Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
29 mei 2014, om 13:15 uur
Bekeken:
435 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
173 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik kreeg een blokfluit voorgeschoteld!"


Kunst onderwijs lijkt als doel meer het in stand houden van de eigen comfortabele positie van het docenten corps dan de onmondige leerlingetjes,die meestal toch geen talent hebben,op te voeden in de praktijk en theorie der schone kunsten.Ik weet van mijn vrouw hoe het beeldend onderwijs meer op een salonsocialistische praat- dan een doe groep gelijkt en de super softe roze getinte klets- en vergaderkultus smoort nog steeds ieder beeldend resultaat in de kiem, tenminste wel bij die sufferds van de NHL te Leeuwarden. Hoe anders is dat aan Amerikaanse en Engelse kunstakademies, waar de leerling en verplicht colleges volgen in filosofie, kunstgeschiedenis en taalbeheersing.

 

De popartisten zowel als de fotorealisten formuleerden moeiteloos en kristalhelder hun standpunt en en menig bevlogen jong kunstenaar in opleiding zou heel wat van ze op kunnen steken. Ten minste,als er wat minder bestofte tiepes als tekenleraar Jan v.L. of Martin T. voor de klas stonden te orakelen.

Vrije tijdsschilders zoals tekenleraren in de VUT en gereformeerde amateurfilosofen op art. 31 grond slag,die een leven lang van teleurstellingen,echtscheidingen en kleffe relaties achter de rug hebben zoals J.v.L. en M.d.K.,”vooraanstaand “lid van de fijnchristelijke onbenullen lamlullen organisatie Christian Artists,die buiten hun eigen,benauwde kring etje toch nooit hun werk tentoonstellen om dat niemand er in geïnteresseerd is,munten voornamelijk uit in zwijgen,omdat ze niets mede te delen hebben.Waar niet is verliest zelfs de keizer zijn recht! De veel te dikke,eeuwig verongelijkte gehaktbal, de zeer ver wende sufferd M. de K. (zijn naam is dan wel klein, maar ook zijn daden zijn niet groot), gepensioneerd ex-leraar aan de o-zo-christelijk kunstakademie te Kampen trachtte nogal eens een grijpstuiver binnen te halen door het geven van lezingen over zijn modderige half abstrakte, onooglijke akwarelletjes,(geïmiteerd van Lionel Feininger) net zoals kreupel getrapte, aftandse, half debiele versleten voetballers de vernieuwde noppen van een of ander te promoten merk voetbalschoenen in t.v. commercials aanprijzen in plat Nederlands.

De uitgetenniste afgekeurde tennisbal Tom Okker zal op de vraag naar het waar om of de diepere reden van zijn enige en grootste talent,een balletje op het juiste mo ment raken met een racket,U veel liever zijn snobistiese kunstgalerie vol abstrakte, te duur betaalde schilderijtjes, tonen en U het liefst nog een waardeloos doek of in serie geproduceerde veel te dure zeefdruk van Corneille,v oor mensen die geen verstand van kunst hebben, kleurenblind zijn of zich oriënteren voor wat hun artistieke smaak betreft op pulpbladen als Privé en Weekend, in de maag willen splitsen dan in te gaan op een vraag waarop ook hij het antwoord wel schuldig zal blijven. Meestal zijn kunsthande laren pas genegen ter zake doende antwoorden te geven nadat een voor hen lukratieve deal is gesloten en het geld al lang en breed binnen is.

