Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
3 februari 2013, om 15:45 uur
Bekeken:
672 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
243 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De ontvoelde toekomst - deel 10"


De ontvoelde toekomst

 

deel 10

 

“Dr Lunaj,” zei Sylfia, “als u of wij erin zouden slagen om de gewenste ommekeer tot stand te brengen, hoe denkt u dat dan vast te kunnen houden? De mens kan dan toch weer vervallen in verkeerd gedrag… Zoals het vroeger was?”
“Je vraag is helemaal terecht, Sylfia. Zonder nu te willen zeggen dat Parg dat zal moeten gaan controleren, heb ik goede hoop dat de mens vanuit een totaal andere leefvorm het inzicht zal gaan krijgen om het nu eens goed te doen. Vergeet niet dat het leven zoals we dat nu kennen mogelijk wordt gemaakt door goede mensen. In meerderheid kun je de individuen goed noemen. De minder goeden en de kwaden verzieken echter de boel. In de nieuwe orde is daarin voorzien. Het zal je wel duidelijk worden. Niet alles tegelijk.”
Er heerste een vreemde,onwezenlijke sfeer in Meik zijn appartement.
Twaalf mensen en een robot hadden elkaar in opperste verbazing gebracht met misschien wel het meest waanzinnige plan wat ooit bedacht was… De lopende, desastreuze ontwikkelingen ombuigen om het naderende einde te voorkomen. Het residu van een leefsysteem welk een minderheid ongelimiteerde macht verschafte, hetgeen de aarde zo had belast dat die zou kunnen ophouden te bestaan. Een aarde zonder zuurstof was onleefbaar voor de mens, evenals voor de planten en dieren.
Het absurde gegeven dat de bepalende mens met macht binnen het systeem niet in staat was om de zaken ten goede te keren, was een regelrechte aanslag op het bestaansrecht van de mens op aarde. Onderbouwd in zijn kennis omtrent de omstandigheden waarin hij vertoefde, vanuit een wetenschappelijke benadering, had hij het toch zover laten komen zijn eigen welzijn ten koste van het aardse bestaan te laten prevaleren. Een volkomen verbijsterend gegeven vanuit het feit gezien dat de mens een sociaal wezen is dat niet buiten zijn soortgenoten kan.
Een gedrag, voortgekomen uit zijn evolutie, ondersteund door een inmiddels perfecte techniek voor diegenen die de financiële middelen bezaten. Zoals altijd regelde een minderheid de zaken. De geschiedenis had ook vaak laten zien dat de massamens leiding behoefte. En de leiding had kennelijk altijd de behoefte zich te misdragen.
Naarmate de tijd verstreek, was de macht van de kleinschalige bovenlaag onaantastbaar geworden en de generatieve ontvoeling van diens gevoelsleven had de zaken alleen nog maar verergerd. Het waanzinnige kenmerk van het einde van de geschiedenis... De ontvoeling van de Thymotische, rijke mens en de daarmee samenhangende teloorgang van zijn bestaan.
Het gevoelsleven van de mens, wat hem ultieme genoegens en een waardig leven kon verschaffen, had zich tegen hem gekeerd. Onopgemerkt en naar het zich liet aanzien bijna desastreus. Het feit dat hij zichzelf geen beperkingen wenste op te leggen, werd nu een dodende factor in zijn bestaan. De waarschuwingen ten spijt. In de euforie van het technologische tijdperk meende de mens te moeten constateren dat nieuwe ontwikkelingen niet te stoppen waren. Zij dienden eenvoudig te moeten gebeuren. De vooruitgang mocht niet geremd worden. Het menselijk vernuft moest uitgebuit worden tot heil van zijn bestaan, de voeding van zijn bestaan in het kapitalistische systeem wat zo dwingend onderscheid maakte tussen de individuen, de basis creërend voor een scala aan problemen welke zijn bestaan niet sierde, doch uiteindelijk verzwakte.
De kracht van het getal was een steeds grotere belasting geworden voor de aarde. Onafzienbare mensenmassa's welke gevoed moesten worden, tastten het syteem steeds verder aan. Al vroeg werd het gevaar opgemerkt, doch het werd niet onderkend en dwingende maatregelen welke daadwerkelijk de zaken konden beïnvloeden, bleven uit. Een collectieve verantwoording ontbrak en men verschool zich achter elkaar in een het-dient-mijn-tijd-wel-uit-scenario.
