Gegevens:

Categorie:
Dieren/Fabel
Geplaatst:
26 september 2007, om 16:55 uur
Bekeken:
827 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
534 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Speurtocht"


Het was woensdagmiddag.
De dieren waren blij.
Op woensdagmiddag was er geen school.
Nu konden ze vanmiddag buiten spelen.
Dat deden ze het liefst van allemaal.
Haas huppelde in het rond.
Kikker kwaakte er op los.
Ook Zwijn had het naar zijn zin.
Hij knorde boven iedereen uit.
 
"Wat gaan we vanmiddag doen ?"  vroeg Hert.
"We kunnen gaan voetballen" zei  Haas.
"Of tikkertje"  zei Kikker.
"Wat denk je van verstoppertje ?" knorde Zwijn.
Ze moesten er allemaal even over nadenken.
Er waren zoveel dingen die ze konden doen.
"Ik heb een idee" zei Hert.
"Zeg het eens" zei Haas.
"We kunnen  een speurtocht gaan houden."
"Dat is best wel een leuk idee" zei Zwijn.
"Maar dan moeten we wel het bos in."
"Je weet hoe onze papa's en mama's daarover denken" zei Kikker.
"Dat weet ik" zei Hert.
"Maar we hoeven het hun toch niet te vertellen ?"
De andere dieren keken hem aan.
Het was wel een leuk idee, zo'n speurtocht.
 
"We zijn toch al groot ?" zei Hert.
De anderen knikten.
Dat waren ze.
"Nou dan"  zei Hert.
"Wie is er voor ?"
Iedereen stak een poot op.
Zwijn draaide zich om.
"Waar ga je heen ?" wilde Hert weten.
"Even tegen mama zeggen dat we weg gaan" zei Zwijn.
"Ben je gek geworden ?" riep Haas.
"Als je dat doet mogen we vast en zeker geen speurtocht houden."
"Oh, daar heb ik even niet aan gedacht" zei Zwijn.
Ze keken elkaar aan.
Het was wel spannend.
 
Ze waren nog nooit het bos ingegaan.
Haas bibberde even.
"Als we maar niet verdwalen" zei hij.
"Natuurlijk niet" stelde Hert hem gerust.
"We zijn toch al groot ?"
Dat waren ze.
Haas voelde zich al een stuk beter.
"Dan gaan we"  zei Hert.
 
"Waar gaan jullie heen ?"  klonk een stem achter hen.
Ze draaiden zich geschrokken om.
Het was Duif.
"Oh, nergens" zei Kikker.
Duif schudde zijn kop.
"Volgens mij gaan jullie het bos in."
De dieren waren even stil.
Duif was best aardig.
Maar hij was ontzettend lui.
Hij wilde haast nooit met spelletjes meedoen.
"Mag ik meedoen ?" vroeg hij.
De dieren keken elkaar aan.
Als ze "nee" zouden zeggen, zou hij hen misschien gaan verklikken.
"Nou, vooruit" zei Hert.
"Maar hou er rekening mee dat je heel veel moet lopen."
Misschien zou Duif nu wel niet meegaan.
 
Duif had een hekel aan lopen.
Maar  hij wilde toch wel heel graag mee.
"Oh, dat vind ik niet erg" zei Duif.
"Ik heb de laatste dagen niks gedaan. Dus ik ben goed uitgerust."
 
Met z'n vijven liepen ze nu het bos in.
Het was reuze spannend.
Ze zouden nu op plaatsen komen waar ze nog nooit eerder waren geweest.
En waar ze van hun mama's en papa's niet mochten komen.
Ze liepen flink door.
Hert liep voorop.
Het was zijn idee geweest om een speurtocht te gaan houden.
Hij voelde zich een echte leider.
Hij zette een ernstig gezicht op.
Dat deden immers alle leiders.
 
De anderen liepen achter Hert aan
Want als hij voorop liep, dan wist hij de weg.
 Af en toe stopten ze even.
En dronken ze uit een beekje.
Of aten wat fruit van de bomen.
 
