Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
4 september 2011, om 19:05 uur
Bekeken:
939 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
320 [ download ]

Score: 4

(4 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Sterrentijd deel 2"


Alsjeblieft Kars, haal me terug...
Tranen laten zich met moeite terugdringen, al zou niemand er waarschijnlijk van opkijken als ze ze liet gaan. Ze kennen haar immers als dat depressieve gekke meisje.
Dian vermant zich weer. Ze is niet depressief; niet meer, niet nu.

"Klas H 3 b, even opletten allemaal. De nieuwe opdracht die jullie gaan maken is een persoonlijk voorwerp, iets wat vaak bij je draagt, tekenen of schilderen. Het maakt niet uit wat voor materialen je gebruikt, als je er maar voor zorgt dat het er netjes uitziet. Vragen?"
Het blijft stil. "Goed," de leraar maakt een wijds gebaar. "Ga je gang."
Dian tikt nadenkend met een potlood op de tekentafel waaraan ze zit. Er schiet haar van alles te binnen, maar al die dingen zijn uit een andere tijd. Ze zoek in haar broekzakken en haalt de inhoud tevoorschijn; een huissleutel, aansteker, zakmes, een kapot horloge.
Ze glimlacht droevig. Een kapot horloge. Ze haalt papier en begint te schetsen. In het midden het horloge, zonder wijzers, daar omheen wazige gezichten, haar eigen, dat van Kars, haar ouders.
"Wauw, dat wordt mooi, Dian." Zonder dat ze het heeft gemerkt is de leraar, Marcel Hoekstra, naast haar komen staan. "Heb je geoefend? Je tekent veel beter dan vorige week."
Dian glimlacht naar hem. "Zes jaar, meneer."
Hij kijkt haar even vreemd aan maar richt zijn aandacht dan weer op het blad papier.
"Teken je specifieke mensen?" Ze knikt. "Mijn ouders, mijn vriend en ik."
Hoekstra kijkt verrast. "Je vriend? Leuk, ik wist niet dat je verkering had."
Dian staart even peinzend naar het papier. Ze is vergeten hoe persoonlijk hun contact was.
"Kars," zegt ze zacht. "Hij is muzikant en... laborant. Ze experimenteren met kwantumfysica."
"Ingewikkeld," Hoekstra lacht en klopt haar op haar schouder. "Je bent goed bezig met tekenen Dian, ga zo door."
Ze zwijgt. Ze herinnert zich hoe hun vriendschap zich verdiepte, dwars door de leerling-leraarverhouding heen, hoe hij haar persoonlijke geheimen vertelde voordat iemand anders ervan wist, hoe ze elkaar, allebei verlegen, knuffelden toen ze van school ging, en daarna zijn verdriet en kwaadheid tot ze hem vertelde dat ze hem bedrogen had.
Dit kan niet nog een keer gebeuren.
Dian zet de punt van het potlood op het papier en tekent verder. Ze moet wel.
Een uur later loopt ze, stil tussen haar luidruchtige klasgenoten, naar het volgende uur; maatschappijleer. Ze is vervuld van zorgen en gedachten die niet van hier zijn.
In het lokaal haalt ze de boeken uit haar tas en bladert ze door. Politiek, zorgstelsel, gemeentes, ministeries... Allemaal dingen waar ze inmiddels dwars doorheen lijkt te kijken.
"Jongens en meiden, ik wil vandaag graag een discussie." Met een brede lach staat mevrouw Meinderts voor het bord. "Over politiek. Ik wil weten hoe jullie denken over stemmen, politieke partijen en wat je denkt wat voor vooruitgang we de afgelopen jaren geboekt hebben met onze democratie." De klas zucht unaniem.
"Mevrouw, we mogen nog niet eens stemmen!" roept Ramon, één van de relschoppers.
"Daarom juist," repliceert Meinderts direct. "Dan kunnen jullie je alvast voorbereiden."
Langzaam wordt het stil. "Wat vinden jullie van het politieke systeem in Nederland? Eén tegelijk alsjeblieft, dan kunnen we het centraal houden."
Dian steekt haar hand op. "Politiek is gebakken lucht, mevrouw."
Meinderts trekt een wenkbrauw op. "Verklaar je nader, Dian."
"Er wordt van alles beloofd en gezegd, maar zodra een politicus eenmaal in de tweede kamer zit is hij binnen." Dian haalt diep adem, ze is in de stemming om eens flink uit te halen. "Dan is diegene verzekerd van een goede baan in het bedrijfsleven als hij de politiek uitgaat, en verdient hij zijn geld met een hoop debatteren over wetten die, als de Raad van State ze door wil voeren, toch wel doorgeduwd worden. Net als de Europese grondwet. Daarom is het onzin, in werkelijkheid hebben wij veel minder te zeggen dan dat ons wordt gezegd."
Even blijft het heel stil in de klas.
"Maar we kunnen toch stemmen op wie er in de regering komt?" komt Roxanne schouderophalend.
"Ik weet niet, ze zullen wel goede beslissingen nemen."
Meinderts knikt. "Je hebt een punt, Roxanne. Ze hebben wel de verantwoordelijkheid over een heel land." Dian zucht. Ze was even vergeten dat er nu heel ander over gedacht wordt, dat het vertrouwen in de politiek nog leeft.
"Hoe zit het dan met Irak en Afghanistan?" vraagt ze. "Waarom gaan ze achter een onzichtbare terrorist aan terwijl ze zelf jaren eerder wapens aan diezelfde terroristische beweging hebben verkocht?"
Meinderts fronst. "Politiek is een hogere zaak, wij begrijpen niet altijd waarom ze iets beslissen. En welke wapens bedoel je? Ik weet daar niets van."
"In de Koude Oorlog." Dian wordt fel, "Er zaten spanningen tussen Rusland en Afghanistan, en toen heeft Amerika wapens verkocht aan de Taliban om tegen de Russen te gebruiken. Dat zou u toch moeten weten als docent maatschappijleer?" Meteen heeft ze spijt van het laatste. Meinderts kan er niet aan doen dat zij zo wanhopig en kwaad is.
"Sorry mevrouw," zegt ze meteen, afgekoeld. "Dat laatste had ik niet moeten zeggen."
"Inderdaad, Dian." De docente kijkt strak. "Het lijkt me verstandig dat je de rest van de les in de studieruimte doorbrengt en naar je huiswerk gaat maken, na de les wil ik even met je praten."
Gehoorzaam ruimt Dian haar spullen op en vertrekt.
Op de gang zoekt ze een onbezet tafeltje op. Geen mens begrijpt haar nu, al haar ideeën en meningen zijn de tijd ver vooruit, en er is zoveel veranderd in zes jaar... peinzend staart ze naar het bekraste tafelblad, er niet aan denkend om het huiswerk te maken.

