Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
29 mei 2014, om 09:08 uur
Bekeken:
358 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
189 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Krijtstreepjes op de fles zetten"


. Ik heb nu besloten krijtstreepjes op de fles te zetten om te zien waar mijn geconsumeerde alcoholpeil ligt, anders ga ik vierkant met kop en kont door het lint.

Ik denk dat mijn alcohol consumptie ver boven Amsterdams peil ligt.

Wat ik aan daaglijkse om zet maak is niet bij te houden. Ik heb een burgermanskapitaal verzopen, net als de schilder Melle.

Het streepjes zetten op de fles is een laatste redmiddel om mezelf nog een beetje in toom te houden.

Doseren. Voor je het weet zit je over de rooie.

Ik ben de militaire dienst uit gegooid omdat ik onder andere gebrek aan discipline had en om nog een paar akkefietjes. Het kader is er niet blij mee als je een sergeant en een vaandrig te gelijk bedreigt met je FAL, dat is too much monkey business, maar dat is weer een heel ander verhaal. Als het nou een sergeant òf een vaandrig was geweest, dat hadden ze nog kunnen tolereren in de karzerne, dat viel niet op, maar geen twee tegelijk, want in tijd van oorlog zou je de hele dag je meerderen afmaken en daar worden geen slagen mee gewonnen volgens het geschiedenisboekje. Na zes tien maanden dienst en ruzies met mijn superieuren ben ik er toen uit geflikkerd. Oneervol. Ik vind dat ik voor bewezen diensten aan de hogere rangen van het leger waar ik de wapenrok van de koningin heb mogen dragen eigenlijk een onderscheiding zou moeten krijgen. I

k heb gedaan waar ik het beste in was met een Befehl ist Befhl instelling waar een S.S.-er trots op zou zijn. Wat willen ze nog meer?

Dat was ook zoiets; toen ik mijn vrouw tijdens een dronken bui vertelde dat ik ook heel vaak mannen in elkaar had geslagen van mijn twaalfde tot mijn een entwintigste zei ze dat haar besluit vast stond om weg te gaan. Ik had op wat meer tolerantie van haar kant gerekend. We leven toch in moderne tijden. Ze was furieus. En ze werd hele maal gek toen ik vertelde dat ik drie jaar had samengewoond met haar vriendin in Haarlem en zij voor de inkomsten zorgde om de rolpatronen duidelijk aan te geven.

Toen heb ik alles maar opgebiecht.


In die periode dat mijn tweede vrouw besloot weg te gaan heb ik ongelooflijk, werkelijk onge looflijk veel gezopen. Iedere nacht bracht ik lallend door in de goot. Ik zag niet in dat ’t abnormaal was om als een varken te leven. Ik genoot er van om me helemaal te laten gaan en alles te laten lopen. Nu was het op gisteren vijf voor twaalf ’s och tends-bijna symbolies- en ik had al weer mijn tweede fles Bordeaux op en begon het optimisties in te zien. Ik moet elke dag een flinke dosis alcohol hebben om geestelijk op de been te kunnen blijven, maar het valt me ook steeds moeilijker daar maat in te houden.

Ik ben wel eens de Bukowski van België genoemd. Ik stond vaak straal bezopen voor een publiek van tweeduizend studenten voor te lezen. Ik heb een nadere keer stinkendstraalbezopenstront laze rus in een televisie uitzending in het wilde weg zitten ouwe hoeren zonder dat de redactie het door had. En als ik iets klasse vind van mijzelf! Ik voel me verwant aan Bukowski, Heeresma, Hermans, Campert en Jan Arends, alleen spring ik daarom nog niet uit het raam van een ka mer aan de Roelof Hartstraat. Ik ga wel heel wat verder dan Jan Arends, dat wel. Ten minste, uit het raam springen zie je mij voorlopig nog niet doen want ik heb hoogtevrees. En Maarten Biesheuvel, hè. Daar bedank ik dus voor want voor je het weet ben je de weg kwijt, geef je je geld weg en ik ben geen Sinterklaas. Als het nou nog frankses in plaats van euros waren, dan was het iets anders, dan zou ik daar wel in mee kunnen gaan.

