Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
28 april 2011, om 12:23 uur
Bekeken:
873 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
301 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De ontvoelde toekomst - deel 2"


De ontvoelde toekomst

Deel 2

Noest werkte Meik door in het overzicht. Hij had een poosje vrijaf gevraagd en gekregen. Hij had een financiële reserve opgebouwd dus het kon wel even. Hij leefde alleen met de robot. Vrouwen interesseerden hem niet zoveel. Hij had geen zin in de problemen die hij zo vaak om zich heen had gezien. Kinderen in deze wereld zag hij al helemaal niet zitten. Er waren al teveel mensen. Ook het gegeven dat het vrijwel onmogelijk geworden was om zelf een kind op te voeden had meegewogen in dit besluit. Maar de rotte wereld was de hoofdfactor.
Als de financiën het toelieten kon je ook een kind nemen met de eigenschappen van de ouders. Een ectogenetisch kind, gecreëerd en gegroeid in een lab. Een oplossing voor werkende ouders met een belangrijke, drukke baan. Dit waren genetisch gemanipuleerde kinderen met de kenmerken van de ouders, dus geen klonen. Ze behoorden nog tot de eerste soort. Ze groeiden op in opvoedcommunes met beperkte robotzorg. Op gezette tijden zagen en ontmoetten ze hun biologische ouders. Het ontbrak deze kinderen aan niets in materiële zin. Het was verworden tot een publiek geheim dat zij de nieuwe generatie van leiding gevende individuen werden in een op deze manier zichzelf regerend systeem. Meik had allang begrepen dat deze mensen in de loop van de tijd uiteindelijk elk menselijk aspect zouden gaan ontgroeien, ontvoelen en zo zouden gaan aansturen op een ontvoelde samenleving, althans, in de leidinggevende klasse die de macht had en de zaken bepaalde. Met ultieme techniek tot hun beschikking om hun welzijn te beschermen en te continueren. In feite was het een machtige kudde van dictators die in respect tot elkaar doch onderling streden voor de hoogste machtsposities. In een wereldomvattend scenario...
Dr. Lunaj kende velen van hen. De geleerde verkocht hen robots. Goede robots. Niet om rijk te worden maar hij vergaarde het geld met een andere doelstelling. Vaak hadden zijn klanten hem op feesten uitgenodigd doch dr. Lunaj kon zich vrijwel altijd verschuilen achter het feit dat hij er geen tijd voor had. Hij verafschuwde aandacht en belangstelling ofschoon de hele wereld hem kende als idealist voor een schone aarde en respect voor de natuur. De robots was in feite een dekmantel voor andere activiteiten en een middel om die andere zaken te kunnen bekostigen.
Veel rijken verafschuwden dr. Lunaj omdat ze geen vat op hem konden krijgen. Qua niveau was hij hun gelijke maar af en toe was hij op het globe-news te midden van arme paupers. Het zinde hen niet. Doch wel zijn robots, deze waren de beste!
Meik z'n computer gaf aan dat er bezoek was.
"Het is Wotue", zei Parg. "Zal Parg hem binnenlaten?"
"Natuurlijk", zei Meik.
Wotue behoorde tot de armen. Het was een goede vriend van Meik. Wotue leidde een zwervend bestaan en wist alles van de buurt. Vaak stopte Meik hem iets toe om hem te helpen overleven.
"Wat brengt jou hier, Wotue? Je weet toch dat ik een poosje vrij ben?"
"Jawel Meik, maar er zijn weer problemen. Er is iemand gedood door een robot en je weet dat men dan zeer opgewonden raakt. Robots mogen geen mensen doden, ook geen arme mensen."
"Een robot kan geen mens doden Wotue. Vertel eens hoe het is gebeurd."
