Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 april 2016, om 14:24 uur
Bekeken:
226 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
158 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Onlangs ontmoette ik op een Brocante weer eens..."


Onlangs ontmoette ik op een Brocante weer eens een Hollandse beeldende kunstenaar en dat is doorgaans pech onderweg. Een klein, vroeg kalend, druk doend, gezet heerschap van het pyknische tiepe met, zoals gangbaar onder hier gevestigde kunstartiesten, een grote mond waarvan het volume omgekeerd evenredig is aan zijn talent.
Een paar jaar geleden bezocht hij mijn eenmanstentoonstelling in La Chapelle St. André met zijn onbenullig ogende, onopgemaakte echtgenote die een klassieke parelketting om haar nek droeg en gekleed in een grijs tweed pakje door het leven schoffelde.
Zij waren bevriend met het edele echtpaar Boonstra uit Créantay dat me indertijd bezwo-ren had om in de Niévre wonende Hollanders tegen mij op te zetten omdat fotograaf Boonstra mijn werk als “het meest verschrikkelijke dat hij ooit gezien had” beoordeelde en verkondigde “geen concurrentie” te dulden op zijn grondgebied. Hij was concurrentie-expert en zou mij in “onberispelijk Frans” bij de burgemeester van Couloutre en St André aanklagen. Mijn Nederlandsse tekesten zouden in juridisch opzicht strafbaar zijn, snorkte hij. Voegde er aan toe: “In Franrrkijk bestaat geen vrijheid van meninsuiting dus ik geef je aan”.

Voor wat hij mij zou aangeven was niet duidelijk. Ik zag wel dat Boonstra in zijn opperste artistieke vrijmaking stomdronken was en dat midden op de dag. Zelfs voor Fransen een uitzondering.Afgelopen zondag sprak ik de echtgenote van de burgervader van St André nog even tijdens een openening van een expositie van Franse schrijvers in een galerie. Ze gaf toe dat veel kunstenaars zich uit jaloezie misdragen tijdens openingen van andere Nederlandse kunstenaars.

En Boonstra kon het weten als expert dat mijn werk ‘waardeloos was en het slechtste dat hij ooit had gezien’ want hij schreef tot 1996 vrijblijvende niet ter zake doende inhoudelijk niets zeggende kunstkritiekjes in Elseviers Magazine, een flutblaadje dat onder Ferry Hoogendijk rechtser was dan de Telegraaf. In 1996 veranderde Elseviers Magazine onder het hoofdredacteurschap van Spoor in een serieus blad naar model van Der Spiegel en Boonstra vloog als één van de vele toenmalige lichtgewichten de laan uit.

Ik kwam het Hollandse artistieke schilderende dikkerdje M. die zich architect noemt enkele malen tegen. Een ex-leerling van de Minerva akademie is de bolle M. echter en geen architect. Hij is bevriend met het Engelse echtpaar Jane en Lee W., twee werkelijk talentvolle kunstenaars uit Clamecy en M. vindt het op vermakelijk wijze bezwaarlijk dat ik daar min of meer regelmatig op prettige wijze contact mee heb.
Nu mag iedereen zich uiteraaard beeldend kunstenaar noemen met als gevolg twintigduizend dames en heren die zich net als M. met hun creatieve buurthuishobby bezig houden. Soms gekleed in kleurige lappen met oppervlakkige hippie filosofieën over het boeddhisme, “Gaja godin moeder aarde”, “God als vrouw” , het “lesbisch anarchisties kosmies feminisme” doorgaans gekoppeld aan een vrijgevochten levenstijl zoals gangbaar in de provincie in Nederland.
Niets op tegen. Van mij mogen ze. Het heeft een grote aantrekkingskracht op journalisten van een laag allooi en levert een wirwar van totaal uiteenlopende werelden met maar één kenmerk; gebrek aan kwaliteit.
Een klein aantal van deze would be kunstenaars hoopt op een bestaan als arrivé in het circuit van overheidssubsidies in de vorm van: reisbeurzen, werkbeurzen, projectbeurzen, expositie subsidies en zullen weinig moeite doen om een kring van particuliere kopers en geïnteresseerden te vinden. Zij maken bij voorkeur werk dat imitatie is van de grote internationale voorbeelden, want Hollandse kunstenaars zijn de Japanners van Europa; groot in namaak, klein in originaliteit.

