Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Dieren/Fabel
Geplaatst:
6 februari 2016, om 17:45 uur
Bekeken:
460 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
223 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Kijk eens wat ik kan!"


Kijk eens wat ik kan!” roept de eekhoorn.

Hij staat op een dikke tak van de dennenboom. Hij laat zich voorover vallen en blijft met zijn staart aan de tak hangen.

'Joehoe!', roept hij.

Hij zwaait heen en weer en kijkt of iemand hem ziet.

Vooral 's ochtends vroeg en voor het slapen gaan heeft hij ontzettende zin om te laten zien wat hij kan.

Hij springt, vliegt, klimt, maakt salto's, rent over de dunste takjes en balanceert op de hoogste toppen van de bomen van het bos.

Laatst nog heeft hij voor de eerste keer de oversteek gemaakt van de dennenboom naar de beukenboom aan de rand van het bos. Dat was spannend!

De eekhoorn was bijna gevallen.

Hij had een grote sprong gemaakt en was rechtop tegen de stam van de beukenboom gekomen.

Hij zou iedereen wel willen laten zien hoe goed hij is.

 

In het donkere dennenbos wonen heel veel dieren.

Hij ziet een ekster rondscharrelen. Het dier pikt in de naalden op de grond.

Ik zal die vogel eens verrassen, denkt de eekhoorn.

Hij zoekt naar een mooie grote dennenboom en springt naar de stam. Hij klimt in kringetjes omhoog.

Als hij bovenin is roept hij:

Eh ekster!”

Hij laat zich van tak op tak naar beneden vallen.

De dennenappels die aan de takken hangen vallen op de grond.

Als die stomme vogel nu nog niet kijkt weet ik het niet meer, denkt de eekhoorn.

Hij landt op de dennennaalden. Je hoort er niets van, het is doodstil in het bos.

Hij kijkt om zich heen.

Waar is hij nu?

De ekster is weg.

Uit een holletje tussen de dennennaalden ziet hij het puntje van een snuit.

Het is een bosmuisje.

Nu!” zegt de eekhoorn tegen zichzelf.

Kijk!” roept hij hardop door het stille bos.

De eekhoorn rent een rondje en springt op een tak.

Het muisje schrikt.

Hij zwaait rond en blijft bovenop de tak rechtop staan.

Het muisje is weg.

Bah” zegt hij, “als ik iets laat zien is iedereen weg.

Mismoedig loopt hij door het grote donkere bos.

Waarom kijkt er niemand?

Ik ben geweldig!

Op een dag schrijft hij zich in voor een talentenwedstrijd. De wedstrijd heet 'Tell your tools'.

Op een warme namiddag mag hij auditie doen. Liever had hij 's ochtends of 's avonds gegaan. 's Middags heeft hij altijd een dip.

Hij ligt in de hal van de studio te wachten. Hij slaapt bijna.

Op het podium in de verte hoort hij een vogel snateren. Kan een eend zijn.

Om hem heen staan en liggen andere dieren die meedoen: een egel, een paard, een paar poten. Een paar poten?

Hij kijkt op: een dikke witte romp zonder vleugels, een lange nek en een scherpe rode snavel.

Het hekje naar het podium zwaait open. Een eend waggelt de hal in. Hij valt snaterend een andere eend om de hals. Hij is klaar –

“De rrrrrode eekhoorn!” hoort hij. Zijn hart bonst in zijn keel. Hij is aan de beurt. Hij gaat door het hekje.

Hij staat op een podium.

Dit is het, dit wilde hij.

Iedereen kijkt.

Hij loopt naar het midden, gaat rechtop staan, met zijn zijn pootjes voor zijn buik.

En zijn staart recht omhoog.

 

Voor hem ziet hij heel veel dieren zitten. Ze blijven zitten, ze lopen niet weg. Eksters, muizen, hommels, reeen, reigers konijnen, mollen, zwanen -

'Eekhoorn', hoort hij plotseling, “wat ga je laten zien?”

In de hoek van het podium zitten drie vogels.

