Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 januari 2014, om 23:41 uur
Bekeken:
395 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
184 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het uitzichtsloze nihilisme van Hermans."


DE ROMAN ‘NOOIT MEER SLAPEN’ MAAKTE MIJ PAS ECHT WAKKER

Fred was tussen 1960 en 1966 wel geliefd bij de vrouwelijke leerlingen van de Da Costakweekschool te Bloemendaal-hij bewonderde de aantrekkelijke, rumoerige, Marlou W. van uit de verte (40 jaar later kreeg hij aug. 2004 een email van haar met het verzoek contact op te nemen n.a.v. een mailtje van zijn kant een jaar eerder verstuurd)- maar jaren lang veel te verlegen om iets met de dames mee te beginnen tot de Amsterdamse, voortvarende Els D. het heft in handen nam.
Hij herinnert zich nog hoe hij in het begin weinig van intimiteiten tussen de sexen moest hebben toen hij omging met de warm bloedige Els , maar toch aan snel al haar hoge sexuele eisen tegemoet kwam, want je moest toch wat als vroege twen en als er iemand was die leergierig was op sexueel gebied dan was hij het wel.
Ongeremde sex hoorde nu een maal bij de jaren zestig toen aids nog niet uit gevonden was.
Via een andere goede (dominante) vriendin (Frieda T.) kreeg hij een verzamelbundel met de gedichten van Lucebert in handen en leende de bloedmooie Heemsteedse verpleegster Sarina hem een Nijhoffbundel.
Els gaf hem een kunsthistories boek over de schilderkunst van de 20-e eeuw. En even later ontdekte hij waarempel het zestiger jaren werk van Remco Campert, dat hij nog steeds op eenzame hoogte vindt staan en vooral van een on-Nederlandse lichtvoetigheid. De literaire blufpokeraar Jan Cremer vond hij na dat tweede boek niet echt interessant en dronkenlap Jack Kerouac van ‘t zelfde laken een pak.
Bij Hermans had hij jaren later die herkenning in nog sterkere mate dan bij Campert toen hij Nooit meer slapen las (aangeraden door de ex-hoofdonderwijzer Sjouke S. te Amsterdam) en meteen tot het Hermans kamp bekeerd was, dus automatisch in het anti-Vestdijk kamp belandde, want tussenwegen zijn er niet.
Toch prefereert hij de romantische mentaliteit van Campert boven het uitzichtsloze nihilisme van Hermans. Het verhindert hem niet een archief van inmiddels duizenden knipsels vanaf 1950 over het werk van Hermans in bezit te hebben die nu veel geld waard zijn.
Hij vertelt met smaak hoe een Amerikaanse vrijgemaakt gereformeerde mevrouw (JoAnn van S.) uit een gehucht in Groningen, die slecht Nederlands sprak en de Nederlandse taal met enige moeite las, een lezing hield voor de Groningse plattelands vrouwenvereniging, een categorie vrouwen die behalve de Story en de Prive nooit iets lezen, over een boek van W.F. Hermans, maar niets wist van de complexe en vooral tiepies vooroorlogse, gedeeltelijk zelfs ne gentiende eeuw se Amsterdamse achtergrond van de auteur, zijn existentialistiese en Freudiaanse wortels, de invloed van Bordewijk op zijn auteursschap en hoe hij haar aan bood zijn archief uit te lenen en raad te geven, hetgeen zij, zoals te verwacht en was, gedecideerd hooghartig afwimpelde, want een gereformeerde Amerikaan deed alles beter, ook als hij /zij nergens iets van af wist. En dat ervoer Fred als de voornaamste eigen schappen van vrijgemaakt gere formeerden: geborneerdheid en vooral minachting van andere geloofsrichtingen en morele opvattingen.
Niet voor niets zei hij altijd : Als ik een gereformeerde knakker een hand geef tel ik na af loop altijd even mijn kloten na. De Nederlandse film wordt door Fred in één moeite weg gevaagd: stelt niks voor. Allemaal aanstelleritis, wichtig macherei, imitatie van buitenlandse voorbeelden en vriendjesaaierij.
Fred : Ik heb op de kweekschool een jaar bij Burny Bos (film producer) en Hans Klap (ex-directeur van de film akademie) in de klas gezeten. Vooral de vroeg kalende Burny Bos en Bernard Netelenbos waren toen al over het paard getilde Haarlemmers, waar ik weinig fiducie in had. Een jaar hoger op die kweekschool zat Boudewijn Klap, de latere directeur van de AVRO en Hans Klap was ook een jaargenoot. Iedereen van die school met enig talent is iets anders dan schoolmeester geworden. Ik ken een Groningse, gereformeerde E.O. film- en televisieproducer (Hans van Seventer) die in zijn curriculum vitae vermeldt dat hij reeds als twaalfjarige al op zondag slootje sprong in Kat wijk ondanks dat hij een stijve gereformeerde hark was en een speelfilm over twee glad vergeten gereformeerde reddingsbootmanschappen zou gaan maken in 2004! Vervolgens vernemen we niets meer ten aanzien van de concre tisering van zijn voornemens! En Fred moet nog steeds honend lachen om de slogan op een inmiddels verdwenen website van deze gereformeerde producer : ’’Movieworld, Here We Come !’’
