Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
19 april 2011, om 23:44 uur
Bekeken:
917 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
321 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Regelrecht de hemel in deel 9"


“Weet je wat ik denk,” komt Sam plotseling, “Die poort in de lucht is iets wat beschermd moet worden, er zijn misschien nog meer van dat soort plekken hier in de buurt. Waar de grens heel dun is, begrijp je.” Mitchell knikt.

“Wij zijn hier oorlog aan het voeren, en daarmee vernietigen we ook hun plaats.”

“Precies,” Sam's ogen fonkelen, “die ook belangrijk is voor de mensen. En dat moeten we inzien.”

Davitts is bleek geworden, hij mompelt iets onverstaanbaars, wrijft in zijn ogen. De jongens kijken hem onderzoekend aan.

“Ik... Jullie hebben gelijk,” Het lijkt hem moeite te kosten om het te zeggen, maar het komt er duidelijk verstaanbaar uit. “Ze zijn... Shit.” Hij zoekt steun , Sam grijpt hem vast en zet hem op een bed voor de arts om kan vallen.

“Ik...” Davitts' ogen zijn groot, er glimt iets in de diepte.

“Ik hoor ze.”

 

 

Nadenkend doet Mitchell de deur van de slaapunit achter zich dicht. Hij gaat naar de markt, gezond voedsel inslaan, terwijl Sam een tijdje op Davitts let, die nu in dezelfde staat verkeert als zijn vers binnengekomen patiënten. Gek genoeg is hij wel rustiger dan hen.

Het is een halfuur lopen naar het stadje waar de markt is, maar dat is goed; zo kan hij eindelijk eens alleen zijn.

“Eeha!” Hij draait zich om. Een donkere man op een door stevige paardjes getrokken wagen wuift naar hem. “Achasjmi? Eeh, stadi?” Mitchell knikt, en de man gebaart dat hij op moet stappen.

Weigeren zou onbeleefd zijn, de jongen doet zijn rugzak af en stapt naast de man voorop de wagen.

Ze glimlachen eens naar elkaar en de man spoort de paarden weer aan.

“Anders, hm?” De bijna zwarte ogen kijken hem vriendelijk aan, Mitchell haalt zijn schouders op, hij begrijpt het niet.

Een pezige vinger tegen zijn schouder.

“Jij, anders.” De man maakt een vloeiende gebaar van ruimte om Mitchell's hoofd heen.

Shit, hij ziet me, schiet het door hem heen. Zou hij ook... En hij knijpt de ogen een beetje toe.

Een waas van zachte kleuren, geel, lichtgroen en blauw hangt om de man heen.

De behoefte om alleen te zijn is verdwenen.

Taal schiet volkomen tekort, ze lachen naar elkaar en pakken elkanders hand even stevig vast in een vriendschappelijk gebaar. De rest van de tocht wordt in vredige stilte voortgezet.

Op de markt wordt Mitchell afgezet, het geroep van de kooplieden klinkt over het zonovergoten plein, afgewisseld met handgeklap als de overeenkomst bereikt is.

Hij koopt groenten in, rijst, gedroogde repen vlees en vis, tot zijn rugzak zo zwaar is als het standaard bepakkingsgewicht van vijftien kilo. Zonder er op te letten loopt hij tussen de drommen mensen door de markt af, en vergeet vervolgens wat hij eigenlijk kwam doen.

De bergen...

Een paar mijl buiten de stad begint een laaggebergte. Het vormt de grens met het buurland, een dorre woestijn. De bergen trillen in de hete middagzon, lijken uitnodigend te naar Mitchell te wenken. Automatisch begint hij te lopen, geen gedachten, geen gevoel, alleen de hypnotische aanblik van de wazige toppen in de verte.

Nee. Dat is niet jouw plek. Ga terug naar het kamp.” De stem klinkt dwingend, strak. Het ontwaakt hem uit zijn trance.

Waarom niet? Koppig. Er is daar iets, ik wil erheen.

Je bent er nog niet aan toe, het zou niet goed voor je zijn om dat gebied te betreden, ze hebben je in het kamp nodig.”

De logica krijgt de overhand; Sam en Davitts wachten op hem, op het eten.

Goed.

Met op zijn netvlies nog het aanlokkelijke beeld van de trillende bergen begint Mitchell de terugreis naar het kamp. In zijn maag kriebelt het, er woelt een strijd tussen verlangen en verstand.

Hij duwt het weg.

 

Wat zie jij eruit,” Sam trekt verbaasd zijn wenkbrauwen op als Mitchell binnenkomt.

Hoezo?” Mitchell doet zijn rugzak af en begint het eten in een kast te ruimen. Een korte blik naar zijn bed leert dat Davitts in diepe slaap is.