Ze hebben dikke platte snavels en zitten achter een tafel.

Op de tafel staan bordjes met cijfers. Ze kijken hem aan.

Hij wil graag beginnen, hij wil laten zien wat hij kan.

Wat moet je daarover zeggen?

Zal hij maar meteen beginnen? Zonder iets te zeggen gewoon laten zien wat hij kan? Maar dan ziet hij iets verschrikkelijks.

 

 

Er is geen boom! Hij kijkt rond en ziet niets. Alleen een heel groot podium.

Geen boom te zien. Hoe moet hij nu laten zien wat hij kan?

Wat ga je doen” bekt een van de snavels.

De eekhoorn kijkt wanhopig om zich heen. Er is geen boom te zien en er zal ook geen boom komen. Of wel? De vloer is van hout. Hij ziet smalle planken. Hier en daar wipt er een op. Die planken zijn van bomen gemaakt.

Hij ziet de mooie rechte dennenstammen voor zich. De mooie rechte stammen waar hij langs klauterde in het donkere bos.

Hij ziet zichzelf springen, nu hier, op dit podium.

Hij neemt een aanloop en maakt een geweldige sprong.

Aan de andere kant van het podium komt hij neer en maakt een diepe buiging.

Met een achterwaartse salto is hij terug waar hij begon.

Hij springt nog een keer, maar de planken bewegen niet. Dat doen de takken in het bos wel, die veren, dan wordt je omhoog geslingerd en kun je salto's maken.

Soms zwiepen ze je zo hoog dat je tranen in je ogen krijgt van de wind.

Hij kwam altijd goed terecht op een tak die hem opving, ook zonder dat hij hem van tevoren had gezien.

Die tak zwiepte hem dan als een katapult naar de volgende boom schoot.

Als hij viel, kwam hij altijd zacht terecht.

 

Het podium wil niet meewerken. Hij springt en springt, maar de planken bewegen niet. Hij rent, duikt, glijdt op zijn buik, voor en achteruit en dan.....

voelt hij een geweldige steek. De tranen springen hem in zijn ogen.

Daar ligt hij op zijn buik, midden op het podium.

Hij voelt iedereen kijken. Hij blijft liggen, durft niet op of om te kijken.

Het is doodstil.

Dankjewel' hoort hij zeggen.

Dat is een van de snavels. Het klinkt van heel dichtbij.

Wat moet hij doen?

Hij hoort zacht geroezemoes. Het publiek begint te fluiten en boe te roepen, hij schaamt zich dood.

Eekhoorn staat op, knikt naar de tafel met de drie snavels en draait zich om.

Hij voelt een stekende pijn, ziet nu dat er een grote splinter dwars door zijn vacht in zijn buik steekt. Het doet akelig pijn. Ze lachen hem uit.

Hij loopt zo snel hij kan terug naar het hek aan de rand van het podium.

Hij houdt zijn hoofd naar beneden.

Was hij maar onzichtbaar.

 

Kom maar' hoort hij iemand zachtjes zeggen. Wie is dat?

Een gigantische vlerk vouwt zich om zijn kleine lichaam.

De vlerk is hel zacht. Hij is de splinter in zijn buik op slag vergeten.

Het enige dat hij voelt is de vlerk.

'Ik zal de splinter er zo uit halen, je bloedt helemaal.”

Ja, nu ziet hij het ook, precies daar waar de splinter in zijn buik is gegaan zit bloed.

Als een dolk is de splinter in zijn lichaam gegaan.

De pijn komt terug, de pijn wordt groter, hij moet huilen. Heel hard huilen.

Je trilt helemaal” zegt de stem. “ik zal de splinter er uittrekken.”

Nog voordat hij 'auw” heeft kunnen zeggen ziet hij de splinter voor zich. De grote zachte vlerk houdt hem voor zijn neus. Wat is hij groot, bijna net zo groot als een dikke balk. Als een grote dolk. Nee, als een lans van een ridder. En hij was die dappere ridder die heeft gestreden voor wat hij waard was. Het was mislukt, jammer dan. Volgende keer beter.