"Dian? Ik wil even met je praten." Meinderts staat plotseling naast haar, ze heeft niet eens gemerkt dat de bel is gegaan. "Ik vond dat je je nogal vreemd gedroeg in de klas. Is er iets aan de hand?"
"U zou het niet begrijpen, mevrouw," zegt Dian eerlijk. "en me niet geloven."
"Dat valt te bezien, probeer het maar, als je erover wilt praten." Meinderts gaat naast haar zitten.
"Mevrouw..." Even zwijgt Dian, dan barst ze los. "Ik wéét dingen die niemand anders nog weet, ik bedoel, ik weet wie de volgende president van Amerika wordt, ik weet dat het kabinet over een paar jaar gaat vallen en wat de nieuwe regering dan wordt, ik wéét hoe ik over zes jaar leef, wat voor werk ik ga doen, met wie ik ga samenwonen... Maar ik kan andere mensen niet tegenhouden met de dingen die ze doen."
Trillend van emoties staat Dian op, loopt heen en weer over de gang. Ze gebaart naar de docentenkamer. "Ik weet dat de directrice foute beslissingen gaat maken en dat ze uit haar functie gezet zal worden, maar ik kan er niets aan doen! Het zijn háár keuzes!"
Meinderts is ook opgestaan, ze onderbreekt Dian. "Wacht even, wil je zeggen dat je in de toekomst kan kijken? Dat klinkt heel onwerkelijk, weet je dat?" Ze maakt een gebaar als Dian iets wil zeggen. "Dat wil niet zeggen dat ik je niet geloof, maar het klinkt... Vreemd. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt." Bezorgd kijkt ze naar de leerling die met felle ogen tegenover haar staat. Meinderts weet niet zo goed wat ze ervan moet denken. Heeft Dian mentale problemen, problemen thuis misschien, waardoor ze dit soort dingen verzint? Of... Zou ze de waarheid spreken?
"Mevrouw Meinderts, ik kan niet in de toekomst kijken, maar... Ik bedoel... Ik heb al die dingen al lang gehad. Het ergste vind ik dat ik moet toekijken hoe anderen hun leven verkloten, en dat ik ze niet kan waarschuwen. Ze zouden me voor gek verklaren! Ik kan jullie karma niet veranderen!"
Voor de ogen van Meinderts en een groepje andere aanlopende docenten begint Dian te huilen.
"U gelooft me niet, laat staan dat andere mensen dat zouden doen." Ze grijpt haar tas, ontwijkt Meinderts' hand die haar wil tegenhouden, en loopt weg, de trap af, de school uit.

