Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 april 2016, om 10:46 uur
Bekeken:
315 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
241 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De Franse tak van mijn familie komt uit Beauvais (deel 1)"


De Franse tak van mijn familie komt uit Beauvais Noord-Frankrijk. C P T Bigot, 19-e eeuwse acteur was mijn overgrootvader. De biografie van Bigot door Willem van Leer eindigt op pag. 48 met in hoofd letters gedrukt: ”LANG LEVE BIGOT! ”(DEEL 1)

MONOGRAFIE C P T BIGOT DOOR WILLEM VAN LEER, TOEVALLIG KWAM IK HET ZEER ZELFZAME BOEKJE TEGEN IN EEN BIBLIOTHEEK TE LEEUWARDEN

 

Samenvatting:

Midden Frankrijk gelegen aan het riviertje Avelon. Beauvais met zijn 17.000 inwoners was rond 1790 bekend door zijn lakenfabrieken waarmee een groot deel van de bevolking het brood verdiende. Pierre Laurent Bigot (geb. 3-2-1764) gehuwd met Marguerite Elisabeth Virgille (geb. 20-8-1773) ,gehuwd 25-1-1794, overleden te Kampen 1836 , was er lakenfabrikant en voerde het beheer over een grote lakenfabriek, samen met zijn broer. Zij waren warme aanhangers van Lodewijk XVI.
In 1792 hadden de sans culottes te Beauvais de fabriek van Laurent in brand gestoken en volgens de C.P.T. Bigot de jongere broer van Laurent op bevel van Danton geguillotineerd. Volgens de Stamboom familie Bigot was het daaren tegen de oudere broer (Charles Antoine Etienne, geb. 1743, beroep Meester Kleermaker, gehuwd met Marie Anne Touffu, geb. 19-11-1734, gehuwd in de Madeleine kerk te Beauvais 24-11-1755 en overleden 8-6-1805) die geguillotineerd werd! Het was slechts door een toeval dat Laurent en zijn vrouw en kroost ontkwamen aan het loerend oog der Jacobijnen. 

