Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
13 januari 2014, om 14:34 uur
Bekeken:
491 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
213 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

""Ik bezoek zelden de kunstcollegaatjes..." "


"Ik bezoek zelden de kunstcollegaatjes..." 

U bezoekt zelden collegaatjes en loopt al hele maal geen tentoonstellings openingen af.

Waarom zou ik?Alles wat ik wil weten staat in de vakbladen en is vaak dankzij moderne druktech nieken veel mooier dan in werkelijkheid.Daarom reis ik ook zelden naar het buitenland.Ik zie het wel op Discovery of Travel Channel.Is dat Post-modern,zegt U?Nou,dat zal dan wel,maar ik heb altijd een hekel aan reizen gehad.In moderne kunst ben ik al helemaal niet geinteresseerd,dat laat ik over aan mijn minder getalenteerde kollegaat,jes.Ik moet U eerlijk zeggen dat ik als ik niet schrijf of schilder gedeprimeerd raak en daar schiet niemand iets mee op,behalve de Valium fabriek,dat moeten we maar zien te voorkomen.Schilderen is de meest gezonde verslaving die er is en een prettig tijdver drijf.De angst om zoals Edgar Fernhout ooit schreeuwend en vloekend door het huis te lopen om inspiratie zal mij niet overvallen.Vloeken doe ik toch wel;inspiratie of geen inspiratie.Bekrompen heid is troef in kunstenaarskringen,dus blijf ik op afstand.Van kollegas valt niets te verwachten,dat heeft dertig jaar kunstenaarsschap mij wel geleerd.
Vernissages zijn geschikt om gratis je een stuk in de kraag te zuipen en verlekkerd naar elkaar te kij ken.Daar word ik niet vrolijk van.

U bent als kalvinist een rabiate papenvreter?

Ik vreet ze op met huid en haar,maar kots ze altijd weer uit.Mijn paapse schoonfamilie zat tranen met tuiten te huilen bij ons huwelijk.Een dokter of een ingenieur hadden ze voor hun dochter in gedachten en liefst zo roomsgeel als een dozijn vlaflipjes.Ik heb me daar verder nooit iets van aangetrokken en hun handelwijze is de beste antireclame voor de Roomsche afgodendienst.Voor iedere dag hadden ze weer een ander afgodsbeeld voor handen.En verder leidden zij een leven dat bepaald werd door de smaak van de buren.

Hoe valt de grootheid van kunstenaars te bepalen?

Dat is inderdaad bijna niet mogelijk.Honderd jaar geleden was een Vermeer voor vijfentwintig gulden te koop en nog keek niemand er naar om.Dat er nu miljoenen mensen naar toe stromen die beweren niet verder te kunnen leven zonder Vermeer te heb ben gezien is snobistiese aanstelleritis,dat begrijpt, een kleuter.Waardering zowel als miskenning zijn twee volmaakt onvoorspelbare grootheden.De tijd schift tot op zekere hoogte de kwaliteit van de mo dieuze onzin,maar dan nog ken ik 19-e eeuwse schil ders die heel goed waren,maar waar geen mens van heeft gehoord,laat staan “expert” Hans doctorandus van Seventer.Kunst is geen boks wedstrijd,waarbij de sterkste wint.In de beeldende kunst wint meestal de grootste slijmbal met de meeste relaties.Een exemplaries voorbeeld is Jan Cremer of Herman Brood. Talentloos,maar velen trappen er in.

In de zeventiger jaren was het bij sommige realistiese schilders in de mode debiele meisjes koppen te schilderen,een beetje gélijkend op dat meisje met die rode hoed van Vermeer en dan denk ik aan Theo Daamen,Peter van Poppel,Maus Slangen en Heidi Daamen.Nu,decennia later is iedereen ze vergeten. Het echtpaar Daamen hield er een aardig pand aan de Heerenmarkt aan over. En voor de rest zal hij zijn tijd wel in de kroeg uitzitten,net als de illustrator Peter Vos.
Vermeer is trouwens helemaal geen beter schilder dan Pieter de Hooch.

De fotografie heeft in Uw werk altijd een grote rol gespeeld.

Ja,zeer zeker,maar daarin sta ik niet bepaald alleen.Denkt U maar eens aan Breitner,die daar een paar keer grote moeite mee heeft gekregen en aan de omgang met zijn modellen,die meestal als bijbaan de hoererij hadden,een levenslange druiper over hield.Dan heb ik het toch gemakkelijker gehad.Geen hoeren,maar wel een druiper en die was na twee dagen weer over,dankzij de lullensmid in de P.C. Hooftstraat te Amsterdam zomer 1968.De fotografie heeft me van kindsbeen af geboeid.Ik was negen toen ik mijn eerste Kodak box camera kreeg.Een vierkante,zwarte sigarenkist met een fixed focus objektief en twee diafrag mas,zon of bewolkt.Een kind kon de was doen. Daarna kreeg ik een Ilford 6 x 9 rolfilm camera en daarna werkte ik met een Zorki, een Russiese kopie van de Leica en een Yashica 6 x 6,in de jaren zeventig een 4x4 Yashica,een Zenith kleinbeeld en de Minolta XG 1,die ik nu nog heb. Onlangs heb ik een Praktika en een Minoltamotodrive gekocht en er is in de opname kwaliteit geen verschil te zien met de minolta.Marijke de M.,die beter fotografeert heeft een Leica en de doortekening van de negatieven is subliem.

