Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
27 september 2011, om 17:25 uur
Bekeken:
930 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
327 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De ontvoelde toekomst - deel 5"


De ontvoelde toekomst

Deel 5

Er klonken rennende voetstappen. Ineens stonden er zes wilden om Parg en Meik heen. Een van de mannen vuurde op Parg. Er gebeurde niets.
"Het is een robot," zei de man.
Een andere man trok een wapen en zei:"Hier heeft hij niet van terug." Hij vuurde.
Parg had er wel van terug. Met een snelle sprong was hij bij de man en ontwapende hem. Met zijn stalen handen brak hij het wapen doormidden.
"Jullie zijn wel moedig, met zes man," zei Parg rustig. "Jullie gaan nu sterven."
De mannen keken hem aan. Alle zes zakten ze in elkaar, nadat Parg hen had aangekeken.
Meik stond op. Hij mankeerde niets. Zoals altijd had hij zijn beschermende hemd aan. De helm was ook nu wel nodig geweest. Het beste was om je in zo een situatie dood te houden, zeker als er een robot bij was. Hij moest het dan verder opknappen.
Zonder te praten liepen ze snel naar huis. Thuisgekomen zei hij:
"Parg, je zei: jullie gaan nu sterven. Wat betekende dat?"
"Dat betekent dat ze gestorven zijn," zei de robot droog.
"Maar, maar, je kunt niet doden. Dit kan niet. Dit mag niet. En als het wel zo is, hoe heb je ze dan gedood? Je deed niets, ze zakten zo in elkaar..."
"En ze zijn nu dood, Meik," zei Parg. "Parg heeft tot taak jou te beschermen. Deze leiden hadden jou al gedood, in hun gedachten. Ze wilden Parg ook doden, doch hun wapens waren daartoe niet in staat. Jouw leven wordt zeer belangrijk voor het voortbestaan van de aarde en Parg moet dat koste wat kost beschermen. Nu was er een echte, levensbedreigende situatie en moest Parg optreden. Parg heeft ze met een voor jou onbekende straling gedood. Pijnloos, efficiënt en snel. Parg kan dit alleen als de situatie zo is dat Meik zijn leven en het voortbestaan van de aarde op het spel staat. Zo heeft dr. Lunaj het geprogrammeerd."
Meik was volkomen verbijsterd. Wat moest dit allemaal betekenen? Eerst die waanzinnige avond bij Habe en nu dit... Hij hapte bijna naar adem. Dit kon toch niet waar zijn? Wat was dit voor een robot?
Ademloos staarde hij Parg aan.
"Met deze wetenschap kan ik zo in de bovenlaag komen, Parg, als ik zou willen," zei hij.
"Inderdaad, Meik. En Parg kan dat niet voorkomen. Parg is volkomen op jouw gedrag geïnstrueerd door dr. Lunaj. Hij vertrouwt jou blijkbaar mateloos."
Meik kreeg tranen in zijn ogen.
Dit waren oude, menselijke waarden waar de geleerde zich aan vasthield en dienovereenkomstig handelde. Meik kon wel janken toen het volle besef van deze onvoorstelbare waarheid tot hem doordrong...
Dr. Lunaj had hem de meest geavanceerde, machtigste robot tot zijn beschikking gesteld, die in het heersende scenario op een onwaarschijnlijke manier ten gelde gemaakt zou kunnen worden. Meik had absoluut niet geweten welke vaardigheden Parg bezat... Nu wel, en als hij wilde zou hij vanaf morgen in een zwelgende welstand leven. Wat een onwerkelijk gevoel van dankbaarheid doorstroomde hem dat de geleerde hem dit vertrouwen had gegeven... Nog nooit had hij zoiets machtigs in zijn lijf gevoeld... Hij stond te trillen op zijn benen...
Maar! De aarde redden? Waar sloeg dit op?
"Het is beter dat Meik nu gaat slapen", zei de robot. "Parg wordt niet moe, doch mensen wel. Het was al een beladen dag vandaag, Meik moet nu rusten. Morgen zullen de toezichthouders komen om te melden dat er zes dode paupers zijn gevonden, ondanks het feit dat je nu niet in functie bent."
"Zeg dat wel, Parg", zei Meik met matte stem. "En wij weten van niets."
"Juist. Wij waren hier."