De C.P.T. biografie van Willem van Leer vermeldt niet de datum van de vlucht van Pierre Laurent. Indien Laurent pas in 1801 naar Nederland vluchtte en in 1792 zijn fabriek werd verwoest is het theoreties mogelijk dat hij tussen 1792 en 1801 belasting ontvanger was zoals de stamboom van de familie Bigot mij per email toe gezonden door Guy Bigot (Hoogeveen) vermeldt. Daarentegen pleit weer dat een royalist niet gemakkelijk als belastingontvanger zal zijn aangesteld door de aanhangers van de revolutie. De stamboom van de familie Bigot vermeldt verder dat Pierre Laurent in Kampen Franse les gaf en zijn vrouw een kruidenierswinkel had.
De C.P.T. biografie vermeldt echter dat Pierre Laurent een aanstelling kreeg als onderwijzer te Elburg.
Aristocraat Laurent was een hoogst begaafd en ontwikkeld man: hij sprak en schreef zeven talen. Als eigenaardigheid mag vermeld worden dat op een avond toen een klein kring van vrienden in zijn huis verzameld was en men over zijn grote taalkennis sprak, dikteerde hij aan zeven aanwezigen brieven over zeven verschillende onder werpen en elke brief in een andere taal, maar zo dikterend dat elk op zijn beurt een regel had te schijven, waar uit bleek dat het geheugen van Pierre Laurent fabelachtig was. Spoedig vond hij een baan als onderwijzer aan de kost school ”Admiraal van Kinsbergen” te Elburg. De Heer Mr. J. H. Burlage, de bekende auteur van ”Onthoudt Uw dag ” behoorde tot de velen, die van zijn onder richt genoten en hem nooit zouden vergeten.
Ook Pierre Thibault Bigot, zoon van Pierre Laurent en Marguerite Elisabeth Virgille ontving onderwijs van hem en toen zijn vader overleed vestigde Pierre zich te Amsterdam om zich eveneens aan het onderwijs te wijden. Als kwekeling begonnen werd hij al spoedig ondermeester en na korte tijd opende hij zelf een instituut.
Onder zijn vele leerlingen waren de kinderen des Heeren Slingerlandt. Hij huwde de oudste dochter des huizes. Zij kregen acht kinderen. In 1890 waren er nog vier in leven. De 24-ste april 1838 werd uit dit huwelijk geboren: Cornelis Pierre Thibault Bigot.
C.P.T. Bigot werkt na de lagere school tot zijn tweeëntwintigste levensjaar in een drukkerij waar hij het tot ”Chef ter Drukkerij” brengt. Als zijn patroon hem betrapt tussen de werkzaamheden door een toneelrol te leren wordt Bigot op staande voet ontslagen. In De Nes komt hij souffleur H. Edw. Capadose tegen die hem aan raadt zijn geluk te beproeven bij het toneel. Enkele dagen later wordt hij geëngageerd door de Vaudevilles Français waar hij 1 Dec. 1860 voor de eerste keer op treedt in ”List tegen List”. In 1861 wordt ”Robert en Bertram” opgevoerd. De eerste avond wordt in de zaal de Heer Tjasink gesignaleerd, die met de Heer Robol de direktie voerde over de Stadsschouwburg. Elke speler hoopt die avond uit verkoren te worden om in de Stadsschouwburg te gaan spelen.
De volgende dag zegt de eigenaar van het Café des Pays -Bas tegen C.P.T. Bigot: ”Wanneer je een engage ment wilt hebben, moet je morgen maar even bij Tjasink komen; die boodschap heeft hij me voor je gegeven”.
Bigot ging, sprak en over won. Voor het driemanschap Roobol, Tjasink en Peters reciteerde hij ”De Trekschuit” en zong hij enige chansonettes en de heren waren zo voldaan dat Bigot als figurant, balletdanser en voor de bedienden rollen aangenomen wordt bij de Stadsschouwburg. Hij debuteert als ”Klaas” in ”De bediende van Mevrouw”.
Zijn salaris is zo laag dat hij regelmatig een maaltijd moet overslaan.
C.P.T. Bigot huwt tegen de wil van zijn a.s. schoonvader zijn dochter Anna Maria Elisabeth Berkman, roepnaam Annette (geb. 21 dec. 1842), dochter van Helena Anna Maria Snoeck en Wilhelmus Gerhardus Berkman.
Helena Snoeck was een bijzonder artistiek begaafde vrouw, die piano leerde spelen en optrad als pianiste en zangeres.
Zij schilderde met talent en beoefende de dramatiese kunsten.
Haar echtgenoot was minder ontwikkeld dan zij. Hij leidde een vrolijk leventje en bekommerde zich niet om zijn vrouw en dochter.
Reeds op 18 jarige leeftijd kreeg Anna Maria Elisabeth Berkman een aanstelling bij de Stadsschouwburg waar zij kleine rollen vertolkte. Haar vader vond het aan genaam dat zijn dochter het hof werd gemaakt door een vermogende jongeman. Zij wees hem echter af. De avond van de 3-e nov. 1861 gaf zij haar ja-woord aan Cornelis Bigot hetgeen gepaard ging met een kuise kus.
Hij kon goed opschieten met zijn schoonmoeder . Cornelis en Annette treden 31 jan. 1861 in het huwelijk nadat schouwburgdirekteur Tjasink de vader van Annette heeft gedwongen een akte van toestemming tot het voorgenomen huwelijk te tekenen in het bijzijn van een notaris. Mevrouw Berkman bleef tot haar dood ( 10 aug. 1872) wonen bij haar dochter en schoonzoon, terwijl Berkman 30 maart 1868 Nederland verliet en naar Berlijn vertrok waar hij 7 april 1871 overleed.
Andries Snoek (1766-1829) (afb. 14) was geboren te Rotterdam, waar hij met zijn zuster Helena, de directie van den schouwburg heeft gevoerd. Zij hadden daar zelfs al eens ‘Gijsbreght van Aemstel’ gespeeld. Na eenige jaren te hebben rond gereisd, werden Snoek en zijn troep zooals wij reeds eerder zagen, aan den Amsterdamschen Schouwburg verbonden.
