Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
16 april 2016, om 20:26 uur
Bekeken:
250 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
209 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De Grote Drie naoorlogse schrijvers, Mulisch, Hermans en Reve"


De Grote Drie naoorlogse schrijvers, Mulisch, Hermans en van het Reve waren net zoals U geen bewonderaars van Vestdijk?

 

Hermans vond Vestdijk niet een auteur van een belangwekkend oeuvre.Mulisch oordeelde gema tigder en van het Reve zei humoristies dat als je bij Vestdijk van voren drukt er van achteren een kassa bon in de vorm van een roman uit komt.Volgens Maarten ’t Hart kon Vestdijk al helemaal niet schrij ven.Ik vond zijn stroeve, cerebrale taalgebruik, ver wijzend  naar de tachtigers nogal ouderwets en vaak erg  moeizaam te lezen.Slauerhoff,Marsman,Ter Braak, Du Perron,ze waren na de oorlog allemaal overleden,alleen Vestdijk was van die generatie nog over.Als je als auteur of kunstschilder maar lang genoeg blijft leven komt de roem vanzelf wel.Zeker in Friesland.Vestdijk leefde in een isolement.Ik denk dat Martin Hartkamp pijp rookt omdat Vest dijk ook pijp rookte.Je hebt in Leeuwarden een aardig café en dat heet De Koperen Tuin,maar de terrasbezoekers hebben geen idee waar die naam op slaat,laat staan dat ze het boek van Vestdijk hebben gelezen.

De ondertitel van “Sint Sebastiaan” van Vestdijk is:”De geschiedenis van een schijntalent” en al op de pedagogiese akademie als leergierige jongeman dacht ik,verdomd,dat slaat op Vestdijk zelf.

“Surrogaten voor Murk Tuinstra” van boven genoemde auteur eindigt met het stenen gooien van de auteur.

Henk Romijn Meijer klaagt in “Toen Reve nog van het Reve was,” (Uitg. Joost Nijsen,Amsterdam 1985) dat klasgenootjes zijn bril stuk gooiden met stenen en wie weet waren het dezelfde stenen als van Vestdijk.Persoonlijk zou ik de bril van Henk R. Meijer zelfs nu nog wel eens stuk willen gooien.

 

Doeschka Meijsing categoriseert de Nederlandse literatuur aanhangers in twee kampen:W.F. Her mans aanhangers en daartegenover Vestdijk adepten.

 

Niemand leest Vestdijk meer zoals ik in de zestiger jaren al verwachtte en Hermans zal altijd wel gele zen worden.Zoals U weet behoor ik sinds 1975 tot het W.F. Hermans kamp.

 

Die andere ex-Amsterdammer W.F. Hermans had net als U een grote weerzin tegen Groning ers, maar U bovendien ook nog tegen Friezen, Drenten en Rotterdammers?

 

Niet alleen tegen Friezen maar verder eigenlijk tegen alles en iedereen.Drenten, Limburgers ,Braba banders, Haarlemmers, Beverwijkers, IJmuidenaren, Rotterdammers, Haarlemse kunstenaars, E.O. aanhangers, Marion Truttke, prof..Dr. Ouweneel en  noem maar op.U kunt het zo gek niet bedenk en.Soms denk ik ook wel eens:had de mensheid maar één grote kop,dan hakte ik die er gelijk af,dan waren we van heel wat problemen af,weet U!

 

In 1951 neemt W.F. Hermans het op voor de magies realistiese schilder Carel willink in zijn essay “De lange broek als mijlpaal in de cultuur” in Podium.

 

Willink spreekt zich samen met Hermans uit tegen de experimentele schilderkunst.(Zie:”Verijdelde Dromen” van Hans Renders,1989 Joh. Enschedé en Zonen,Haarlem,ISBN 9070024616,Hoofdstuk 11)

Hermans noemt de experimentele schilderkunst experimenteren Ins Blaue hinein.Hoe meer Appel en de zijnen zich profileerden,des te feller zette Hermans zich tegen hen af.

 

U heeft wel enige sympathie voor Hermans affiniteit met het surrealisme,maar zegt dat zijn beeldend werk,voornamelijk collages,in kwalita tief beeldend opzicht  ver onder de maat is.

 

Niet alleen zijn z’n collages  inhoudelijk zowel als formalisties slecht,maar ook zijn fotos zijn niet meer dan soms goed geslaagde amateurkiekjes en als U mij niet gelooft dan moet U maar eens de mening van fotograaf Ed van der Elsken er op na slaan wat Hermans fotografiese kwaliteiten betreft.Hermans zou Hermans niet zijn als hij de mening van Ed van der Elsken niet had gepareerd met er op te wijzen dat de door van der Elsken geschreven bijschriften bij diens fotos ver onder de maat waren.Ik vind dat beiden gelijk hebben.Veel auteurs denken dat zij een dubbeltalent in huis hebben,maar ik ken ze niet.Cremer is een even slecht schrijver als schilder (en waarom W.F. Hermans indertijd Geert Lubberhuizen van de Bezige Bij Cremer heeft aanbevolen als uit te geven auteur is mij een raadsel),Claus bakt er picturaal ook niet veel van en over de beeldende uitingen van Wolkers kunnen we beter zwijgen.

Lucebert is een geheel ander geval.In veel schilderijen een interes santer schilder dan welke Cobra schilder ook en een groot dichter.Ik hoorde van de Amsterdamse kunst schilder Martineau,die zoals zo veel manlijke beel dende kunstenaars (o.a. Rik van Bentum, volgens Jan Cremer) graag dameslingerie en een jurkje aan trekken,dat Lucebert indertijd met Appel op trok en aanbood om diens schilderijen van dichtregels te voorzien,maar de uiterst commerciële Appel wimpelde dat af,die wilde eerst zien of het wel zou verkopen.

Martineau is op reis geweest met Lucebert en om de vijftig meter dook Lucebert dan een kwartier een greppel in om met een stompje potlood weer een gedicht neer te krabbelen.Het werk van Martineau is erg oppervlakkig en hier en daar van Francis Ba con gejat,maar zoals ik U vaker heb gezegd; Neder landse kunstenaars zijn net de Japanners van Euro pa.Groot in namaak.Wat wilt U ook met de bewo ners van een kleurloos transitoland?

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.