Dr. Lunaj was de eerste die met een wezenlijk plan kwam en dit onwezenlijke gebeuren speelde zich nu af in Meik zijn appartement, te midden van zijn goede vrienden, die net als dr. Lunaj bezorgd waren voor het aardse bestaan, doch die alleen niets zouden kunnen uitrichten.
Het werd laat die avond. Er viel zoveel te bepraten. Allen beseften nu het belang van de bijeenkomst. Ze begrepen dat er iets belangwekkends stond te gebeuren. Maar wat en hoe, daar was totaal geen inzicht in. Ze zouden moeten wachten tot ze op de camping waren. Daar zouden verdere plannen onthuld worden.

Meik en dr. Lunaj zaten nog te praten, diep in de nacht.
“Heeft u een idee wat we met Habe kunnen doen?” zei Meik.
“Jawel, Meik. Hij kan in mijn bedrijf komen werken. Hij is begaafd en tevens is hij mens. Ik wil hem in onze plannen betrekken want ik denk dat hij geschikt is om er aan mee te werken. Laat hem nog even hier zitten, zodat hij een natuurlijke vermomming kan kweken. Wat mij betreft kun je hem inlichten over onze plannen en kijken hoe hij erop reageert.”
“Daar zal hij blij mee zijn,” zei Meik. “Als we morgen terugkomen, zal ik het hem vertellen. Laten we nu maar gaan rusten, morgen hebben we een belangrijke dag.”

Na het ontbijt vertrokken ze naar de camping. Meik had een aantal bouwtekeningen gemaakt voor het geval dat ze gecontroleerd zouden worden. Iedere mate van groepsvorming was verdacht voor de toezichthouders. Je diende je nu eenmaal in te dekken. De beperking van de heiloge vrijheid was altijd en overal. Behalve op een niet te traceren plaats ondergronds.
Meik bezat een onderkomen op de camping. Hij was er vaak geweest om de gekte van de stad te kunnen ontvluchten. Tijdens de vele wandelingen in de omgeving had hij de verlaten mijn ontdekt. Binnen had hij de boel een beetje opgeruimd en de toegang gecamoufleerd. Het was vrijwel onvindbaar, precies wat ze nodig hadden om ongestoord te kunnen werken.

Nadat ze in het huisje waren gearriveerd sprak Meik ze even toe.
“Vrienden. Binnenkort zal duidelijk worden wat de plannen zijn van dr. Lunaj. We gaan straks naar de grot.Daar kan niemand ons storen. De tekeningen van het bouwproject laten we hier. Als er controle komt dekt dat ons in. We moeten nu eenmaal voorzichtig zijn, zoals jullie weten. Straks komt de bisschop ons bezoeken om ons ook weer in te dekken. We praten een half uur met hem en dan gaat hij weer. Daarna gaan we naar de grot.”
Dr. Lunaj begon met de mensen te vragen naar hetgeen waar ze mee bezig waren. Hij noteerde alles. Bij de meeste waren er geen onoverkomelijke problemen. Bij een paar van hen moest een en ander nader bekeken worden. Zij zaten contractueel een poosje vast. Dr. Lunaj gaf aan dat hij dat op kon lossen. Het was wel duidelijk dat zijn naam wonderen kon verrichten.
Zoals afgesproken kwam de bisschop langs. De man was onder de indruk dat Meik zoveel vrienden bezat die zich wilden inzetten voor de goede zaak. Ze praatten wat en toen verdween hij weer.
In kleine groepjes liepen ze naar de grot. Het gebied waar ze vertoefden was totaal verlaten. De camping was eigenlijk geen camping meer. Er stonden nog wat oude huisjes, waarvan er slechts nog een paar in gebruik waren.
Nadat ze zich in de grot geïnstalleerd hadden, begon dr. Lunaj zijn betoog. Iedereen was gespannen over hetgeen hij zou gaan vertellen.

“Jullie weten dat het niet goed gaat op onze mooie aarde,” begon dr. Lunaj.