De “Angstkunstenaar” dat is toch een schitterend verhaal en dat verhaal over mijn werk als classificeerder ook. Zo voel ik mij ook, de classificeerder van de tank van mijn onbewuste waar ik in afdaal. Steeds vaker heb ik last van die angstaanvallen. Biesheuvel is ook manies depressief, al jaren heeft hij niet meer geschreven. Erg, hè, verschrikkelijk moet dat zijn.

Ik zou hem wel eens willen interviewen omdat je toch gelijk ervaringen hebt met die ziekte. Ik schrijf nu negen maanden niet; wat zal het zijn om jaren niet te kunnen schrijven. De auteur Moonen die gaat naar het boekenbal die heeft overal schijt aan. Maarten ’t Hart loopt er in een jurk rond.

Ik wou dat ik ’t ook kon dan had ik geen last meer van die depressies, die dans je er dan wel uit. 

Weet je, de grootste frustratie is dat je nooit de genialiteit van een Hermans of een Bukowski zult kunnen bereiken. Nooit, al word je zo oud als Methusalem.

Het blijft moeizaam doorzeulen en sjouwen met je rugzak vol bazalt, alsof je een zware handkar tegen een brug op moet duwen maar weet dat je krachten met de minuut af nemen.

Ik zoek het bijzondere, het decadente. Ik behoor zelf ook niet tot  de familie doorsnee.

Van de genialiteit van Hermans kunnen we alleen maar dromen. Wij allemaal hoor, ook Heeresma en Claus, die ik de meest overschatte over het paard getilde schrijver van het westelijk half rond vind. Ik noem hem altijd het Vloamse Suikerzakje en als ik Heeresma een brief schrijf dan zet ik op de envelop altijd Heer Heere Herpes Heeresma. Daar heeft hij het zelf naar gemaakt. Hij zat in Leidsepleinkroegen eind zestiger jaren te klagen tegen kantoor meis jes dat hij zo eenzaam was, maar die vonden hem met zijn vijfendertig jaar gewoon een ouwe lul en lachten hem achter zijn rug vierkant uit.

Maar ja, ik lees niet meer, ik wil niets meer lezen, ik wil me niet laten corrumperen door an dermans proza, prozac zal je bedoelen, ik wil alleen nog maar schrijven, schrijven en nog eens schrijven. Een leven lang voor de literatuur tot aan mijn laatste adem. Mijn geschreven pagi nas heb ik laatst geteld. Het zijn er meer dan tienduizend. Ik heb honderden verhalen klaar lig gen. Ik wil dat het er duizenden worden.

Een roman? Nee, hoor, een roman dat is too much monkeybusiness. Dat is me veel te veel van het goede. Seeds maar hetzelfde thema om op voort borduren, steeds dezelfde personages, nee dat vind ik pas echt slaap verwekkend, dat is goed voor literatoren en ik ben een schrijver. Ik wil de meester van de short story worden. Daarom heb ik nog steeds niet over die jaren in een psychiatriese inrichting geschreven. Ik weet nog niet hoe ik dat moet vorm geven, want wat ik daar allemaal heb uitgehaald en mee gemaakt. Sodom en Gonorrhoe was er niks bij. De honden lustten er geen brood van. Een kort verhaal over een looptijd van meer dan tien jaar is niet mogelijk. Ik moet het in mootjes op dienen. Elk verhaal heeft zijn specifieke mogelijkheden en moeilijkheden, daar moet je feeling voor hebben anders verzandt het. Het wordt steeds moeilijker om te schrijven. Ik doe er steeds langer over. Routine is een woord dat in mijn dictionaire niet voor komt. Misschien wordt het op een dag helemaal onmogelijk om nog te schrij ven. Wie zal het zeggen? Eigen lijk zou ik veel liever muziek maken dan boeken schrijven. Vroeger was ik verzot op rock ’n roll, de echte nashville fifties sound van Scotty Moore op die eerst platen van Elvis Presley, maar door die enorme depressie na dat mislukte rock festival is de rock in mij afgestorven en roemloos ten onder gegaan. Sindsdien heb ik ook daar een afkeer van. Ik speelde piano en gui taar, boogiewoogie en blues, maar niet heel erg goed. Ik wil het niet meer. Afschuwelijk vind ik dat. Ik heb er een verhaal over gescheven “De dag dat de muziek in mij stierf” dat gaat over dat rock festival en alles wat daarna kwam. En een liefdeloos leven…weet je wat dat is, om te leven zonder tederheid, zonder ooit geknuffeld te worden, om geen ouders gehad te hebben die je de moed gaven om door te leven? Om geen nestwarmte te kennen? Om van je tweede levensjaar af bij een paar verbitterde grootouders te moeten opgroeien waar ook nog een les biese tante bij in huis woonde, die  mannen haatte?