Een kunstschilder daarentegen gaat nooit met pensioen, maar wel dood als ieder mens, kent geen vervroegde uittreding, der tiende maand of promotie naar een betere baan. Echte kunstenaars blijven schilderen tot ze een ons wegen, van honger en ellende omko men,aan de eigentijdse gevreesde liefdesziekte die het vlees doet wegrotten overlijden of achter hun ezel sterven, zoals de eeuwig geslachtszieke Breitner. Een waardiger einde voor een kunstschilder op vrijgemaakt veneriese grondslag bestaat niet!In ieder geval zou ik er voor tekenen,maar dan liever zonder vene rische grondslag om het een beetje fris te houden in de slaapkamer!De enige zekerheid die wij heb ben is geboorte en dood,zonsop- en ondergang, de voortdurende wisseling der seizoenen en hetautomaties in werking tre den van een bijstandsuitkering bij gebrek aan eigen inzet,onderne mingslust of kunnen. Originele, door dames van de typafdeling van de Leeuwarder Courant hoog geachte en bewonderde vrijgevochten levenskunstenaars zonder vrees of blaam,waar ik gelukkig als lid van de VPRO en de EO niet toe behoor, springen over boord van een oceaanstomer zoals een Cubaanse surrealist in de zestiger jaren eens deed of gooien met dodelijk gevolg hun vrouw, waar ze toch al lang op uitgekeken waren,doodernstig uit het raam van een flat van een wolken krabber zoals Carl Andre deed in New York of laten zich van het dak vallen voor een filmcame a, breken al hun botten en als dat niet helpt om als kunst enaar in de publiciteit te komen,zeilen ze in een ouwe wastobbe de Atlantiese oceaan op en komen net als Berend Botje nooit weerom.(BasJan Ader,zal de oplettende kunsthisto ries ter zake kundige lezer verrast uitroepen!) Artiestenleed verkoopt prima bij al die chique museumdirekteuren die door de week hun natte witte weke billen warm houden op het pluche van een direktiezetel. Al zet een overspannen kunsthandelares de net aan ge kochte doeken van een schilder bij de vullisbak,zoals mij eens over kwam;de schepper van al dat moois gaat fluitend naar de overkant in het donker door,als hij tenminste in enige mate in zichzelf en in zijn scheppingen gelooft en niet de Toon Hermans als kunst enaar liever uithangt zoals Aad Veldhoen of dat minkukel Herman Brood.Vooral wanneer hij goed betaald werd voor de ten onrechte in een vlaag van waanzin afgedankte werken. Een euvel waar de Amsterdamse gale rie eigenaresse Dieuwke Bakker tussen 1968 en 1984 als psychiatries geval steeds vaker aan scheen te lijden. Zelfs als een kunstenaar ten onder dreigt te gaan aan sex & drugs & rock ‘n roll blijft hij of zij rond bazuinen dat ze eens het schilderij zullen schilderen dat alle schilderijen over bodig maakt, zoals de stoom locomotief de aftandse paardentram eens verving. Als tenminste dat kamerlid van de RPF niet zijn zin krijgt die uit milieu overwegingen de paardentram weer in wilde voeren. Generatie na generatie vertellen kunste naars in slecht verlichte groezelige etablissement en hetzelfde ruimschoots met alcohol overgoten ouwehoerverhaal, dat zij de zo noodzakelijke volgende stap in de kunsthistorie zullen zetten en misschien is het ook wel begrijpelijk dat som mige schijntalenten uit geestelijk lijfsbehoud blijven vol houden tegen beter weten in dat interna tionale roem spoedig binnen handbe reik ligt,eventueel na hun dood als het niet anders kan.Soms trapt een onnozele klant met genoeg dukaten op zak in zo’n kletsverhaal en schaft twee teke ningen aan van een volledig onbegaafde ex-huis schilder uit een klein dorp op twee kilometer van de waddenzee. Weggegooid geld, zou rationalist Fred van der Wal hier nuchter op zeggen, ware het niet dat hij wijselijk zijn mond dicht houdt om de kool en de geit te sparen als hij met zulke oplichters praktijken wordt gekonfronteerd. Niets mooier voor de kunsthandel dan een dode kunste naar, hoor de ik eens een kunsthandelaar zeggen, die zelf al lang is overleden onder verdachte om standig heden. Vaak heb ik daarentegen gedacht dat er niets mooiers was dan een dode kunsthan delaar, om het leven gebracht aan de worgpaal of op een brandstapel op een zacht vuurtje,met een bord om zijn nek waar het woord oplichter met koeienletters op ge schreven stond onder da verend applaus van het toegestroomde,altijd op een wreed ta fereel beluste, naar sensatie hong erende publiek.Niets windt meer op dan de medemens uitzinnige,helse pijnen te zien lijden! Soms betreur ik het dat we niet meer in de middel eeuwen leven als ik op vrijdag de dertiende door het virtuele Museum Of Tortures loop. Menig kunstenaar zou jaloers worden op de inventiviteit waar mee men de eigentijdse medemens mee om zou kunnen brengen als de wetgever eens wat soepeler werd en iets meer variatie in heringevoerde lijfstraffen toestond, maar helaas; ook hierin zal ik mijn zin wel weer eens niet krijgen, zoals gewoonlijk!