Nou, ja, dat soort mensen die nooit iets mee maken en nergens verstand van hebben maakt films in Nederland! En hoe meneer van Seventer, die twintig jaar over zijn doctoraal filosofie deed, in 1996 een brandbrief rond stuurde toen hij voor de tweede keer ontslagen werd bij de E.O. of iedereen die zijn brief las vooral voor het behoud van zijn in komen en baantje wilde bidden, want hij had een duur huis, twee autos en zoontjes die in Amerika studeerden.
Of de walgelijke dikzak, de filmproducer Theo van Gogh, die in Het Parool reclame maakte voor zijn homosexuele verleden. Ik zwijg liever over die dingen. Het spannendste dat filmmakers in het vaderland hebben beleefd is die keer dat ze een ongewassen klasgenote van veertien neukten op de bagagedrager van een roestige opoefiets in de schaars verlichte fietsenkelder onder de middelbare school en hoe gedurende dat klunzige intermezzo een los zittend spat bord in het meisje haar intiem verdwaald raakte, voor een vaginale bloeding zorgt, die de onervaren jongeman en het meisje voor menstruatie aan zien en op het moment supreme na een voortijdig orgasme de jongeman drie maal met de fietsbel belt terwijl hij het meisje nog voluit op de schroef had en onder het bloed zat. (Als ik met mijn fietsbel bel, nou, dan weet je het wel!) Vervolgens overlijdt die meid aan bloedvergiftiging en wordt de jongen die haar dood op zijn geweten had een buitengewoon ranzige homosexueel, die de plaatselijke pisbakken af schuimt en zijn lul te pas en te onpas door met piepschuim afgewerkte voorgeboorde gaten in de muren van urinoirs, zogenaamde glory holes, steekt om zich te laten afzuigen door volkomen onbekenden en uiteindelijk aan aids er aan onder door gaat. Ja, daar kun je een boeiende film van maken in de trant van Hoge hakken, echte liefde. Uit het ware leven gegrepen.
Ik vroeg drs. H. v. S. eens waarom hij voor de E.O. werkte als hij zo veel bezwaren had tegen E.O. aanhangers. Om dat je bij de E.O. nergens verstand van hoeft te hebben, was zijn antwoord. Ik heb daar verder maar over gezwegen. Geen wonder dat de omroepen in 2008 worden opgeheven. Bijna niet een Nederlandse film doet het in het buiten land, behalve Soldaat van Oranje en Turks Fruit, voornamelijk omdat in beide films stevig geneukt en op onverant woordelijke wijze wordt los geleefd, daar lijkt het grootste talent van de Nederlandse acteurs en actrices in te zitten, maar dan kun je net zo goed naar Timboektoe toe gaan, daar neuken ze zich ook een breuk.
In Nederland doet de Nederlandse film het wél in de bioscopen, want het is ónze film. Zoals je van je familie denkt: nou ja, oom Hans is een ongewassen oude lul met vieze praatjes die je steeds in je korte broek aan je ballen voelt of je al wat wilt groeien van onderen, naar goedkope sjek, jenever en verschaalde urine ruikt, zowel gore bakken als fijn gereformeerde praatjes op hangt en wekelijks naar de hoeren gaat en tante Mien, ja, die is gierig en vooral te stom om voor de duvel te dansen, ruikt ook nog eens niet erg lekker en laat zich naaien door de buurman, dat heb je zelf gezien, maar het is jouw tante en jouw oom en je hebt niks anders dan die paar ouwe wijven, dus je doet het er maar mee zo lang als het duurt en geeft ze daarna figuurlijk een rotschop als je zelf je leven op de rails hebt.
Maar iets anders … Het is toch krankzinnig dat kinderen in Nederland geen opstellen meer hoeven te maken? Er zijn mensen die die kinderen op school helemaal geen literatuur onder wijs meer willen geven of behoorlijk Nederlands willen leren spreken en schrijven. Een hoogleraar noemde de eis om foutloos Nederlands te kunnen schrijven zelfs fascistisch. Abstracte schilders in de jaren zestig en zeventig waren vaak plat pratende ordinaire proleten, dat was de grote mode toen, zoals Karel Appel, en Jan Sierhuis, die nooit een boek lazen, maar iemand als Henk Helmantel is niet veel beter, die leest alleen de Bijbel en zijn girobijschrijvingen, nee, die praat geen plat Amsterdamse maar knauwerig Gronings. Veel realistische schilders lezen geen boek.
Terwijl ik ten minste nog weet wie Langedijk was, Poot, Vondel, Huygens, Roland Holst, Van Lennep, Bordewijk, De Vijftigers en de powezie van de Zestigers goed ken, maar ook een jonge dichteres als Hagar Peeters en de dichter Pierre Rawie met aandacht volg en bundels van koop. Al die mensen worden ook nog eens zeer onderschat door het voetbal minnend publiek van Telegraaf lezers. Er groeit een generatie op van zich schor schreeuwende, doorpilsende voetballiefhebbers die niets meer weet, niets meer gelezen heeft en nergens over mee kan praten. Dus over honderd jaar staat Nederland niet alleen voor driekwart onder water door de stijgende zeespiegel, maar is het Nederlands hele maal wég, dan praat iedereen een verbasterd soort steenkolen Engels, dan wonen ze op houtvlotten of in paal woning en en dragen ongelooide dierenhuiden en heeft iedereen een vergeelde offset reproductie vol watervlekken van zo’n lullig stilleventje van Helmantel boven de sofa waar de springveren door de stof heen steken. Nederland gaat een gro te ramp tegemoet.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.