Godverdegodverdomme, daar heb ik het zo moeilijk mee. Heel mijn auteursschap is één schreeuw om liefde, om erkenning en aandacht. De straten zijn geplaveid met plat gewalste, dood gedrukte, gedumpte eenzamen zoals ik. Zo heet mijn volgende boek; Gedumpt. Ik heb een schilderij van mijzelf gemaakt waarop ik in een vullisbak zit, de handen aan de rand geklemd, de knokkels spierwit, mijn ogen vervuld van existentiële angst wijd open gesperd, net boven de rand van de vullisbak, de deksel op mijn kop, als bescherming, als helm, zo kan ik van achteren niet worden aangevallen. Ik weet zeker dat de mensheid eenzamer is dan een eeuw geleden en dat komt allemaal door de media. De TV is de grote boosdoener. Alles komt door de TV. De ellendebuis. Ik geef die staatkundig gereformeerden gelijk dat ’t de kiekkast van de duvel is. Wist je dat er nergens zo veel incest voor komt als in die streng gereformeerde kringen? Daar is onderzoek naar gedaan. Daarom hebben ze zo veel kinderen; om zo veel en zo vaak mogelijk hun ontuchtige lusten op bot te vieren. Ze beroepen zich op dat Bijbelverhaal van-hoe heet ie ook weer- met zijn stomdronken kop. Als die het mocht dan konden zij ook hun gang gaan. Iedere avond zit ik tot twee uur zwijgend achter de TV en weet dat het leven aan mij voorbij gaat op een manier die ik niet kan accepteren. Toch draai ik de knop niet om. Dat bepaalt grotendeels mijn kijk op de gehele mensheid. Het late nieuws kan ik alleen aan zien als ik een krat pils op heb gedronken, dan zie ik de omroepster als mijn vriendin die alleen mij toe spreekt, dan barst ik in tranen uit. En wat ik zie in de supermarkten, de warenhuizen, de automatieken, de pizzerias, op straat, in de treinen en in het wachtlokaal van de sociale dienst…de desinteresse, de amoede, de afgunst, de hebzucht. Het is een en al horror.

Vijf uur slaat de klok. Het is hoog tijd om naar Het Vergulden Okshoofd of het toneelcafee te gaan voor een keil. Sinds kort zijn stamcafé waar de ontheemden, de hulpelozen en de hopelo zen elkaar treffen. Daar komt het schorum, het schorriemorrie, het tuig van de richel, kleine drugsdealers, messentrekkers, het laagste van het laagste, zij die van de laatste trede van de maatschappelijke ladder zijn afgesodommieterd en er nooit meer op zullen klimmen. De enige schuilplaats die ze rest is een kartonnen doos.