 

Geen enkele elfstedentocht deelnemer komt van zijn leven na zijn verscheiden nog op de schaats over de eindstreep.

Geen karateka behaalt op zijn sterfbed als de begrafenis ondernemer al bij de voordeur ongeduldig staat te trappelen,het wereldkampioenschap karate met een prachtig uitge voerde, vloeiende ura-mawashi-geri tegen de slaap van de tegenstander onder het uit zinnige applaus van de aanwezige toeschouwers!Wel reed een Vlaamse zanger,die een hartaanval achter het stuur van zijn bolide kreeg,na zijn verscheiden een tegenligger frontaal dood.Een prestatie waardig om in het Guinness Book Of Records op te nemen, dunkt mij.Maar toch;soms vangt een dode, artistieke koe postuum een biefstuk van de haas voor de bezitter van een uit handen van de hongerende kunstenaar getrokken te goedkoop aangekocht schilderij van een ondergewaar deerde meester, zoals de eige naar van een foei lelijk,onooglijk,technies zeer slecht ge schilderd portret van de hand van politiek agitator-kunstschilder Erich Wichmann,dat meer dan veertigduizend gulden waard bleek te zijn, volgens een taxateur in het tv programma “Tussen kunst en kitsch.”Een taxateur die er een keer tienduizenden guldens naast zat toen hij een Berserik schatte op veertigduizend gulden terwijl iedereen weet dat een schilderij van deze bedaagde Hage naar hooguit achtduizend gulden op de veiling opbrengt. In de jaren ’60 raakte je een Erich Wichmann aan de straatstenen niet kwijt, net zomin als het werk van Gestel dat voor een paar tientjes per stuk bij veilinghuis De Zon te koop was en nu meer dan anderhalve ton opbrengt.Ik gooide eens een werkstuk van Wichmann weg in de mening dat het niets waard was en nooit iets waard zou worden.Het bedrag voor het foeilelijke werk, dat ik er nu,dertig jaar later voor had kunnen krijgen bedroeg een getal van meer dan vier cijfers!

Ambiteuze kunsthistorici zijn tuk op het “ontdekken” van over het hoofd geziene reputaties. Mees tal is het niets en wordt het ook niets en dat is maar goed ook,want het gaat de vaak wat neu rotiese kunsthistorikus toch louter en alleen om eigen eer en glorie of om een zetel op het pluche van de direktiekamer van een Museum voor moderne kunst (Hier bij denkt de auteur vooral aan de Friese roeptoeter Thom Mercuur). Een vorm van carrière maken die een enkele keer maar al te graag letterlijk over lijken gaat, zoals de doktoraalskriptie van Yvonne L., die over 19-e eeuwse graf monumenten handelde. Ik vond het in de jaren zeventig een origineel onder werp. Verstaat U mij niet verkeerd! En het was ook nog een heel mooi licht necrofiel meis je om te zien en dat is zeld zaam in kulturele kringen.

