Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
1 februari 2012, om 14:31 uur
Bekeken:
627 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
256 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De ontvoelde toekomst - deel 6"


De ontvoelde toekomst

 

deel 6

 

Meik installeerde Habe in de ondergrondse ruimte. Die  was sober, maar alles was er om er langdurig te kunnen vertoeven. Zelfs een zuurstofvoorraad van maanden, hooggecomprimeerd. Er was nog geen zicht op hoelang Habe hier zou moeten blijven.
“Habe, zoals gezegd, je kunt nu het overzichtsprogramma van het menselijk gedrag sinds zijn bestaan op aarde bestuderen. Het is gemaakt door dr. Lunaj. Hij heeft mij gevraagd om het te lezen. Ik weet niet direct wat de bedoeling daarvan is, maar het is dermate boeiend dat ik er geen probleem mee heb.”
“Ik denk dat het me wel interesseert, Meik,” zei Habe. “Ik ben in ieder geval bezig. Kan ik trouwens naar boven, als ik zelf wil?”
“Nee, natuurlijk niet. Stel dat ik bezoek heb en jij komt binnen. Je bent volledig van mij afhankelijk. Als ik thuis ben laat ik het je weten, als ik bezoek heb ook. Als ik zou verongelukken dan weet je dat niet en kun je niet meer naar boven. Achter dit kastje zit een nooduitgang naar het riool. Dat moet dan je redding worden. Dat moet je pas doen als je gebrek krijgt aan voedsel of zuurstof.”
“Ik begrijp het, Meik. Ik ben al blij dat ik hier veilig ben. Als het mogelijk is, laat mijn ouders dan weten dat ik veilig ben.”
“Dat doe ik, Habe. Trouwens, was je niet thuis toen de toezichthouders kwamen?”
“Ik was wel thuis, maar ik stond op scherp. Ik had me voorbereid om snel te kunnen vluchten. Ik verbleef bij een oude vriend vandaag.”
“Als Zoki of normaal?”, vroeg Meik.
“Als Zoki zou ik opvallen, dus normaal. Hij begreep er niets van, maar ik heb hem gezegd dat ik een robot aldaar heb gemanipuleerd om te kunnen ontsnappen. Ik houd niet van liegen, maar het moest nu even. En hij geloofde het. Ik heb hem bezworen dat hij moet zwijgen.”
Meik ging weer naar boven na alles zorgvuldig afgesloten te hebben. Hij instrueerde Parg om bij Habe te komen als hij er eens zelf niet toe in staat zou zijn. De robot wist wel iets maar nog niet alles.
In de computer was een bericht aangekomen met een datum van dr. Lunaj. Snel verrichtte Meik de handelingen om het de anderen mede te delen. Dr. Lunaj zou zelf een dag eerder komen om hem eerst te spreken. Het was al over drie dagen.

