Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
15 november 2014, om 18:39 uur
Bekeken:
713 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
228 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De oude man en het bos"


Vierentachtig dagen waren er al verstreken. Vierentachtig dagen zonder enige vangst. Geen eland, geen beer, geen hert, zelfs geen konijn had Benno weten te vangen. Deze droogte was zelfs van een dusdanige aard dat de ouders van Mads, leerling-jager van Benno, hem hadden verboden nog langer met Benno op jacht te gaan. Zij spoorden hem zelfs aan om voor een andere, succesvollere jager te kiezen. Nu wilde Mads dit eigenlijk toch al niet, maar omdat hij anders belangrijke studiepunten voor zijn BBL-opleiding zou mislopen had hij toch maar gedaan wat zijn ouders van hem gevraagd hadden. De andere jagers wilden Mads echter niet op sleeptouw nemen. Een aantal van hen hadden al een leerling-jager om voor te zorgen. Anderen hadden gewoonweg geen behoefte aan een onervaren meeloper, die bovendien de prooien weg zou kunnen jagen door zijn gebrek aan ervaring en 'feeling' voor het bos. Daarnaast werd er ook door de jagers onderling gegrapt over Mads en Benno. Mads zou juist de reden zijn waarom Benno niets meer ving.

Wat een pech had dat joch. Maar niet alleen hij had dit. Op een dag zat Mads te treuren op zijn treursteen. Een steen gesitueerd aan de rand van het bos, waar hij inmiddels dagelijks zat, omdat hij verder niets mocht of kon doen van verschillende partijen. Op de dag in kwestie zag Mads ineens één van de jagers het bos uit komen rennen. Met zijn geweer in zijn ene hand en met zijn andere zijn jagershoed op zijn hoofd vasthoudend, holde hier Gerald voorbij.
"Wat is er aan de hand?!" vroeg Mads hem nog. Gerald, redelijk stevig van stuk, moest even bekomen van zijn sprint, en hij probeerde al hijgend de woorden uit zijn mond te laten ontsnappen.
"Datding... Daar... Het was..." stamelde hij, nog altijd snakkend naar adem.
"Wat was wat?" vroeg Mads hem, terwijl hij opstond en hij Gerald op de treursteen hielp. Gerald haalde eens diep adem en begon de reden van zijn rennen uit te leggen.
"Dus, daar was ik, zo op de berg aan het jagen op een bergleeuw, toen er opeens een heel vreemd wezen tevoorschijn kwam. Het schreeuwde, vloekte en tierde bovendien ook nog een beetje. Het smeet met stenen en koffiemokken naar mij en brulde op zo'n woeste wijze dat zelfs de bergleeuw begon te piepen en er vandoor ging. Zonder enige angst jegens mijn geweer te tonen, kwam het wezen ook op mij afgestormd. Ik schoot, raakte volgens mij ook nog, maar dit mocht niet baten. Het maakte het wezen alleen maar woester. Toen besloot ik maar om te gaan rennen en nu ben ik gelukkig weer hier. Ik ga maar vissen, denk ik. Dat is vast een stuk veiliger dan dit." sloot Gerald zijn anekdote af, waarna hij van de treursteen van Mads opstond en al schuddebollend terug naar het dorp liep.

Niet veel later kwam de ervaren jager Boudewijn, samen met zijn leerling-jager Bastiaan, ook met een redelijke vaart uit het bos gelopen. Het viel Mads op dat Bastiaan Boudewijn ondersteunde, daar de laatstgenoemde een flinke wond aan zijn arm had.
"Wat is er gebeurd?!" vroeg Mads geschokt.
"Niets ernstigs." antwoordde Boudewijn op een stoïcijnse wijze, maar Mads kon uit de gezichtsuitdrukking van Bastiaan aflezen dat er wel degelijk iets aan de hand was. In een aardig tempo liep het drietal door naar de huisartsenpost in het dorp, waar Bastiaan en Mads Boudewijn achterlieten, zodat de plaatselijke arts hem aan zijn wonden kon behandelen. Terwijl Bastiaan en Mads naar buiten liepen vroeg Mads wat er nu precies gebeurd was.
"Kijk, eigenlijk mag ik je hier niets over zeggen, maar omdat je toch niet mee mag gaan jagen en ik je best aardig vind, vertel ik het je maar. We waren aan het jagen op buffels. Hier aan de andere kant van de bergen, in die ene vallei waar die ruïne van dat huisje ligt. Boudewijn wilde net met zijn jachtgeweer gaan richten op één van de buffels, toen we een duivels geschreeuw door de vallei hoorde galmen. De buffels sloegen massaal op de vlucht. Boudewijn werd hier zo kwaad van dat hij de bron van de schreeuw een lesje wilde leren. Dat had hij beter niet kunnen doen." treurde Bastiaan.
"Wat gebeurde er toen?" vroeg Mads geïnteresseerd. Bastiaan snikte eens en ging verder met zijn verhaal.
"We daalden af, de vallei in, en plots stonden we oog in oog met een vreselijk lelijk wezen. In een woeste razernij schreeuwde hij iets over wolven en frisdrank en toen hij zag dat Boudewijn zijn geweer op hem richtte vloog hij op ons af. Hij vloog gewoon op ons af, Mads!" vervolgde Bastiaan zijn verhaal op een emotionele wijze.
"Hij rukte het geweer uit Boudewijns handen en brak het doormidden op zijn eigen knie. Daarna beet hij Boudewijn! Hij beet hem gewoon! Dat heb ik nog nooit zien gebeuren!"
"Maar wat was het dan? Een zwerver? Wat was het?" vroeg Mads.
"Ik weet het niet. Het leek haast wel een hondsdolle kabouter te zijn, maar deze was zo vreselijk fel en onderontwikkeld... Het moet haast wel een holenmens of iets dergelijks zijn geweest. Maar ik weet het echt niet, Mads. Ik ga maar naar huis, proberen slapen..." Mads groette zijn mede-leerling-jager, en keerde weer terug naar zijn treursteen.

