Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
20 september 2012, om 14:04 uur
Bekeken:
711 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
193 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De ontvoelde toekomst - deel 8"


De ontvoelde toekomst

 

Deel 8

 

“Dr. Lunaj. Ik heb even een vreemde vraag. Ik hoop dat u niet boos wordt. Ik weet dat u dit alles doet om de unieke aarde en het complexe natuursysteem te redden. De vraag is: bent u gelovig, of aanhanger van een of andere orde of geloof?”
Nu moest dr. Lunaj even nadenken. Hij zei tenslotte:
“Ik hang niets aan, Meik, en ik ben niet gelovig in die zin dat ik in een god geloof. Ik ben een deïst, ik geloof wel in een opperwezen dat alles geschapen heeft en ook het zelfbeschikkende wezen mens op de aarde heeft losgelaten. Ik ben van mening dat hij niet optreedt, doch de mens vanwege zijn denkvermogen de zaken zelf laat regelen. Met welk gevolg dan ook! Als de mens het nodig vindt om zijn eigen soort en wieg uit te roeien, is dat niet aan het opperwezen te wijten, doch aan de mens zelf. Hij verwoest wellicht de meest unieke leefomgeving in het heelal en daarmee het leven van zijn nakomelingen… Althans, hij ontneemt hen dat leven. Voor mij is het absolute waanzin dat de mens iets verwoest dat hij nooit zal kunnen maken. Het is zo onvoorstelbaar hautain en kortzichtig. Ook aan deze stelling hebben denkers niet gedacht, althans niet voor zover mij bekend. Ook weer zo’n oude stelling vol waarheid: als je verantwoording hebt, moet je die nemen. In de economie van het zakenleven werd dat wel gedaan, in de verantwoording jegens de natuur niet! Bizar. Ik heb mij tot doel gesteld te trachten de boel te redden met de middelen en kennis die mij ten dienste staan. Niet om geëerd te worden, maar uit overtuiging dat het eenvoudig moet gebeuren. En jullie hulp heb ik nodig. Alleen kan ik het niet.
Meik kreeg tranen in de ogen.
“Ik schaam me een beetje, dr. Lunaj. Ik twijfelde of ik deze vraag mocht stellen.”
Dr. Lunaj kwam naast hem staan en sloeg zijn arm om Meik heen.
“Je hebt nog gevoel, Meik. Ik vind dat heerlijk. Dat hoort bij mensen, net als schamen. Het is volkomen natuurlijk. Het bewijst mijn vermoeden dat jij nog mens bent, en die mens heb ik nodig. Je kunt tegen mij alles zeggen. Ook kritiek. Ik kan ook fouten maken en dat wil ik weten. Niet om perfect te zijn, maar om het doel te kunnen bereiken waarmee ik bezig ben. Ik zeg dit alleen tegen jou: ik wil het opperwezen laten zien dat wij mensen in staat zijn om onze verantwoording te nemen. Nu kan het nog, binnenkort niet meer. Er zijn theorieën dat binnen afzienbare tijd het leefmilieu waarin we met zijn allen verkeren voorbij de rode lijn komt… Dat wil zeggen dat het alleen nog kan verslechteren en dat verschoningen en reparatie onmogelijk zijn! Stel je dat eens voor, Meik. Als dat punt bereikt zou worden, als dat wetenschappelijk vast komt te staan, dan is het zaak dat geheim te houden om een wereldpaniek te voorkomen. Er is een zekere haast geboden…”
“Het opperwezen laten zien dat…” murmelde Meik. “Het is toch ongelooflijk allemaal. Hoe gek het misschien ook klinkt, dr. Lunaj: ik ben geneigd u te volgen in deze stelling. En ik wil er een vermoeden aan toe voegen.”
“Laat eens horen, Meik. Hier ben ik nu echt benieuwd naar!”
“Ik kan alleen maar vermoeden dat we nooit en te nimmer op aarde in contact zullen komen met dit wezen. Dat is denk ik onmogelijk!”
“Mag ik vragen waarom je dat denkt, Meik?” vroeg de geleerde.
