Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
29 maart 2011, om 17:38 uur
Bekeken:
949 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
338 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De ontvoelde toekomst - deel 1"


De ontvoelde toekomst

Deel 1

Meik zat op zijn kantoor. Hij staarde voor zich uit. Zoals zo vaak zat hij na te denken over zaken waar geen oplossing voor leek te zijn. Het hield hem altijd bezig. Waar anderen zich vermaakten en ontspanden zat hij zich zorgen te maken. Werkzaam bij de nooddienst van een grote stad was het zijn taak om rellen en problemen van arme paupers te melden en te bestrijden. Hij hield van deze baan. Het was een bindende factor tussen arm en rijk. zodoende had hij een inzicht kunnen ontwikkelen tussen verschillende leefvormen zoals die bestonden. Het hield ook in dat hij contacten onderhield op beide niveau's.
Hij werd betaald door de staat. Het was een heel goede baan want niemand wilde dit werk doen. De paupers misten de vaardigheden voor dit werk en het intellect keek er op neer. Vaak voelde hij het ook doch hij had zichzelf aangeleerd om er ook om te lachen van binnen. Het besef dat hij als mens boven hen stond was een altijd aanwezige, krachtige steun waar hij veel baat bij had.
Parg, zijn robot, vroeg hem waar hij aan dacht.
"Laat maar Parg, je kunt me toch niet helpen," zei Meik.
Hij had Parg gekregen van dr. Lunaj. Er was een goede band tussen Meik en de geleerde. In lange gesprekken hadden ze ontdekt dat ze op dezelfde lijn zaten in hun gedachten over de aardse problemen. Meik had de robot niet aan willen nemen vanwege de waarde. Doch dr. Lunaj had erop gestaan. De robot moest waken over zijn welzijn. Veel rijke mensen hadden robots voor hun persoonlijke bescherming. De tijd had dat zo doen ontstaan. Het was gewoon nodig. De arme paupers die in ontberingen leefden waren in staat om iemand met een vermeende status te gijzelen of zelfs te doden als ze hun zin niet kregen. Voor robots hadden ze ontzag. Daarnaast droeg Meik ook een wapen, het was geoorloofd in zijn positie. Ook had hij altijd een paar eigenzinnige hebbedingetjes bij zich die tegenstanders of aanvallers ogenblikkelijk lam legden. Hij verafschuwde dit soort zaken doch het was eenvoudig nodig.
Dr. Lunaj was een van de begaafdste geleerden die er bestond. Wat hem van zijn collega's onderscheidde was het feit dat hij zo gewoon was gebleven. In het wereldje van topwetenschappers was hij in feite een alien en dat lieten ze blijken ook. De geleerde trok zich er bitter weinig van aan. In feite wakkerde het de jaloerse gevoelens alleen maar verder aan...
In hun lange gesprekken hadden ze ontdekt dat ze beiden grote zorg hadden over de toekomst van het menselijk bestaan op aarde. Vergelijkingen met de oude tijd waren er bijna niet meer, het was totaal anders geworden. De ontwikkelingen waren op hol geslagen, alleen nog beheersbaar door een kleine bovenlaag die ook nog eens extreem rijk geworden was. Zij dicteerden de zaken en hun macht was onbegrensd. De regeringen der volkeren waren verworden tot marionetten met uiteraard een rijk en luxe leven, in stand gehouden door de ultieme bovenlaag. De werkelijke macht werd ondersteund door ultieme technologie. De mens had eindelijk het stadium bereikt dat hij er aan onderworpen was. Wie het op principiële gronden weigerde, restte slechts een armoedig bestaan in de sloppenwijken tussen de vele niet geslaagden, in een derderangs samenleving waarin het aloude recht van de sterkste gold.
Meik had dr. Lunaj wel eens verweten dat hij ook tot deze bovenlaag behoorde. Deze was bijna boos geworden. In intellectueel opzicht hoorde hij natuurlij in deze bovenlaag thuis, doch niet in moreel opzicht. Hij had Meik er ook van kunnen overtuigen dat het ook werkelijk niet zo was. Sinds dat gesprek had Meik een onwezenlijke eerbied voor de geleerde gekregen. Hun vriendschap was zo indringend geworden dat Meik nu in staat was hem overal en waar dan ook in seconden te bereiken. Voor Meik was dat niet nodig, doch ook hier had dr. Lunaj op gestaan. Later werd hem wel duidelijk waarom.