Terwijl Mads weer op zijn steen zat begon zijn brein plots op volle toeren te draaien. Dat wezen had nu al twee jagers uit het bos verjaagd en zou misschien nog wel meer schade aan kunnen richten. Misschien was de komst van dit wezen wel dé perfecte kans voor Benno om eindelijk weer eens een vangst te doen. En dan zou hij er ook meteen eentje verrichten die hem zijn reputatie in ere weet te herstellen! Des te langer Mads over deze kwestie nadacht, des te beter het idee hem in zijn oren klonk. Hij begon te wiebelen van opwinding bij de gedachten aan zijn idee, en schoot een meter of twee de lucht in toen Benno diep in de nacht terugkeerde uit het bos. Ook deze vierentachtigste dag was er eentje zonder vangst geweest, zo zag Mads al snel. Dit weerhield hem er echter niet van om op een enthousiaste wijze zijn plan aan Benno te vertellen.
"Benno! Ik weet hoe al je problemen opgelost kunnen worden!"
"Heb je je eigen wodka gebrouwen?"
"Wodka? Nee. Nee! Geen drank! Eerder vandaag kwamen Gerald en Boudewijn vroeger dan normaal terug van de jacht! Gerald werd door een vreemd wezen uit het bos gejaagd en Boudewijn werd er zelfs door aangevallen! Echt! Hij ligt nu nog in de huisartsenpost!"
"Echt waar?" vroeg Benno geïnteresseerd.
"En wat voor een wezen is het dan? Een hele grote beer? Een uit de kluiten gewassen bergleeuw? Wat is het?"
"Een hondsdolle kabouter, of zo!"
"Huh?"
"Ja, dat is wat ze zeiden."
"Ben je mij nu voor de gek aan het houden, Mads? Dit soort kolder kan ik nu niet gebruiken." bromde Benno, waarna hij doorliep naar zijn huis toe. Mads achtervolgde hem, en probeerde Benno tevergeefs te overtuigen van de gevaren van dit vreemde wezentje.

De volgende ochtend pakte Benno al zijn jagersspullen bijeen en liep hij zoals gebruikelijk naar de rand van het bos toe, om via de normale route weer te gaan proberen om na vijfentachtig dagen eindelijk iets te vangen. Tot zijn grote verbazing waren alle andere jagers, minus Gerald en Boudewijn, nog altijd niet begonnen aan hun jacht. Ze stonden samen aan de rand van het bos, bij de treursteen van Mads, te discussiëren over de gebeurtenissen van de vorige dag.
"Wat is er aan de hand?" vroeg Benno aan Mads, die natuurlijk ook weer aanwezig was.
"Ze durven het bos niet in door dat rare wezentje." legde hij uit. Benno plaatste een flinke frons op zijn eigen gezicht en ging bovenop de treursteen staan.
"Heren, mag ik uw aandacht alstublieft? Ik, Benno de Jager, zal voor jullie het vreemde wezen uit de weg ruimen zodat jullie weer rustig kunnen gaan jagen op beren, elanden, buffels, bergleeuwen en andere ongevaarlijke dieren."
"Je vangt nog geen dode vlieg!" riep één van hen terug. Benno keek hem kwaad aan en hief zijn wijsvinger de lucht in.
"Na vandaag zal álles anders zijn. Kom morgenvroeg terug naar de rand van het bos. Dan zullen jullie het wel zien!"
De andere jagers liepen weer terug het dorp in, en terwijl Mads zoals gebruikelijk op zijn steen plaatsnam, verdween Benno het bos in. Mads zag de zon opkomen en weer achter de bergen zakken. In de tussentijd verstreken de ochtend, middag en avond in een redelijk rap tempo. Het was al diep in de nacht, toen Mads bijna in slaap gesukkeld was. Plots werd hij ontwaakt door een krakend geluid, komend vanuit de bosjes. Hij stond op van zijn steen en hield zijn klappertjespistool in de aanslag. Tot zijn grote verbazing kwam Benno het struikgewas uitgerold. Hevig bloedend landde hij precies bij Mads voor de voeten. Verstijfd door de schok zijn meester op een dergelijke manier te zien wist Mads zo even niet wat hij doen moest. Benno opende zijn ogen en kreunde.
"Mads... kom eens dichterbij..." Mads deed wat zijn stervende meester hem vroeg. Benno rommelde wat in zijn broekzak en haalde er een verkreukeld blaadje uit. Hij vouwde het min of meer weer open en gaf het aan Mads.
"Lees..." zei hij nog. Mads hield het briefje in het maanlicht en las de tekst die daarop stond.
Kijk eens naar de sterrenhemel. Groetjes, de Kleine Nare Dwerg (geen kabouter)
Niet goed wetend wat hij met deze boodschap moest doen, keek Mads maar op. Hij wreef eens goed in zijn ogen en zag ineens hoe een aantal van de sterren letters en ook woorden vormden.
"Niet hier?" las Mads vragend voor. Benno greep hem aan zijn trui vast en draaide Mads vervolgens om. Hij kon niet geloven wat hij nu zag. De sterrenhemel boven het dorp was bezaaid met letters en ook wat cijfers op het eind.
"Lees het hardop!" beval Benno zijn leerling.
"Vanaf nu te koop, het nieuwste boek van Tim Tuininga, getiteld De Kleine Nare Dwerg. Tweehonderddrieëntwintig bladzijdes, bijna tweeënveertigduizend woorden en haast een kwart miljoen tekens. ISBN: 9789402124682."

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.