“Ja, en ik kan deze vraag ook beantwoorden. Als dat wezen ons zou contacten, dan zou het onmiddelijk zijn status van opperwezen verliezen en dan zou de mens helemaal op hol slaan. Nu zijn er nog zielen met respect voor het onaantastbare, bij contact met het opperwezen, als dat bestaat, valt dat weg!”
“Fantastisch, Meik, fantastisch. Ik noemde je eerder niet intelligent, maar ik was fout. Dit bewijst het. Je denkt hetzelfde als ik! Je begrijpt het helemaal. Je bent een volwaardig mens!”
“Zijn mensen die dit niet bedenken hiermee dan onvolwaardig?” vroeg Meik meteen.
“Natuurlijk niet. Maar je springt er wel uit door na te denken over levenszaken.”
“Ach,” zei Meik. “Dit heeft altijd mijn interesse gehad. Je filosofeert erover. Uiteraard ben ik geen wetenschapper maar ik weet wel iets van de aarde en het heelal. Als je goed nadenkt, dan kom je tot conclusies…
De wetenschap heeft altijd geprobeerd dingen te verklaren. De nieuwsgierige aard van de mens bevordert dit gedrag. De wetenschapper die er in slaagt iets met feiten aannemelijk te maken, wordt geëerd en verwerft aanzien. En het bevredigt onze nieuwsgierige gevoelens. Maar wat kunnen we er uiteindelijk mee…?”
Nu staarde dr. Lunaj Meik verwonderd aan. De rollen waren omgedraaid. Meik ging verder.
“Natuurlijk is het zo dat wetenschappelijk onderzoek een gedeelte der mensheid in een welvarende status heeft gebracht. Het kapitalistische stelsel was daarvoor een geschikt model. Maar het is eindig, dat is het grote manco. En het is niet sociaal, in het begin wel, doch dat sociale aspect verdween. Je kunt becijferen dat als al het geld wat voor wetenschappelijk onderzoek en militaire verdedigingssystemen alsmede privé-bescherming wordt uitgegeven, gebruikt zou worden om de paupers te helpen, de wereld er ineens heel anders uit zou zien. Dan praat ik nog even niet over het bezit van de rijken. Dit gegeven alleen al zorgt ervoor dat er nooit ontspanning zal zijn in de menselijke samenleving. Ik ben er ook van overtuigd, vooral nu na uw woorden, dat de wetenschap zich nu richt op zaken die direct verband houden met overleven. Hier valt nu geld en status mee te verdienen. Het is nu niet interessant meer om uit te zoeken hoeveel insectensoorten er weer zijn uitgestorven. Ik wil maar aantonen dat de wetenschap van een vroegere, relatief onbelangrijke, status is uitgegroeid tot een middel van grof geld verdienen in een overlevingstijdperk.”
“Je ziet het glashelder, Meik. Dat was ook de bedoeling om je vriend Habe binnen te halen. Creatief toptalent is gewoon geld waard en krijgt in de toekomst een steeds grotere waarde. Van natuurmens tot technomens. Je begrijpt natuurlijk ook dat in deze status het gevoel van de mens niet veel belang meer heeft. Het wordt steeds verder uitgeschakeld, het verliest zijn waarde en kracht en ik denk dat het een absolute noodzaak is om naast nowa's tot een volwaardige, vreedzame samenleving te komen. Dat was ook de bedoeling van het overzicht, om dit aan te tonen. Niet de perfecte samenleving, want die is er bijna nog niet geweest, doch de teloorgang van deze twee waarden. Het gevoel en de nowa's.”
“Inderdaad, dr. Lunaj. Ik ben van mening dat wij elkaar heel goed begrijpen. We zitten op één lijn. Dat is belangrijk. Nu wordt het zaak om de anderen dit ook duidelijk te maken. Maar goed. Ik weet nog steeds niet wat uw plan behelst, maar geeft u uw plan een kans van slagen. Ik durf te zeggen dat het waarschijnlijk het meest groteske is in de historie van de mens dat één individu iets dergelijks begint...”