"Waar ging dat allemaal om, Herma?" vraagt een verbaasde Marcel Hoekstra aan Meinderts. Die haalt haar schouders op. "Ik kon het niet goed begrijpen, ze zei dat ze dingen wist voordat ze gebeurden, en dat ze mensen niet kon tegenhouden." Peinzend kijkt ze de gang in. "Ik maak me we zorgen om haar. Ze was al vrij instabiel, maar dit is... Anders. Ze leek precies te weten waar ze het over had, ik heb dat meisje nog nooit zo'n heldere uiteenzetting over politiek horen geven, ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ze lijkt haar tijd ver vooruit te zijn."
Misschien had ze wel gelijk, proberen haar gedachten voorzichtig, maar die zet ze van zich af.
Onmogelijk.

 

Dian loopt, haar tranen wegvegend, over straat. Er zal misschien één iemand zijn die haar zal geloven, en die gaat ze nu opzoeken. Siv.
Vastberaden, voor het eerst met een doel, steekt ze de stad door naar het bekende schoolgebouw waar haar beste vriendin van deze tijd op zit. Ook met haar is Dian met ruzie uit elkaar gegaan, maar ze kan Siv nu niet veroordelen voor iets wat nog niet eens gebeurd is.
Dian's hart springt op als de de lange figuur met het korte krulletjeshaar voor het schoolgebouw op het bankje ziet zitten. Ze fluit als een buizerd.
Onmiddellijk heft Siv haar hoofd op en kijkt om zich heen; een brede glimlach verschijnt op haar gezicht als ze Dian aan ziet komen, en ze springt op.
"Jagertje!" Zo is Siv haar gaan noemen; naar Diana, de godin van de jacht. Ze knuffelen elkaar, zo stevig alsof ze elkaar jaren niet gezien hebben. Wat ook zo is...
"Ik moet met je praten," zegt Dian meteen. Siv trekt haar wenkbrauwen op.
"Wat is er, je ziet er heel vreemd uit," Oplettend speurt ze het gezicht van haar vriendin af.
"Daar wil ik het juist over hebben. Er is iets heel vreemds gebeurd, iets heel bizars... Ik... Alles is anders." Dian's stem trilt een beetje.
Siv geeft haar beste vriendin een zachte stomp. "Kom, we gaan naar het park. Ik heb toch genoeg van school vandaag." Ze haalt haar tas bij het bankje op en samen lopen ze richting het 'groene hart van de stad', ironisch genoeg aan de rand ervan gelegen.
"Wat is er nou? Je bent helemaal over de rooie," Siv slaat al lopende een arm om Dian heen. "Is je pa weer uitgeflipt, of je moeder?"
Dian schudt haar hoofd. "Het is heel anders. Ik weet niet eens of je me gaat geloven. Het is voor mezelf al zo absurd, alleen moet ik het wel geloven omdat ik er middenin zit."
"Wat is het dan?" Siv klinkt oprecht bezorgd, en nieuwsgierig.
"Geloof jij dat je geest los van je lichaam kan komen en dan buiten de tijd kan komen?"
"Nou," Siv lacht, "We hebben afgelopen zomer een keer samen gedroomd, weet je nog? Dat we droomden over dezelfde plek met dezelfde mensen, met die junks onder dat parkeergarage-achtige afdak. Dat ging al echt vet ver, ik weet zeker dat er nog veel meer kan."
Dian zou haar vriendin willen zoenen, zo blij is ze dat Siv open staat. In plaats daarvan knijpt ze glimlachend even in haar hand.