Meik kon uiteraard niet slapen. Zijn geest was volkomen ontregeld van de gebeurtenissen van de dag. Wat was er allemaal gaande? Peinzen en denken, doch hij kwam er niet uit. Tegen het ochtendgloren zakte hij van vermoeidheid toch even weg, met het besef dat Parg waakte.
Zoals Parg voorspeld had kwamen de volgende dag twee toezichthouders langs.
"Weet je het al, Meik?", vroeg een van hen.
"Wat moet ik weten?", antwoordde Meik. "Ik ben een aantal dagen vrij en jullie weten dat. Ik heb het gemeld."
"Dat weten we. Toch komen we even langs. Er zijn zes paupers gevonden."
"Gevonden? Zes dronken paupers? Dat hoor je niet vaak", zei Meik.
"Zes dode paupers, Meik. Niet dronken. Bij hen lag een gebroken wapen."
"Oh, krijg nou wat", zei Meik. "Wat was de oorzaak van hun overlijden?"
"Dat is nog onbekend. Ze hadden geen uiterlijke verwondingen. er waren ook geen sporen van enige strijd. Alleen dat gebroken wapen. We begrijpen het even niet."
"Waren het bekenden van jullie?", vroeg Meik verder.
"Ja, de scanner gaf meteen al aan dat het de geijkte probleemgevallen waren. Eigenlijk is het niet erg, maar wat ons intrigeert is de doodsoorzaak."
Meik haalde zijn schouders op. "Wat heeft het voor zin om het verder te weten?", vroeg hij.
"Mij maakt het ook niets uit, doch van hogerhand heeft dit geval interesse gewekt. zij willen het wel weten. Gewoon uit nieuwsgierigheid."
"Tja", zei Meik. "Ik kan hier ook niets mee. Als de uitslag van het onderzoek bekend wordt, kun je het wel eens komen vertellen als je daar zin in hebt."
"Hebben de heren zin in koffie?", vroeg Parg.
"zo hoor ik het graag", zei de man. "Dit is een goede robot. Hoe kom je er aan, Meik?"
"Zoals je weet heb ik hem al een paar maanden. Voor mijn bescherming. De robottechnologie wordt nog immer beter. deze heeft koffie in zijn programmering. Veel meer kan hij niet, het zijn en blijven domme dingen." Meik ontweek de vraag hoe hij eraan kwam.
Even later kwam Parg met een blad met koffie. De koffiekopjes rammelden op het metalen blad.
"Zie je, met andere dingen is hij weer minder goed". zei Meik.
"Waarom heb je zolang vrijaf genomen, Meik?", vroeg de man verder.
"Waarom wil je dat weten?", kaatste Meik de bal terug. Hij wilde de man even testen. Dat kon nu omdat hij een gefundeerd antwoord kon geven.
"Wij hebben een bepaalde verantwoording in dit gebied", antwoordde de toezichthouder. "wij willen dus graag zoveel mogelijk weten om ons werk zo goed mogelijk te kunnen doen. Je hoeft het niet te zeggen hoor, we komen er toch wel achter. en al helemaal als we je elektronische bewaking geven."
Meik wist dat ze dit konden doen. En hij zou zich eraan moeten onderwerpen. Dan kreeg hij een bovenhuidse chip die op een beeldscherm ten alle tijde verried waar hij zich bevond. Tevens nam de chip alles op wat er gezegd werd. Het begrip privacy verdween dan uit je leven. De chip bleef tenminste vijf jaar op het lichaam. Er was een alternatief voor deze behandeling. Natuurlijk. Ontslag nemen betekende automatisch toetreding tot de orde der paupers.
"Dat is niet nodig, vriend", zei Meik. "Ik wilde even kijken of je het al wist, maar blijkbaar niet. Ik ben bezig met een soort van buurthuis en onderdak voor de mensen hier. Dat kost wat denkwerk en organisatie. Dus heb ik even vrijaf genomen."
Meik was blij dat Parg met zijn koffieaanbod het onderwerp had verschoven. Toch had hij niet de indruk dat hij op enigerlei wijze verdacht was.
“Heeft dat zin, zo’n buurthuis?”, vroeg de man.
“Ach, ik ben sociaal werker. Ik moet net als jullie proberen de mensen hier rustig te houden. Zo een project is meer dan niets , voor de mensen toch een teken dat er nog iets voor hen gedaan wordt. Al zullen ze het zelf moeten bouwen. Het is ook de vraag of ik erin zal slagen hen te motiveren hieraan mee te werken. Dat is nog lang niet zeker.”