 

Je gleed uit he?”

Voorzichtig durft de eekhoorn omhoog te kijken. Hij ziet twee lange poten, een grote pluizige witte buik, een lange dunne nek. He, dit had hij toch eerder gezien? Toen hij op zijn beurt wachtte?

Gaat het weer een beetje?” vraagt het puntje van de snavel zacht..

Hij durft nog hoger te kijken. De eekhoorn moet op zijn tenen gaan staan om te kunnen zien waar de snavel begint.

Ja”, jokt hij, “ik uh....gleed uit”.

Hij weet dat dat niet waar is, maar hij zegt het toch.

Wat stom ook om niet van tevoren te vragen of er ook bomen waren.

Hij ziet twee hele grote mooie donkere ogen. Ze lachen naar hem.

Hij ziet zichzelf in de ogen van de vogel, het zijn net spiegels.

Sorry” zegt hij met het schaamrood op zijn kaken. “wat nu?”

We gaan naar het bos”, zegt de vogel.

 

Naar het bos?” vraagt de eekhoorn vol van verlangen. Het bos, wat heeft hij daar goede herinneringen aan.

Weet jij de weg?” vraagt hij verbaasd.

Ken je mij niet meer?”

Nee“, zegt de eekhoorn een beetje beduusd. Hij heeft haar nooit eerder gezien. Wat gek dat zij hem wel kent.

Ik ben de ooievaar, ik woon in het nest op de hoge paal.”

De hoge paal in het weiland kent de eekhoorn wel. Hij staat in het water, aan de rand van het bos.

Hij is jaloers op dat nest op de paal. Hij wilde dat hij zo'n hoog nest had. Hij wil er vanaf springen. Hoog van het nest op de paal naar beneden, in een zweefduik naar de beukenboom aan de rand van het bos.

Het nest van de ooievaar is mooier dan het zijne boven in de dennenboom.

Het is groter, ronder, dikker en steviger en (en dat is het belangrijkste) het ligt hoger.

 

Wanneer heb je mij gezien?” wil hij nu weten.

Hij hoopt dat zij heeft gezien hoe hij die dubbele achterwaartse salto maakte vorige week. Van de dennenboom aan de rand van het bos naar de vlierbes onderaan de paal.

Hij wist dat dat nest van haar was. Nu herinnert hij zich dat hij haar eens had zien vliegen.

Zullen we gaan?” vraagt de ooievaar.

De eekhoorn is in een sprong op haar rug.

Zij slaat haar vleugels uit.

Samen stijgen ze op.

De eekhoorn kijkt naar beneden. Daar ziet hij een heel klein podium. Rond het podium ziet hij piepkleine diertjes zitten.

Op het podium is niemand.

Naast het podium zitten drie vogels aan een tafel. Ze kijken omhoog.

Zouden ze de eekhoorn nog een cijfer hebben gegeven? Ik denk van niet.

Ze vliegen hoger en hoger, de eekhoorn weet niet wat hij ziet.

'Ik zie de hele wereld!” roept hij blij.

Zie je je bos?”

 

De eekhoorn kijkt met een brede glimlach rond.

Ja!” roept hij, “ik zie je nest op de paal! Woh...Iieuwww”

Hij slaakt allerlei vreugdekreetjes, de ooievaar moet lachen.

Haar vleugels raken bijna van slag. Gelukkig vindt ze haar evenwicht snel terug en vliegen ze verder.

Ik heb gezien hoe jij sprong”, zegt de ooievaar dan, ”ik zal nooit vergeten wat een prachtige zweefduik je maakte. Ik rook het in mijn nest.”

Ik landde midden in de vlierbloesem” weet de eekhoorn weer. “Ik was rakelings langs de paal gevlogen. Ik had op het allerlaatste moment mijn staart een geweldige zwiep gegeven en toen maakte ik een scherpe bocht. Ik voelde met het pluimpje van mijn linkeroor dat ik de paal bijna raakte. Het ging net goed. Anders was ik met mijn kop, pats, tegen de paal gebotst.