“Alle inspanningen om veranderingen aan te brengen, falen. De heersende krachten zijn eenvoudig te sterk. Toch moet er iets gebeuren. Na veel denkwerk en onderzoek ben ik tot de volgende planning gekomen...
Er bevinden zich nog plaatsen op onze aarde die min of meer leeg zijn. Er wonen daar geen mensen. Omdat het economisch oninteressante plaatsen zijn, kan iemand zich daar nog vrij vestigen. Omdat ik veel contacten heb bij hooggeplaatste mensen, heb ik toezeggingen weten te verkrijgen om daar mensen naar toe te brengen. Ik heb tien van die locaties verworven en heb toestemming om daar een aantal mensen neer te zetten. Welnu.
De bedoeling is dat jullie ieder zo een locatie gaan beheren en leiden. De mensen waar jullie de leiding over gaan krijgen, zullen een totaal ander leven krijgen dan ze gewend zijn. Dat klinkt onwaarschijnlijk, maar zo zal het zijn. Alles is volkomen voorbereid en staat in de computer. Op elke vraag is een antwoord. De mensen zullen zich moeten onderwerpen aan het programma van de gemeenschap waar ze onderdeel van zijn. Het leven aldaar is geen vergelijk met het huidige. Het zal een moeilijke overstap zijn, doch er zijn ook geen weinig problemen. Er zal afstand komen tussen dit oude en het nieuwe leven. De nieuwe generaties die zullen komen zijn er al los van. Het is ook niet toegestaan om het nieuwe leefgebied te verlaten. Er zal voor de nieuwe mensen ook geen behoefte toe zijn. Het nieuwe leven zal rustig en eenvoudig worden. alle techniek zoals wij die kennen, zal er niet bestaan. Men zal gaan zorgen voor de eigen voedselvoorziening en alle kinderen zullen een gerichte, strenge opvoeding krijgen. Streng doch uiterst rechtvaardig. Ook dit klinkt hard doch ze zullen eenvoudig niet beter weten. Het leven aldaar is een leven in de natuur. Voor elk gebeid zijn verschillende omstandigheden van toepassing waarin iedereen kan vertoeven. De scholing van de kinderen is erop gericht te leren de kolonie in leven te houden, met en voor elkaar. Hoofdzaak is de zorg voor elkaar. Dit staat boven het eigen welzijn. Ook dat klinkt onwaarschijnlijk, doch het is een dwingende factor voor het bestaan. Er heerst geen prestatie- en geldcultuur.”
Dr. Lunaj zweeg even om hen te laten wennen.
“Is zoiets niet al eerder geprobeerd, dr. Lunaj?” vroeg Coin.
“Dat klopt, Coin. Dat verliep redelijk, maar uiteindelijk verwaterde het weer. Nu worden de regels strakker en bindend. Let wel: geen indoctrinatie en geen onderdrukking. alles gebeurt om een zorgenvrije maatschappij te creëren. De eerste tijd zal moeilijk zijn, maar daarna moet het als vanzelf gaan lopen. Dat duurt natuurlijk een aantal jaren, doch het zal gebeuren. Alles is tot in de puntjes voorbereid. Diegenen die meedoen dienen zich aan te passen, dat is natuurlijk duidelijk. Zij die meedoen bevinden zich in een omslagsituatie. De aanpassing waarvan ik spreek moet gebeuren vanuit onvrede met de bestaande situatie. Dat moet hun motivatie zijn.
De echte winst moet beginnen met de kinderen. Zij zullen het oude ontgroeien. De kinderen zullen, zoals gezegd, onderworpen worden aan uniforme, strakke nowa's. Bij elke vestiging zullen die hetzelfde zijn. Nogmaals, het klinkt niet vriendelijk, doch het is het wel. Nieuwe mensjes beginnen vanaf nul, niets. Wel is het misschien zo dat ze in de genen nog iets hebben uit de oude situatie. Dat zal dan weer moeten slijten.