Meik ging met Parg de straat op. Ze bezochten het kantoor van de toezichthouders. Hij wilde even belangstelling tonen voor de zes criminelen. Of er al iets bekend was. Een van de mannen stond hem te woord.
“Ze kunnen geen doodsoorzaak vinden, Meik. Ze begrijpen er niets van. De autopsie heeft niets opgeleverd. Voor verder onderzoek gaan ze naar een andere stad. Het lijkt erop dat er iets vreemds aan de hand is. Voor wat ik begrepen heb, mankeert er niets aan hun lichaam. Wel schijnt het zo te zijn dat ze denken dat er iets in hun hersenfuncties gebeurt moet zijn, maar wat, dat kunnen ze niet traceren. Je weet hoe wetenschappers zijn. Ze willen gewoon de oorzaak weten.”
“Luister, ik ben geen dokter,” zei Meik. “Ik word nu ook nieuwsgierig. Als er geen verwondingen van wapens zijn, dan snap ik er al niets meer van. Ja, een hartstilstand, maar alle zes tegelijk? Misschien iets van een giftig gas of zo?”
“Ook daarvan zijn geen aanwijzingen gevonden. Totaal niets. Maar goed, we kunnen wel gissen, maar dat lost ook niets op,” zei de man.
“Het is de vraag of we het ooit zullen weten,” zei Meik. “Stel dat het iets geweest is dat we niet kennen, dan zullen ze het ons niet zeggen. Zo zal het wel aflopen, een blijvend mysterie.”
“Zodra we iets vernemen, laten we het je weten,” zei de man.
“Goed. Trouwens, hebben jullie de Zoki al gevonden?”
“Nee, nog niet. We blijven wel scherp uitkijken en af en toe kijken we even bij de ouders. Zij maken zich ook ongerust, het is tenslotte hun kind, al is het dan een Zoki.”
“Ik zal ze ook even bezoeken. Als sociaal werker ben ik dat min of meer verplicht.”
“Goed Meik, dat zal ze goed doen.”
Meik ging het meteen maar even doen. Hij was nu gedekt. Het kon ook zijn dat ze het appartement bewaakten. Nu viel zijn bezoek niet op.
“Parg, check de omgeving of er bewaking is,” zei hij tot de robot.
“In orde, Meik,” zei Parg.
Er was geen bewaking. De ouders van Habe waren blij dat Meik langskwam. Ze waren duidelijk bezorgd.
“Habe is veilig, vrienden,” zei Meik. “Ik weet waar hij is en hij zit daar volkomen veilig. Heb vertrouwen. Voorlopig zal hij niet terugkomen.”
“Dat is niet erg, Meik, als we maar wten dat hij in veiligheid is. Zit hij daar als Zoki of normaal?”
“Normaal,” antwoordde Meik.
“Gelukkig. Dat absurde gedrag was niet prettig voor ons. Het past niet bij hem, zoals we hem kennen.”
“Natuurlijk. Maar vergeet even niet dat het hem wel gered heeft. Die jongen is goed bij zijn verstand. Verder raad ik je aan om voorlopig niet te komen. Het kan zijn dat de toezichthouders je gangen nagaan. Jullie weten dat een ondervraging niet prettig is. Hoe minder je weet, hoe beter.”
“Okee, Meik. Een ondervraging is het laatste wat we willen.” Meik staarde voor zich uit. Bij een ondervraging werd je vastgebonden. Er was wel een advocaat bij voor het welzijn van de ondervraagde. Zelfs bij de armste pauper.
De persoon werd vastgebonden op een tafel met allerlei elektroden op zijn hoofd. De ondervrager kon op een schermpje aflezen of de ondervraagde loog of de waarheid sprak. Uiteraard was het zaak om de waarheid te horen. Alhoewel het verboden was, was het bekend dat ze de ondervraagde met de elektroden ook een ondraaglijke hoofdpijn konden laten ondergaan om iets af te dwingen. Maar als het slachtoffer iets echt niet wist werd dat ook getoond op het scherm.
Meik had wel eens mensen gesproken die “getafeld” hadden. De verhalen waren bekend, zeker bij de paupers. Niets kon zo een onderzoek tegenhouden. Als de computer het nodig vond, gebeurde het gewoon. Rechtbankcomputers waren rationeel.
“Zolang ik er zicht op heb, laat ik jullie af en toe weten hoe het gaat met Habe,” zei Meik. “Ik weet echter niet wanneer jullie hem weer kunnen zien.”
“Dat is niet zo erg, Meik. Hij was ook vier jaar weg. Als we maar weten dat het goed is met hem, dat is voldoende. We zijn zo blij dat je gekomen bent!”
“Laat dat niet blijken als de toezichthouders weer komen. Wees dan weer even treurig.”
“Natuurlijk, we zijn niet achterlijk, Meik. Ze zullen niets merken.”