Ik heb het gezien, ik kwam net aanvliegen.”

Je hebt het gezien? Woh!!” roept de eekhoorn zo hard hij kan.

Wat heeft ze een lange nek, denkt hij, ik kan haar oren niet vinden.

Hij kruipt een stuk naar voren.

Oren kon hij niet ontdekken.

Waar zitten die bij een ooievaar?

 

Ik wil een keer vanaf jouw nest springen”, roept hij.

De eekhoorn zit bovenop de kop van de ooievaar.

Ze vliegt lekker hard.

Hij ziet haar oren nog steeds niet.

Hij voelt de wind, zijn ogen tranen er van.

In de vlierbes?” wil de ooievaar weten.

Naar het topje van de dennenboom met mijn nest.

Doe je voorzichtig?”

Dan zwiep ik met het topje meteen door naar de volgende boom. En nog een en nog een het hele bos rond” ,

Maak je dan een tournee?”

Een wat?”

Een tour-nee”

Een toer-ja.” zegt de eekhoorn enthousiast, “Ik houd van toeren”.

Dat weet ik.” lacht de ooievaar.

Ik zie ons bos!” schreeuwt de eekhoorn.

Auw, mijn oren.”

Sorry. Waar dan?” hij kijkt. Hij ziet nu twee kleine gaatjes in haar hoofd. Hoe is het mogelijk dat je daarmee horen kunt, denkt hij bij zichzelf. Niet eens pluimpjes er op.

De ooievaar strekt haar vleugels:

Houd je vast, ik ga landen.” ze steekt haar lange poten uit.

Samen landen ze bovenop haar nest. Het is een mooie zachte landing. Soepel veert de ze door haar poten.

De eekhoorn springt van haar kop.

Dat was cool” zegt hij bewonderend.

 

De ooievaar laat haar hals hangen. Haar snavel raakt bijna de rand van het nest.

Ze legt takjes op elkaar, takjes naast elkaar en weer terug.

Wat doe je? vraagt de eekhoorn verbaasd.

Ik ben alleen” antwoordt de ooievaar.

Ja, ik ook” zegt de eekhoorn.

Haar hals en snavel gaan langzaam omhoog.

Ze kijkt de eekhoorn met droeve ogen aan. Hij schrikt er van.

Waarom ben je verdrietig?” De eekhoorn snapt het niet.

Ik ken niemand” zegt de ooievaar.

Je kent mij toch?”

De ooievaar glimlacht een vertederend.

De eekhoorn ziet dat ze ergens aan denkt.

Je gaat toch niet weg?” vraagt hij bezorgd.

De ooievaar knikt van ja.

Hij voelt zijn buik. Het is een andere pijn als van de splinter. Hij weet niet wat hij zeggen moet. Wil hij nog van het nest afspringen?

Wil je alleen zijn?” vraagt hij zachtjes.

Nee, ik wil een partner.”

Zal ik je partner worden?”

De ooievaar slaat haar vlerk om de eekhoorn.

Dat kan niet”, zegt ze, “ik wil eieren.”

Eekhoorn kan veel kunstjes, maar eieren leggen, nee, dat kunstje kent hij niet.

Hij laat nu ook zijn hoofd hangen.

Kop op eekhoorn”, zegt ze, “ik kom terug.”

Echt waar? Wanneer kom je terug?”

Als ik iemand gevonen heb die mij eieren kan geven.”

Wanneer?”

Na een lange stilte zegt de ooievaar: “Dat weet ik niet.”

Er zijn bijna geen ooievaars hier in het land.”

Moet je ver weg?”

Heel ver. Naar het zuiden”

De eekhoorn begrijpt het.

Naar de zon?”

Ja. En nu niets meer vragen lieve eekhoorn.”

Ze rekt zich uit: “Ik moet gaan.”

De eekhoorn voelt zijn buik weer.

Een naar wee gevoel is het.

De ooievaar slaat haar vleugels uit.

Wacht, wacht!” roept hij.

De ooievaar schrikt zich een hoedje.

De eekhoorn is van haar nest gesprongen.