Soms kun je van een slechte foto een goed schilderij maken,omdat ook al gebruik je een foto een schilderij iets heel anders is.Het merkwaardige is dat een goede foto niet altijd garant staat voor een goed schilderij.Er zijn zoveel faktoren in het spel bij het schilderen dat de uitkomst onvoorspelbaar is.Daarom ben ik ook geen fotograaf geworden.

Auteurs als W.F Hermans en Martin Hartkamp hebben ook die passie voor fotografie en alhoewel Martin H. op dat punt de bescheidenheid zelve is maakt hij prachtige fotos van wolkenkrabbers en naakte meisjes die hij echter efficiënt en decent omdraait als ik binnen kom.In elk geval beter dan naakte jongetjes.

U woonde enige tijd op het adres Bilderdijkkade 4, Amsterdam.

Naast een bordeel.Dronken zeelui en hoerenlopers belden geregeld bij ons aan en wilden gelijk naar de slaapkamer stormen als Ina open deed want die zag er in die tjd uit als eenn hip fotomodel.Onder ons woonde een licht asociale Italiaanse familie met zijn zestienen in een driekamer woning,dus het was altijd bal,lawaai,geschreeuw en gekrijs.Boven ons een oude,dove vrouw die aan waanvoorstellingen leed en met haar schoenen midden in de nacht uren lang op de grond lag te bonken,omdat ze dacht dat ze achtervolgd werd door onze baby. Toen er ook nog een werkeloos samenhokkend paar beneden ons tot vier uur des ochtends de pick up op tien draaiden, omdat ze vonden dat het bij een kommu nistiese levensstijl hoorde om niet kommunisten te terroriseren,zijn we er weg gegaan. Een kunstenaar kan zich beter niet vestigen in een arbeidersbuurt in oud west, dat is de les die ik daar uit trok.

Volgens minister Nuis (kultuur!kultuur!) is er geen sprake van een monopolie van de overheid op de beeldende kunstmarkt, maar Riki Simons, publiciste en kritika op het gebied van het kunst beleid, blijft erbij dat de overheid de ontwik keling van de kunst niet stimuleert maar remt.Wederom uw nimmer falende Salomons oordeel graag!

Dat monopolie is er altijd geweest,vanaf die salon kommunist jonkheer Sandberg,die in de vijftiger en begin zestiger jaren bepaalde wat wel en niet werd aangekocht door de het Stedelijk en wie wel en wie niet meedeed in het hoofdstedelijk circuit.Juries voor aankopen van beeldende kunst luisterden ademloos in onderdanige bewondering unaniem naar deze diktator die ik de Hitler van de Nederland se naoorlogse kunstsien noem.De man had als be vlogen kommunist een zekere charme,ondanks dat hij de grootste onzin uitkraamde over architektuur waar hij geen bal verstand van had,maar vooral dankzij zijn overwicht op de van nature toch altijd wat labiele, aarzelende,nauwelijks intellektueel ge school de kunstenaars werd hij gerespekteerd en dat zijn nou net de meest gevaarlijke kunstambtena ren.Er is altijd een tweedeling geweest tussen de officiële staatskunstenaars en andere kunstenaars die zichzelf maar moesten zien te redden.In het gunstigste geval hadden vertegenwoordigers van de laatste kategorie een echtgenote met een goede baan of waren van financieel draagkrachtige huize zoals Matthijs Röling.De grootste klant van deze kunstenaar was zijn familie,die de gestage produk tie opkocht van de begaafde,warhoofdige, overijver ige Groningse kunstenaar,die nogal eens tijdens periodes waarin zijn maniese depressiviteit hem parten speelt en de lithium uitverkocht is bij de apotheek voor verkeersagent schijnt te spelen op een druk plein in Groningen of in een boom zit een ei uit te broeden in de veronderstelling dat hij een toffe vogel is.

Ik ben het met Riki Simons volledig eens dat er bui ten de aankoop- en subsidie aktiviteiten van Rijk en provincie geen markt bestaat voor authentieke beel dende kunst,maar dat het nog veel erger is.Een echt, oorspronkelijk talent krijgt geen enkele kans zijn of haar werk te exposeren,want het wordt niet herkend door de middelmaat die de kunstkommissies en galeries bemannen.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.