Het is een Bukowskiaans thema. Die mensen wil hij zonder medeogen observeren en genadeloos determineren. Levend villen wil hij ze. Hij bestelt een Bloody Mary, die na elke slok een tomaatrode snor achterlaat, die hij voortdurend en vruchteloos poogt weg te vegen met zijn zakdoek, die stijf staat van het snot of met de mouw van zijn vlekkerige jasje, dat betere tijden heeft gekend in een ver verleden. Deze kwaliteit, gevoegd bij zijn baard van drie weken, de rouwranden onder zijn nagels en zijn bepaald niet vlekkeloze kleding vol wijn- en ketch up vlekken geven hem het uiterlijk van een serial killer on the run. Een tiepe Vieze Man waar van Kooten en De Bie het patent op lijken te hebben.

Frank valt zelf op in dit gezelschap omdat hij de enige klant aan de bar is met een gaaf gebit, ook al is het dan een kunstgebit van het ziekenfonds. Zelf wijst hij met genoegen op de min der opvallende gebreken van de mede stam gasten. Het gezelschap doet mij denken aan het spreekwoord; de lamme helpt de blinde, maar dan wel zo snel mogelijk naar de sodommieter.

“Die blonde mevrouw, daar aan dat laatste tafeltje heeft een houten been. Als je naast haar zit zie je er bijna niks van. Soms zeg ik wel eens tegen haar klop-klop-klop, eerlijk eikenhout kent geen tijd en dan klop ik op haar been. Dan wordt ze woest, wil ze haar been afgespen om me daarmee te lijf te gaan, maar ja, ik ben natuurlijk toch sneller ter been of ze moet het met een hink stap sprong wagen, dan leg ik het af, daar is ze expert in, ze overbrugt op één been met gemak twintig meter in een seconde.

Als ik gedronken heb doe ik daar wel tien minuten over en dan nog ben ik twaalf keer op mijn bek gegaan. En ze heeft haar gezicht laten liften, maar dat heeft niets geholpen.Ze is gewoon te oud. Het heeft ook heel wat gekost, maar het is weg gegooid geld. Het is water naar de zee dragen op die leeftijd.

Als ik eenmaal officieel van mijn vrouw ben gescheiden ga ik naar een huwelijksburo voor moeilijke gevallen. Ik wil gewoon weer iemand om mij heen hebben.

Het hoeft geen fotomodel te zijn. Helemaal niet! Er mag best een kleinigheid aan ontbreken. En ik zoek niet iemand die lid is van die club van hoog intelligente mensen, want dan blijf je discussiëren, dan kom je tot niets. Klein gebrek geen bezwaar, maar niet gelijk een invalidekar vol honderd vijfentwin tig kilo incontinent lillend vlees die ik moet voortdouwen naar het park om de eendjes te gaan voeren. Ook niet een vrouw die  een psychiatries verleden heeft want dan begint de ellende weer van voren af aan. Voor je het weet staat zo iemand midden in de nacht met een hakmes of een kaasbijltje aan je bed . Ik wil eigenlijk wel een punt gaaf tiepe. Mooi van buiten, mooi van binnen. Het hoeft geen kersvers jongedame te zijn, maar ook geen slet. Iets er tussen in. Het is wel een opsteker als ze goed in genaaid door mijn voorganger is, daar kan ik alleen maar profijt van hebben. Het was verstikkend, die laatste jaren met mijn vrouw, die nu weggelopen is, dat waren tropenjaren, die tellen dubbel. Het gaskamermodel. Ze was net als ik ook gek op knoflook en dan lag ze ’s nachts te stinken. Ik kon er niet van slapen. Die lucht noemde ze landlucht en dat hoorde volgens haar bij landleven. Als dat landlucht is.... Ik lag als kind vaak te kokhalzen in bed. Ik dacht dat ik stikte. Scheten recht in je smoel laten noem de ze “broekbrommen” als het van die lange roffels waren en als ze in het donker een ruft liet riep ze : “Kanonenschuss im dunkel!” Of ze beweerde dat het onweer was. Het rollen van de donder. De Rolling Thunder Revue. Je weet wel; met Bob Dylan.