Helena Snoeck-Snoek (1764-1807) was meer dan Wattier de Hollandsche vrouw in de rol van Badeloch. Het echt- vrouwelijke ‘zachte en teedere’ karakter van Von del’s figuur kwam door haar spel bijzonder goed tot zijn recht; zij speelde Badeloch zeer natuurlijk en menschelijk. Nog enkele dagen voor haar dood is zij als Badeloch opgetreden; haar laatste woorden op het tooneel waren: ‘Wij gaan en keer en nimmer weer’….
Een akteur als Bigot verdiende per jaar f 700,- en een aktrice met de status van zijn echtgenote f 600,-.
C.P.T. Bigot was tegen zijn zin ingedeeld bij de schutters, een voorloper van de algemene militaire dienstplicht en goed gekeurd ondanks zijn voorwenden van lichamelijke zwakte. Elk keer als er ”geschutterd” moest worden bleef Bigot af wezig en elke keer werd hij weer beboet met f 7,-. Hij verklaarde tegenover de kapitein van de schutterij dat hij na elk toneelstuk in elkaar zakte na afloop en toen de kapitein dat een maal kwam kontroleren zakte Bigot inderdaad na de voorstelling in elkaar op dusdanige wijze dat de kapitein het wel moest zien.
Bigot wordt op een avond voor de voorstelling bedreigd met arrestatie door de provoost-geweldige (een agent) die tevens tamboer was in het orkest van de Stadsschouwburg, waar op de direkteur snel f 7,- betaalt. Na afloop wordt Bigot opgebracht door de provoost naar de gevangenis gebracht. De echtgenote overreedt de provoost om hm los te laten. De provoost wordt de volgende dag als tamboer ontslagen.
In 1869 gingen Bigot en zijn vrouw op aanraden van Eduard Bamberg naar Rotterdam, waar zij voor het eerst optreden bij het gezelschap onder direktie van Bouwmeester en Co. Als het anti katholieke stuk ”De Non van Krakau” wordt opgevoerd komt het publiek in opstand en dreigt mevrouw Bigot te vermoorden.
( Volgens de Willem van Leer biografie. De ”De Bouwmeesters Biografie” van Simon Koster vermeldt echter op pag. 123 dat de ordeverstoring niet veel om het lijf heeft. Wij kunnen hier dus wederom spreken van een tiepiese Bigot overdrij ving, wellicht een karakter eigenschap der francofielen. De ongewenste publiciteit rondom het toneelstuk was zo nadelig voor de gang van zaken dat de schouwburg in de tuin van Doon - zie afbeelding- kort daarop gesloten werd en Louis Bouw meester de directie moest neerleggen ) Zij ontvluchtten door de achterdeur. Het gezelschap reist veel, de recettes zijn matig.
In 1869 vertrekken de Bigots uit geld nood uit Amsterdam naar Rotterdam maar ook daar is de toestand uiterst zorgelijk.
Sept. 1871 breken betere tijden aan. Men bracht de wintermaanden door in Den Haag en gedurende het zomerseizoen worden voorstellingen gegeven in Amsterdam in de theaters van Grader en Clous, waar mevrouw Bigot van tijd tot tijd ook weer optrad. C.P.T. Bigot woonde in de nabijheid van het theater. In het toneel stuk ”Hilarion” speelt hij een travestie rol als Italiaanse dame.
Na af loop wil een Engelse veekoopman deze dame ontmoeten.
De kellner, die het verzoek tot nadere kennismaking moet overbrengen zegt; ” The lady has just gone, sir! ” wetende dat Bigot in travestie op trad. Tot 1882 blijft Bigot aan de Stadsschouwburg verbonden. 1 sept. 1882 engageert A. van Lier hem aan het Grand Théâtre als regisseur voor het blij- en zangspel. Bigot ontvangt vele huldeblijken en geschenken van Van Lier bij verschillende gelegenheden zo ook op 1 dec. 1885 bij het zilveren jubileum van Bigot.
Na van Lier’s overlijden bleef Bigot nog tot sept. ’88 aan het ge zelschap verbonden. 1 sept. 1888 aanvaardt Bigot met de heren Marie M. Kreukniet en J.D. Blaaser de leiding van het gezelschap. Kreukniet, Blaaser en Bigot waren er in geslaagd een aantal jonge krachten (o.a. Esther de Boer-Van Rijk) te verzamelen en onder hun leiding te verenigen tot een uitmuntend geheel. De leden van het gezelschap (de Salon des Variétés) waren ”Sociétaires” d.w.z. zij ontving en boven het bedrag van hun salaris een aandeel in de winst van de vereniging en waren dus medevennoten.
Gedurende het seizoen 1889/1890 woont de elite van het kunstlievend Amsterdams publiek de voorstellingen bij na klinkende recensies in de toonaangevende toneelbladen.
Van het toneelgezelschap geeft een gedeelte voorstellingen in de Amstelstraat, een ander in het Paleis voor Volksvlijt ( zie reproduktie foto), terwijl een derde groep
de provincie bereist. Het ballet personeel alleen al bestaat uit 16 dames en 8 heren., o.l.v. de balletmeester E. Witt.
Bigot vertaalde en bewerkte 110 toneelstukken. Voor de volledige lijst van zijn toneelwerken verwijs ik naar pag. 49 van de C.P.T. biografie van Willem van Leer.
Vrienden houdt Bigot er niet op na behalve huisarts Ribberg. In 1889 worden twee van zijn kinderen door hem voor het toneel opgeleid: Thibault en de zesjarige Cornelia (Fred van der Wal heeft haar gekend als Tante Cor uit Den Haag. Zij was lidmaat van de Nederlands Hervormde kerk. In 1966 ontmoette hij haar voor de laat te keer in de villa van zijn grootouders aan de J.C. van Oostzaanenlaan. Zij maakte geen uitermate intelligente indruk.)
De biografie van Bigot door Willem van Leer eindigt op pag. 48 met in hoofd letters gedrukt: ”LANG LEVE BIGOT! ”

(wordt vervolgd)

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.