Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
27 mei 2014, om 13:41 uur
Bekeken:
358 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
221 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Mijn atelier in het Kafka paleis (1972-1978), Een horrorstory."


ATELIER TWEEDE NASSAUSTRAAT 8 JAREN ZEVENTIG TUSSEN DE SUBSIDIEVRETERS (DEEL 1)

 

Mijn atelier 1972-1978 tussen de asociale artistieke steuntrekkers in het 'Kafka-paleis' aan de tweede Nassaustraaat 8 te amsterdam

 

Een atelier tussen de asociale artistieke steuntrekkers in het 'Kafka-paleis' (kwalifikatie van schilder Paul Werner) aan de Tweede Nassaustraaat 8 te Amsterdam in de jaren ‘70

 

(Met dank voor een handvol informatie van de hoog bejaarde ex-contraprestatie kunstenaar P. W. die mij nog eens trillende van woede kwam bedreigen in de 70-er jaren omdat ik mijn afkeuring had laten blijken over een meters hoog CPN affiche en een BBK artikel dat op riep tot de gewapende strijd met een foto van een PLO strijder met een kalsjnikow die op Jodenjacht ging)

 

Paul Werner: Van Steven Kwint hoorde P.W., dat in de Staatsliedenbuurt ateliers te huur waren in een oud schoolgebouw. Je kwam er in via een lange gang onder dichtgetimmerde woningen, waar hippies, asocialen en verslaafden woonden. De huizen stonden op instorten.

 

Fred van der Wal: Het adres was 2e Nassaustraat 8 als je de hal in stapte sloeg je een vochtige, bedomp te lucht tegemoet. Via een labyrint van nauwe gangen met nissen en onverwachte hoekjes, nauwelijks verlicht, met donkere spelonken kwam P. op de derde etage, waar P. het laatste lokaal werd toe gewezen.

Schimmel zat op de muren, puin lag op de grond en kalkschilfers van een slecht gestuukt plafond vielen op je hoofd. Een schoollokaal uit een oud verhaal van Dickens, negentiende-eeuws afbraak. Ik ging er elke dag met tegenzin naar toe. Naast het ateliercomplex was een Surinaams verslaafden café geopend met een bord voor het raam : Verboden voor blanken.

Het was 1972 . Ik had een atelier aan de Prinsengracht dat me gegarandeerd voor 5 jaar in onderhuur was gegeven door de onbetrouwbare Dieuwke Bakker van Galerie Mokum. Die belofte brak ze na een half jaar toen een andere kunstschilder, Teun Steun die al 9 jaaar bij de psych liep mijn atelier op eiste bij Dieuwke omdat hij vond dat hij een tweede atelier nodig had om zijn neukies te ontvangen, want hij had het zo moeilijk met zijn pappie, mammie, vrouw en kinderen thuis.

Teun was jaloers op mijn woning in de Nieuwe Spiegelstraat en mijn atelier dat om de hoek naast drukker Piet Clement was.

 

Teun intrigeeerde dat ik een schilderij van Sal Meijer had laten stelen met medeweten door kunstenaar Michael Podulke. De paranoïde Dieuwke Bakker ging daar direct op in. Ik ontkende uiteraard want ik steel niet en zeker niet van een galerie houdster die mijn werk exposeert.

Dieuwke was zo gek als een deur en werd elk jaar weken lang opgesloten in een leipespeis met een beschikking van de officier van justitie.

Toen dat niet lukte om mij met een onterechte beschuldiging van diefstal beweerde Teun dat ik de kunstvervalser GJJ een sleutel zou hebben ter hand gesteld zodat laatst genoemde het schilderij kon stelen.

Ook dat was laster.

Ik had dus geen atelier meer en zei tegen Dieuwke dat ik op die manier niet langer mijn werk bij haar galerie wilde exposeren.

 

Ik mocht het atelier wel houden als ik mijn woning aan de Nieuwe Spiegelstraat ter beschikking stelde aan Chris van Geest., een schilder van de galerie die Magritte na schilderde en bevriend was met de meester vervalser GJJ. De Magritte epigoon was te beroerd om naar huisvesting te gaan om zich aan te melden als woningzoekende. Hij was er te gevoelig voor als kunstenaar.

Ik was dus gedwongen het atelier te verlaten.

 

Voor te veel geld kon ik een paar maanden een klein hokje huren van een kunstenaar die een groot atelier aan de tweede Nassausstraaat 8 had.

Ik was blij de kleine, lichte ruimte van 3 x 3 meter te kunnen betrekken. Onder mijn raam werden de opnames voor Turks Fruit gemaakt. De situatie was niet houdbaar. Ik kon geen kant op. Na een paar maanden kraakte ik het leeg staande atelier van Ben de Bij die vermoord was door een junkie. Er lag een smet op het aatelier beweerden de bijgelovige artiestjes. Geen van de linkse, maatschappijvernieuwende bevlogen, ruim denkende, dappere, grensverleggende artistiekelingen durfde er in. Ik wel.

Contraprestatie artist Harry stond te snuiven dat ik de regels overtrad en eerst jaren op een lijst van een of andere kunstambtenaar moest staan om een atelier te kunnen krijgen in Amsterdam. Hij vond het oneerlijke praktijken dat ik het atelier betrok. Zelf had zijn onooglijke vrouwtje een atelier voor hem moeten regelen. De gesubsideerde artiestjes uit die tijd waren gewend aan de leiband van de ambtenarij te lopen.

Ik moest het gekraakte atelier na een half jaar uit op last van Grondbeddrijf Amsterdam en kon na veel vijven en zessen een atelier van Theo Daamen overnemen voor vijf meier op dezelfde verdieping.  De huur was 70 gulden per maand. Een koopje.

 

D. , de geilste hond onder de artiestjes in het gebouw geilde op een zwartharige bijstandsvrouw die aan de overkant van het ateliergebouw op een wrak balkonnetje uitdagend in een bikini regelmatig zat te zonnen. Hij dacht dat hij wel een kans maakte bij de chick.

Ik had een plannetje en kraste toen D. naar huis was een groot hart in de verf van zijn atelierdeur met een pijl er door heen. De volgende dag kwam D. verrukt vertellen dat die meid van de overkant dat misschien wel had gedaan.

“Er op af, boy, take your pick en geef ‘m van jetje!”, zei ik lachend tegen hem.

Zo hielp ik de maffe contraprestatie artiestjes nog wel eens aan hun verkering.  Ik was nu eenmaal als geboren lover de trait d’union voor menig One Night Stand in die tijd.

Dezelfde avond lag hij haar te neuken op zijn atelier.

“Niet doorlullen aan Anne Marie hoor, die is net zwanger en anders krijgt ze misschien wel een spontane abortus” zei hij angstig na afloop en knoopte zijn ranzige gulp dicht waar ik bij was. Thuis zou hij wel onder de douche gaan om de liefdessappen af te spoelen. Als ie naar vreemde kut rook kon ie misschien troubles krijgen met zijn blonde lieve , breed gebouwde vrouwtje. Ik heb nog altijd een foto van haar slappe tieten bewaard. Wat maakt het uit; ze zijn al lang gecsheiden.

Ze hadden een "open huwelijk" , beweerde D., maar zijn vrouw mocht er niet van weten als hij naar de hoeren ging of een los lopende teef fokte.

Al gauw moest D. naar de lullensmid. Hij had weer eens een druipertje opgelopen van een meid die hij via kunstenaar Pieter Engels kende.

 Ik zag die meid op een feestje, en schatte haar in als een temeier.

Hij liever dan ik.

 

(wordt vervolgd)

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.