Wat ik in feite wil bereiken, is dat de nieuwe mens zijn gevoelsleven onder controle krijgt. Ook de zorg voor de ander krijgt, zoals gezegd, prioriteit. Ik weet dat dat voldoening zal gaan geven. Die voldoening zijn we verleerd. Dat moet weer terugkomen. Voldoening is tegenovergesteld aan ambitie. Deze ambitie is de uiteidelijke drijfveer geweest welke de oude situatie creërde. ambitie kan wel een gezonde drang zijn om bijvoorbeeld de voedselsituatie in een collectief streven te verbeteren, doch als het gebruikt wordt voor het eigen welzijn dan is dat weer negatief voor het collectieve streven. En dat mag niet meer gebeuren.”
Dr. Lunaj zweeg weer even om de woorden tot de aanwezigen door te laten dringen. Zwijgend en ernstig keken zij hem indringend aan. Er heerste bepaald geen hoera-stemming. Blijkbaar begrepen of voelden zij nog niet wat de geleerde beoogde. Tevens was er de opmerking van Coin...
“Ik begrijp ten volle dat jullie nog moeten wennen aan dit ontwerp, net zoals ik dat heb moeten doen,” zei dr. Lunaj. “Als je er verder op doorgaat, ga je het wel begrijpen. Het is een proces waar je doorheen moet. Wat van belang is, is dat jullie moeten begrijpen waarom dit moet gebeuren. De mens is altijd zijn eigen gang gegaan met het ons bekende gevolg. In deze situatie krijgt de mens een poosje begeleiding, waarin hij getraind wordt te leven naar bepaalde nowa's met een eigen verantwoording. Hier is niets verkeerds aan. Iedereen is gelijk. Wel zullen er een soort van onderraden samengesteld worden. De mens heeft dit toch nodig. Zelfs als hij een eigen verantwoording heeft, bestaat er een gevoel om zich aan iets vast te kunnen houden. Of naar te richten. Dit zal in feite het groepsbelang dienen, het collectieve bestaan. Dit zal de grote, ondersteunende kracht zijn die de nieuwe mens gaat dienen. Hierin zal hij grote voldoening vinden. Vanuit deze situatie zal ook een trage, stabiele groei plaatsvinden, die voor ieder individu te begrijpen en te volgen is. En waarvan iedereen zal profiteren...
Tussen de tien nederzettingen zal een uitwisseling van gegevens plaatsvinden. Dit bewerkstelligt de uniformiteit. In tegenstelling tot de oude situatie zal genoemde groei dus gecontroleerd zijn. Dit wordt Parg zijn werk. Hij zal af en toe verschijnen om de verbindingen te verzorgen.”
Ries stond op en zei: “Dr. Lunaj. Het klinkt allemaal fantastisch. Ik neem aan dat wij vragen mogen stellen over iets wat niet helemaal duidelijk is. Uiteindelijk is dit een toekomstsituatie in een fantasie-opstelling en daarvan is bekend dat het altijd anders kan uitpakken dan in oorsprong is gedacht.”
“Natuurlijk, Ries!” zei dr. Lunaj. “Daar heb je volkomen gelijk in. Vergeet echter niet dat ik hier al jaren mee bezig ben en ieder gegeven heb gecheckt in de computer. Ook dat klinkt natuurlijk paradoxaal, want wat heeft een computer uiteindelijk met het normale mensenleven te maken? Ik zal het je uitleggen. Daarna kun je met je vraag komen...
Een computer werkt via zijn programmering. Zoals jullie weten bestaan er al vele programma's die het menselijk gedrag ontleden. De rechtbankcomputer is daar het ultieme voorbeeld van. Iedereen haat het, ikzelf ook, doch de computer is wel in staat altijd met een conclusie te komen...
Van vele bestaande programma's heb ik ook weer via een door mij samengesteld moederprogramma ontzaglijk veel gegevens verzameld. Een uiterst complex proces. Het uiteindelijke resultaat doet nu dienst als ultieme trouble-shooter. Voor elke vraag is een antwoord. Zowel voor de oude situatie als voor de nieuwe. Zoals ik heb gesteld: je kunt de techniek ook voor je laten werken. Dit programma wordt de beschermende factor van het nieuwe leven en de robots waarvan ik sprak hebben het in zich. Zij kunnen en zullen ernaar handelen. Evenals Parg.”
Nu stond Gailla op. Zij keek zeer ernstig.
“Dr. Lunaj! Met alle respect. Deze woorden van u zijn in schrille tegenstelling tot hetgeen u ambieert. U wilt een menselijke samenleving met als basis het menselijk gevoelsleven... Dit lijkt mij een robotisch gecontroleerde samenleving. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik hier wel opgewonden van raak, doch in negatieve zin!”