Hij liep met Parg weer naar zijn appartement. Het ging perfect allemaal. Hij kon tevreden zijn. Hij was niet verdacht en Habe was veilig. Het wachten was nu op dr. Lunaj. Misschien hoorde hij binnenkort wat hij zo graag wilde weten. Wat was de geleerde van plan? Iets wat Parg ook niet wist.
Hij ging maar verder de tijd doden met het doorlezen van het overzicht. Hij was bijna aan het eind, precies op tijd voor dr. Lunaj's komst.
Dit was de interessante periode, de tijd van de snelle veranderingen. Met stijgende verbazing overzag Meik de veelheid aan gegevens die in het overzicht stonden. De zich ontwikkelende technologie veroorzaakte ontstellende veranderingen in het menselijke bestaan. De verbeterde hygiëne en medische zorg, alsmede de voeding, deden de wereldbevolking exploderen in aantallen zielen. Ook was duidelijk dat onderwijs mensen mondiger maakte. Het aantal landen met zelfbestuur nam dramatisch toe nadat ze zich ontworsteld hadden aan hun overheersers. De ontwikkeling was euforisch. Het geldsysteem maakte de mens hyperactief.
Van een globale uniformiteit was echter geen sprake. De welstand was niet overal gelijk. Een constante bron van problemen. Wel tekende zich een langzame iniformiteit af voor wat betreft het staatsysteem. Het kapitalistische systeem, met een relatieve vrijheid voor het individu.
Het overzicht gaf op het einde de macht van de techniek aan. De regeringen hadden hunmacht verloren.Deze lag nu bij de topwetenschappers, die weer in strijd waren met de rijken der economie. Deze twee groepen bepaalden de zaken op aarde. Dr. Lunaj was een topwetenschapper, doch hij behoorde niet bij deze groep, omdat hij hen verafschuwde. Jaloezie en verering waren twee gegevens waarmee hij had leren omgaan.
De enorme flexibiliteit van de mens had mede deze ontwikkeling mogelijk gemaakt. Zijn aanpassing aan nieuwe situaties en omstandigheden was fabelachtig. Uiteraard was dit ook mogelijk door de welstandsfactor. De geslaagde, succesvolle mens baadde in welzijn, en inspanningen leverden nog meer op. De mens had zich van natuurmens getransformeerd tot materieel mens. De natuur had alleen nog economische waarde. Alles wat mogelijk werd, moest ook gebeuren. Ethische afwegingen hadden geen waarde meer voor de materialistische mens. Zijn eigen welzijn stond bovenaan.
Meik ging eens bij zichzelf te rade. Hij was eenmens, een individu dat bestond aan het einde van de geschiedenis, hier en nu in het jaar 2060. Golden dit soort kreten ook voor hemzelf?
Hij behoorde tot de onderlaag, echter wel in de onderste regionen. Hij had een redelijk bestaan, doch geen luxe. Hij wist dat hij dat ook niet ambieerde. Hij voelde zich verbonden met de tussenlaag, de welgestelden, doch ook met de paupers, de armen. Hij begreep ten volle dat deze armen niet hoger op de ladder zouden kunnen komen, of ze moesten speciale vaardigheden bezitten, zoals Habe. Na jaren van strijd tegen de heersende orde was het duidelijk geworden dat deze strijd nutteloos was. Arm geboren betekende heden ten dage arm leven, je hielp elkaar om te overleven. Het was duidelijk geworden dat het kapitalistische systeem lang niet iedereen in luxe welstand kon laten bestaan. Het intellect stuurde het systeem en de techniek beschermde het systeem. Was het voorheen nogmogelijk geweest om met gebundelde krachten systemen te veranderen en ten goede aan meerdere individuen te laten komen, dan was het kenmerk en vaststaand feit van deze tijd dat het onmogelijk was. Onmogelijk geworden was, door de allesbeschermende electronica. De wereldbevolking werd zo gecontroleerd en onderworpen met een paar honderd werkelijke machthebbers aan de top. Deze top kende geen leider, wel het inzicht om elkaar te respecteren en te helpen om het systeem te continueren voor hun nazaten.
Het overzicht sprak dezelfde taal die door Habe was gebezigd. De overeenkomst was frappant. De toekomstvoorspelling waar het overzicht mee afsloot was gelijk aan de woorden van Habe…