"Er reed een rijke door de wijk. Hij was op zoek naar goedkope werkers. Er waren gesprekken met mensen over de beloning. Iemand werd zo kwaad over hetgeen hem werd geboden dat hij de rijke een tik gaf. Niet eens een klap, doch meer iets van een tik op de schouder. Onmiddellijk kwam een van zijn robots in actie en hij duwde de man nogal ruw weg. Deze viel ongelukkig op zijn hoofd en overleed ter plaatse. Iedere aanwezige ontstak in woede en gezamenlijk vielen ze de robot aan.
Terwijl ze met hem vochten scheurde de rijke weg met z'n airca, in zijn vlucht nog even enige mensen verwondend. We hebben zijn nummer. De toezichthouders kwamen wel even kijken maar toen ze de verwoeste robot zagen gingen ze meteen weer weg."
"Het is het aloude liedje, Wotue. De rechtbankcomputer stelt de waarde van de gesloopte robot hoger dan het leven van dat arme mens. Iedereen weet dat slaan ten strengste verboden is. Omdat er van een dode niets te vorderen valt zal de rijke de rechtbankcomputer niet raadplegen, als er geen betalende tegenpartij is zal hij voor de kosten opdraaien en hij is alleen een robot kwijt. Weinig aan te doen."
"In het gevecht hebben een paar mensen botten gebroken Meik. Het is moeilijk vechten tegen een robot."
"In wettelijke zin mag een robot die wordt aangevallen zich verdedigen met als plicht om zijn meester te kunnen blijven verdedigen. Hij is geoorloofd om zijn bestaan als robot veilig te stellen ten dienste van zijn bezitter. De robot valt niets te verwijten, hij viel niet aan."
"Men is woest, Meik. Het is altijd maar weer hetzelfde. Zij gaan vrijuit en er zitten weer een paar arme kinderen zonder vader."
Meik zuchtte diep. Wotue had gelijk. Zo ging het nu altijd. De armen waren het slechtste af. Hij kon er niets aan veranderen. De wetten werden gemaakt door en voor de rijken. Uitgesproken door een computer.
"Hoe is de toestand nu?", vroeg Meik.
"De toezichthouders zijn weg, zoals ik zei. Alleen de groep is er nog. De gewonden worden plaatselijk even verzorgd door de medische hulp. Je weet dat ze niet naar een ziekenhuis gaan, dat is te duur. Als de hulp weg is mogen ze het zelf uitzoeken."
"Een klacht indienen heeft ook geen zin, Wotue. Dat weet je. De rijke reed weg in zijn airca om zichzelf te redden. Dat hij daarbij een paar mensen aanreed is dan jammer. De situatie was dermate dreigend dat hij zelfs een kostbare robot achterliet. Allemaal factoren die een klacht met de bedoeling een schadevergoeding te verkrijgen bij voorbaat al zinloos maken. Het is weer een vorm van onrecht waar ik niets aan kan doen. En je weet wat er gebeurt als jullie de rijke hadden ontvoerd. Iedere welgestelde die de wijk ingaat meldt dat van tevoren. De satelliet volgt hem dus de toezichthouders weten precies waar hij zich bevindt. Het implantaat wat hij bij zich draagt wordt moeiteloos getraceerd. Op ontvoering staan genadeloze straffen."
Meik wist natuurlijk dat dit voor Wotue allemaal geen nieuws was. Zo was de situatie nu eenmaal, gegroeid vanuit het verleden. Iedere rijke had het recht om de armen te strikken voor werkzaamheden. Goedkope krachten. De arme had dan nog de mogelijkheden om iets te verdienen. Er was wel een wet die ervoor zorgde dat de werker ook daadwerkelijk zijn geld kreeg. Maar het was verworden tot een soort van legale, mensonwaardige slavernij. De rijke was voor zichzelf mentaal ingedekt, hij betaalde immers. Dat rechtvaardigde zijn gedrag. Er waren zelfs rijken die zich als genereus bestempelden omdat ze de armen iets van verlichting gaven. Veel armen waren te trots om erin te trappen, doch velen grepen het aan om iets te verdienen. De strijd om het bestaan was hard geworden. Veel mensen probeerden te handelen maar als er geen of weinig geld is heeft handel ook geen zin.
