering van het fonds van Stichting 1940-1945. 

Dat werd dus nu de feeste editie van  « Met jouw waldhoorn tussen mijn alpen » verlucht met pornografische tekeningen van een kunstschilder die eigenlijk typograaf was.

In een vetleren kaft goud op snee met koperen sloten, net als de Statenbijbel. Honderd en vijf en zestig gulden per exemplaar in genum merde uitgave in eenmalige druk van duizend exemplaren.

Wat zien ik als ik mijn uitgevers contract in kijk in de kleine lettertjes die ik nooit gelezen had ? Dat ik uitsluitend een geldend percentage krijg over de ingenaaide exemplaren met slappe kaft, maar niet van de genummerde uitgave in leer gebonden. Per boek scheelde dat mij dus zestien en een halve gulden aan royalties.

Nou was een gedeelte van die uitgaven dus ingenaaid maar ik voelde me goed dubbel genaaid !

Het heeft mij dus zestien en een half duizend gulden gescheeld aan inkomsten en dat was vlak na de oorlog een kapitaal.

Dus ik naar de uitgever, een dikke patser met een eeuwige bolknak in zijn bek en een kop als een onweerswolk die elk moment op uit barsten kon staan.

Hij heeft nog een keer W F Hermans het raam uit proberen te gooien op een feestje, toen heb ik ‘m tegen gehouden anders was het toch een groot verlies voor de literatuur geweest in 1949 als Hermans te pletter was geslagen.

Die uitgever begon meteen te vloeken en te tieren : Bejjenou helemaal besodommieterd met je misjpoge ? Ik heb alle risicos gelopen met dat k*tboek waar geen touw aan vast te knopen valt en op elke bladzijde wel geneukt wordt en het constant over k*t en l*l gaat, noem jij dat soms literatuur? Ik heb alles gefinancierd van dat rotboek, heb Jan en Alleman belazerd. Ik wou gotsamme ook eindelijk wel eens wat gaan verdienen en of dat over jouw rug gaat zal me worst wezen en nou mijn kantoor uit, opgesodommieterd, klootzak !

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.