"Vanmorgen werd ik wakker op een andere plek dan dat ik gisteravond ging slapen. En nee, niet door slaapwandelen, maar..." Ineens heeft ze genoeg van hoe onduidelijk ze doet. "Gisteravond viel ik in slaap naast mijn vriend, in ons eigen huis, samen met de honden, in 20011. en vanmorgen," ze hapert even, "werd ik wakker bij mijn ouders thuis. Alles, Siv, alles wat er de afgelopen zes jaar is gebeurd heb ik al meegemaakt! Ik ging van school, ging in Groningen wonen en studeren, jij ging in Zwolle op school en later ook naar Groningen, naar de kunstacademie, ik werd opgenomen bij de GGZ omdat ik helemaal doordraaide, kwam weer thuis, en ik kwam mijn vriend tegen. Van toen af aan ging het beter, ik kwam erachter dat ik me grotendeels zo klote voelde omdat mijn ouders zo geflipt waren."
Siv loopt naast haar door, zwijgend, een diepe frons op haar gezicht.
"En toen?" vraagt ze zacht. "Bleven we vrienden?"
"Ja." Dian durft haar niet te vertellen van de ruzie. Het zou ook geen zin hebben. "Het was soms wel heftig, maar onze band werd steeds sterker. Wordt."
Ze zijn ongemerkt in het park aangekomen en gaan in de late oktoberzon op het gras zitten.
"Het is wel absurd," zegt Siv voorzichtig. "Ik heb nog nooit zoiets gehoord, en eerlijk gezegd kan ik je nog niet helemaal geloven. Misschien later. Maar... Waarom? Waarom gebeurde het?"
Dian trekt aan een grassprietje en kauwt erop. "Kars, mijn vriend, was al jaren aan het experimenteren met rijd en ruimte. Hij geloofde dat... Nou ja, dat is een heel verhaal. Hij zei dat als je bij wijze van spreken een vel papier pakt, op allebei de uiteinden een stip zet; de één is de ruimte en de ander de tijd, en je vouwt het papier dan dubbel... Dan raken de stippen elkaar. En dan breek je de wetten van het tijd-ruimte-continuüm. Dan is het los, begrijp je?"
"Een beetje. Maar waarom gisteravond?"
Dian haalt langzaam haar schouders op. "Ik weet het niet precies. Ik ging naar bed, hij zou nog wat laatste tests doen, zei-" Plotseling zwijgt ze.
"Laatste?" Siv begrijpt het meteen. "Was hij al heel ver?"
Bevreemd kijkt Dian haar aan. "Je gelooft het echt, he?"
"Zo goed als, ik weet het niet. Maar je bent zo anders, veel... Volwassener of zo." Ze klinkt een beetje verward. Begrijpelijk, vindt Dian.
"Ik blijf Dian."
"Geef me wat tijd dan, misschien kunnen we samen iets doen? Misschien is morgen alles weer normaal, ik hoop het, ik vind het klote als je je zo voelt."
Een diepe zucht. "Samen, okee."
Een lange tijd blijven ze zwijgend zitten, twee meisjes, de één verward, de ander uit een andere tijd, maar toch intens verbonden, dwars door alles heen.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

heb je wel gelijk in hoor, met dat langdradige.. ik denk dat dat komt door het stukje politieke bla in maatschappijleer ;) daar was ik nog veel mee bezig toen ik dit schreef :)
bedankt voor je eerlijkheid, ysra! daar heb je tenminste wat aan

merci!!

Geplaatst op: 2011-09-05 13:44:03 uur