Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 januari 2014, om 23:38 uur
Bekeken:
387 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
185 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" In de moderne roman in opspraak behandelt Rijnsdorp 46 auteurs"


DR. C. RIJNSDORP: ZIJN LAATSTE TROUW-RECENSIE SCHREEF HIJ VANAF ZIJN STERFBED

Dat getuigt nog eens van doorzettingsvermogen en waar een wil is daar is altijd een weg.

Dr. Rijns dorp werd in 1894 geboren te Rotterdam. Auteur Peter Bak, schrijft voor Protes tant.nl 9 december 2008 een necrologie van deze bijzondere, selfmade literatuur criticus en docent antropologie en kunsthistorie aan de Christelijke academie voor lichamelijke opvoeding, eerst te Rotterdam, later te Arnhem.
Ik citeer enkele regels uit het artikel van Peter Bak:
Rijnsdorp, Cornelis
Literator (Delfshaven 19 september 1894 - Rotterdam 12 februari 1982)
Kees Rijnsdorp groeide op in een slagersgezin, als jongste van zes kinderen. Toen hij acht jaar oud was viel zijn vader in een kelder en was sindsdien bedlegerig. De slagerij moest van de hand worden gedaan; later, toen Rijnsdorp op de Ulo zat, moest ook het huis worden verkocht. In 1908, een paar maanden na het overlijden van zijn vader, werd Rijnsdorp naar kantoor gestuurd. Tussen 1910 en 1918 werkte hij als jongste bediende op een importzaak van steenkool. Omdat de beide patroons voortdurend op reis waren had Rijnsdorp het rijk vaak alleen. Het gaf hem de gelegen heid veel te lezen, onder meer in de bijbel, wat uitmondde in een geloofscrisis. ‘Niemand zorgde voor mijn ziel - vaderloos in een harde, zakelijke omgeving,' vertelde Rijnsdorp later. ‘En al deze dingen werkten op elkaar in en brachten een soort crisis teweeg.' Op bijna achttienjarige leeftijd bekeerde Rijnsdorp zich. ‘Van het ene ogenblik op het andere was mijn romantische Weltschmerz omgezet in de absolute zekerheid van de verlossing.'
De start van Rijnsdorp was geen erg gelukkige. Zijn eigen keuzes gaven zijn leven richting. Op zestienjarige leeftijd ging Rijnsdorp op muziekles: piano, harmonieleer, contrapunt, compositie en instrumentatie. Hij wilde componist worden. Na het lezen van het werk van de Tachtigers verlegde Rijnsdorp zijn aandacht naar de literatuur. Hij las een groot aantal romans en - vooral - gedichten, en behaalde kantoordiploma's vreemde talen en boekhouden. In 1922 debuteerde Rijnsdorp met proza in het christelijk-natio nale tijdschrift De Spiegel, een jaar later met gedichten in Stemmen des tijds. In 1930 trad hij als romancier aan, vier jaar later verscheen Rijnsdorps eerste essaybundel, Ter Zijde.
Ook verschenen in die jaren twee nieuwe essaybundels van Rijnsdorps hand en hield hij vele lezingen voor literaire en kerkelijke gezelschappen. Het maakte hem tot de chro niqueur van de protestantse letteren, in dezelfde mate als de vrijgemaakt gereformeerde prof. H.R. Rookmaaker aan de VU een Bijbelse visie gaf in "Modern Art and the death of a culture" , een kunst en kultuurkritiek die vooral in de Verenigde Staten waardering kreeg onder behoudende christenen. In de jaren '70 ontmoette ik regelmatig bij tentoon stellingsopeningen van de VU en twee keer tijdens een gereformeeerde kunstenaars conferentie te Zwiggelte de charismatische prof. Rookmaaker enkele malen en een aantal van zijn discipelen, studenten kunsthistorie, die van aanzienlijk minder intellectu eel allooi waren.