Heb je hem verdoofd?” Sam schudt zijn hoofd.

Hij wilde zelf slapen, dan kon hij sneller wennen, zei hij. Maar wat is er nou gebeurd?”

Mitchell haalt stug zijn schouders op en werpt een blik in de spiegel. Zijn ogen staan fel, alsof hij op het punt staat om iemand aan te vallen.

Niets, geloof ik...” Nadenkend kijkt hij zijn spiegelbeeld aan. Shit, ik moet niet nog meer afvallen, anders blijft er niks van me over...

Ik ben niet gek, Howards.” Sam staat recht achter hem, kijkt hem via de spiegel aan. Diepe zucht.

De bergen... Er is iets in de bergen, ik wil er heen.” Sam's ogen lichten op in de gevlekte spiegel.

Dan gaan we samen. Vannacht. Alle vluchten liggen toch stil op het moment, kolonel Hamilton heeft orders gegeven dat niemand-”

Een korte klop op de deur.

Binnen!” Mitchell slaat plotseling geïrriteerd de kastdeur dicht. De deur wordt geopend, en in de opening staat, bleek en nog wat wankel op zijn benen, Martin Freeman.

Mitchell's irritatie verdwijnt onmiddellijk, hij wenkt de jongen binnen, maar die blijft staan.

Wat is er met Davitts?” Bijna beschuldigend staart hij zijn collega aan.

Oh, hij moet even ergens doorheen,” Sam rekt zich uit. “Een paar uur geleden hebben de wezens besloten dat hij er aan toe is om contact te maken.”

Oh,” Martin ontspant zichtbaar. “Sorry, ik ben nogal skittish van de medicijnen die ze me hebben gegeven.” Op de vragende blikken glimlacht hij. “De heren van de onderzoekscomissie hebben me losgelaten. Ik kon hen niet meer vertellen dan dat ze al wisten, zeiden ze.” Hij zwijgt een moment, kijkt van Sam naar Mitchell. “Jullie zijn iets van plan, iets... Raars.” Sam schiet in de lach.

Communiceren wordt wel makkelijker met die wezens in de buurt. Je hebt helemaal gelijk. We vertrekken vannacht naar de bergen, Mitchell kwam ermee terug, ik denk dat daar een poort is.”

Martins ogen versmallen tot spleetjes.

Geflipt idee. Het is niet goed, jullie zullen gek worden als je dat doet.”

Ik ben het zat om alle orders op te volgen,” zegt Mitchell strak. “Kan me niet schelen of het van een kolonel komt of van een etherisch wezen wat achter een wormhole leeft."

"Je moet het zelf weten, ik doe er niet aan mee." De jongen fronst zijn wenkbrauwen. "Hee, hebben jullie goed voer? Het ruikt beter dan die gevriesdroogde troep van de mess."

Nog geen drie kwartier later zitten ze alledrie met een bord eten opschoot. Davitts slaapt nog steeds. Zwijgend en genietend van de volle smaak eten ze, de beslissing is gemaakt.

 

Als de duisternis is gevallen vertrekken Sam en Mitchell, met volle bepakking en tent. Martin blijft bij Davitts om te zorgen dat die niet in paniek raakt als hij wakker wordt.

De koude woestijnlucht doet hen rillen, de wind komt zelfs door de lagen kleding heen.

Gepraat wordt er weinig, ze weten de weg en waar ze heen gaan hebben woorden geen enkel nut.

Maar de zenuwachtige kriebel in Mitchell's maag wordt sterker, het lijkt als of hij iets doet wat overal tegenin gaat, en ook al probeert hij er maling aan te hebben, het blijft knagen. Wat door Sam heengaat weet hij niet, die zegt enkel het hoognodige, en dat is nihil.

Na anderhalf uur stevig doorgelopen te hebben komen de silhouetten van het laaggebergte in zicht, vaag afstekend tegen de heldere sterrenhemel.

Er is iets mis,” Sam huivert. “Iets heel erg mis.”

Ik mocht niet gaan,” mompelt Mitchell nauwelijks hoorbaar. “Hebben ze niets tegen jou gezegd?” De ander knikt in het donker.

Jawel, maar... Ik weet het niet.”

Je weet het wel. Je wil er toch heen, het trekt.”

Op dat moment krijgt hun persoonlijke missie een vreemde en kille ondertoon, maar toch zetten ze door; nog hoogstens een kleine twee uur lopen en ze zijn bij de voet van het gebergte.

Het blijft stil. Alles lijkt zijn adem in te houden terwijl de twee donkere gedaanten over de uitgestrekte vlakten lopen, tegen alle stromen in.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.