De moed zakt een normaal mens zoals U en ik al snel in de schoenen als men zich realiseert dat slechts een procent van alle zeventiende eeuwse schilderijen behouden is ge bleven en dat binnen honderd jaar al negentig procent van alle zeventiende eeuwse kunst vernietigd was.Geen hoopvol perspektief, zal de eigentijdse, scherp kalkulerende burger zuinig opmerken, die liever de scheur kalender “Kruimkes van ‘sHeeren tafel” aan de muur heeft, dan een schilderij van Fred van der Wal.

Ook mij heeft het,net als de gemiddelde christendemokraat nooit een biet geïnteres seerd waarom de snel aangebrande kollegaatjes,die zich allemaal een genie waanden in het ondiepst van hun gedachten, schilderden of – met veel meer enthousiasme en ener gie - uit hun neus vraten, achter elkaars wijven aanzaten of naar de hoeren gingen op kosten van de belastingbetaler als de subsi dies weer eens op de giro was gestort door de goedgeefse overheid.

Die enkele keer dat mij zelf gevraagd werd waarom ik schilderde, gaf ik nimmer een serieus antwoord. Waarom zou ik? Een goede chefkok gaat toch ook niet zijn recepten verraden? Soms hanteerde de vraagsteller daarbij een zo barse toon dat het leek alsof hij een poltie agent in func tie was die een verbaal schreef voor een onbe grijpelijke,door mij in het geheel niet begane over treding. (Zoals de arrogante Hans “doktorandus”van S.) Er moest gewoon een administratieve vergissing in het spel zijn,dat ik ooit in de BKR was op genomen, vond Hans van S. of de mislukte tekenleraar J.v.d. K.,d oor Ina de melk muil genoemd,die mij het beeldend kunstenaarsschap al helemaal niet gunden en mij meer dan eens met klem aanraadden een ander vak te zoeken!

Vertrouw nooit een raad door een lid van de zwarte kousenkerk of aanhaner van het halleluja ge loof van de E.O. gegeven!

 

Meestal verzon ik ter plekke een flauw verhaaltje als men vroeg waarom ik al die magistrale mees terwerken in een handomdraai uit mijn mouw schudde of antwoordde gemaakt ernstig:”Tsja,daar roert U me een wel heel interessante kwestie aan,waar we lang en breed over kunnen spreken als U maar genegen bent genoeg Belgiese bieren, in het bijzonder trappist dubbel,te tappen in mijn glas en als ik dan ook nog een of meerdere keren een vorkje mee mag prikken tegen zessen of Uw echtgenote eens mag lenen,dan komt het allemaal best in orde! Dan is na afloop wat voor U een vraag was tot een onvervalste weet geworden,dat kan ik U alvast bij voorbaat mede delen!

 

Maar eigenlijk,weet U,is het allemaal heel simpel,want als ik al die vierhonderdvijftig schilderijen, tekeningen, lithos, etsen, zeefdrukken en collages niet zelf had gemaakt moest ik naar een galerie of museum om werken van gelijke strekking en klasse te kunnen aan schouwen, weliswaar van andermans artistieke hand en nu hoeft dat gelukkig niet, omdat ik ze ook nog zelf heb gemaakt!

Bovendien is het nog maar de vraag of de geachte kollegaatjes,die liever lui dan moe zijn, in staat zouden zijn werken van gelijke kwaliteit te leveren.Een klein gedeelte van de door mij vervaardigde kunstwerken is nog steeds in mijn eigen bezit (Haast U!Op is op!) en de rest heb ik voor de zeker heid en ten behoeve van het nageslacht op foto en dia vast gelegd.Ik weet niet eens waar alles zich bevindt en een groot gedeelte van mijn werk dat in overheidsbezit is werd geklassificeerd met de code BCW (Bijzondere Culturele Waar de! Ik wilde zo gaarne dat ik dat ook van mijn ingelovige, gereformeerde kollegaatjes van Christian Artists kon zeggen of die gereformeerde sullen van dat sektariese splintergroep je artistiekerige kruideniers van dominee bralleput H.”doktorandus”van S., maar helaas, helaas! Het is ons niet gegeven!)