Ze kijkt met grote ogen waar hij is. Ze ziet een paar dennen bewegen.

Hij is in het donkere bos in.

Daar kan ze hem niet zien.

Hier ben ik” roept hij, “Ik maak een toer.”

Hij zwaait, hij heeft haast.

Hij wil haar iets geven, maar wat? Hij rent en klautert zoals hij nog nooit heeft gedaan. Zijn gedachten gaan razendsnel, geen moment staan hijzelf en zijn gedachten stil.

Ineens weet hij het: waar had hij het ook al weer verstopt?

Hij moet denken, staat stil, denkt, denkt.

Denken is heel moeilijk als je dat heel weinig doet.

Hij ziet de kraai en weet het weer.

Het glom. Het glom net zo mooi als de ogen van de ooievaar.

Het is iets heel anders, iets dat je kunt eten, iets dat zo lekker is dat je het nooit meer vergeet. Dat wil hij haar geven.

Vorig jaar heeft hij het opgeborgen in zijn oude hol in de beukenboom, aan de rand van het bos.

 

Hij weet niet hoe snel hij er naar toe moet, over de grond of door de bomen?

Even kijken of ze nog op mij wacht. Hij vliegt tot in het topje van een dennenboom.

Hij zwaait: “Ik kom zo,” roept hij.

Gelukkig ze is er nog.

Ze stond met haar vleugels te wapperen in de wind, ze kan elk moment naar het zuiden vliegen.

Hij laat zich over de takken weer omlaag vallen.

De beuk is makkelijk te vinden, het is de enige boom met bladeren tussen de dennen.

Als het hol er nog maar is.

Stel je voor dat een ander het heeft gevonden.

Je weet maar nooit, er zijn zoveel dieren in het bos.

Vooral de kraai vertrouwt hij voor geen cent.

Die verzamelt alles dat glimt. Gelukkig geen glimmende ogen. Hoewel hij heeft wel eens gezien dat de kraai de ogen van een ....niet aan denken.

Hij is bij de beuk, hij is bang, hij springt op de stam. Nee, niet in kringetjes klauteren nu,

recht omhoog gaan.

Daar is het hol. Het is donker binnen en glibberig, Het ligt vol natte bladeren.

Hij gooit de bladeren met handen en voeten het hol uit.

Hij moet hij voorzichtig zijn. Het cadeau voor de ooievaar ligt er tussen.

Hij voelt iets hards. Dat moet het zijn. Ja,

Het glimt nog, hoe is het mogelijk!

De eekhoorn neemt het in zijn handen. Hij wrijft het vuil er af, neemt hem tussen zijn kaken en klimt hoger de beuk in.

Hij wil de ooievaar zo snel mogelijk naar het nest van de ooievaar.

 

Gelukkig, ze staat er nog steeds.

Hij haalt de zijn cadeau tussen zijn kaken vandaan en houdt en snel achter zijn rug.

Het moet een verrassing zijn.

Hier!” roept hij van boven uit de beukenboom, “ik heb een verrassing voor je”.

De ooievaar lacht naar hem, ze vouwt haar vleugels uit en zweeft naar hem toe.

Ze landt naast hem in de boom. De takken zwiepen helemaal door.

Neem je me mee naar je nest?”, zegt hij.

De eekhoorn kijkt haar gespannen aan.

Nee, niet kijken”, zegt hij.

Wat is het?”
“Ik geef het als je in je nest bent, daar is het veilig”.

Spring maar op mijn rug”

 

Voordat de ooievaar naar het zuiden vertrok zat de eekhoorn nog een keer op haar rug.

Hij gaf haar een grote glimmende kastanje.

Ze verstopten de kastanje tussen de takken van het nest.

De ooievaar spreidde voor het laatst die dag haar vleugels uit en vloog de zon tegemoet. De eekhoorn keek haar na, tot ze een klein stipje aan de horizon was.

Toen dook de eekhoorn van haar nest op de paal, naar zijn eigen nest in de dennenboom.

Hij wist zeker dat zij elkaar vaker zouden zien.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.