Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
13 april 2016, om 23:17 uur
Bekeken:
387 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
181 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De vloek van de inquisiteur"


Het is alweer een hele tijd geleden dat ik iets gepost heb. Dit verhaal was oorspronkelijk gemaakt voor een schrijfwedstrijd maar is verder nooit gepubliceerd geweest. Veel leesplezier!

 

 

 

 

Iedereen was bang. Bang voor verraad door je buren, door je familie, door kinderen, door geestelijken, niemand was veilig voor de angst. Zodra je werd beschuldigd van hekserij was het over. Ikzelf ben ook bang voor zo’n beshuldiging. De heksen jachten waren alleen maar erger geworden. Sinds 1450 werden mensen steeds  banger en dit veroorzaakte chaos en valse beschuldigingen. Deze hekserij of ketterij was een van de ergste misdaden die een persoon kon begaan en werd dan ook zo behandeld. Na het jaar 1470 werd dit alleen maar erger, de pest en dood zwaaide zijn donkere handen over Europa en doodde velen, maar op 5 december 1484, twee jaar geleden, vorderde Paus Innocentius VIII de Bul Summis Desiderantes Affectibus in. Hierin stond dat de inquisiteurs, die voorheen op ketters joegen, nu onvoorwaardelijke steun moesten krijgen voor hun jacht op heksen. Sindsdien is de angst echt toegeslagen onder de mensen. In korte tijd heb ik zeker al 20 mensen, die wellicht onschuldig waren, zien branden op de brandstapel. Ik herinner me hun kreten en de stank van hun verbrandde vlees en het aangezicht van hun verkoolde resten. Maar als je niet kwam kijken was jij wellicht de volgende. Het gedrag van de andere dorpelingen verafschuwde me. Ze riepen hen vreselijke dingen toe en gooide met rottend fruit of beschimmeld brood. Hun kreten van onschuld waren tegen dovemansoren gericht. Zij kregen nog niet eens laatste wens. Hun  daden werden omschreven als ‘’te verschrikkelijk om voor het grote publiek te noemen’’. De mensen waren hierdoor doorgeslagen en begonnen hun tirade. De ogen van de , voor mij onbekende vrouw, stonden wijd open in paniek en angst en deze werden alleen nog maar wijder toen de stapel hout onder haar voeten werd aangestoken. De lucht vulde zich daarna snel met rook en haar kreten. Ik keerde me af toen het afgelopen was en keerde als een van de eerste weer terug naar huis. Het ergste was nog dat ze zoveel heksen hadden gevangen dat er morgen weer een executie op de agenda stond. Ik sloot mijn ogen en nam een diepe teug van de zuivere lucht van het platte land. Ik woonde alleen in mijn huis aan het rand van het bos, omdat het te groot was om in mijn eentje te bewonen heb ik er na lang over na te denken een herberg van gemaakt voor vermoeide reizigers. Ik bond mijn schort weer voor en begon met het schoonvegen van de stenen vloer van de herberg. Op het moment verbleven er maar drie gasten in het hotel, voornamelijk door de zware regenval van de laatste tijd. De regenval had gezorgd voor aardverschuivingen waardoor verscheidene wegen onbegaanbaar waren.

‘’iden! Bier!’’ Een man met een donker bruine snor nam plaats aan de bar.

‘’Komt eraan.’’ Ik vulde een pul met donker bier en schoof het naar hem toe.

‘’Zet maar op de rekening, Iden.’’ Ik knikte en zette een streepje op een stukje perkament met de naam Anghus.

‘’Iden, heb je nog wat van dat heerlijke zwijn van gisteren?’’ ik knikte en liep naar achteren. Het zwijn dat ik iedere dag bereid aan het spit is een specialiteit van het huis. Vele wilde hier alleen al overnachten voor het zwijn met aardappelen. Ik schepte een houten kom vol met het zwijn en de aardappelen.

‘’Alsjeblieft Anghus.’’ Ik gaf hem het bord en vulde het bier bij.

‘’Van het huis’’ met een glimlach gaf ik hem de nieuw gevulde pul.