“Waar begin je aan in deze troosteloze troep”, zei de man.
“Voor jou een troosteloze troep. Voor mij, in mijn beroep, om er nog goede dingen uit te halen wat voor de mensen hier nog als positief ervaren kan worden”, zei Meik. “Als het mocht lukken dan zullen jullie het misschien ook rustiger krijgen.”


Nadat de toezichthouders vertrokken waren zei Parg tegen Meik:
“Parg vond het nodig om hen koffie aan te bieden om het gesprek te breken.
Simpel en effectief. Het was toch niet verkeerd hé, Meik?”
“Nee Parg, perfect. Je gedrag doet me af en toe duizelen. Bij Habe viel je uit je rol, vannacht met dat gevecht, je verklaring van het onwaarschijnlijke belang van mijn bestaan, nu weer. Wat is hier gaande….?”
“Dr. Lunaj kent de antwoorden. Parg niet. Parg kon beoordelen dat Habe Parg kon begrijpen, omdat het zijn vakgebied is. De zes bandieten waren een wezenlijk gevaar voor ons bestaan. Dat zijn de verklaringen voor Parg zijn gedrag.”
“Het zal wel, Parg. Blijkbaar moet ik nog wennen aan je gedrag. Heb je ook een verklaring voor het feit dat de man met het krachtige wapen jou ook niet deerde?”
“Jawel, Meik. Parg zijn metalen omhulsel is zo sterk dat het ondoordringbaar is voor de gangbare wapens. Als een wapen nog sterker is dan die van vannacht, dan zal Parg eenvoudig verplaatst worden. In die zin is Parg vrijwel onverwoestbaar. Alleen een sloopmachine kan Parg slopen doch een wapen niet, althans handwapens.”
Weer was Meik verbijsterd. Hoe had dr. Lunaj dit in godsnaam voor elkaar gekregen? Een mechanisch niet te deren robot met een onnavolgbaar intelligente programmatuur! En het was zijn robot!
“Goed,Parg. Het zij zo.Ik verbaas me nergens meer over. Ik ga me weer verdiepen in het overzichtsprogramma. Het wordt steeds interessanter, want we komen steeds dichter bij onze tijd.De tijd waarin we leven.”
Het mensgedrag had Meik altijd geïnteresseerd. Dit overzicht was werkelijk van groot belang voor hem. Ontegenzeggelijk viel er te constateren dat de menselijke geest een groot aanpassingsvermogen bezat voor de heersende omstandigheden. En al helemaal als hij zichzelf geen beperkingen hoefde op te leggen, hetgeen meer en meer aan de orde kwam in het tijdvak waarin hij nu bezig was, de twintigste eeuw. De euforie in de technologische ontwikkeling. Het grote welstandstijdvak van de mens, welstand en een relatief zorgeloos bestaan voor velen. Het tijdvak van Meik zijn voorouders.
Hij trachtte zich voor te stellen hoe het destijds was. Oude technologie was eens nieuwe technologie. Hoe ging men er toen mee om, wat was de invloed op het bestaan van die mens? In de tegenwoordige tijd viel er niet veelmeer uit te vinden, ook zo’n vreemd gegeven. Uitvindingen in Meik zijn tijdvak waren van een dermate hoog niveau dat het voor de gewone mens al niet meer te begrijpen was. Alleen op topwetenschappelijk niveau was er af en toe een vernieuwing die alleen de bovenlaag nog financieel gewin kon geven…
Meik besefte ook dat de mens van nature snel went aan een nieuwe situatie. Hij kon zich alleen maar voorstellen dat voor de nieuwe uitvindingen die de mens tot nut waren al snel niet veel waardering meer geweest kon zijn. En dat was geen positief gegeven in het bestaan. Als er geen waardering bestond, kon er ook geen bescheidenheid bestaan! Waren deze toestanden uiteindelijk niet de voorbodes gewest van de huidige toestand?
Het stond voor Meik onomstotelijk vast dat de opwaardering van het eigen individu een slopend effect had gehad voor het systeem aarde in de kapitalistische maatschappijstructuur. Het was gewoon verbijsterend hoe snel het allemaal was gegaan. Het overzicht gaf het zo mooi aan. Het intrigeerde Meik in hoge mate.