“Inderdaad, Meik. Het is ook niet niks. Ik ben er al zo lang mee bezig, naast mijn gewone wetenschappelijke werk. En er komen ongelooflijk veel bijbehorende problemen bij kijken. Hiervan kan ik er al twee noemen. De eerste is de mentalitiet van de mensen. De tweede is de energievoorziening. Daar zullen we mee om moeten gaan. Maar er zijn oplossingen voor, daar ben ik van overtuigd. Ik werk daar ook aan. Je kunt dus wel vermoeden dat ik weinig slaap. Gelukkig heb ik in Nipor een uitstekende vervanger. Hij runt de robotfabriek, ik heb daar gelukkig weinig zorg aan. Je zei grotesk. Dat is het natuurlijk, deze onderneming. Maar zoals ik al eerder zei: er moet iets gebeuren, anders gaat het echt de verkeerde kant op... Dan komt er een zuurstofgebrek waarin de mens zal sterven, de paupers als eersten. Nu al, hier, ademen we zuurstof dat door een apparaat wordt gevoerd. Dat moet niet nodig zijn, maar de mens heeft het zover laten komen, in zijn jacht naar welstand. Zijn vermeende recht naar welstand. Het geldsysteem heeft de aarde gesloopt, het leefsysteem. Het kan en mag niet zo aflopen, mijn vriend.”
Even staarden de mannen elkaar aan.
”Meik vroeg of er een kans van slagen is, dr. Lunaj. Er is nog niet op geantwoord,” zei de robot voorzichtig.
“Er is zelfs een goede kans van slagen, ik kan zeggen meer dan 50%. Zoals je weet kan je met de computer allerlei simulaties uitvoeren. Dat heb ik met dit plan ook gedaan. De uitkomsten waren hoopvol. Wat het natuurlijk zo moeilijk maakt is de factor onvoorziene factoren. Ik noem er maar even een paar: als een geflipte pauper het nodig vindt jou neer te schieten, heeft het plan een probleem. Je kunt ook ziek worden, zomaar ineens, met de veelheid aan virussen die er nu rondwaren. Het voertuig wat je krijgt kan neerstorten of neergeschoten worden. Dit soort zaken maakt elk plan kwetsbaar. Om dit te minimaliseren is het bijvoorbeeld zinvol om met een partner te werken die evenveel weet als jijzelf. Het klinkt even klinisch, maar het beperkt de schade in het plan. Het zal duidelijk zijn dat het plan boven alles moet staan. Privé-belangen krijgen een mindere waarde. Als je daartoe niet bereid bent, kun je beter niet meedoen.”
“Een economisch denker zal hiervan gruwen,” zei Meik. “Dit past niet bij hem.”
“Juist, Meik. Dat is nu ook precies de reden dat ik dit soort mensen niet kan gebruiken. Het moeten idealisten zijn die nog gevoel hebben voor hun medemens en voor de natuur. Alleen zij zijn in staat hieraan mee te werken. De beloning zal een tomeloze voldoening zijn en het gevoel een menselijke plicht vervuld te hebben. Zoals ik zei: geen rijkdom en luxe.”
“Ik begrijp het, dr. Lunaj. Alhoewel ik me absoluut niet kan voorstellen hoe het mogelijk zal zijn om de zaken te veranderen, kan ik me wel indenken welk een vreugde het zal geven als het mocht lukken. Dan worden we zonder het te willen concurrenten van het bestaande systeem. En bij succes komt er jaloezie om de hoek kijken, zoals we al weten.”
“Juist, Meik. En dan kan het gevaarlijk worden. Voor mij is dit het moeilijke punt in het plan. Het valt te verwachten dat een jaloerse partij, met ultieme strijdmiddelen tegen een tegenstander waarvan hij denkt te weten dat deze hulpeloos is, deze zal aanvallen. Maar daarin is voorzien. zij zullen de grootste vergissing maken die ze zich maar voor kunnen stellen. Alhoewel het nooit mijn bedoeling is om te strijden, zal ik er niet aan kunnen ontkomen. Het is weer het beeld uit de geschiedenis: zonder strijd kan er niets bereikt worden. Wij verdedigen echter. En dat mag. De verdediging zal echter zo doeltreffend zijn dat er voor de aanvallende partij geen tweede keer zal zijn. Ze zullen het uit hun hoofd laten, of ze moeten echt een bord voor hun kop hebben...”
