Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 januari 2014, om 23:35 uur
Bekeken:
352 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
184 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Heftige reacties van collega kunstenaars"


De kloof tussen publiek en kunstenaar is groter dan ooit deel 2

In de jaren zestig en zeventig probeerden steeds meer kunstenaars greep te krijgen op de overheid en vooral de lokale politiek.

In het kader van de Grote Sprong Voorwaarts Naar De Kluizen. Bonies die in Wassenaar woonde en in een blauw Mao werkmansjasje rond ging lopen. Zijn constructivistische zeefdrukken exposeerde hij als Mao communist in grote banken. Links lullen, rechts zakken vullen, daar zijn heel veel kunsten makers erg sterk in geweest toen er nog een ijzeren gordijn was. Ik heb toen al ingezien dat de poli tieke principes van extreem links te koop zijn en zo rekbaar als uitgelubberd elastiek in een onder broek met versterkt elasthaan kruis van je grootmoeder. De communistiese beeldhouwster Marijke V. vroeg mij in 1967 mee voor een reis naar de DDR, maar dat heb ik afgewimpeld. En daarna wilde ze me mee hebben bij een protetst demonstratie tegen of voor Vietnam om een protestlap te dragen, maar dat ding was loodzwaar, ik zakte gelijk door mijn hoeven, dus ik heb bedankt voor de eer en de klas sestrijd, toen mocht ik er gelijk niet meer in bij d’r. Als je oude SM journaals (Stedelijk Museum jour naals) doorbladert zie je dat van de honderden namen er nog maar een heel klein percentage beeldend bezig is. Ik heb dat eens bijge hou den: van de honderd deelnemers aan de atelier tentoonstellingen bleef slechts tien procent nog een paar jaar actief. De anderen waren zo geschrokken van hetgeen zij als ultieme erkenning zagen dat ze het penseel en palet aan de wilgen hingen en timmerman werden. De Rooms katholieke minister Marga Klompé wilde dat de beeldend kunstenaar sociaal werker werd en in het buurt en clubhuiswerk zou worden ingeschakeld, weer een andere overheids meneer van het van Abbe Museum dat kunst sociaal relevant zou moeten zijn, maar het enige dat de kunstenaar moet doen is kwalitatieve kunst maken en zich verder nergens iets van aan trekken en overal schijt aan hebben. Vooral niet met de politiek inlaten of met collegaatjes.


Op Uw Volkskrant weblog krijgt U nogal wat anonieme, soms heel heftige reacties van collega kunstenaars?



Onder de meest idiote pseudoniemen, zoals een rare juffouw op leeftijd uit Amsterdam die zich Iftibus Epsilon Razulsniftie of iets dergelijks noemt en vroeg of ik soms zwaar aan de dope of de coke was. Ik ben misschien wel eens van de kook; maar niet aan de coke, mailde ik terug. Ik heb nog nooit coke gezien, laat staan gesnoven. In the silver sixties, in mijn arme tijd (de blauwe periode, lonely and blue) nam ik wel eens efedrine maar dat vond ik maar niks. Ik kreeg het van een eerste jaars student psychologie van de UVA, die regelmatig zo stoned als een aap de collegebakken uitsodommieterde en op het gangpad bleef liggen maffen. Hij heeft nog een verzamelbundel van Belcampo van me geleend en nooit meer terug gegeven. In combinatie met koffie slaap je niet meer met efedrine en je raakt zo opgefokt en paranoïde als een loopse teef. En ik krijg veel sympatieke mails van iemand die zich mysterieus De Man Met De Sombrero noemde, die vond het wel lekker lezen wat ik schreef. Ik mailde hem een bedankje terug onder het pseudoniem De Man Zonder Sombrero. Ik draag namelijk nooit een hoed zoals al die kunstartiesten die in hun uiterlijk graag Beuys na apen (R. , die als Groningse boer, annex artistieke voederbiet zelfs zijn hoed op houdt bij het diner). De man met de sombrero bleek een Rot terdamse kunstenaar te zijn die in grote financiële moeilijkheden verkeerde dankzij tegenwerking van de WIK en andere uitkeringsinstanties. Wie aan de onderkant van de samenleving afhankelijk is van de ambtenarij is nog niet jarig. Ik vind de fooi van de Wik, zo’n beetje de helft van de bijstand een grove schande voor welvarend volgevreten Nederland met zijn honderdduizenden kortademige vetzakken. Beeldende kunstenaars worden als bedelaars behandeld door de overheid. Je bent nog beter af als door de overheid erkende heroïne junkie, dan verkeer je in een luukse positie en voort durend in dromenland. Dat kunnen niet velen na zeggen in het beeldend kunstenaarsplantsoen. Daarbij komt dat Nederland veel te veel acade mies voor beeldende kunsten heeft en veel te veel kunstenaars. De meesten zijn grote prutsers en dan spreek ik over wel negenennegentig procent.