“Parg ziet hier de onwaarschijnlijke kracht van menselijke gevoelens, Meik,” zei de robot. “In een robotmaatschappij zou dit niet kunnen gebeuren. Parg heeft geen behoefte iets te bezitten. Andere robots ook niet. Zij gebruiken materialen om een doel te bereiken met gebruik van zo weinig mogelijk energie.”
“Dat klopt, Parg. Je hebt helemaal gelijk. Doch een mens is niet in staat om als een robot te leven. Hij heeft wensen en ambities. Hij zou zichzelf beperkingen op moeten leggen, doch dat druist in tegen zijn gevoelens om aanzien te verwerven.”
“Parg begrijpt dat het ontzettend moeilijk zal zijn, zo niet onmogelijk, om deze slopende factoren voor de aarde onder controle te krijgen,” zei de robot. “Parg wil graag helpen, doch weet niet hoe!”
“Het is inderdaad onvoorstelbaar moeilijk, beste vriend,” zei Meik. “Ik begrijp ook niet was dr. Lunaj van plan is. En hoe goed het plan ook zal zijn, ik moet nog maar zien of het effect zal hebben. En dan ook nog voor de lange duur. Voor altijd durf ik al helemaal niet aan te denken. Als ik de geschiedenis bezie, is er altijd rottigheid geweest.”
“Natuurlijk Meik, maar kan het niet zo zijn dat deze leedvolle geschiedenis het leerproces heeft moeten zijn voor de mens om uiteindelijk tot inzicht te komen? Vergeet niet dat in deze techno-tijd, waarin afstanden niet meer bestaan, de omstandigheden totaal anders zijn. Tevens is de basis van elke maatschappij de goedwillende mens geweest. Het tegenovergestelde hiervan is anarchie. Dit bestaat nu enigszins bij de pauperbevolking, doch niet bij de welvarende laag en de bovenlaag.
Als de goede bedoelingen nu uitgebreid zouden kunnen worden, dan zijn we al op de goede weg. Natuurlijk even los van het feit dat het milieu ook nog ontregeld is.”
Meik staarde de robot lange tijd aan. Wat een onnavolgbaar brein moest Parg bezitten! Zonder haperen gooide hij dit er zo maar even uit. Habe's moeder had Parg omhelst, nu begreep Meik haar. Parg was daadwerkelijk bezig en begaan met het bestaan van zijn creators. Het was ronduit verbluffend. Een robot met filosofische gaven. Puttend uit een oneindig bestand van gegevens, doch niet in staat om constructief creatief te zijn. Een zielloze, gevoelloze, non-creatieve robot, die toch in staat was met stellingen te komen die er niet om logen. Dit wezen had Meiks bestaan in enkele dagen een totaal andere impact gegeven en hij voelde een grenzeloze dankbaarheid dat hij erbij betrokken was.
Dr. Lunaj was niet achterlijk. Hij wist dat Meik wars was van uiterlijk vertoon en aanzien. Meik vertoefde graag in de anonimiteit, op de achtergrond. Hij zou zelfs niet in staat zijn om met de robot te pronken. In die zin was Meik de aangewezen persoon om de robot te bezitten.


De tekst op het scherm verdween. Ervoor in de plaats kwam een bericht van de toezichthouders. Een direct contact zelfs. Meik wist dat ze nu zijn gezicht in beeld hadden op het bureau.
Een stem zei: “Meik, we moeten je weer even storen. We hebben opdracht om een Zoki te zoeken. Hij is verdwenen. Is jou iets bekend?”
Meik stond meteen op scherp. “Ik wist niet eens dat er een Zoki is. Waar woont hij?”
De man noemde het adres. Het was van Habe.
“Weet in niets van. Het is mij niet gemeld. Maar Zoki's zijn toch te traceren middels hun implantaat? Trouwens, wie heeft er belang bij een Zoki? Je kunt er niets mee. Maar het lijkt mij dat hij bij zijn ouders moet zijn, als hij die heeft. Niemand wil of zal een Zoki verzorgen, alleen de ouders, als ze nog een beetje gevoel hebben.”
“Volgens zijn ouders is hij de straat op. Ze weten niet waar naartoe.”