Beeldende Kunst en beeldende kunstenaars in het bijzonder is geen officieel erkende categorie medelanders en een diploma Rietveld academie garandeert niets en is niet meer waard dan het papier waar het op gedrukt is.
Dikkerdje M. maakt schilderijen die een slechte imitatie zijn van het abstract expresssio-nisme met een vleugje Picasso. Het doet denken aan de commerciële inhoudsloze doeken van Corneille en zijn kornuiten.
Ik ging de cv van onze artistieke dikzak eens na. Rietveld academie afdeling grafisch ontwerpen en architectuur.
De Rietveld academie kent een richting Architectonisch Ontwerp, maar leidt niet op tot architect, zoals de dikbuikige M. in zijn CV zich meent te moeten afficheren. Als ik zijn slechte schilderijen zie, die in elk opzicht falen, wat compositie, persoonlijke visie, en materiaalgebruik betreft vrees ik het ergste voor wat zijn grafische vaaardigheden betreffen alsmede zijn architectonische talenten en inzichten.  De inrichting van zijn Franse huis doet het ergste vrezen.
Na zijn kunstacademie periode werkte M. op de tekenafdeling van een niet nader genoemd architectenburo om na vier jaar te vertrekken met een zeilboot om als romanticus de echte wereld als kunstenaar duchtig te gaan verkennen.
Ook hier kwam snel een eind aan. De wereld bleek een maatje te groot voor de kleine kunst artiest, die besloot een pension te gaan beginnen in de Bourgogne.
Geen bijster origineel idee want velen gingen hem voor. Een kunstartist moet per slot van
rekening ergens van eten.
Gisteravond bekeek ik zijn in het Nederlands gestelde wervende website. Zijn verhuur mogelijkheden zijn beperkt, de prijs aan de hoge kant voor het gebodene.
Wie de interieurfotos van het door de kunstartiest gedreven pension bekijkt vermoedt al bij de eerste blik dat het met de architectonische talent van de artiest droevig is gesteld. Goedkope keukenkastjes van spaanplaat en verder simpel materiaal afkomstig van plaatselijke bouwmarkten.
Zo komt kunstenaar Splinter nog eens door de winter. Uit pure noodzaak is hij er op gericht op eigen benen te staan want verder dan het circuit van provinciale achteraf galerietjes en uitleen centra voor beeldende kunst zal zijn werk nooit komen. Een commerciële kunst van de meest bedroevende soort en terecht genegeerd door musea.
Het is kunst die het in de Viva en Elegance goed doen, want aan dit soort werk ontbreekt iet wezenlijks en dat zijn oorspronkelijkheid, eigen visie en artistieke ambachtelijke vaardigheden. Niet voor niets kiest dit type artiest voor navolging van expressionistische en abstracte stijlen, graag kakelbont, want dan komen de gordijnen en het behang beter uit, voor zover het bij de bank past. Kunst die in interieur- en meubelzaken veelvuldig te zien is.
Navolging, bloedloze, inhoudsloze, gedachteloze navolging van de Grote Voorbeelden. Het gebeurt op een grote schaal door de dames en heren kunstenaars.
Het valt eigenlijk onder de imiterende kunstnijverheid van een laag nivo.
In enkele gevallen valt er een prima boterham mee te verdienen. In de jaren zestig schuimde een Amerikaan met slecht gemaakte abstracte kunstwerkjes de terrassen van Rembrandtplein en Leidseplein af en afficheerde zich als “miskende New Yorkse kunstenaar” in het gangbare uniform van de kunstenaar van toen: als post beatnik op blote voeten (bare footing, man!) , versleten spijkerbroek, half open spijkerhemd, lang haar en een baard, want dit cliché kunstartiest moet op een kilometer afstand herkenbaar en te ruiken zijn. Voor slechts 25 gulden smeerde hij de terrasgangers een “magistraaal kunstwerk dat veel waard zou worden na zijn dood” aan. Menigeen trapte er in zoals een mij bekend onbenullig actricetje, dat indertijd als actrut en actreutel bij Studio werkte.
Om de hoek van het Rembrandtplein in de Utrechstestraat, een paar straten verder op stond de sportwagen van de “beroemde berooide New Yorkse artiest”.
Ik heb hem kort gesproken indertijd op een terras aan het Rembrandtplein.

De kakelbonte slechte schilderijen van A. zijn voor niet-kenners van een decoratief karakter, geschikt voor kantoren en interieurs van de burgerman. Dit tiepe kunstenaar houdt zich verre van moeilijker te interpreteren kunst. Wat ontbreekt aan de geestloze werkjes is oorspronkelijkheid, persoonlijkheid van de maker en vooral een evident gebrek aan talent.
Vaak presenteren deze weinig interessante kunstnijveraars van dit tiepe zich door hufterig gedrag, moreel los geslagen waarden, onbehouwen persoonlijkheden, zoals voornoemde schilder en pensionhouder M., die meent door dit gedrag de erfenis van de 19-e eeuwse artistieke bohème van weleer te moeten imiteren. Heeft hij op het kunstschooltje geleerd.
Deze categorie kunstnijverklodderaars wordt in Nederland bevolkt en aangevuld met met tweederangs acteurs, schrijvers, zangers, vrouwen van politici of rijke zakenlieden en popmusici van middelbare leeftijd, waarmee het grote publiek zich kan identificeren. Ik denk hierbij aan de non valeurs Herman Brood, Jan Cremer, Jeroen Krabbé, Patty Harpeneau, Dennis Hopper, Jan Wolkers, Janneke Brinkman, Marte Röling en Ans Markus. Voor hen is een markt te vinden onder een proletarisch, plat, oppervlakkig P.C. Hoofstraat publiek -te bruin en te goud- dat de Privé en de Story verkiest boven literatuur. Elk dorp en stadje in Frankrijk kent soortgelijke kunstnijverheids producenten.

Over deze advertenties

Enkele van je bezoekers kunnen hier af en toe een advertentie zien

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.