Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 januari 2014, om 23:37 uur
Bekeken:
403 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
194 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Herinneringen aan mijn uitgevers"


DE VERHOUDING AUTEUR/UITGEVER...NEE, DAAR WORDEN WE NIET ALTIJD EVEN BLIJ VAN MAAR L. H. WIENER AL HELEMAAL NIET

Of wel het drama L.H. Wiener. Na het doorworstelen van de 176 paginas "Herinneringen aan mijn uitgevers" in 2008 verschenen bij uitgeverij Contact verlangde steller dezes naar net iets sterkers dan Wiener Melange en vergreep zich aan de van horeca uitbater Wim Koster kado gekregen fles Zeer Oude Genever, een drank die in de Bourgogne bij de lokale drinkebroers geheel en al onbe kend is. Moge dat vooral zo blijven, dan blijft er voor mij des te meer over. Het scheelt al weer een slok op een borrel.
De cover van het boek toont een als dramatisch bedoelde foto van een buitengewoon somber ogend heerschap die aan een goedkope sigaar lurkt en achterdochtig in de lens kijkt, onge twijfeld een portret van de gekwelde schrijver en mij deed denken aan de niet al te vrolijke Franse auteur Camus die tenminste de vettige kraag van zijn in de jaren zestig al lang alt modische, witte regenjas voor het gemak opgeslagen droeg, hetgeen in Haarlem onmiddellijk gevolgd werd door de kroegtijgers van wat ik jaren later de Kenne mer Kliek zou noemen.
Wiener is een Haarlemse schrijver, die de maatschappij een stuk brood met schuifkaas af dwingt als leraar Engels, waarmee ik hem mag feliciteren, want wie het isolement van de tientallen jaren lang op een werkbeurs van de VVL vegeterende, autistische auteur Martin Hartkamp van dichtbij aan de Oudebildtdijk in Friesland incidenteel heeft mee gemaakt geeft zichzelf voor de spiegel een natte hand dat hem dat lot bespaard is ge bleven. Schrijven is geen aangenaam tijdverdrijf, dat wordt duidelijk na het consumeren van Wieners herinneringen. Een puik anti serum voor een ieder die het auteurschap am bieert.
 Na het debuut van Wiener, zo lezen wij op de achterflap, verschenen bij nog vier uitgevers werk van Wiener. De Bezige Bij, van Oorschot, Bert Bakker en uitgeverij Contact wor den in het handzame boekje door de mangel gehaald door ons ventje, want de bij voor baat al verongelijkte Haarlemse auteur is niet snel tevreden en lijkt ten prooi aan de destructieve kracht die zelfhaat heet. Nu stemt de afrekening van royalties ter hoogte van iets meer dan een tientje over 9 verkochte exemplaren van een boek de meeste schrijvers, in dit geval overkwam dat Wiener in 1976, niet erg optimistisch en wie de ramsj bij fa. J. de Slegte zo nu en dan ziet zakt de moed in de schoenen ooit zelf te publiceren. Lijden voor de kunst is erg mooi, vooral als het andere collegaatjes betreft.
"Herinneringen aan mijn uitgevers" is vooral een litanie van respectloosheid ten aanzien van de uitgevers van het werk van Wiener door Wiener zelf . De krampachtig geschreven brieven aan zijn uitgevers lijken al bij vooorbaat geschreven om later te verwerken in een boek. Wiener behoort tot de beklagenswaardige auteurs die hun leven verliteratureluren en daarmee aan het echte leven geen deel nemen.
Mevrouw Wiener is dan ook al snel uit de echtelijke sponde vertrokken, verklaart haar man vervolgens voor gek en beproeft inmmiddels haar geluk elders.
Hiermee mag ik haar van harte feliciteren want Wiener blijkt uit "Herinneringen aan mijn uitgevers" een beroepsquerulant die zich de status lijkt aan te meten van W.F. Hermans, even min een gemakkelijk heerschap, maar wel de grootste schrijver van de twintigste eeuw.
En dat kunnen we van minor writer Wiener niet zegggen.
Behalve de vraag of Wiener een beroepsquerulant is vermeld de tekst op de flip side van de bundel de rhetorische vraag of Wiener werkelijk de onmogelijke man is voor wie sommige critici hem houden. Zijn er soms andere redenen geweest die deze auteur zo'n grillige weg door uitgeversland hebben doen gaan? En liggen de zakelijke relaties tussen uitgevers en hun auteurs soms even gevoelig als die tussen partners in een persoonlijke relatie?
Wiener, van huis uit toch al niet een opgewekt mens trekt de volgende conclusie:

"Schrijvers hebben uitgevers nodig, net zo hard als uitgevers schrijvers nodig hebben. Aan uitgevers kan men feitelijk alleen ontkomen door geen schrijver te zijn, maar schrijver ís men, of men wil of niet.
Schrijver zijn is geen keuze, al denken veel would-be schrijvers van wel; het is een gesteld heid, om niet te zeggen een lotsbestemming, of, zuiverder nog: een gedoemdheid. Bestsellers maken van de nood een deugd, ramsj-boeken maken van het lot een noodlot."

L.H. Wiener is een van Nederlandse beste verhalenvertellers, zo ronkt de toelichting van de Uitgever, omwille van den brode gepokt en gemazeld in Salestalk. Na vele bundelingen brak hij door met de boeken "Nestor", bekroond met de Bordewijkprijs, "De verering van Quirina T.", goed voor vermelding op de shortlist Libris Literatuur Prijs en "Eindelijk volstrekt al leen".

Storend in "Herinneringen aan mijn uitgevers" is een overdosis aan zelfbeklag van de auteur vanwege uitblijven van succes, een eigenschap die onevenredig hoog vertegen woordigd is bij Haarlemse kunstenaaars, die bij voorkeur het kleine, bekrompen, burger lijke reservaat van de provinciestad niet verlaten en voor wie de Amsterdamse culturele biotoop de ver van mijn bed sjoo is.
Een enkele maal vermeld Wiener overmatig drankgebruik, een makkes waar auteurs als de Haarlemmers Lennaert Nijgh en Louis Ferron aan ten onder gingen. Het verschafte hen in Haarlem een aureool van achterhaald negentiende eeuws romantisch martelaar schap dat in Kennemerland bij het kunstenaarbestaan schijnt te horen.
Soms doet het auteurschap van Wiener denken aan de gemankeerde schrijver de immer ongelukkige Max de Jong van "Al het tinnef om je heen".
Vraagtekens bij de authenticiteit van Wieners visie zijn te zetten bij zijn bewondering voor W.F. Hermans als hij de aimabele auteur C. Buddingh' aanvalt met gelijke argumenten als Hermans hanteerde. Over intrappen van open deuren gesproken. Wiener lijkt zichzelf te beschouwen als een tweede Hermans. De soms zure, verongelijkte ondertoon bij laatst ge noemde, voert helaas de boventoon in Wieners proza.
In Appendix II op pagina 157 onderneemt Wiener onder de ongelukkige aanhef ‘Is het ge daan met die oude sopraan?'een aanval op Hermans die nog geen zwakke echo blijkt van Hermans literaire kritiek op auteurs zoals in "Mandarijnen op zwavelzuur".
De drie Appendix stukken in Wieners boekje lijken op een blinde darm, een wormvormig overbodig aanhangsel zonder enige functie. Waarschijnlijk bedoeld om de omvang van de bundel op te dikken.
Wiener schrijft op pagina 129 de merkwaardige zin : "Acht uitgevershuizen in successie gaven niet thuis of verlieten het pand bij mijn aankloppen schielijk door de achterdeur".
Een knappe jongen die een uitgevershuis door de achterdeur het pand ziet verlaten.
Na het lezen van de voortdurende klaagzang op de Uitgevers, de "boosdoeners" die Wiener uitgeven, schiet mij maar één kwalifikatie ten aanzien van Wiener te binnen. Een onaangenaam mens in de Haarlemmer Hout.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.