Dr. Lunaj glimlachte.
“Ik kan me dat heel goed voorstellen, Gailla. En je opmerking is juist. Maar zoals ik zei, op elke vraag is een antwoord.”
“Ik hoop dat u mijn nare gevoel kan wegnemen, dr. Lunaj,” zei Gailla.
“De robotisch controle is een voorzorgsmaatregel. Er is dus een simpele regelgeving die bindend is, en daarnaast die controle. Echter, ik ben er bijna zeker van dat die controle niet nodig zal zijn. In theorie misschien alleen incidenteel in de beginfase als er nog mensen van de oude orde aanwezig zijn, daarna niet meer. Dan zal de nieuwe generatie bestaan en leven overeenkomstig de regels en met hetgeen zij geleerd hebben. Er zal een totaal andere leefvorm ontstaan, los van de ons bekende verleidingen en verlokkingen die in de oude situatie kenmerkend waren. Het gevoelsleven zal weer waarde krijgen, alsmede gevoelens van waardering en respect voor de natuur en voor elkaar.”
“Mijn nare gevoel is weg, dr. Lunaj,” zei Gailla. “Dit klinkt weer beter.”
“Jullie zullen dus dit nieuwe leven moeten gaan begeleiden. Jullie zullen je moeten gaan inleven in het ontwerp van deze nieuwe situatie. Jullie worden het aanspreekpunt en leiders van de nederzettingen. Er kan contact gelegd worden met mij of met Parg voor eventuele problemen. Dat is de bedoeling. Er wordt geen geld of status mee verdiend, alleen de voldoening als het vorm gaat krijgen. Tevens zijn jullie verlost van de oude situatie, en het besef dat jullie de grondleggers zijn van het nieuwe leven moet ook een goed gevoel geven.”
“Die grondlegger bent uzelf, dr. Lunaj,” zei Meik.
“Zonder jullie kan ik niets, Meik. We hebben elkaar nodig. Zelfs technische ondersteuning van robots is nodig. Als alles gaat lopen zolals de bedoeling is, dan pas zullen de robots zich terugtrekken. We zullen moeten afwachten in hoeverre de mens aan de andere kant zich zal gaan gedragen.”
“Inderdaad, dr. Lunaj,” zei Hane. “Het kan best zo zijn dat ze ons uit pure frustratie gaan aanvallen als blijkt dat onze leefvorm succesvolis. Als onze populatie groeit, zal dat gaan opvallen.”
“Juist, Hane, dat is een reële kans. Bij groei van onze nederzettingen zullen we meer grondoppervlakte nodig hebben. Dit zal al tot conflicten leiden. Zij zullen dit niet toestaan en al helemaal niet omdat ze denken te weten oppermachtig te zijn. Maar er is op gerekend. Goed.
Ik realiseer me dat er een toeloop van geïnteresseerde mensen kan komen die zich willen aansluiten bij ons, als bekend wordt dat onze leefvorm werkt. Hiervoor gelden zekere criteria. De mensen zullen zich aan een test moeten onderwerpen. Niet iedereen zal geschikt zijn om zich bij ons aan te sluiten. Als zij falen in de test, zullen ze niet mogen toetreden. Dit klinkt natturlijk hard, maar het zal moeten. Er zullen teveel mensen zijn die te beschadigd zijn om in het nieuwe systeem te kunnen functioneren. De test zijn zo ontworpen dat ieder die niet de juiste bedoelingen heeft, door de mand zal vallen.”
“Ik zie dan al tragische toestanden voor me verschijnen, dr. Lunaj,” zei Wimme.
“Verklaar je nader,” zei deze.
“Als het bekend wordt dat in onze nederzettingen een vredig leven bestaat, dan zullen vooral de paupers er naar toe getrokken worden. Zij hebben immers niets te verliezen. Aan de toegang van ons gebeid zullen dan dramatische toestanden ontstaan, met zelfs gevallen van dodelijke uitputting na een lange, slopende reis. Als zij niet toegelaten worden, zullen zich hartverscheurende taferelen afspelen. Nog los van het feit dat zij vijandig kunnen of zullen worden.”