‘’Jij bent veel te goed voor je klanten Iden!’’ zei hij terwijl hij zijn mond vol met het zwijn propte.

‘’Zo houd je de klanten tevreden.’’ Ik pakte de bezem weer op en ging verder met het vegen van de vloer. De deur sloeg open met een klap en de twee andere klanten kwamen binnen. Ze zwaaide van rechts naar links op hun benen en hun wangen en neus waren rood bevlekt.

‘’Dat noem ik nog eens een executie!’’ lachten ze allebei.

‘’Iden, bier!’’ gilde ze terwijl ze voorzichtig naar de bar schuifelden. Ik slaakte een gefrustreerde zucht en nam plaats achter de bar.

‘’Willen jullie ook wat te eten, jongens?’’

‘’Natuurlijk, dat zwijn van jouw kunnen we niet versmaden!’’ grinnikte ze en meteen doken ze met hun neuzen in de pul gevuld met bier. Anghus was duidelijk oncomfortabel met hun aanwezigheid. Ik schoof twee volle borden hun richting op.

De rest van de dag was het rustig en in de avond werd het wat drukker. Het is wel een voordeel om een herbergier te zijn. Ik ben altijd op de hoogte van wat er zich in het dorp afspeelt. De deur zwaaide open met een geweldige klap en twee mannen in dikke capes stapte naar binnen. De mensen die normaal het luidste waren werden stil nu iedereen naar de twee indringers keek en de spanning rees tot een toppunt in de kamer. Hun capes waren drijfnat van de stortbui die een paar uur geleden was begonnen.  De grootste van de twee liep naar voren terwijl de andere aan een tafeltje in de hoek liep.

‘’Twee wijn en twee grote borden van uw specialiteit.’’ Zijn stem was zwaarder dan ik had gedacht. Hij sloeg zijn hand op de toonbank en liet twee gouden muntstukken achter.

‘’dat is teveel, heer, wilt u het overige terug of blijft u voor een overnachting?’’ Vroeg ik zo beleefd mogelijk. Hij leek me aan te kijken maar antwoordde niet.

‘’heer?’’ vroeg ik nog een keer.

‘’Laat het zo maar’’ zei hij en draaide zich plotseling om en nam plaats tegenover zijn metgezel. Een koude rilling liep over mijn rug, ik hoopte dat deze twee snel weer vertrokken. De andere gasten in de herberg draaide zich weer terug en langzaam begon het lawaai de kop weer op te steken. Ik pakte de muntstukken op en stopte ze in het voorzakje van mijn schort. Ik vulde twee grote pullen en vulde de twee borden wat meer dan normaal. Toen ik de bestelling naar hun tafel kwam brengen hielden ze plotseling hun mond. Opnieuw liepen de koude rilling over mijn rug terwijl ik hun bestelling op de tafel plaatste.

‘’Ik hoop dat alles naar wens is, en zo niet dan hoor ik het graag.’’ Ze gaven beide een kort knikje en begonnen te eten.

 

Het was al laat op de avond en bijna iedereen was al terug naar huis gegaan of lagen hun dronk op de grond uit te slapen. Over een paar minuten zal ik ze eruit trappen, dacht ik bij mezelf. De twee mannen van voorheen zaten nog steeds aan de tafel, aan hun tiende bier al, en ze bleven in fluisterende tonen tegen elkaar spreken. Ik veegde de tafels af en schopte de laatste dronkaards naar buiten.

‘’Heren, ik ga nu sluiten, als jullie willen overnachten maak ik een kamer klaar?’’ vroeg ik. Ze keken me aan alsof ze een inschatting maakte en stonden toen op.

‘’Bedankt voor uw specialiteit.’’ Zei de man die voorheen had betaald.

