Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 april 2016, om 09:39 uur
Bekeken:
268 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
148 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Rare, enge types, die mislukte kunstartiesten...."


En wat een rare, enge, ongewassen tiepes allemaal bij elkaar in dat artiestenplantsoen!
augustus 30, 2014

En wat een rare, enge tiepes allemaal bij elkaar in dat artiestenplantsoen was mijn conclusie bij de eerste confrontatie met de subsidie slikkers, die voor het overgrote merendeel kampioenen waren in het verkrijgen van financiële steun voor minieme tegenprestaties.

En toen ik die winterdag begin februari 1966 had gedebuteerd in kunstcentrum De Ark te Haarlem ben ik natuurlijk gelijk dol enthousiast met opgestoken armen en open gulp het kunstzinnige artiesten plantsoen in gewandeld.
Vol verwachting klopte mijn hart. Want daar zou het te vinden zijn.
Wat? De tolerantie, het wederzijds respect, de hulpvaardigheid en weettikveel wat nog meer wel niet.
Nou, dat was het dan.
Dàt viel me even tegen! Luitjes gehuld in mouw- en reversloze jasjes uit opoe Perzische kleedjes gemaakt, met voornamelijk een teveel aan soul en een te weinig aan body!

De griezel liep je over de grazzel! Weken ongewassen, ook dat nog en de guitaar tot diep in de zwetende, ongeschoren oksel en maar die liedjes nazeuren op de nasale toon van Bob Dylan dat het antwoord in de wind ligt.
Toch al een en al geneuzel die rare zestiger jaren.
Om te beginnen; door wat een rare en enge tiepes werd dat artisten plantsoen bevolkt. En van die verstikkende, verbrande dennenbomengeur van de Afghaanse of vettige Rooie Libanon moest ik ook niet veel hebben, daar kreeg ik het al van op mijn longen, nog voor mijn half geopende hartstochtelijk bevende lippen het mond filter van een stick had nat gemaakt, dus dat werd ook al niets. Ik had te weinig aanleg voor verslaving.
De lang harige, mooie Aletta te R. heeft met haar volle cups mij in 1966 toen in de wereld van de soft drugs geïntroduceerd, maar het was gewoon mijn wereld niet helemaal.
Ik werd er behoorlijk aanminnig van en ook wat slaperig. De op maximaal volume gedraaide LP Highway Sixry One en daarna Crossroads van John Mayall in het atelier van Jan van der Meer hielden mij enigszins bij de tijd.
“Van de frisse!” zei ik herhaaldelijk en sloeg haar tuchtig op haar billen, dan schoot de stick vanzelf uit haar aangename mondje. Daar snakken de hippe vrouwtjes naar. Mijn interesse lag bij de drie Emmetjes: moorden, martelen en marcheren. Duistere driften in mij dwongen mij leuke vrouwen in lingerie vast te binden om daarna met zweep, riem en feestartikelen uit de sekssjop mee aan de gang te gaan. Uren lang tot in het twaaduuster.
Billenkoek! In die dagen moet mijn SM hang up zijn ontwaakt en ook dat dragen van dameslingerie, dus prefereerde ik al snel de eroties dominante hetzij onderdanige vrouw als AC/DC Switch en dat is nooit meer over gegaan!

Een koninkrijk voor een Meesteres dus, een continent voor een lust slavin. De kenner weet waar ik op doel en heeft aan minder dan een half woord genoeg. Ik doeld an op de letters SM. 
Ik ben toen maar jarenlang karate gaan doen tot 1995, om eens flink uit te delen, daar ga je gezond van denken. Rammen en beuken. Mijn relatie tot de vaderlandse kunst, in het bijzonder ‘t realisme, is miniem. Toch zit ik geramd en gebeiteld dankzij mijn geniale talenten.
Ik onderhoud alleen geen contact meer met de zich 'Peetmoeder van het realisme' noemende, de eens zo prettig uitziende, blonde Janna van Zon, die lang niet dom is maar ook niet bijzonder intelligent, niet zoals Fred van der Wal dus en in de briefwisseling met mij een heel persoonlijke, sympatieke schrijfstijl heeft.
Daarom waardeerden wij elkaar ook zo. Het was leuk zo lang als het duurde.
En dat zal ik niet zo gauw zeggen in kunstenaarsland, want van complimenten kan de kachel niet roken.
Toch zal ik de ander nooit om niet zo maar met emoties bespatten en besmeuren. Er moet een reden voor zijn.

En verder onderhoud ik met personen uit het realistiese veld in de kunst geen relatie, zeker geen intieme met al die ziektes van tegenwoordig die schering en inslag zijn vandaag de dag.

Ik ben trouwens- en dat vind ik toch wel heel belangrijk- geen modern eigentijds dus gesubsidieerd beeldend kunstenaar- maar een kunstschilder.

Het ambacht dus. En dat behoort tot een geheel ander tiepe dan die druiloren die van de Rijks akademie af druppelen.

Want je kunt toch zonder gerede twijfel stellen dat de Moderne Beeldende Kunst tot stand komt om louter therapeutiese redenen. Het kunstenaarsplantsoen wordt bevolkt door bklagenswaardige psychiatrische gevallen. Suicide kandidaten met duistere driften.