“Ook hierin is voorzien, Wimme. De robots waar jullie over beschikken zullen vanuit de lucht dit in de gaten houden. Mocht blijken dat zich een toeloop vormt, dan zullen zij in een vroeg stadium landen en de mensen vertellen dat het geen zin heeft. Ze zullen teruggestuurd worden door de robots. Tevens zijn de robots zo kundig dat ze in staat zijn een soort van voorselectie te maken van mensen die echt in aanmerking komen om toe te treden. Deze mogen een snelle test doen om te zien of ze geschikt zijn. als ze daarin slagen, mogen ze verder. De rest zal onverbiddelijk terug moeten. Er wordt dus absoluut niet geselecteerd op kwaliteit, doch op mentaliteit.”
“Ik merk wel dat u heeft nagedacht, dr. Lunaj,” zei Wimme. “Als het inderdaad zo gaat als u verwacht, dan is het te controleren.”
“Het valt waarschijnlijk ook te verwachten dat in eerste instantie de paupers zullen reageren,” zei Hana. “Zij hebben immers niets te verliezen.”
“Juist, Hana,” zei dr. Lunaj. “En daarna de tussenlaag. Wij zullen met argusogen bekeken worden, eerst niet, maar later wel. Bij het slagen van ons concept worden we geen commerciële concurrent, doch een mentale. en dat zal wrevel opwekken, of we dat willen of niet. Deze gevoelens behoren nog bij de oude mens, de nieuwe zal er geen last meer van hebben. Als dat aan de orde mocht komen, dan kan het spanend worden... Spannend in die zin dat ze ons zullen kunnen aanvallen. Maar dat zullen ze berouwen.”
“Dr. Lunaj,” zei Breg. “Er blijven voor mij nog zoveel problemen van praktische aard. Ik noem er maar een paar: materialen en energievoorziening. Ik neem aan dat in dit nieuwe milieu alles schoon en zuiver zal en moet zijn. Anders heeft het allemaal geen zin...”
“Dat klopt, Breg. Wat de materialen betreft, kan ik kort zijn. Voor de behuizing gebruiken we de aanwezige zaken. Er zijn nog veel restanten van oude behuizingen. Deze worden hergebruikt. Er zal alleen laagbouw bestaan. Hoogbouw is strikt verboden, althans voor bewoning. Als iets technisch noodzakelijk mocht zijn, is het in orde. De energievoorziening geschiedt met wat de natuur ons biedt. Zon- en windenergie. Daarnaast ben ik met iets geheel nieuws bezig, wat een constante stroom energie levert zonder er iets in te stoppen...”
“Dat is toch onmogelijk,” riep Coin.
“Dat moet “was” zijn, Coin,” zei dr. Lunaj. “Ik ben op het spoor gekomen van dat apparaat. Geloof het of niet: het is zestig jaar geleden al uitgevonden, doch de maker vreesde vermoord te worden vanwege het commerciële belang destijds. Hij heeft het verborgen, doch kortgeleden ben ik benaderd door zijn inmiddels oude dochter. Zij verwekerde mij dat het apparaat gedurende haar leven heeft staan draaien en nog altijd draait, zonder enige vorm van energietoevoer. Binnenkort ga ik haar bezoeken en ik mag er over beschikken als het ten goede komt aan de mens, zonder commercie. Ik hoop haar te kunnen overtuigen over hetgeen waar ik mee bezig ben. als dat gebeurt, krijgen jullie ook de beschikking over dit apparaat. Jullie krijgen het in onderdelen en dienen het zelf op te bouwen. Het wekt elektriciteit op. Hoe groter het apparaat, hoe meer elektriciteit. Het werkt op zwaartekracht, wat alom aanwezig is.”
“Het is onvoorstelbaar, dr. Lunaj,” zei Coin. “Ik stel me voor dat het vroeg of laat dan ook bekend zal worden bij het oude leven. Dan zullen zij er ook over willen beschikken.”