Dr. Lunaj keek Meik even strak aan. “Een foutje,” zei hij.
Niet-begrijpend zei Meik: “Verklaar u nader, dr. Lunaj.”
“De tegenstander waar ik het over heb, zijn de ultra-rijken. Van hen zullen de vijandigheden komen, althans, dat voorzie ik, en jij ook. De jaloezie. Ik ging ervan uit dat als zij in een confrontatie verslagen worden, ze wel afdruipen. Nu echter realiseer ik me dat dat niet zo hoeft te zijn... En wel vanwege het feit dat hun gevoelsleven, en derhalve hun handelen, totaal anders is dan wat wij gewend zijn.”
“Inderdaad, dr. Lunaj. Wat ik ook van hen denk te weten is dat zij een afzichtelijk soort trots bezitten en zich tegenover hun rijke vrienden niet voor schut willen laten zetten.”
“Dit soort gesprekken is toch zinvol, Meik, dat zie je maar weer. Je kunt nog zoveel bedenken, een andere geest kan het altijd nog aanvullen. Klasse!”
“De geest van robot Parg wil dan nog opmerken dat deze tegenpartij, de rijke mens, dan misschien boos wordt en boosheid vermindert rationeel denken. Derhalve zal hij in theorie fouten gaan maken, wat het voor ons gemakkelijker maakt om hem te weerstaan of te verslaan...”
Er viel weer even een stilte. Beide mannen waren onthutst.
“U hoeft niet verbaasd te zijn, dr. Lunaj,” zei Meik. “U en niemand anders heeft hem geprogrammeerd, zover ik weet.”
“Jawel, jawel, maar... het verbaast me dat hij in staat is om deze combinatie te maken... hmmm... Het lijkt er bijna op dat zijn techniek een eigen leven gaat leiden.”
“Zolang dat in positieve zin is, is dat geen probleem,” zei Meik.
“Daar hoef je niet bang voor te zijn, Meik. De beveiligingen kunnen nooit falen.”
“Ik heb nog een vraag,” zei Meik. “Een persoonlijke vraag. Niet belangrijk, doch ik wil het wel weten. Niemand schijnt iets te weten van uw privé-kant. Zover ik weet heeft u geen partner. Heeft u familie, uw ouders...”
“Het is mij zo vaak gevraagd, doch het is min zaak. Uiteraard mag jij het wel weten. Ik sta volledig alleen in het leven. Voor mij is dat ook prettig omdat ik het zo druk heb, vanwege mijn interesses. Zover ik weet leven mijn ouders nog. Ik heb echter geen contact met hen. Ze hebben me niet goed behandeld. Waarom weet ik niet, maar de gevoelens zijn kapot. Ik ben geneigd te veronderstellen dat zij zich ook niet realiseren dat zij de ouders zijn van een beroemde zoon en dat moet zo blijven. Ik heb een contactpersoon die hen kent, doch dat weten zij niet. Mocht het ooit zo zijn dat ze op hun levenseinde contact wensen met mij, dan zal ik hen bezoeken en hen de schrik van hun leven bezorgen. Dat zal mijn straf zijn naar hen toe vanwege hun gedrag naar mij. Niemand hoeft dit te weten, zoals je zult kunnen begrijpen, Meik.”
“Wat naar allemaal, dr. Lunaj,” mompelde Meik.
“Ach, ik ga van het standpunt uit dat zij dit niet hadden hoeven doen, en toch liep het zo. Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag, zij ook. Alleen op deze manier kan ik hen met de neus op de feiten drukken. Dat zal in theorie op het eind van hun leven zijn. Ook dat is hun verantwoording, want mijn contactpersoon zit wel eens te vissen bij hen naar mijn bestaan, maar tot dusver is nog niet gebleken dat zij behoefte gevoelen mij te zien... Als ik dat zou doen, dan zullen ze een onverwacht cadeautje krijgen. Zo een bekende zoon! Ik pas ervoor om op deze manier een plastic relatie met hen te krijgen. Het moet echt zijn, anders hoeft het niet voor mij.”