‘’Geen probleem, daar ben ik voor.’’ De man sloeg een ander muntstuk op de tafel en ze verlieten toen beide de herberg. Maar de gevolgen van dit bezoek had ik nooit kunnen voorzien. De daaropvolgende dagen werden er meer heksen veroordeeld tot de brandstapel en ik ging naar iedere executie. Mijn herberg werd met de dag rustiger en mijn vaste klanten kwamen steeds minder. Zelfs Anghus was niet meer gekomen sinds die twee vreemde mannen weg waren gegaan. Hij had s’ochtends betaald en leek sindsdien van de aarde zijn te verdwenen.  Ik zat achter de toonbank met mijn rode haar te spelen terwijl ik wachtte op een klant. Het regende de hele dag en ik verwachtte eigenlijk niet dat er ook maar iemand op zou komen dagen. Totdat de deur van mijn herberg open zwaaide en die de twee mannen van een paar weken geleden onthulde.

‘’Welkom, waarmee kan ik u van dienst zijn?’’ vroeg ik terwijl ik achter de toonbank vandaan liep.

‘’Iden de herbergier, u wordt hierbij aangehouden op verdenking van hekserij!’’ ik staarde naar de twee figuren in de deur opening.

‘’Maar ik heb helemaal niets gedaan!’’

‘’dat zeggen ze allemaal, heks!’’ de tweede man had dan toch eindelijk gesproken en de twee trokken hun zwaarden.

‘’dit kan op de civiele manier of op de onze’’ gromde de eerste. Mijn hart klopte zo hard en het bloed raasde zo snel door mijn oren dat ik hem nauwelijks had gehoord. Ze grepen me bij mijn schouders en duwde me voorwaarts. De tweede bracht twee zware handboeien naar mijn handen en ketenden ze vast.

‘’probeer ons maar niet aan te kijken, of een van je andere trucjes want we hebben je door!’’

‘’maar u moet me geloven als ik zeg dat ik onschuldig ben!’’ riep ik uit.

‘’Dat zeggen ze allemaal in het begin’’ bulderde de ene.

‘’Maar na de ondervraging geven ze altijd toe’’ grinnikte de andere terwijl ze me de koude regen in duwde. Mijn wereld stortte in, in minder dan drie seconden. Zodra je was opgepakt voor hekserij was het bijna zeker dat je op de brandstapel zou belanden.

Ik werd door het dorp geleid. De twee mannen zaten op hun paarden, een touw vastgebonden om mijn ketenen en zo nu en dan gaf hij een gemene ruk aan mijn armen. Ik werd naar de kerkers geleid. Mijn hart bonsde zelfs nog harder dan daarvoor en ik was bang dat hij uit mijn borst zou komen. Het kasteel dat we binnen gingen was enorm maar veel kreeg ik er niet van te zien omdat ik meteen naar de kerkers werd geduwd. Toen ze de kerker deur openden sloeg de verschrikkelijke geur van bloed me bijna letterlijk om de oren. Zelfs nu nog echode er kreten van de muren.

‘’nog een?’’ een van de wachters kwam dichterbij. Ik herkende hem, hij at vaker in mijn herberg.

‘’Iden?’’ hij keek verbaasd voor een klein momentje maar zijn gezicht veranderde plotseling in dat van een monster.

‘’ik had het kunnen weten, dat zwijn was te lekker om niet behekst te zijn!’’ schreeuwde hij. De andere twee grinnikte.

‘’Ze zal verhoord worden, maar sinds haar naam is genoemd zal dat niet veel meer uitmaken.’’ Pas nu drong het echt tot me door. Ik zou worden verhoord, gemarteld en gedood.

‘’Ik heb niks gedaan! Echt niet!’’ tranen stroomde over mijn wangen.

‘’Bewaar je tranen maar, die zul je nog nodig hebben tijdens het vragen voor genade aan God!’’ Hij duwde me een cel in die zo donker was als de nacht. Ik kon niet eens mijn handen voor me zien. Ik voelde mezelf misselijk worden toen de deur met een klap dichtviel en ik nu helemaal geen licht had.

‘’is daar iemand?’’ mijn stem bibberde en was twee octaven hoger dan normaal. Geen antwoord. Ik liet mijn tranen vrijelijk vloeien. Wat had ik gedaan? Ik was helemaal geen heks! Wie had mijn naam genoemd? Ging ik sterven in deze verschrikkelijke kerkers, of op het plein waar iedereen het kon zien?