“Dat is geen probleem, Coin. Dat mag ook. Het komt het milieu ten goede. Vergeet niet dat we geen concurrenten zijn. Zij zullen het wel commercieel belasten en er geld mee gaan verdienen. Ze doen maar. Voorlopig echter zullen wij erover beschikken. Ik moet echter stellen dat ik die dame bijzonder dankbaar ben. Dit komt als een geschenk uit de hemel, op het juiste moment. Het komt onze plannen bijzonder ten goede. Het kan eenvoudig niet beter. De theoretische, onomkeerbare vervuilingsomslag van de lucht die we inademen, wordt nu in positieve zin verschoven. Hij wordt teruggedrongen. Een beter cadeau kan het aardse leefsysteem niet krijgen.
In beginsel vestigen we ons in verlaten dorpen. Alles wat we nodig hebben, bevindt zich daar. We zullen ons eigen voedsel gaan verbouwen. Alle nederzettingen bevinden zich in gematigde streken waar normale temperaturen heersen, dus het is er niet extreem warm of koud. Voor verwarming is dus niet veel energie nodig. Als de voedselvoorziening is geregeld, en de behuizing, is er verder een rustige toestand. Geen computers, geen dwingende prestaties, dus geen stress. In mijn visie zal dit een probleemloos leven worden. Jullie, de leiders, krijgen een computer waarin jullie alles terug kunnen vinden en verbinding met mij kunne krijgen, voor als dat nodig mocht zijn. Natuurlijk kom ik af en toe even langs. Ik zal ook mensen komen brengen.”
“Hoe stelt u zich het verloop voor van het “andere” leven?”, vroeg Raoia. “In getal zijn zij met miljarden en wij met honderden of met duizenden.”
“Vroeg of laat zal hun systeem ophouden te bestaan. Er komt een ontstellend gebrek aan materiaal, net als aan voedsel. Water is al een probleem. Sinds kort loopt eindelijk het aantal individuen terug. Er zijn nu dwingende maatregelen genomen om dat te bewerkstelligen. Alleen bij de paupers lukt dat nog niet. Doch hun sterftecijfer gaat snel omhoog. In feite wordt hun systeem nu ook kleiner. De rijke bovenlaag is in aantal te verwaarlozen. Ergens verwacht ik dat eens hun systeem zal overvloeien in ons systeem. Dat is een reële optie. Maar dat punt is nog ver weg. Ik heb er nog geen zicht op. Ik houd het wel in de gaten natuurlijk.”
“Ik verwacht uit die hoek veel problemen, dr. Lunaj,” zei Meik. “In beginsel zie ik dat overvloeien in elkaar ook niet zo zitten omdat zij nog de oude mentaliteit bezitten. En dat kan niet.”
“Dat is inderdaad een moeilijk punt, Meik. Vooralsnog zal het nog even duren voor het zover is.”
“Het kan misschien ook zo zijn dat de andere kant, om het zo maar even te noemen, gecharmeerd raakt van onze leefstijl,” zei Sylfia. “Met andere woorden, dat zij zelf in zullen zien dat het beter is om in onze leefstijl te verblijven dan in hun situatie. Alhoewel het toch moeilijk zal blijven voor hen om de oude gevoelens los te laten.”
“Hiermee zit je  wellicht op een goed spoor, Sylfia,” zei dr. Lunaj. “Iets dergelijks valt misschien te verwachten. Mocht het zo gaan lopen, dan is het mogelijk gemakkelijker voor hen om zich aan te passen.”
“Dr. Lunaj, ik heb ook nog een vraag,” zei Ries. “U heeft een compleet programma voor het nieuwe leven, begrijp ik. Uiteraard denkt u met het goede bezig te zijn. Heeft u ook iets van een strafsysteem ontworpen, voor het geval het nodig mocht zijn? Het blijven toch mensen met een eigen ziel en wil. Nog los van het feit dat iemand zich anders kan gedragen vanwege bijvoorbeeld een of nader ziektebeeld...”