Vaak werd Meik geconfronteerd met zelfmoord. De handel die dan wel gedijde was die van de zelfmoordpillen. Zo'n pil was niet duur en werkte snel en pijnloos. Iemand die de  neiging had om zo uit zijn troosteloze bestaan te stappen was al snel bereid de bezittingen die hij nog had te verpatsen om een pil te kunnen kopen. Ook werden ze wel gratis verstrekt als mensen een woeste gekte simuleerden. Dan kregen ze een keus tussen een bewaakt kamp wat ze nooit meer uitkwamen, of een pil. Wat van belang was was het financiële aspect. Een pil was dan veel goedkoper dan een individu te moeten verzorgen in een bewaakt kamp. De maatschappij sprong zuinig om met de financiën.
Meik vond het onmenselijk allemaal. Vaak dacht hij erover na hoe het zover had kunnen komen. Het was moeilijk. De mens was verhard, onder invloed van geld en economie. Het was van kwaad tot erger geworden. De maatschappij had aanvaard dat de rechten van het individu onaantastbaar waren. Dat respect was er wel. Maar de maatschappij had in dat kader zichzelf teruggetrokken als verzorgende factor. Het gerespecteerde individu was in deze ontwikkeling meer en meer op zichzelf aangewezen, zelf verantwoordelijk voor zijn bestaan in een kapitalistische staatsvorm die absoluut niet meer in staat was iedere burger te voorzien van de dingen die nodig waren voor een relatief zorgeloos bestaan. Het in goede banen leiden van de overbevolking was ook mislukt. Frustraties bij de armen uitten zich in weer groeiende kinderscharen, met alle gevolgen van dien. Povere humanitaire acties om nog iets te willen doen voor deze paupers waren ook langzaam verminderd tot vrijwel niets. De welvarende mens leerde ook zijn kinderen dat dit geen gelijkwaardige mensen waren. En zo ging het proces door. Er was geen enkele overtuiging meer dat de situatie zich nog ten goede zou kunnen keren. Het kapitalistische systeem wat in de euforische groeiperiode door zijn fanatieke aanhangers als heilzaam en het enige juiste systeem bestempeld werd, liet nu zijn dodelijke neveneffecten zien. Het systeem had er tevens voor gezorgd dat er een controlerende bovenlaag gevormd was met perfecte hulpmiddelen die niet te bestrijden of te overwinnen waren. En dit alles in minder dan driehonderd jaar in een wereldomvattend scenario. Een meer bizarre regeervorm zou de mens niet uit kunnen vinden, dat was onmogelijk.
Wellicht onbewust had de boven laag ervoor gezorgd dat in dit repeterende effect der zich opvolgende generaties van rijke regelaars, de sociale aspecten die lange tijd kenmerkend waren in het menselijk bestaan, zouden uitsterven. Naast dit teloorgegane nowa kenmerk was er ook nog de medische kunst van de genetische manipulatie die hier verder toe bijdroeg.
Ook had de bovenlaag al snel ingezien dat scholing voor hun bestaan een dodelijke factor kon zijn. Derhalve werd dit middels kosten onmogelijk gemaakt voor de arme onderlaag. De tussenlaag kreeg wel scholing. Deze moest blijven bestaan om het systeem in stand te houden.
Wel hadden de paupers het recht om hun kind na de basisschool, die wel bestond om hen nog enigszins menswaardig te laten worden, te laten testen. Een uiterst schrander testprogramma was in staat om in elk kind intellectuele vaardigheden te ontdekken. Deze testen werden op tien- en zeventienjarige leeftijd afgenomen.