Ik wist niet hoeveel uren er al waren verstreken toen de deur weer werd geopend. Ik draaide me om op mijn rauwe knieën en keek naar de wachter. Hij keek me woedend aan en greep mijn boeien en trok me omhoog.

‘’vandaag zul je vast bekennen, vieze heks!’’ spuwde hij terwijl hij me mee trok. Ik kon nauwelijks nog ademen door de angst die door mijn hele wezen kolkte. Nu begreep ik waarom die anderen hadden bekend, dit was verschrikkelijk! Hij duwde me een kamer in. De stenen waren donkergroen door de schimmel en mos en zware kettingen hingen vanuit het plafond naar beneden. Een man met een zwart masker stond naast een soort kachel met poken in het vuur. Hij draaide zich om zodra we binnen kwamen.

‘’laat haar bekennen’’ de wachter zei terwijl hij me zowat naar voren wierp. De beul zei niets terwijl hij mijn geboeide armen vastpakte en bevestigde aan de ketenen boven mijn hoofd. Alstublieft, ik heb niets gedaan, ik ben onschuldig!’’ riep ik uit.

‘’jouw naam is Iden?’’ vroeg de beul.

‘’ja, maar ik ben onschuldig!’’

‘’dat vroeg ik niet! Jouw naam is genoemd in een van de vorige overhoringen en wij zullen weten wat jou misdaden zijn!’’ hij greep een mes en sneed de bovenkleding van mijn lijf.

‘’wil je al iets bekennen?’’

‘’ik heb niets gedaan!’’ schreeuwde ik wanhopig terwijl hij naar het vuur liep en er een hete pook uit haalde.

‘’weet je dat zeker?’’

‘’Heel zeker!’’

‘’Dat zullen we nog wel zien’’ Hij duwde de rood gloeiende pook tegen mijn witte huid van mijn buik en duwde hard. Het sissende geluid bereikte mijn oren en de pijn was overweldigend. Ik schreeuwde en probeerde to ontsnappen aan de gloedhete pook. De beul trok hem weg en dumpte hem weer in het vuur. Hij pakte een tweede en duwde deze iets hoger tegen de huid die mijn ribben moest beschermen. Dit deed zodoende zelfs nog meer pijn!

‘’Beken!’’

‘’ik heb niets te bekennen!’’ schreeuwde ik, terwijl ik mijn ogen dichtkneep tegen de pijn. Hij draaide zich weder om en gooide de pook in het vuur. Hij trok aan de ketenen en hees me zodoende omhoog dat ik nog net op mijn tenen kon staan.

‘’We zullen zien hoe lang je dit uithoudt.’’

Ik moest constant ruilen tussen het op mijn tenen staan en het hangen aan mijn armen. De verbrandingen van hiervoor stonken verschrikkelijk en er waren verschrikkelijke blaren ontstaan. Elke keer als ik bewusteloos dreigde te raken gooide ze een emmer met ijskoud water over me heen, dat stonk en zorgde dat mijn lichaam oncontroleerbaar begon te trillen.

‘’wil je al bekennen?’’ vroeg hij.

‘’Ik heb niets te bekennen!’’ riep ik terwijl mijn tanden op elkaar klapten. Hij greep de ketting en liet me zakken. Hij maakte me los van de ketting en duwde me naar een soort bank of bed. Ik wist precies wat dit betekende.

‘’alstublieft, ik ben onschuldig!’’ maar mijn kreten waren tegen dovemansoren gericht en hij duwde me op de bank en bond mijn armen boven mijn hoofd en mijn benen gespreid. Hij draaide aan een hendel en de bank begon zich op te splitsen. De eerste paar minuten was het te verdragen maar toen kwam de pijn terwijl hij mijn lichaam rekte.

‘’stop! Alsublieft!’’ ik probeerde weerstand te bieden maar het had geen zin.

‘’Hoelang ben je al een heks? ‘’

‘’Ik ben geen heks!’’

‘’wanneer ben je een heks geworden?’’

‘’Ik ben geen heks!’’ hij draaide weer aan de hendel en ik dacht mijn vlees te kunnen horen scheuren.