Ze liepen en liepen steeds verder.
Zwijn voelde zich niet op zijn gemak.
Hij wist niet waar ze nu waren.
Hij zou nooit de weg terug kunnen vinden.
Hij keek naar Hert.
Hert liep voorop.
Hert zag eruit als een leider.
Want Hert keek reuze ernstig.
Zo keken alle leiders.
Zwijn voelde zich al wat beter.
Haas was een beetje misselijk.
Hij had last van zijn maag.
Want hij was een beetje bang.
Hij dacht dat ze waren verdwaald.
Maar hij vertrouwde op Hert.
Hert was de leider.
 
Kikker moest iedere keer achterom kijken.
Hij probeerde te onthouden hoe ze waren gelopen.
Maar hij wist het niet meer.
Gelukkig liep Hert voorop.
Hert wist de weg.
Hert was de leider.
Er kon niets gebeuren.
Want leiders wisten altijd raad.
Dat kon je zien omdat ze ernstig keken.
 
Hert wilde eigenlijk stoppen met lopen.
Ze waren al heel ver gelopen.
Veel te ver.
Hij voelde zijn hart bonzen.
Hij was wel een beetje bang.
Hij wist niet meer hoe ze terug moesten lopen naar huis.
Maar dat durfde hij niet te zeggen.
Want hij was vandaag de leider.
En leiders weten altijd alles.
Hij bleef daarom maar doorlopen.
 
"Kunnen we even stoppen ?" vroeg Duif.
"Ik ben moe."
Natuurlijk was Duif moe.
Duif was altijd al lui geweest.
Ontzettend lui.
Daarom deed hij haast nooit aan spelletjes mee.
 
Hert keek ernstig.
"Dat is goed."
De andere dieren waren blij.
Als ze door waren gelopen, waren ze nog verder van huis weggegaan.
Hert was ook blij dat Duif wilde stoppen.
Anders was hij doorgelopen.
En waren ze nog verder van huis weggeweest.
 
"Waar lopen we eigenlijk naar toe ?" vroeg Duif.
De dieren keken naar Hert.
Ze waren benieuwd naar zijn antwoord.
"Het is een speurtocht" antwoordde Hert.
"Dan weet je dat niet echt."
"Oh" zei Duif.
Het was even stil.
"Wanneer denk je weer terug te gaan ?" ging Duif verder.
"Oh, straks" zei Hert.
Hert zei verder niets.
Eigenlijk wilde hij niet verder lopen.
Hij wilde veel liever terug naar huis.
Maar hij wist niet hoe.
Want ze waren verdwaald.
Hij voelde tranen in zijn ogen.
Maar hij wilde niet huilen.
Want echte leiders huilen niet.
Hij probeerde weer ernstig te kijken.
Het lukte hem niet.
Hij moest huilen.
 
De andere dieren keken hem aan.
"Waarom moet je huilen ?" vroeg Zwijn.
"Omdat we zijn verdwaald" snikte Hert.
Toen begonnen alle dieren te huilen.
Alleen Duif huilde niet.
"Nu komen we nooit meer thuis"  jankte Zwijn.
"Nu moeten we vannacht in het donkere bos blijven slapen" brulde Kikker.
"We hadden nooit moeten gaan"  jammerde Haas.
 
Duif kuchte even.
"Zo erg is het allemaal niet."
De dieren stopten met huilen.
"Het is wel erg "  zei Hert.
"Nee hoor"  zei Duif.
Ze keken met z'n allen naar Duif.
"Ik ben een Duif"  zei Duif.
"Ja, dat wisten we al" zei Haas.
"Nou dan" zei Duif.
"Dan moet je toch weten dat duiven altijd de weg naar huis terug kunnen vinden."
"Misschien heb je gelijk"  kwaakte Kikker.
"Loop maar achter mij aan"  zei Duif.
 
Dat deden de dieren.
Ze zagen dat Duif ernstig keek.
Duif leek nu net op een leider.
Want leiders liepen altijd voorop.
 
Ze liepen door zonder te stoppen.
Want ze wilden naar huis.
Duif stapte flink door.
Af en toe keek hij achterom.
En zag hoe de anderen achter hem aan liepen.
Hij voelde zich net een leider.
En probeerde ernstig te kijken.
Want dat doen alle leiders.
 


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.