Kinderen met vaardigheden mochten dan studeren. Het ontbrak hen aan niets. Er was ook geen dwang. Uiteraard werden de kinderen geïndoctrineerd. Al gauw verloren ze de interesse in hun afkomst. De meeste ouders zagen hen dan later ook niet terug. Naast de vreugde dat het kind het dan tenminste gemaakt had in het leven was er het continue verdriet van het verlies. Op een volkomen rechtvaardige manier werden de intellectuele vaardigheden der mensen zo tot verdere heil en vervolg van de situatie gebruikt.
Omdat mensen uiteindelijk toch wezens met gevoel zijn waren er ook altijd wel jonge volwassenen die niet voldeden in het systeem en met hun moraal in conflict kwamen. Als dit zich niet ten goede keerde werden ze genadeloos teruggezet in de arme status van hun ouders. Nadat ze ongemerkt medicijnen in hun voedsel hadden gekregen welke hun geheugen aantastten waardoor ze verwerden tot een soort van mentaal gehandicapte zombies. Een paar robots onder het wakend oog van de toezichthouders kwamen zo een jonge volwassene terugbrengen. Aanvankelijke vreugde bij de ouders sloeg om tot ondraaglijke treurnis bij het ontdekken van de feiten. Chemisch druggebruik was altijd de verklaring die bijgevoegd werd, keurig overhandigd door de robot. Te verhalen viel er niets. Bij het natrekken van de feiten door de wetsdienaren in opdracht van de robotrechtbank kwam het dossier van de betrokkene snel boven water. Verder onderzoek had totaal geen zin. De rekening van deze activiteiten van de elektronische rechtbank was bijgevoegd. Betalen inclusief dagrente binnen een maand. Werd hier niet aan voldaan dan restte het kamp met dwangarbeid om alsnog te betalen. Terugkeer naar de maatschappij was dan niet meer mogelijk...
Het was een van de taken van Meik om de kinderen die de test deden te vervoeren naar het testlokaal. Gevoelsmatig had hij er een hekel aan, maar het moest eenvoudig. Het was zijn opdracht. Hij had allang afgeleerd om drukte te maken. Het systeem was sterker dan hij. Toch wist hij dat er wel respect was voor zijn persoon bij zijn meerderen vanwege zijn inzet en bereikte resultaten in een aantal affaires.
In feite kon de hele toestand zoals die nu bestond gekenschetst worden als de meest nobele vorm van een schrikbewind die ooit had bestaan op aarde. Universeel, overal hetzelfde. Het sterkst in de voorheen welvarende landen. De armere landen waren al vervallen tot afzichtelijke anarchie[e]n zonder regulerende tussenlaag en zonder bepalende bovenlaag. Aan het hoofd stonden halfrijke criminelen. Als ze echt gevaarlijk werden, een bedreiging vormden voor de twee bovenlagen, dan werden ze eenvoudigweg geëlimineerd door de bovenlaag die daar de middelen voor had. Zo waren de grenzen op aarde vervaagd en veranderd in rijke en arme gebieden. Landen en regeringen waren veranderd in eilanden van welstand of armoede. Natuurlijke rijkdom was al vrijwel uitgeput, wat er nog was werd volledig gecontroleerd door de rijken. In zijn eeuwenlange strijd om als individu iets te betekenen was deze menselijke ambitie doorgeschoten tot deze onvoorziene status waarin puinruimen en opnieuw beginnen tot de onmogelijkheden behoorde. De mens had toch niet goed nagedacht. Filosofische denkers hadden dit gevaar blijkbaar niet onderkend. Het geldsysteem welke menselijke gevoelens dwingend manipuleerde had hem tot deze status gebracht. Nooit eerder in de evolutie was er zo een onoplosbare situatie geweest! En dr. Lunaj werkte aan een oplossing! Het kon eenvoudig niet waar zijn. Wat was de geleerde van plan?