Kijk maar naar de resultaten die in het museum of de galeries hangen, dan denk je toch al gauw; ziek zijn beter worden, om met dokter van Swol te spreken.

De twintigste eeuw is in de kunsthistorie een betreurenswaardig terminaal ziektegeval. Maar ik heb weet van een oplossing : Ausradieren.

Ik ben die Friese gepensioneerde tekenleraar Jan van Loon niet. Je merkt het gelijk. Als een door-sneemens in therapie gaat, dan wordt zijn ganse horizon in beslag genomen door zijn of haar thera-peut.

Een zwaktebod. Ga maar eens te rade bij de aangenaam ogende psychologe mevr. drs. L. te O. Een echte vakvrouw. Geen wilsbeslissing van de patiënt is meer mogelijk zonder eerst een consult te hebben afgelegd bij dat leuke, aanminnige blondje waar ik beslist geen ochtendbeschuitje mee wil knappen, ook niet als ze  aan mijn exclusieve seksjuwelen SM habits tegmoet wil komen want in recht op en neer zie ik toevallig niets meer, voor zover ik nog iets zie tussen de klamme lappen. Het is bij mij altoos Stommetje Onder De Dekens. Treurnis alom meestal. Ik raak verward in de gehaakte beddensprei met mijn pientere pookje. Ik zie ‘t toch aan mijn geestelijk gehandicapte zuster met haar paranoeide waanideeën. Ik heb er wèl diepe compassie mee.

Ik kan ook nooit zeggen tegen iemand die in therapie loopt; “Guttegut, meid, wat ben jij d’r toch van opgeknapt!”

Eerder het tegendeel. Nu zijn therapeuten minsten zo geschift als hun patiënten. Ze hebben baat bij de patiënt zo lang mogelijk aan het lijntje te houden en weten waar ze het over hebben. Hun doel? De piet met poen vullen. Die therapeuten zijn allemaal zo gek als een draaideur. Waar je mee om gaat word je door besmet.

Het is een symbiose. Dat is net zo iets. En wanneer je met een beeldend kunstenaar praat wordt zijn ganse horizon in beslag genomen door het eigen, onbenullige egootje en de beeldende kunst beoefening.

Hij leeft voor de kunstbeoefening, is meer dan 24 uur kunstenaar, terwijl ik gewoon tussen twee lachbuien door een schilderij maak of een stuk schrijf.

Ik schilder en schrijf omdat ik leef, dat is ook héél iets anders. Ik geloof en daarom zing ik en sta daarmede zo anders in het volle leven. Het is voor mij geen doel, maar een middel om mijn overmaat aan vrije tijd zin vol te vullen.

Linkse cultuurliefhebbers zoals dat salon socialistische warhoofd drs. H. v. S. te A. nemen mij dat hoogst kwalijk, maar wat presteert deze meneer zelf eigenlijk op cultureel gebied met zijn vrijblijvend baantje bij de E.O. waar hij ruzie kreeg met het bestuur en er uit getrapt is? Ik heb niets met gereformeerden en toen ik een jaar of tweeën twintig was, eind 1964, van uit mijn ooghoeken eens goed krities gekeken naar mijn toenmalige streng griffermeerde vriendin, die gelukkig geil als boter was en daarna naar de wereld, die in de sixties steeds vrolijker werd en toen weer naar mijn vriendin schrok ik mij een ongeluk, riep Gotsalmetruttenbollen nog an toe en dacht toen: “Gotsalmeliefhebbe! Sodejuu, wat heb ik nu aan mijn achterbumper hangen! Om daar de eeuwigheid mee door te moeten brengen, nou nee, mag deze beker aan mij voorbij gaan?”

En dat smeekgebed is door de Heire der Heirscharen verhoord, gotzijdank, want ik moet er niet aan denken mijn leven lang te slijten voor de klas ener fijn gristelijke randdebielenschool met den Bijbel te Schubbenkutten-Nijeveen in Drenthe. Daar zeg ik als normaal denkend gevoelsmensch met krachtige stem op: Kut met krenten!

Ik heb toen gezegd in 1964; dat schilderen lijkt mij nog eens een fatsoenlijke broodwinning en je stond toen ook hoog in aanzien bij leden van de vrouwelijke kunne als je jezelf een artistieke uitstraling met lang blond haar en een omfloerste mysterieuze blik in de melacholieke ogen aan mat.

En dan bedoel ik natuurlijk niet het cultiveren van zo’n lange bef baard zoals die Sinterklaas uit Westeremden Henk Helmantel, want die gaat daarmede de kant op van de haatbaarden. Alsof dat zo leuk is!

Dat was me een zware tijd in het begin, want ik had geen cent te makken en geen nagel om mijn gat te krabben. Ondanks mijn zeer vermogende miljonairs familie!

Het plestik boterhammenzakje was dan wel net uit gevonden, maar die droeg ik niet over mijn sokken omdat mijn soldatenschoenen lekten. Ik kon de reparatie van mijn halve zolen niet eens betalen en ook geen boterhammenzakjes bij de Vana. Ik liep gewoon monomaan mompelend door, verlicht door de eenvouds aller waat'ren der rust. Hele einden door het Vondelpark. Het regende toen ook constant.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.