Verbazing is dan vaak de eerste reaktie van de vraagsteller,soms uitlopend op agressie en is de bloeddruk van mijn gespreks partner weer enigszins tot normale hoogte terug ge keerd, zodat niet langer voor een ter plekke dodelijk hart- of hersen infarkt valt te vre zen, zeg ik als vrijetijds ama teur pastoraal medewerker enigszins op zalvende toon kalmerend als balsem voor de ziel:”Gelooft U nu werkelijk dat het allemaal waar is wat die perfide moderne kunstenaars U als fatsoenlijke bur german op de mouw trachten te spel den?Denkt U nu werkelijk dat ik te beroerd zou zijn om al die prachtige kunstwerken van mijn eigen (of in geval van nood) eventueel van andermans hand te aanschouwen in een chique galerie of een vooraanstaand museum om er tersluiks een traan van ontroering bij weg te pinken,op mijn knieën te vallen en de hemel te danken dat ik dit nog tij dens mijn leven mocht aanschouwen?”

 

Lezer!Opgelet!Ik schilderde,tekende en schreef al verhalen toen ik niet eens wist wat een museum of galerie was en geen enkele notie van het kunstenaarsschap had.Sinds die tijd is alle plezier in het schilderen en het lachen mij aardig vergaan!

Reeds op mijn negende levensjaar nam ik op een regenachtige woensdagmiddag in het groot ou derlijk,zeer ruim bemeten huis in de Palestrinastraat 4 te Amsterdam, Oud Zuid, waar slechts weinig welgestelden zich een chique woning konden permitteren, het besluit om een heus stripverhaal te maken. ”Mannen op de maan,” heette het, geloof ik, maar in plaats van de maan kan het ook Mars zijn geweest. Venus,Mercurius of Pluto kwamen van wege de extre me temperaturen waartegen zelfs geen ruimtepak bestand was niet in aan merking.Zoveel had ik uit boeken over het heelal wel begre pen.Andere activiteiten dan in ruim bemeten ruimte pakken met reusachtige vissenkom vormige helmen waardoor ze op Michelinmannetjes leken, elkaar met straalgeweren te bestoken bleken die weinig kon struktieve mannen op de maan niet te doen,maar alle begin is moei lijk en men moet niet vergeten dat de zwaartekracht maar een zesde is van die op de aarde,dus dat werkt van de weeromstuit enige lucht hartigheid in de hand.Ik was er van over tuigd dat er min stens een uitgever stond te springen om mijn werk uit te geven. Ik herinner mij nog goed hoe mijn grootmoeder mij vierkant uitlachte en met haar rech terhand een vlieg envangend ge baar ter hoogte van haar voorhoofd maakte, toen ik haar als negen jarige mijn vermoedens van aanstaande roem en grote oplages in het verschiet mede deelde. Hoe vaak heeft ze mij er van kinds af aan niet aan herinnerd dat mijn vader een half jaar in een psychi triese inrichting had doorgebracht.Mijn opvoeders hebben trouwens nooit nagela ten mij om alles uit te lachen wat ik onder nam,zelfs lang nadat ik hun gezelschap was ontvlucht en in Amsterdam woonde en gelukkig heb ik mij van de smadelijke op- en aan merkingen,in tegenstelling tot mijn zwaar gepsychotherapeutiseerde zuster of mijn psy chies labiele vermoorde broer, nooit een sikkepit van aangetrokken.

 