"Meik, ik weet dat je er niets mee kan maar ik wilde het toch even melden voordat je het zou vernemen. Ik weet ook dat je even vrijaf bent. Ik weet ook dat ik je kan vertrouwen. Ik wil iets bespreken met je wat belangrijk kan zijn. Jij staat tussen arm en rijk met sympathieën naar onze arme kant. Dat is toch juist, nietwaar?"
"Dat is ons geheim, Wotue. Dat weet je. En weet ook dat je me kunt vertrouwen. Mijn robot is getuige. Al zegt dat voor jou weinig. Vertel."
"Ik vraag niets. Ik wil alleen dat je het weet. De constante strijd tussen arm en rijk is altijd een zaak van actie en reactie geweest in de geschiedenis. Zo ook nu."
Even dacht Meik dat Wotue iets zou weten van de plannen van dr. Lunaj. Maar dat was onmogelijk. Dr. Lunaj zou het hem hebben laten weten. Al snel bleek dat zijn vermoeden onjuist was.
"Het gaat over de zoki's die terugkomen", zei Wotue. Zoki's was de volksnaam voor zombiekids. Kinderen die gestoord terugkwamen na hun mislukte aanpassing bij de rijken.
"Iedereen haat dit en er is niets tegen te doen. Toch zijn er mensen geweest die iets ondernomen hebben en er is resultaat. Dit wilde ik even vertellen."
Meik werd nu echt nieuwsgierig. Wat had de menselijke geest hier tegen in kunnen brengen?
Wotue begon. "Je weet, Meik, dat het een akelige twijfelsituatie is voor de ouders om hun kind de test te laten doen. Enerzijds het vooruitzicht van het arme pauperleven dat immer slechter wordt en anderzijds min of meer het kind kwijtraken als het slaagt voor de test. Iets ergers dan het kind als Zoki terugkrijgen is bijna niet denkbaar. Ten eerste het leed wat het met zich meebrengt, ten tweede het niet kunnen verzorgen in de heersende armoede...
Nu is er een ouderpaar geweest dat op hun manier voorzorgsmaatregelen heeft genomen. Geloof het of niet."
"Daar ben ik dan wel benieuwd naar", zei Meik gespannen. "Parg, luister je mee?"
"Als je het nodig vindt luistert Parg mee", zei de robot.
"Huh?", zei Wotue. "Wat moet Parg met deze kennis?"
"Laat maar", antwoordde Meik. "Ga door Wotue."
"Ze hadden een vermoeden dat hun zoon begaafd was. Na lang wikken en wegen besloten ze het kind de test te laten doen, voor zijn eigen welzijn. De test wordt afgenomen in zijn zeventiende levensjaar, zoals je weet. Vanaf zijn vijftiende jaar zijn ze de zoon voorzichtig gaan vertellen en voorbereiden op de situatie die zou gaan komen als de test zou slagen. Als hij dus in dit nieuwe studieleven zou gaan komen, weg van zijn ouders in een totaal andere wereld. Stapje voor stapje bouwden ze bij de jongen dit beeld op. Met alleen maar de bedoeling om de jongen te behoeden voor de afzichtelijke Zoki-status..."
"Ik moet zeggen dat ik dit zeer doordacht vind van de ouders", zei Meik. "Verzin dit maar even en voer het dan nog even uit ook bij zo'n knaap..."
"Inderdaad, Meik. Mensen zijn inventief. Welnu. De jongen is terug. Hij slaagde erin om het gemanipuleerde voedsel niet te eten en simuleerde daarna onder invloed te zijn. Een paar dagen geleden brachten de robots hem terug. Zijn ouders houden hem even binnen, wat natuurlijk normaal is gezien de omstandigheden. Geen enkele ouder wenst zich een Zoki, de omgeving mag het eigenlijk niet weten, alhoewel een ieder het automatisch kan weten als een kind terugkomt. Kortom, de jongen houdt zijn situatie van simulatie nog even vol, doch hij is volkomen normaal. Ik heb hem gezien en gesproken. Ik ken zijn ouders goed. In feite is het nog een geheim."