“Treurig allemaal, dr. Lunaj. Maar ik begrijp het. In welke stand verkeren uw ouders?”
“In de welstandsklasse, ergens middenin. Dat is echter niet belangrijk. Ik kan meer waardering voelen voor de ouders van Habe. Dit zijn mensen zoals ze behoren te zijn. Zorgzaam en nadenkend. Door het gedrag van mijn ouders is het voor mij moeilijk iets met anderen te delen, gevoelens bedoel ik. Het liefst werk ik als eenling, dan voel ik me prettig. Maar ik moet zeggen dat ik me nu ook prettig voel, bij jou. Goede vriendschap heeft een ontzaglijke waarde. Jij helpt Habe, wat je niet hoeft te doen, met zelfs een zeker risico. Ik respecteer dat, je bent verbonden met je medemens.”
“Dr. Lunaj, doe eens even normaal,” pareerde Meik. “Mijn hulp aan Habe valt totaal in het niet bij hetgeen waar u mee bezig bent... De aarde behoeden voor verval! Geen sterveling zou het in z'n hoofd halen om er ook maar aan te denken, laat staan om plannen te ontwerpen en laat maar helemaal staan om deze ook nog eens tot uitvoering te brengen, met de bijbehorende problemen en gevaren...”
“Ach Meik, iemand moet het doen. Ik ben alleen, heb niemand en vind dat het moet doorgaan, het leven. Ik, ik...”
Dr. Lunaj zweeg. Er kwam een onbestemd, ondefinieerbaar gevoel in Meik omhoog. Iets wat hij nog nooit eerder voelde. De grootste geleerde die er misschien ooit had bestaan op aarde, zat hier bij hem vast in zijn woorden omdat ze even iets bespraken wat met gevoelens te maken had. Het overduidelijke bewijs dat deze unieke mens er ook mee worstelde, echter in het positieve. De naweeën van een waardeloze opvoeding openbaarden zich hier even, maar waren tevens misschien de aanzet geweest tot onwaarschijnlijk grootse daden. Daden die hij zichzelf oplegde, waar niemand om vroeg en wat niets opleverde in geld, echter wel in werk, zorg en een niet te verwoorden verantwoording. Het ondefinieerbare gevoel wat in Meik omhoog kwam tekende zich nu af in respect. Dat was wat hij voelde. Daarom was het zo vreemd. Hij kende dit niet. Een ongekend respect voor een mannetje wat hier zo klein zat te zijn, neergeslagen door zijn eigen gevoel. Het onnavolgbare in de mens. Het unieke in de mens. En het lag zo dicht bij elkaar. Nu begreep Meik ineens wat dr. Lunaj moest bedoelen met het unieke systeem aarde, met zijn natuur en zijn mensen. Dit was ineens een grotesk bewijs welk een ongekende variëteit het bezat. De bekende, beroemde, aanbeden en verguisde dr. Lunaj zat hier piepklein te zijn...
Uit respect voor hem weigerde Meik te kijken of dr. Lunaj huilde. Hij wilde niet dat dr. Lunaj dat zou zien, dat hij het opmerkte. Als het zo zou zijn...
Hij ging naast de professor staan en legde voorzichtig zijn arm op dr. Lunaj's schouder.
“Dr. Lunaj,” zei hij zacht, “ieder mens heeft vrienden nodig. Niemand kan zonder, hoe sterk hij ook is. Hier zult u altijd een vriend vinden, vergeet dat nooit. Als je gevoelens kan delen met mensen, dan kan je spreken van vriendschap. Of hij nu dr. Lunaj heet of een arme pauper is maakt niet uit. U bent niet alleen, er is altijd een mens die om u geeft, niet vanwege welstand of geld, maar vanwege de ziel van de persoon. Daar gaat het om.”
Dr. Lunaj keek Meik niet aan. Hij wendde zijn hoofd af.
“Dank je voor deze woorden, Meik. Ik vind ook dat het zo hoort te zijn. We begrijpen elkaar zo goed. Mijn verontschuldigingen dat ik me even liet gaan. Ik had het even niet in de hand.”