Zelfs ik, die er al heel weinig aanleg of ambitie voor had, kreeg al op zijn vijfde levensjaar pianoles. In mijn geval van een verbitterde, ongehuwde,bij mijn groot ou ders inwonende tante die via het instru ment haar onmacht bot vierde over het hoorbare feit dat zij zelf geen enkel talent voor zang en muziek had en verbeten het plan had opgevat na het lezen van een biografie over een beroem de componist van mij tot mijn verdriet een kleine Mozart te maken. Ik vond piano spelen afschuwe lijk en het maakte mij zeer opstandig. Ik weiger de gewoonweg mijn best te doen. Ik kon het niet en legde mij daar al snel bij neer. Elke dag een half uur tot drie kwartier verplicht achter de piano. Eindeloos kon ik de zelfde passages oefenen zonder dat ik iets uit het Etudeboek foutloos leerde spelen. Het liefst wilde ik de piano in brand steken, in mootjes hakken of met mijn tante er aan vast gebonden de Keizersgracht in duwen, maar daar had ik als kleuter de fysieke kracht nog niet voor en toen ik wel krachtig genoeg was had ik als langharige, pacifistiese hasj rokende dienstweigeraar geen zin meer in moord en doodslag op familie leden,hoe zeer zij zich ook jaren lang mis droegen jegens mij en mijn zuster. Gewelddadige videos bestonden nog niet in de veertiger jaren en de tijd dat een verongelijkte kleuter van drie een kleding warenhuis in brand kon steken om na afloop door de begrijpende ouders, een staf tole rante jongerenwerkers en enthousiaste omstanders liefdevol gefeliciteerd te worden met zo’n maatschappelijk relevan te belangeloze daad van belang was nog lang niet aange broken. Het waren misschien wel andere tijden,maar in veel op zichten vooral bete re!

 

Volkomen ongevraagd kreeg ik een blokfluit voor geschoteld toen ik als achttienjarige naar het eer ste jaar van de kweekschool voor onderwijzers in Bloemendaal ging. Die kweekschool voor school meesters was niet mijn eigen keuze, want de akademie voor beeldende kunsten bezoek en was in het conservatieve milieu van mijn grootouders uitgesloten.

Een blokfluit! Debiel blaasinstrument voor meisjes met klapkuiten en mietjes met wiegen de heupen die van korfballen hielden. Nog erger dan een piano! Er bestaat geen afstotender muziek instru ment dat ik zo gehaat heb met uitzondering van de piano in mijn jonge jaren, want tientallen jaren later, na een financiële meevaller die weinig anderen ten deel vallen in het artistieke plantsoen, kocht ik de allerduurste Yamaha die er te krijgen was bij de nu al lang failliete firma Ganzevoort te Leeuwarden. Tot mijn verrassing bleek de piano die ik tien jaar geleden voor vierentachtig honderd gulden kocht nu plotse ling meer dan dertienduizend gul den te kosten en poogde een handelaar in muziek instrumenten mij het prachtige meubel af te troggelen voor een te lage prijs.

”Zie je nu wel, dat had ik altijd al gedacht,” zei mijn altijd prijsbewuste echt genote goed keurend in haar nopjes met de rendabele aanschaf. Ze had het altijd al gedacht!

“Ik niet,” antwoordde ik naar waarheid.

Als aankomend adspirant schoolmeester, kwekeling zonder akte, kreeg ik niet meer dan een onno zele, timide,beverige toon uit de blokfluit, die soms tot overmaat van ramp en grote hilariteit van mijn muzikale klasgenoten raar oversloeg naar een jammerend gepiep, doordat ik mijn vingers ver keerd zette zodat de openingen niet geheel en al werden afgesloten en er valse lucht kon ontsnap pen. Menigmaal stuurde de muziekleraar mij de klas uit als hopeloos geval met de opdracht een straf opstel te gaan maken over onderwerpen als Muzikaliteit en Beleefdheid. Hoe kon een normaal mens die zoals ik in het geheel niet voor die pedofiele rattenvanger van Hamelen in de wieg was gelegd, ooit een zo verleidelijk deuntje pijpen dat hele hordes school kinderen hem achterna gingen alsof hij een soort Marc Dutroux was? En wilde ik dat eigenlijk wel,want in tegenstelling tot de mees te onderwijzers in opleiding had ik geen enkele paedophiele aanleg en dat was toch wel een voor waarde om voor de klas van een lagere school als man te slagen.Ik hield niet buitengewoon veel van kleine kinderen en was al helemaal niet van plan ze voor de klas een deuntje voor te fluiten op een blokfluit.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.