Gegevens:

Categorie:
Dieren/Fabel
Geplaatst:
7 september 2011, om 16:50 uur
Bekeken:
874 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
252 [ download ]

Score: 5

(5 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"BP Babbel in Trouble"


Karbonkel zat met grote ogen van ongeloof op zijn bankje voor zijn hol. Hij kon nog steeds niet bevatten wat er nu precies gebeurd was. Wat hij wel begreep was dat Babbel, die schurftige pluimstaartrat hem een loer had gedraaid. Toch lachte hij om zijn slimmigheid en hoopte maar dat het zou werken.

   

Babbel was betrapt op het stelen van zaad bij boer Meurvoet, en had zichzelf vrijgekocht door, wat algemeen bekend was in het dierenbos, dit in Meurvoet zijn nimmergewassen oren te fluisteren. Karbonkel als volwaardig lid van het Aardvolk was, als elk van de Kleine Luiden, gek op goud. Goud wat hij zelf, dag in dag uit, dolf uit zijn groeve, die tussen het dierenbos en de verwaarloosde landerijen van Meurvoet lag.

  

Babbel had hem befluisterd dat Karbonkel elke dag langs zijn huis kwam en dat Kleine Luiden hun schat niet thuis bewaarden maar altijd ergens anders begroeven en belangrijker; nooit nie konden liegen, nooit nie!

 

Fluitend was Karbonkel op weg naar zijn groeve, hij kon het goud al zien glinsteren.

    Plotseling had een grote vieze met rouwnagels getooide hand hem in zijn kraag gevat en een stem met een oogtranende geur had hem toegeschreeuwd, ‘No hek u, en loat u nie goan veurdat u me vertelle woar u oal u blinke goad hêt!’

Karbonkel sprak weliswaar Mens, maar dit ging hem boven zijn deksel. Hij werd flink door elkaar geschut.

‘Vertelle me verdulleme!’ Na een hoop heen en weer geschut en geklets en gezwets, drong het tot hem door dat die stinkerd het op zijn goud voorzien had.

Als Klein Luid kon hij niet anders dan de walmer de waarheid vertellen. Samen waren ze op weg gegaan naar zijn verstop plekje.

 

Een veld vol met honderden gigantische keien en ze leken allemaal op elkaar. Hij had de rieker zijn plek gewezen, onder één van de grote rotsblokken. Daarna had Meurvoet hem laten gaan op voorwaarde dat Karbonkel hem zijn goud zou afstaan, het lag immers op het land van Meurvoet verborgen. Zwijgend had Karbonkel geknikt en toegegeven en op een afstandje had hij de man in de gaten gehouden.

 

Meurvoet had met al zijn dommekracht geprobeerd het rotsblok te verschuiven maar met een vuurrooie kop, vol met kleverig stinkend zweet, had hij het opgegeven. En had zwaar nadenkend om zich heen gekeken. Oal deh rotstènne lieken ô mekoar, wah ken ‘k noa doan?

En hij had een rood lint uit zijn gescheurde zak gehaald en om de steen gebonden, daarna was hij met gebogen schouders terug gegaan naar zijn hoeve.

’s Nachts was Karbonkel aan de slag gegaan.

 

Toen Meurvoet de volgende ochtend met spade en houweel op zijn rotsige akker verscheen schrok hij zich het apelazarus.

Alle rotsblokken hadden eenzelfde rood lint er omheen geknoopt …



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Een boeiend heel goed geschreven verhaal, MOOI Maurice!

Prettige dag gewenst. Liefs van Corry.*

Geplaatst op: 2011-09-08 11:30:00 uur