“U hoeft zich niet te verontschuldigen. Gevoelens mogen hier geuit worden. En het blijft tussen ons,” zei Meik rustig. “Zullen we even een wandeling maken om de stemming te breken?”
“Laten we dat maar even doen, Meik. Ik heb een vermommingsset bij me.”

Even later liepen ze op straat. Dr. Lunaj was onherkenbaar. Vrijwel ieder mens kende hem, dus onvermomd op straat lopen was niet te doen. Nog afgezien van het feit dat duistere geesten munt zouden trachten te slaan uit zijn ontvoering.
Het ging maar even om de wandeling. Meik liep naar de plek waar het fake-clubhuis zou moeten komen. Hij vond het te link om naar de ouders van Habe te gaan vanwege het risico dat het bewaakt zou worden.
“De lucht is hier ook niet erg goed meer,” zei dr. Lunaj terwijl hij op een instrumentje keek. “Voor de gezondheid van de mensen kan dit bepaald niet goed zijn. En wat is het een desolate plek hier. Misdadig was het, om zo te bouwen. Als je hier wordt geboren, is het onmogelijk om nog een positieve kijk op het leven te krijgen. Zo begint het leven, je denken, al negatief. Leve de overbevolking, leve de stedenbouw.”
“Dit soort zaken zijn veel te laat onderkend, dr. Lunaj. En al waren er waarschuwende woorden, men luisterde niet. De eigenzinnigheid was bijna niet te bestrijden. De stedenbouwers en bouwkundigen lieten zich niet leiden. Zoveel mogelijk mensen bij elkaar was het streven. Doch zij woonden er niet.”
“Er zijn zo ontzaglijk veel van deze plekken op de wereld, Meik. Ik ben ervan overtuigd dat dit soort grauwe wantoestanden de mens ook in negatieve zin beïnvloed. En al helemaal als je je er niet aan kunt onttrekken, zoals in deze tijd. Dit soort zaken is desastreus voor de menselijke geest.”
“Er staat veel leeg, dr. Lunaj. In feite wonen de mensen hier nu gratis. Ten eerste hebben ze geen geld en ten tweede is niemand in staat om het te innen, als er huur geheven zou worden. Het gebrek aan onderhoud verergert het allemaal nog. In deze eens zo moderne, welvarende stad heeft een mensenleven geen waarde meer. Hier geldt weer het recht van de sterkste. Als het echt uit de hand loopt, komen er troepen om even orde op zaken te stellen...”
“Ik weet het, Meik, het is vreselijk. Maar alle waarschuwingen ten spijt is het zo gelopen. Niets of niemand kan het veranderen.”
“Toch heeft u bepaalde plannen, dr. Lunaj. Ik begrijp nog steeds niet hoe u denkt te gaan werken. Het lijkt mij onmogelijk.”
“Je zult het gauw horen, Meik. Als de anderen er zijn zal ik het uitleggen.”

Ze waren weer terug in Meik z'n appartement. Het was toch even belangrijk geweest, de wandeling.
Meik staarde de geleerde weer aan.
“Wat is er, Meik. Zit je iets dwars?”
“Nee hoor. Er zijn alleen zoveel vragen. U wilt trachten iets te redden. Daarstraks spraken we over een perfecte samenleving, we kwamen er op uit. Maar ik bedenk dat dat ten koste van iets moet gaan, bijvoorbeeld de creatieve beleving van de mens. En is er ook niet het gevaar van een zieke geest die er in zal slagen de leiding te nemen, middels een soort van manipulatie die ik nu niet even kan bedenken... U weet hoe creatief mensen zijn. Of kunnen zijn. Machtswellust is even oud als het oudste beroep ter wereld, misschien nog wel ouder...”