"Wotue, ik wil de jongen spreken", zei Meik. "Ik vind dit razend knap. De jongen zal belangwekkende informatie bezitten omtrent het leven van de rijken."
"Juist, Meik. Hij weet zoveel. Maar wat moeten we ermee?"
Meik zei een poosje niets. Hij dacht na. Het kon misschien van belang zijn in de plannen van dr. Lunaj. Welk een bizar toeval dat het n[u] verteld werd, dit verhaal.
"Wat was zijn studierichting, Wotue?", vroeg Meik.
"Biologische elektronica. De jongen heeft er ruim vier jaar gezeten. Toen kon hij het niet meer opbrengen. Hij is zijn ouders onvoorstelbaar dankbaar dat zij hem voorbereid hadden. Besef ook dat hij niet vrijwillig terug kon. Zij hadden zin studie bekostigd, wat inhield dat hij zich op deze manier tot in lengte van dagen verplichtte aan het systeem."
"Een walgelijke manier van moderne slavernij. Onderwerping door het intellect. Uitschakeling van de eigen wil en zelfbeschikking van het individu. En dat allemaal om het systeem van een kleine groep in stand te houden. Tot wat is de mens verworden? Trouwens, wordt de knaap nu met rust gelaten, of is er nog controle van bovenaf?"
"Nee, Meik. Er is rust, het is voor hem nu afgelopen. We hebben iemand gevonden die hem kan verlossen van zijn onderhuidse implantaat. Dan is hij ook niet meer te traceren door hen. Dan is hij helemaal vrij. Morgen gebeurt het. Bij echte Zoki's laat men het zitten omdat het geen zin heeft het weg te halen. Nu wel."
"Fantastisch, Wotue. Ik stel voor dat we na drie dagen de knaap bezoeken. Jij organiseert dat even. Parg gaat ook mee. Kent de knaap mij?"
"Ja. Meik. Hij mag je. Ik zal hem uitleggen dat hij je alles kan vertellen wat van belang is."
"Heel goed Wotue. Daarom moet Parg mee. De robot onthoudt eenvoudig alles. Als je denkt dat het veiliger is dat de jongen hier komt is dat natuurlijk ook goed. Zie maar."
Wotue vertrok. Meik bleef achter met zijn gedachten. Wat een waanzin allemaal. In dit geval waanzin met een positief einde.
Meik wist nagenoeg niets van het leven in de bovenlaag. Natuurlijk waren er de verhalen. Dr. Lunaj had ook wel eens iets verteld. Niemand drong er in door. Mensen die er wel eens werkten voor onderhoud werden strikt in de gaten gehouden, al of niet door robots. Ook moesten ze een verklaring tekenen welke een zwijgplicht inhield. Ieder individu in de tussenlaag en uiteraard de bovenlaag bezat een implantaat. Ze waren overal te traceren, behalve in diepe mijnen of, uiteraard, in de ruimte.
De werkers die onderhoud verrichtten werden gelokt met veel geld. dat was er genoeg. Niemand werkte er voor zijn plezier. Werken voor de tussenlaag was leuker en ook ontspannen. Toch kon hij zich wel enigszins voorstellen hoe het de jongen was vergaan. komende uit een situatie waar nog vrijheid van geest was, diende de geest zich hier aan te passen aan het systeem. Onder zachte drang in een competitieve sfeer met fantastische welstandsvooruitzichten werd hier het gevoel van het individu onder druk gezet. Na eerst geestelijk te zijn ontleed en beoordeeld. Met een druk op de scanner las de betrokken leider of instructeur over de schouder van de leerling wat voor vlees hij in de kuip had. De leerlingen moesten bijna robotachtige trekken hebben. Het enige wat bij hen gezocht werd was hun creatieve vaardigheid die naast hun intellectuele kennis voor uitvindingen moest zorgen. Een robot kon nooit creatief zijn, dat was allang bekend. In die zin zou er altijd behoefte blijven aan de denkkracht van de mens. Natuurlijk hadden de rijken begrepen dat deze kracht in hun eigen kring moest blijven om hen steeds machtiger en onaantastbaarder te maken. En zo onderwierp een klein groepje de hele wereldbevolking. De evolutie had de zelfbeschikkende mens in dit stadium gebracht.