“Dat systeem is er, Ries. Ik ga er alleen van uit dat het niet in werking hoeft te treden. Ons denken en handelen gebeurt vanuit de omstandigheden waarin wij gevormd zijn. Daar kunnen wij mee omgaan. Daarom zal dit nieuwe leefontwerp ook niet meteen begrepen worden en zal de aanvang moeilijk zijn. Omdat ik er al zolang mee bezig ben, heb ik me leren inleven in de nieuwe situatie. Zoals ik al aangaf gaat het pas goed lopen als de nieuwe kinderen opgroeien. Zij worden opgevoed en gevormd vanuit de nieuwe situatie. Het is een totaal ander leven dan wij kennen. Wij zullen ons moeten aanwennen met deze nowa's om te gaan, en ik ben er van overtuigd dat dat moet kunnen. Temeer als we weten waarom het nodig is. Wij, deze groep, moet de mens weer met beperkingen om leren gaan. En naast deze beperkingen een aantal omgangsvormen die de mens in dit bestaan allang ontgroeid is...”
“Uit de geschiedenis weten we dat de mens in oude periodes van bloei vrijwel altijd losbandig en eigenzinnig gedrag vertoonde,” zei Wimme.
“Juist. En in deze tijd, deze globale bloeiperiode, wordt het hem vanwege de onvoorstelbare massaliteit bijna fataal, Wimme. De techniek heeft de mensheid op hol doen slaan. De zegeningen die het bracht waren geen zegeningen, doch werkten uiteindelijk averechts! Tragisch. De moderne mens kent zelfs geen enkele waardering voor wat de techniek hem aan welstand en gemak biedt. Er is totaal geen realisatie voor hetgeen er aan inspanningen is verricht om die techniek tot dit stadium van ontwikkeling te laten komen.
Natuurlijk, men werd ervoor betaald en kon een luxe leven leiden, maar het moest toch allemaal maar even gedaan worden! Men meent een zeker recht te hebben op alles wat er is, maar de paupers die buiten het systeem verkeren hebben er geen recht op. Dat is niet de schuld van de paupers, maar van het systeem. De voorheen euforische groei is gedevalueerd tot een scenario van overleven voor velen, en luxe en waanzinnige rijkdom voor anderen. Ikzelf ben ook rijk, waanzinnig rijk, maar dat heeft een bedoeling... Mijn wens is om straatarm te sterven op een aarde waar iets nieuws is begonnen...”
“Wat Parg weet van menselijk gedrag is dat uitzonderlijk,” zei de robot. “Is er een reden, of oorzaak, sterk genoeg om menselijke bezitsdrang te verdrijven?”
“Ja, Parg,” zei dr. Lunaj. “Het geloof in het leven. Het diepe respect voor de complexiteit en onvoorstelbare kracht van dit leven. Het heeft jouw bestaan mogelijk gemaakt. Zeer, zeer dualistisch. De techniek die het vermeende einde der menselijke geschiedenis veroorzaakt, heeft tevens jou gecreëerd die wellicht een reddende factor kan worden in het mensbestaan! Deze omstandigheid is een prachtig voorbeeld van het wonderbaarlijke menselijke bestaan.”
“Het had nog anders kunnen zijn, dr. Lunaj!” zei Parg. “En dan bedoelt Parg iets wat volkomen catastrofaal zou kunnen zijn voor de mens...”
Dr. Lunaj stond op, zichtbaar geschrokken. Ademloos staarden de aanwezigen de robot aan.
“Verklaar je nader, Parg, en doe dat goed. Je bent niet geprogrammeerd voor catastrofes!”
Even pulseerden Parg's ogen heftig. Sylfia bracht haar handen naar de mond. Gailla pakte Raaia's arm vast. Hier was iets onwezenlijks gaande... De meester die de ultieme robot testte, zíjn ultieme robot, die hem, de meester, uit zijn tent wist te lokken...
“Ik heb best trek in koffie,” zei Loid droogjes.
Dr. Lunaj vermande zich met alles wat in zijn getergde lijf beschikbaar was.
“Hoe heet je ook alweer, sukkel?” snauwde hij.
“Loid,” zei Parg.
“Lieve vriend Loid! Ik ga je niet vertellen over het waanzinnige denkwerk wat nodig is om Parg te maken tot wat hij is. Het barrel vindt het nodig om mij voor joker te zetten ten overstaan van jullie overigens lieve mensen, waarvan jij er al helemaal uitspringt, en vlak voordat deze onzinnige verklaring geuit wordt, begin jij om koffie te zeuren?”
Je kon een speld horen vallen op de stoffige vloer. Als de mieren klompjes hadden gedragen, had je het nu kunnen horen...

 

einde van deel 10. wordt vervolgd.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.