“Meik, ik moet zeggen dat ik blij ben met je opmerkingen. Het toont weer aan dat je nadenkt. En dat is ook nodig in deze situatie. Je opmerkingen zijn terecht. Maar ik kan ze ontkrachten, dat zal je duidelijk worden. Het belangrijkste gegeven is dat er een totaal nadere leefvorm ontstaat, niet vergelijkbaar met het geen waar wij nu in vertoeven. Ik weet ook dat veranderingen in dit systeem, zoals het nu loopt, totaal onmogelijk zijn. Het bespreken of organiseren niet waard. Het voorheen politieke krachtenspel bestaat niet meer. Wat er nog aan regering en stadsbesturen bestaat, is fake en wordt volledig gestuurd door de hogere orde. Dwang, angst en manipulatie regelen de zaken en zoals je weet is de techniek almachtig geworden. De mensen hebben allang ingezien dat ze kansloos zijn om iets te veranderen. Iedereen is onderworpen aan een loze vrijheid. Om iets te kunnen veranderen binnen deze structuur, moet je handelen binnen deze vrijheid. Het individu kan zich nog steeds verplaatsen, al is dat veel moeilijker geworden. Maar het kan nog, al is het lopend. Het gevaar komt pas als er succes zal komen en jaloeziegevoelens om de hoek komen kijken. Maar alles is voorbereid, ze zullen geen kans hebben om onze doelstellingen voor een vredige wereld te dwarsbomen.”
Meik schudde wild met z'n kop. “Dr. Lunaj!” brieste hij bijna, “dat kan toch niet, dat is toch onmogelijk! Dertien mensen en een robot gaan een volmaakte wereld stichten in een bijna giftig milieu! Utopia! Iets waar al eeuwen over gesproken is, een knagend verlangen van velen, nooit bereikt en u gaat het even organiseren?”
“Met jullie, alleen kan ik het niet,” zei dr. Lunaj kalm.
“En Parg. Deze wil ook mensen helpen,” zei de robot.
“Houd maar op met gissen, Meik. Het blijft je dwarszitten. Maar het zal duidelijk worden. Ik moet er ook bij zeggen dat de tijd er rijp voor is. Zonder een dreigend einde zal het niet gebeuren. Op zich is dat een triest gegeven, maar het komt voort uit het feit dat de mens is zoals hij is gevormd vanuit zijn verleden. Alleen bij een naderend einde kan dit plan worden uitgevoerd, anders niet. Behoeftes bepalen de daden. In theorie zal de nieuwe orde, als zij erin slaagt zich te ontwikkelen, een nieuwe mens te zien geven. Dat is mijn overtuiging...”
“Een, een nieuwe mens, zonder problemen dus...” stamelde Meik.
“Juist. Dat is het streven. De soort moet continueren, doch niet op deze manier,” zei dr. Lunaj ernstig. “Het zal een lang proces zijn, het gaat niet van de ene op de andere dag, maar het zal komen. Het moet gewoon. Ik blijf zeggen dat het zo niet kan en mag eindigen.”
“Dr. Lunaj, is, is die Utopische wereld niet saai en zonder enige vorm van opwinding?”
“Nee Meik, absoluut niet,” zei dr. Lunaj resoluut. “Ik heb vele scenario's ingebracht in de computer en mijn eigen gevoelsleven daaraan getoetst. Dat is dan het voordeel van de techniek die ik kan benutten. Ik moet echter zeggen dat het enige gewenning vergt om jezelf in die situatie te verplaatsen. Maar het voelt fantastisch aan. Er komen dingen in voor die wij al ontgroeid zijn, maar dat komt terug. Weggestopte, verdrongen menselijke gevoelens zullen weer geactiveerd worden.”
“Ik vind het een fabelachtig idee, dr. Lunaj, al weet ik nog niets. Ik kan er ook enthousiast voor worden. Natuurlijk. Maar ik wacht daar even mee tot ik meer weet.”
“Zo hoort het ook, Meik. Wacht het maar af. Wat voor mij nog een vraagteken is, is het feit of jouw vrienden er hetzelfde over zullen denken.”
“In principe moet dat geen probleem zijn, dr. Lunaj. Zij zijn ook bezorgd. In hoeverre hun persoonlijke omstandigheden een dwingende invloed uitoefenen zullen we gauw genoeg weten. Laten we maar gaan slapen. Er wachten ons drukke dagen.”

einde van deel 8. wordt vervolgd.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.