Meik grilde. Af en toe wenste hij weg te glijden in een zalige leegte zonder zorgen. Weg van de ellende en het verdriet van het ontberen van een leven in een zorgeloze maatschappij met geluk en respect voor ieder individu. Een bestaan in een vredige natuur in een mooi huisje met lieve mensen. Zonder genetische manipulatie en klonen, zonder robots en misselijk makende reclameslogans die altijd en overal een aanslag deden op het gevoel. Zonder geld en prestatiedwang, doch met rust en zorg voor elkaar. Zo zou het leven toch moeten en kunnen zijn? In zijn gesprekken met dr. Lunaj had hij dit wel eens naar voren gebracht. Deze kon dit ook wel ambiëren doch hij plaatste vraagtekens bij het feit of het menselijk gevoelsleven met al zijn verschillende karakters dit zou toelaten. Als dit dan niet zo zou kunnen zijn dan betekende dat automatisch dat er dan geen vredige wereld zou kunnen bestaan. Als de mens dan niet in staat was om zich dingen op te leggen die toch niet zo moeilijk hoefden te zijn, dan was het eenvoudig onmogelijk. Dat idee alleen al kon Meik knap ontregelen. De vele twijfelachtige momenten, de golfbewegingen van positieve en negatieve indrukken, onderwierpen zijn stemmingen altijd en overal. Nu was er weer een positieve golf, veroorzaakt door de plannen van dr. Lunaj en de geredde Zoki.  Het grilgevoel van Meik gleed van hem af en maakte plaats voor deze positieve golf. Hij kon weer even verder.
De computer gaf een piep. Meik had de elf codes van zijn vrienden ingebracht. Zodra één van hen contact had met zijn computer meldde deze dat met een piepje.
Het was Loid.
"Wat is er, Meik? Waarom moeten we komen?"
"Ik ben bezig met een nieuw humanitair programma en kan wat hulp gebruiken."
Het woord humanitair was voor zijn vrienden de code dat hun komst dwingend vereist was. De ware betekenis zou later wel blijken. Dit soort berichten was allang niet meer privé. Er was altijd een waakzame controle. Geavanceerde computers waren in staat om van alles te herkennen en te melden. Binnen no time waren er de toezichthouders om iemand te arresteren. Je moest met dwingende bewijzen komen om de rechtbankcomputer te overtuigen. In dit geval moest Meik dan beschikken over een humanitair plan om zijn beweringen te kunnen staven.
"De bisschop komt ook", zei Meik.
De bisschop stond voor dr. Lunaj. Hiermee werd het belang nog verder onderstreept.
"Je gaat ook maar door hé", zei Loid.
"Het is mijn taak om hen rustig te houden, Loid. Dus organiseer ik af en toe iets. Maar ik heb nu hulp nodig."
"Noem mij tijd en plaats en ik zal er zijn."
Loid verbrak de verbinding. Goeie ouwe Loid. Het was zo'n fijne kerel. Ook begaan met de armen. Eigenlijk gold het voor de anderen ook. Ze waren eensgezind in veel gedachten. Oneens met het systeem doch met de wetenschap dat ze erin vertoefden en er mee om dienden te gaan. Ze waren eenvoudig geboren in deze tijd. Gelukkig konden ze als tussenstanders nog vrij van geest zijn en veel zelf bepalen.