Meik voelde een onaangename rilling door zijn lijf gaan. Het gedrag van de mens was verbijsterend. De unieke aarde herbergde een soort wezen dat in staat was om zijn leefgever te verwoesten met als drijvende kracht zijn gevoel. Met als meest frusterend gegeven dat het niet ndig was! Het was toch niet te geloven! Hijzelf hechtte geen waarde aan materiële zaken, hij kon zonder. Hij ambieerde geen aanzien en macht. Wat bezielde de mensen toch dat ze niet zonder konden?
Meik toetste de zin in op het scherm: De unieke aarde wordt verwoest door de mens.
“Parg, ik kom tot deze conclusie! Is het niet tragisch? Moeten we ons niet doodschamen?”
“Parg kent geen schaamtegevoel, Meik. Wel weet Parg dat het niet nodig zou zijn als de mens anders had gehandeld. De techniek heeft een kleine groep mensen de macht gegeven en zij bepalen. Niets of niemand kan het veranderen als zij het niet willen. Parg ziet geen oplossing om de zaken te veranderen. Als de welgestelden verder gaan met het opconsumeren van aardse voorraden, dan moet dat eens eindigen...”
“Juist, Parg. Voor jou als robot is dat ook duidelijk. Het is me een raadsel wat dr. Lunaj wil... niets kan dit scenario veranderen. Ik weet dat hij bezorgd is, maar wat kan hij eraan doen?”
“Parg weet het niet, Meik. Hopelijk weten we gauw meer...”

Meik liet de zin op het scherm staan. Het was een van de eerste dingen die dr. Lunaj zag nadat hij Meik en Parg indringend had begroet. Moeten we ons niet doodschamen?
“Waarom staat dat daar, Meik?”, vroeg dr. Lunaj.
“Is het niet de eindconclusie van het overzicht?”, vroeg Meik.
“Inderdaad. Ik zie dat je het hebt begrepen.”
“Ik vond het overzicht fantastisch. Dr. Lunaj. De laatste paar honderd jaar stuurt er gewoon onafwendbaar op af. Als je de ontwikelingen doortrekt in de tijd die voor ons ligt, zie je het als het ware gewoon gaan gebeuren. En al helemaal vanwege het feit dat de bepalende machthebbers totaal geen affiniteit met de aarde hebben, of met de aarde meer hebben. Zij zijn volledig gematerialiseerd en los van de aardse natuur, het zijn technocraten tot op het bot geworden. Hun nakomelingen kunnen klonen zijn. Zehebben zelfs hun seksuele driften verloren en ze nemen kinderen om hun status te kunnen continueren. Kinderen, verwekt en gevormd in een lab. Gecontinueerde machtsuitoefening langs medisch-technische weg. De ontvoelde menselijkheid, een semi-robotisch gecontroleerde samenleving. Het einde van de geschiedenis, het begin van een niet te veranderen periode met een tragisch einde voor ieder individu, uitgezonderd de top.”
“Je bent gegroeid, Meik. Je denkt na,” zei dr.Lunaj. “Fantastisch!”
“Parg heeft mede mijn denken beïnvloed, dr Lunaj. Tevens ben ik in contact met een Zoki.”
“In contact met een Zoki? Dat kan niet, Meik. Een Zoki is willoos, hulpeloos. Nog minder dan een dier. Met zo’n stumper kan je geen contact hebben. De vuilakken. Is er weer een teruggekomen, een die niet paste in het systeem?”
“Ja. Doch deze was slim. Hij simuleerde, hij had ze te pakken. Nu wordt hij gezocht, doch zijn implantaat is verwijderd.”
“Dat is interessant, Meik. Om hen te misleiden moet je van goede huize komen. Vertel me hoe hij dat geflikt heeft.”
Dr. Lunaj vond het prachtig wat Meik vertelde over Habe.
“Ik wil die knaap ontmoeten. Hij verdient het om geholpen te worden.”
“Hij is dichterbij dan u denkt. Hij bevindt zich onder uw voeten,” mompelde Meik.

 

einde van deel 6. wordt vervolgd.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.