Een relatie hoeft niet altijd een gaskamer relatie te zijn. Het is verstikkend om met elkaar in een huis te zijn als het een gaskamerrelatie is en niet tegen elkaar te spreken omdat je niets meer te zeggen hebt. Elkaar woordeloos te  verafschuwen, in stilte te haten, elkaar in gedacht en te verwensen, verkankeren, verkokeren, verketteren en vervloeken, dat levert niets op, daar is niemand mee gediend. Maar het voortdurende alleen zijn…daar kan ik niet tegen op boksen. Ik eet elke avond patates frites en een paar kroketten, dat vult prima en ’s ochtends drie Big Macs. Koken, stof zuigen, boterhammen smeren, de bedden opmaken, wassen, strijk en, mezlef bevredigen, ja, dat kan ik allemaal zelf, maar op een gegeven ogenblik... Ik begreep dat er iets mis was. Cees Nooteboom heeft datzelfde ook meegemaakt. Toen ik nog karate deed streek ik zelf mijn karate pak altijd op en dan zag het er puntgaaf uit. Er moet gewoon ie mand zijn als ik thuis kom, ze moet mee gaan slapen op de tijd die ik uitkies, maar wel eerst douchen, ze moet ongeveer een meter vierenzeventig zijn, vooral niet langer dan ik, want ik wil mijn ongeluk kunnen over zien. Een kilo of zeventig zijn. Ze moet zwart haar hebben, een gave, olijfkleurige huid, een slank postuur, elke dag een leuk jurkje aantrekken...

Een mediterraan tiepje, een Spaanse of een Jodin lijkt me ook wel wat, alleen rebbelen die de hele dag aan je kop tot je hoofd er van gaat tollen. Een tiepe zoals Thea  in d’r jonge jaren lijkt me ideaal, vooral omdat ze een eerste graads salaris verdient aan de Amsterdamse Hoge school. En vooral geen opoejurken, bloemkoolpermanent of sandalen aan d’r bespataderde poten want dan knap ik af…snap je wat ik bedoel? Maar wat moet ik ze gaan vertellen op dat huwelijksburo waar ik van de week naar toe ga? Dat ik een toonaangevende auteur ben? Een bekend beeldend kunstenaar? Dat ik meer dan tweehonderdvijftien tentoonstellingen op mijn naam heb in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Engeland en de V.S., maar geen cent te makken? Dat ik wakker lig van mijn belastingaanslag? Of dat ik geen rijbewijs heb? Vrouwen hebben van nature minachting voor kunstenaars, behalve als ze stinkend hemetjesschatpoepierijk zijn om je bij en scheiding ook financieel een poot uit te kunnen draaien,d at lees je toch elke week in de schandaal pers. In deze tijd hebben ze liever een afdelingschef van de groente afdeling van een supermarkt of een plattelandshuisarts. Een benauwde, vroeg kalende boekhouder of een behoedzame adjunkt commies met gebogen schouders en een zuinig  mondje. En weet je wat ook de makkes is; de meesten hebben al iemand, die hoeven niet op zoek te gaan, dat zijn bloemen waar de bijen vanzelf op af komen, die hoeven niet te leuren met d’r handel. Ik ben geen koningsbij, meer een sluipwesp, die zijn gal legt op een eikenblad in de herfst van het leven. Die wijven willen allemaal een kamerbreed leren bankstel en tien bontjassen in suc cessie; anders wordt het weer stennis. Zo gaat dat toch. Een Jaguar. Ik heb alleen maar een Honda scooter van tien jaar geleden onder mijn billen die meer dan tienduizend kilometer heeft gelopen en in de revisie ligt voor een nieuwe knalpot. Ik heb ook nog een paar maanden onverzekerd gereden omdat ik geen geld had op dat moment.

Wat is nou eigenlijk belangrijker, de kunst of een vrouwf? Ik moet eerlijk zijn, dat is het minste dat je van mij mag verwachten, dat ik voor de kunst ga, net als de auteur Martin Hartkamp, die  op straat is gezet. Een eerlijk man heeft niets te verliezen, behalve zijn smoel. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.