Creativiteits propagandisten zeggen dat de ware creativiteit na het stemmen op een linkse partij, plus de bevrijding van de vrouw gekoppeld aan baas in eigen buik gedachten vanzelf uit het ondernavels opborrelt?



Dat is een ongeloofwaardige vooronderstelling. Als ik die juffrouw van groen links zie… dat mens kan beter kleuterjuf worden. Die vrouwtjes van politiek links zijn stuk voor stuk kaboutervrouwtjes. Alles in miniatuur. En uit die steeds lelijker worden Ozewiezewoze van der Laan van D’66 met haar verbeten kop kan nog een prima toiletjuffouw groeien. Ze is voorzitster van een partij voor domme, ge borneerde mensen. In 1969 ben ik met de Amerikaanse kunsthandelaar/ex-paracommando Michael Podulke één keer in het D’ 66 cafee geweest. Daar zaten studentikoze tiepes met reutelende toffee tabakpijpen te raaskallen over “ een andere politiek”. Ik heb niks met politiek. Er is geen een politieke partij die de beeldende kunst in haar vaandel heeft geschreven. We hadden het echter over het spon taan opborrelen van creatieve hete bronnen en de positieve invloed die daar van uit zou gaan…



Een padvinderachtige opvatting?



Je had vroeger de AJC, de NJVN en de padvinders. De oprichter van de padvinderij Baden Powell sliep zomer en winter op zijn balkon om zijn hoofd koel te houden en alvast een begin te maken met het verbeteren van de wereld. Een even loffelijk als onhaalbaar streven. Wel scheelde het een paar mud briketten per jaar, dus vrouwtje Powell was dik tevreden en werd in bed niet lastig gevallen, want zij verkoos de slaapkamer. De aan Rousseau verwante gedachte heerste alom dat wie veel in de natuur verblijft vanzelf een vredelievend mens wordt die nooit meer oorlog wil voeren. Een idioot idee. U heeft gezien wat er van de padvinderij geworden is.

“Padvinders zijn gatvinders, daarom dragen ze korte, wijde broeken”, zei mijn grootmoeder altijd. Mijn broer en ik mocht en dus niet naar de padvinderij. Toch werd hij een overtuigd homoseksjuweel. Op een verjaardagsfeest van Wim Koster in Subligny lag de hele top van de padvinderij strontlazerus in het echtelijke bed van Wim en Anneke stiekum met hun padvindersfluiten en koppelriemen te reet kezen en zopen onderdehand alle Sancerre op. Anderen stonden onder de douche een potje te prijs neuken, die kreeg je met geen tien paarden meer uit elkaar. Okee, vroeger stond je na een paar liter wisky op een feestje in de open haard te pissen, duwde de goed geparfumeerde gastvrouw met d’r kop hardhandig voorover in de houten bak met zoutjes, niet goedschiks, dan maar kwaadschiks, schortte met één hand haar rok op en pakte haar van achteren onder luid gejuich van de overige aanwezigen. Zulke dingen zul je mij niet meer zo gauw doen. Om te kunnen kezen moet je trouwens bij de pad vinders wezen en niet bij Fred van der Wal, want als die padvinders niet konden kezen zouden er niet zoveel padvinders wezen!



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.