In 1954 ging Rijnsdorp met vervroegd pensioen ging en richtte zich volledig op kunst en cultuur. Hij werd literair medewerker na 1971 - van Trouw; maakte tal van cultuurhisto rische programma's voor de NCRV; doceerde kunstgeschiedenis en antropologie aan een academie voor lichamelijke opvoe ding; werkte mee aan het Liedboek voor de kerken. Erkenning volgde. In 1964 werd Rijnsdorp de kritiekprijs van de Maatschappij der Neder landse Letterkunde toegekend, een jaar later werd hij - als autodidact - eredoctor van de Vrije Universiteit. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig publiceerde Rijnsdorp een be schouwende trilogie waarin hij als literator rekenschap wilde geven van de veranderingen in de gereformeerde wereld, tegen de achtergrond van een mondiale cultuurcrisis.
In de Boeketreeks van Uitg. Kampen verscheen van Dr. Rijnsdorp "De moderne roman in opspraak" een pocketboek dat al jaren bij mij in de kast staat. De omslag van het boekje is door vormgever H. Prins saai vorm gegeven. De lieraire kritieken dateren van 1960-1965.
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde 1982:
Hoewel Rijnsdorp literatoren van zeer uiteenlopend karakter als Vondel, Multatuli, Guido Gezelle, Lodewijk van Deyssel, Querido, Carel Scharten en vooral Goethe en Rilke in de loop der jaren com pleet las en bestudeerde, nam hij in feite alles wat naam en faam heeft in onze letterkunde in zich op, en vanuit dit reservoir was hij in staat het werk van tijdgenoten en hun inspiratiebronnen te proeven en te keuren.
(...) het kenmerkende van de bijdragen van Rijnsdorp was dat deze zowel door jongeren als door ouderen, zowel door conservatieven als door radicalen graag en nauwkeurig gelezen werden. Hij deelde niet in en was niet in te delen; hij wees beide groeperingen op problemen en onopgeloste vragen, zonder verwijten, zonder aanvallen en zonder afstraffingen, hetgeen men doen kan wanneer men moreel gezag heeft, en dat had hij met de jaren verkregen. Hoe vreemd het klinken moge: hij was een zachte heelmeester, die velen tot inzicht bracht omtrent wat hen ontbrak. Met als achtergrond een levenslange bezinning op de bijbel, had hij in de loop van een lang leven tevens kennis genomen van veel dat buiten eigen kring was gepubliceerd, ook óver eigen kring, en hij had dat alles positief verwerkt. Dat bladen als Opwaartsche Wegen en Ontmoeting niet meer versche nen, ervaarde hij als een gemis maar hij begreep evenzeer waarom daartoe de stimu lans, het enthousiasme en de ijver bin nen eigen kring ontbraken. Het nog steeds bestaande tekort aan wezenlijke cultuur binnen eigen kring stond hem even duidelijk voor ogen als de moeizame opgave waarvoor de christelijke kerken in Nederland en daarbuiten stonden om antwoord te geven op de geestelijke vragen van eigen tijd en ontwikkeling. Hij begreep dat verzen en preken, hoe noodzakelijk ook voor een echte cultuur, niet konden bloeien zonder intense en voortgaande verdieping van een eigen geestelijk leven.
Hoewel hij het gevaar inzag van een zich kritiekloos overgeven aan de zich steeds uitdijende sociale wetenschappen, heeft hij wat deze faculteiten te bieden hadden op wel gedoseerde wijze doorgegeven aan het protestantse kerkvolk, dat in zijn korte boek besprekingen een veilige ankerplaats vond om even bij aan te leggen. Tot zijn lezers behoorden vele eenvoudigen, maar ook hoogleraren, ministers en kamerleden, die iedere week wilden delen in de bezinning die Rijnsdorp bood. Hij had in zijn jonge jaren de hoogleraren gelezen; toen hij oud was lazen vele hoogleraren hem!
 In de moderne roman in opspraak behandelt Rijnsdorp 46 auteurs waar een groot aantal van niet meer wordt gelezen en slechts enkele anderen in de loop der jaren in aanzien zijn gestegen. Rijnsdorp geeft een goed afgewogene oordeel over de auteurs van de jaren '60 die toen veel ophef veroorzaaakten als Wolkers, Vinkenoog, Vaandrager, Cremer, maar ook over de nauwelijks gelezen zoveelste rangs auteur Henk Romijn Meijer met zijn klaaglijke proza doordrenkt van een eindeloos dreinende mot regen
(wordt vervolgd)



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.