‘’waarom ben je een heks geworden? En wat gebeurde er toen?’’

‘’Ik ben GEEN heks!’’ Het zweet stroomde langs mijn lichaam terwijl ik weerstand trachtte te bieden tegen dit apparaat.

 

De martelingen gingen door en nog altijd was ik niet toegestaan in slaap te vallen. Maar de duimschroeven… de duimschroeven waren het ergste tot dan toe. De pijn in mijn duimen was onvoorstelbaar. Ik kon alleen schreeuwen en smeken.

‘’Alstublieft!’’

‘’BEKEN!’’ ik liet mijn hoofd naar achteren vallen. Ik kon het niet meer aan, de duimschroeven, het oprekken, geen slaap, de hete poken.

‘’ik beken!’’ schreeuwde ik. Hij stopte met schroeven.

‘’Je bekent!’’ de beul schreeuwde.

‘’Jij bent diegene die de regenval heeft veroorzaakt en de aardverschuivingen!’’

‘’ja’’ fluisterde ik.

‘’u ziet het’’ zei hij tegen de wachters die knikte. Ze haalde de duimschroeven van mijn bloedende vingers en namen de rest van mijn verklaring af. Ik wilde gewoon de pijn ontvluchten.

 

‘’Iden bekent schuld aan de volgende verschrikkelijkheden! Het opzettelijk veroorzaken van regen waarna aardverschuivingen zijn ontstaan. Het opzettelijk betoveren van dode zwijnen om klanten te lokken en het sluiten van een pakt met de duivel!’’ ik keek naar de hemel. Het was grijs en het werd alsmaar donkerder. De brandstapel stond al op mij te wachten. De inquisitie was er ook. Ze zaten op een verhoging en keken me vol minachting aan.

‘’De inquisitie veroordeeld, Iden, tot de brandstapel tot de dood erop volgt. Ze krijgt geen genade en zal haar marteling levend moeten ondergaan!’’ de tranen vloeide over mijn vieze wangen en mijn hart voelde stijf en levenloos. Net zoals altijd was er een grote menigte die kwam kijken. Ik zag zelfs wat van mijn klanten in het publiek. Maar ik herkende ze niet, ze keken me aan vol minachting en haat. De wachter hielp me de brandstapel op en bond mijn handen vast achter de paal die rechtop in de stapel hout stond. De wachter zelf sprong weer van de stapel af en pakte een fakkel.

‘’Laat de straf beginnen!’’ De inquisiteur ging weer zitten en de fakkel werd op het hout gegooid. De vlam likte aan het droge hout en begon zich te verspreiden. Ik keek in angst toe. Mijn voeten waren bloot. Het vuur kwam dichterbij en mijn hart begon harder te kloppen. Het begon al warm te worden onder de zolen van mijn voeten maar plotseling voelde ik iets kouds op het puntje van mijn neus. Ik keek omhoog en zag de wolken betrekken, en snel ook.

‘’Het regent! De heks gebruikt haar krachten!!!’’ schreeuwde de inquisiteur en het publiek raakte in paniek. Helaas was het vuur te groot en het begon al aan mijn voeten te likken. De pijn was witheet, zo erg dat ik niet eens kon schreeuwen. Ik probeerde mijn benen op te trekken maar de vlammen waren te hoog. Op dat moment knapte er iets in mij en ik draaide mijn gezicht naar de inquisitie. De vlammen werden groter en groter en het begon harder te regenen.

‘’Vervloekt zijt gij, die onschuldige de dood injaagt! Gij zult onze pijn tot in de eeuwigheid met u meedragen. Bloed komt op u en uw nakomelingen!’’ schreeuwde ik terwijl de vlammen al aan mijn haren likte. De inquisiteur viel achter over in zijn stoel toen een bliksemschicht door de lucht sneed.

‘’Sterf heks!’’ schreeuwde hij, angst duidelijk aanwezig in zijn stem. Ik verzamelde het laatste beetje speeksel in mijn mond en spuwde naar hem.

Toen werd het zwart.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.