“Beste vriend,” slijmde Meik, toezichthouders werden niet bij naam genoemd. “Een blinde kan nog een Zoki herkennen op straat, dus jullie ook. Een gerichte zoekactie moet resultaat hebben, lijkt mij. Maar nogmaals, wat is het belang om een Zoki op te pakken? Ik begrijp het niet.”
“Wij ook niet, Meik, maar het is een opdracht. Sorry dat we je gestoord hebben.”
De tekst verscheen weer op het scherm van zijn computer.
“Parg vermoedt dat we binnenkort een gast hebben in de schuilruimte,” zei de trouwe robot. “Zal Parg deze alvast in orde maken?”
“Je denkt ook aan alles, hè. Doe dat maar,” mompelde Meik.

Die avond meldde Habe zich. Hij zag er gespannen uit. Meik bracht hem onmiddellijk naar de ondergrondse ruimte die zelfs voor toezichthouders met welke apparaten dan ook niet te vinden was. Hier was Habe volkomen veilig.
“Je wordt al gezocht, Habe. Ik ben benaderd door hen. Ik vrees dat het voorlopig gedaan is met je vrijheid. Maar je bent nog vrij. Ik kan alleen maar vermoeden dat ze je laten inslapen als ze je te pakken krijgen.”
“Als ze weten dat de Zoki mijn werk is, is dat wel zeker. Éen persoon hoeft maar gezien te hebben dat ik de etensborden heb verwisseld. Dan is het hen wel duidelijk. Dit soort van verraad geeft enorme beloningen, dus zo zal het wel gegaan zijn. Ze zullen natuurlijk niet begrijpen hoe ik kon weten dat mijn voedsel beïnvloed was. De rijke ouders van de Zoki zullen wel een beloning op mijn hoofd gezet hebben.”
“Hier ben je veilig, Habe. Voorlopig blijf je beneden tot de inspanningen om je te vinden bedaard zijn. Het is een mooie gelegenheid om door het overzicht te gaan. Je leven ziet er nu totaal anders uit. Ik kan je wel zeggen dat je waarschijnlijk binnenkort de eer hebt om dr. Lunaj te mogen ontmoeten...”
“Is het werkelijk?”, stamelde Habe. “Wat fantastisch. Dat is een droomwens van me!”
“Ik heb begrepen dat hij de volgende week komt. Hij wil iets met mij bespreken. Ik stel me voor dat als ik hem jouw verhaal vertel, hij je wil zien. En je zit onder zijn voeten.”
“Wat een fijn bericht, Meik, in deze omstandigheden”, zei Habe. “Ik voel me gelijk een stuk beter.”
“Ik zal dr. Lunaj vragen of hij een plaats voor je weet waar je naar toe kunt. Bereid je zelf voor op een verhuizing naar misschien een totaal andere plaats.”
“Ik wil naar zijn lab, als dat mogelijk zou zijn. Ik wil bij hem werken, voor niets als het moet. Hier heeft mijn leven geen enkele waarde meer en materiële welstand ambieer ik ook niet. Ik wil hem helpen. Wat een groots bericht, Meik! Als je een vrouw was, zou ik je omhelzen en plat zoenen!”
“Ik ben geen vrouw, sukkel”, zei Meik. “Parg, alle lichten uit, we gaan naar beneden. Jij blijft hier, waken.”
“Goed, Meik. Welkom in ons huis, Habe. Parg zal je op elke mogelijke manier helpen.”
“Ik zou niet weten hoe, Parg,” zei Habe.
“Ach,” zei Parg, “een vermomming als een oude man met een kromme rug en een stok zou al zinvol kunnen zijn. Er is al iets van een beginnende baard. Van belang als je dit huis weer verlaat, zelfs in de nacht.”
De beide mannen staarden de robot aan.
“Habe,” zei Meik, “jij hebt meer verstand van robottechnologie dan ik. Is dit creatief of put hij uit zijn gegevens?”
Habe zei niets. Met grote ogen keek hij nog steeds naar Parg.
“Ik ga dr. Lunaj de hand schudden,” mompelde hij. “Dr. Lunaj, de man die jou heeft geprogrammeerd. Ik wil je omhelzen, net als mijn moeder. Maar mannen doen dat niet. En al helemaal geen robots. Voor mij ben je voor mijn gevoel bijna een mens, Parg.”
“Dankjewel, Habe. Dat is een groot compliment.”

einde van deel 5. wordt vervolgd.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.