De anderen meldden zich nu ook. Het systeem werkte perfect. En allen maakten het goed. Coin, Ries, Hanu, Treve, Sylfia, Hana, Harma, Wimme en Gailla. Het was altijd weer een enerverende ervaring om contact met hen te hebben. Blijheid doorstroomde zijn lijf. Het fantastische gevoel om echte vrienden te hebben die de boel de boel lieten om er voor elkaar te zijn als dat nodig was. Wel voelden ze aan in een ondefinieerbare rilling dat er hier iets gaande was. Onbewust wist Meik dat de computercontrole dit gevoel niet zou herkennen! Het nog altijd aanwezige verschil tussen mens en machine. De wezens die deze machines bouwden zouden het ook nooit in kunnen programmeren omdat ze zelf al geen gevoel meer hadden! Een schrale troost en tevens een euforische waarheid van ontzaglijk belang! Tegenstrijdigheden en dualistische waarheden lagen ook ontegenzeggelijk muurvast verankerd in het aardse bestaan. De wetenschap had hier nooit vat op kunnen krijgen. Wetenschappers konden niet overweg met deze niet tastbare begrippen die toch zo'n dwingende impact hadden. Aan elke situatie zaten nu eenmaal voor- en tegenkanten. Als je de kunst verstond om dit uit te buiten kon je iets doen om een ongewenste situatie te veranderen.
Meik besefte dat hij even de bisschop moest bezoeken om zichzelf in te dekken als er een controle mocht komen. Die liet zich dan verhinderen door een noodgeval in de wijk of een tijdelijke periode van ongesteldheid. Dat werkte goed. Nog altijd had de religie ook bij de bovenlaag iets van gezag omdat ze besefte dat ze de armen rustig konden houden. Een bisschop wás iemand.
Meik voegde de daad bij de gedachte. Hij had niet veel zin. De gore buitenlucht van slechte kwaliteit stond hem tegen. Hier binnen was de lucht beter. In die zin was hij blij met Parg. Als hij misselijk werd droeg de robot hem eenvoudig naar huis. Hij droeg ook altijd een klein zuurstof-compressieflesje bij zich. Genoeg voor anderhalf uur. Deze flesjes werden steeds duurder. De handel werd volledig gecontroleerd door de bovenlaag. Enorme ballonnen met lichtgewicht compressietanks haalden de zuurstof weg van plaatsen op aarde waar het nog een redelijke tot goede kwaliteit had. Het akelige vermoeden bestond dat de rijken voor zichzelf enorme voorraden aanlegden, genoeg voor honderden jaren. Dit gold natuurlijk ook voor water en ruimtevoedsel. Al jaren waren ze hiermee bezig. Het was een publiek geheim dat companies die zich bezighielden met de bouw van tanks altijd werkers nodig hadden. In die zin waren robots veel duurder dan paupers die bijna voor niets werkten. Een groepje arme paupers had eens een kantoor overvallen en ze waren erin geslaagd een computer met transportgegevens te legen. Deze gegevens waren in de wijk gekomen voordat de arme overvallers door de toezichthouders meedogenloos geëlimineerd werden met flitsers. Stralers schakelden iemand tijdelijk uit zonder verwondingen. Flitsers hadden de eigenschap de moleculaire samenhang te verbreken zonder onderscheid van materiaalsoort. Of het nu een kneiterhard rotsblok was, een robot of een mens, de flitsers reduceerde bij contact het object tot een nutteloos hoopje stof wat geen enkele natuurkundige eigenschap meer bevatte. Het residu van een mens paste in een vingerhoedje. Er waren mensen in de wijk die dergelijke vingerhoedjes in huis hadden staan. In opperste wanhoop hadden ze hun geliefde bij elkaar geveegd en gebruikten ze het nu als staarobject aan voorbije tijden... Alleen toezichthouders bezaten flitsers, robots konden en mochten ze niet gebruiken. Althans, niet tegen mensen.

einde van deel 2. wordt vervolgd.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.