In zijn privé tijd was Meik al maanden aan het studeren in een overzicht wat dr. Lunaj hem gegeven had, over het bestaan en gedrag der mens sinds het begin der tijden. Meik vond het heerlijk om achter de computer te gaan zitten om het te bestuderen. Hij dwong zichzelf om niet naar het eind te verspringen, hij wilde zijn kennis opbouwen vanaf het begin. Alleen op die manier zou het mogelijk kunnen zijn om de lijnen in het menselijk gedrag in het verloop der tijden te kunnen begrijpen. Parg had het programma ook in zich. Met de robot kon hij overleg plegen over de materie als hij vragen had. Dr. Lunaj had de robot zelf geprogrammeerd.
Meik vond er iets van de geleerde in terug. Hij noemde het voor zichzelf maar de elektronische bloedband tussen dr. Lunaj en de robot. Steeds weer had hij zich verbaasd over de vaardigheden van de robot. Al gauw had Meik ingezien dat dit een wezenlijk gevaar kon inhouden.
Derhalve had hij geleerd om de robot simpel te laten handelen in het bijzijn van anderen. Robots met bepaalde vaardigheden werden eenvoudig geroofd door mensen die ze wilden. Dat was relatief eenvoudig. Een persoon die kennis had van de universele, robotische taal kon elke robot manipuleren en eenvoudig weg laten wandelen van zijn vermeende meester. In die zin zou niemand baat hebben bij een robot waarvan geacht werd dat hij eenvoudige karweitjes kon opknappen en zijn meester kon beschermen tegen de armoedzaaiers.
"Mag Parg vragen of hij Meik behulpzaam kan zijn?", vroeg de robot.
"Ik had toch gezegd: laat maar", zei Meik korzelig.
"Parg maakt daar niet uit op dat Parg kan helpen. Parg kan ook denken!"
Parg was op zijn manier uniek. Van de vele robots die Meik kende was er niet één zoals Parg. Voor hem was Parg de enige robot waar je bijna verliefd op kon worden. In tegenstelling tot zijn soortgenoten kon Parg converseren. Op de een of andere manier was dr. Lunaj er in geslaagd om Parg vaardigheden te geven die Meik nog niet bij andere robots had kunnen ontdekken.
Hij had dr. Lunaj er wel eens op aangesproken doch deze ging er verder niet op in. Een knipoog en een flauw glimlachje was zijn uitleg op de zaken. Meik had wel begrepen dat het verder geen zin had om dit uit te gaan melken. Echter, hij werd er wel steeds meer van doordrongen dat Parg uniek was, zo niet volstrekt uniek. Ook had hij ontdekt dat het vrijwel niet mogelijk was om Parg vast te praten. Blijkbaar kon de robot putten uit een oneindig scala van mogelijkheden om zijn woorden of gezegdes te onderbouwen met gefundeerde gegevens. In die zin had Parg ook wel gelijk dat hij Meik zou kunnen bijstaan in zijn probleem waar hij zo over nadacht.
"Je weet dat ik me zorgen maak over onze toekomst, Parg. Daar denk ik aan. Waar zijn we mee bezig. Als mensheid. Ik las op het globe-nieuws dat er weer een bende opgepakt is die honderden gekloneerde werkers exploiteerde, ergens in een oerwoud. Het is verboden en toch gebeurt het steeds weer. Die arme klonen verdwijnen in een kamp en vervallen tot bijna dierlijk gedrag omdat niemand zich om hen bekommerd. De exploitanten krijgen een lichte straf, het waren immers klonen en de verantwoordelijke medici ontspringen de dans en in hun lab groeit alweer een nieuwe lichting! Daar dacht ik aan, Parg."
"Parg weet het, Meik. Dit is inderdaad moeilijk op te lossen. Vooral als het gezag niet optreedt. Het zal steeds weer gebeuren, want er wordt grof geld mee verdiend!"
"De mensen gaan maar door met deze onzin", zei Meik. "Ze gaan volkomen voorbij aan het leed wat het veroorzaakt."
"Er is nog veel meer leed bij de mensen, Meik", zei de robot. "Als Parg het procentueel zou uitdrukken met de gegevens die hij heeft, dan zou je schrikken. En dan betreft het mensen. als Parg de vierde soort mensen, de klonen, erbij zou betrekken dan is het nog veel erger..."
"Ik weet het Parg, het is triest allemaal. Helaas zijn er maar weinig mensen die zich erom bekommeren. Het is een kwestie van tijd voordat het onhoudbaar wordt."
"Parg weet dat dr. Lunaj zich ook grote zorgen maakt", zei de robot.
"Dat is waar, Parg. Ik ga er eens over praten met hem. Misschien kunnen we iets ondernemen. Als we nu al kunnen vermoeden dat het zo niet door kan gaan, dan kunnen we toch niet lijdzaam afwachten tot er iets ergs gebeurt?"
"Het is al erg wat er gebeurt, Meik. Gelukkig zit jij aan de goede kant met een zekere mate van welstand en geen gebrek. Maar je werk tussen de ongelukkigen zegt natuurlijk genoeg..."
"Ja, Parg. Maar ik besef dat ik dat niet kan veranderen. Wat ik wel weet is dat zolang er verschillen in welstand zijn in een maatschappij, dat dat problemen zal blijven geven. En al helemaal als er gebrek komt aan water en voedsel. Het is nu al een probleem, alhoewel het hier nog relatief meevalt. Maar overal wordt het slechter en ik zie geen verbetering, niet op korte termijn en al helemaal niet op lange termijn."

Twee dagen later zat dr. Lunaj bij Meik. Deze kon hem via de satelliet overal bereiken. Dr. Lunaj was een van de weinigen die nog onbeperkte reisfaciliteiten bezat. Vanwege de belasting van het milieu waren er al vergaande restricties in doorgevoerd. Zeer tot ongenoegen van veel mensen. Ze voelden zich beknot in hun vrijheden. Hun recht om zich te verplaatsen werd aangetast. Snelle wetsveranderingen maakten een gang naar de computerrechtbank zinloos. Temeer daar men achteraf geconfronteerd werd met een hoge rekening van de elektronische rechtbank. Deze waren niet mals, de software in deze computers was extreem duur.
"Dr. Lunaj", begon Meik, "weer wil ik mijn waardering uitspreken over de vaardigheden van Parg. Ik voel me zeer vereerd zo een voortreffelijke robot te mogen bezitten."
"Dank je Meik," zei dr. Lunaj. "Kom eens to the point. Waarom heb je me laten komen? Zoals je weet ben ik altijd razend druk. Toch maak ik tijd voor je vrij. Wat is er aan de hand?"
"Alles, dr. Lunaj. Ik denk veel na over het bestaan van de mens en ik maak me grote zorgen. We weten dat het niet goed gaat en alles loopt gewoon zo verder. Ik wil met u bespreken of we er iets aan kunnen doen. Het mag toch niet zo zijn dat we met open ogen als intellectuele wezens het ravijn in storten?"
"Ik waardeer je bezorgdheid Meik. Ik weet dat de mens je bijzondere interesse heeft. Daarom heb ik je Parg geschonken en het overzichtsprogramma van het menselijk bestaan op aarde. Hoever ben je trouwens in je studie?"
Ergens bij het jaar 1800. Ik kan me alleen maar voorstellen dat de ontwikkeling zich dan zal versnellen."
"Je zult het wel lezen Meik. Ga ermee door. Het is van wezenlijk belang voor je inzichten. Dit programma leert je iets begrijpen van het menselijk gedrag. Ik zeg: iets. De mens is zo een complex wezen, althans, zijn gevoel. Dit bepaalt zijn daden die weer worden beïnvloed door de tijd waarin hij leeft met de daaraan verbonden omstandigheden. Je zult ontdekken dat met de toenemende welstand en luxe zijn gedrag niet evenredig beter wordt, doch eerder het tegendeel wordt zichtbaar. De bewijzen van deze stelling kun je terugvinden in je werk. Maar goed. Je maakt je zorgen. Ik ook en nog veel meer dan jij kunt vermoeden. Ik wil je dan ook zeggen dat ik in het geheim met een theoretisch reddingsscenario bezig ben, al jaren, en derhalve blij ben met jouw initiatief om mij bij je te roepen voor overleg. Kennelijk bezitten we dezelfde geest."
Met grote ogen staarde Meik de geleerde aan. "De enige overeenkomst die we bezitten is dat we beide Kreeft zijn, dr. Lunaj. Meer kan ik niet bedenken."
"Doet er ook niet toe, vriend. Punt is dat we beiden bezorgd zijn. Twee mensen tussen miljarden. Bijna minder dan niets. Toch iets en daar gaat het om. Alles begint altijd klein. Als er maar dat begin is. Daarnaast is er de techniek. Het verknalt ons bestaan en de kunst is nu om het voor ons te laten werken. Jij kunt organiseren en ik kan met techniek overweg."
Waar wilt u heen, dr. Lunaj?", vroeg Meik gespannen.
Dr. Lunaj gaf niet meteen antwoord. Hij staarde Meik lange tijd aan. Ongeduldig gaf Meik hem die tijd. Onbewust voelde hij dat hier iets belangwekkends gaande was... Tenslotte zei dr. Lunaj: "Ik ben net als jij al jaren bezorgd over het voortbestaan van de aarde. Ik heb mijn bezorgdheid vaak en op allerlei plaatsen geuit aan zelfs de hoogste leiders waar ik mee in contact kom en iedereen distantieert zich ervan en ontloopt zijn verantwoordelijkheden. We kunnen de mens zoals die nu bestaat op aarde onderverdelen in drie categorieen: de extreem rijke bovenlaag die de macht en de ultieme techniek bezit, de massa die welvarend is en de rijke bovenlaag financieel in stand houdt en de derde onderlaag van sloebers in grote armoede die tevens het snelst groeit en in hun frustratie en onvrede voor ontzaglijke problemen zorgt. Die problemen van de derde laag betreffen maatschappelijke factoren. Als de tweede en derde laag één zouden zijn, dus geen armoede doch welstand, zelfs dan moeten we ons grote zorgen maken. Het doet niet af aan onze bezorgdheid jegens het systeem aarde. Alleen het bestáán van de derde laag bezorgt ons onbehagen en onveiligheid. Onze zorgen voor het naderende einde is dus absoluut niet aan hen toe te kennen. Het kapitalistische systeem van ongelimiteerd opsouperen in een consumptieve maatschappij is de kwalijke factor die ons bezorgd doet zijn. Kun je het nog volgen?"
"Zeker", zei Meik. "Het is me volkomen duidelijk. Ga door, dr. Lunaj."
"Zoals ik al zei werk ik hier al een poosje aan. Iets of iemand moet toch iets doen. Als eenling kun je weinig, dus ik heb hulp nodig. Ik weet dat je een aantal studievrienden hebt waar je goed mee overweg kunt. Met hen heb je je bezorgdheid wel eens gedeeld. Wat ik eigenlijk wil is een groepje mensen formeren met dezelfde ideologie. Let wel: een ideologie met als uitgangspunt de redding van het menselijk bestaan op aarde."
Dr. Lunaj zweeg. De beide mannen staarden elkaar weer aan. Lange tijd. Meik voelde zijn lijf trillen van opwinding. Onbewust had hij iets in die richting gevoeld en nu het uitgesproken was, kon het voor zijn gevoel eenvoudig niet waar zijn... de redding van het menselijk bestaan op aarde? En hij, Meik, een simpele sociale werker moest, of werd gevraagd, hieraan mee te werken? Dit kon toch niet waar zijn? En al zou hij in staat zijn om zijn vrienden te mobiliseren, wat konden zij dan uitrichten in een waanzinnige wereld vol met techniek, sloebers, reisverboden, voedsel- en watertekorten, robotprotectie, bunkers met rijken en wat er al niet meer voor onzin was. Was dr. Lunaj wel helemaal goed in zijn bovenkamer? Wat dreef hem tot deze onzinnige gedachte? Natuurlijk had Meik zo vaak zitten filosoferen om de zaken te veranderen maar een systeem van globaal niveau kon maar door één macht veranderd worden: door buitenaards leven met ultiem wapentuig. Met de meest onwaarschijnlijke slachting ooit vertoond als gevolg. De rijken zouden zich nooit overgeven. Hun macht was hen heilig. En nu kwam dr. Lunaj met dit onzinnige plan.
Toch wilde Meik hem absoluut niet ontmoedigen door negatief tegenover zijn idee te staan. Hij vermande zich.
"Dr. Lunaj. Ik moet zeggen: een loffelijk streven. Ik zie alleen even niet hoe dat zou moeten. Verklaar u nader."
"Nu niet, vriend. Ik wil voorstellen dat jij je vrienden benadert en hen hier laat komen. Vind uit welke van hen interesse hebben. Dwing niemand. Het moet ook in hen zitten. Ik wil nog benadrukken dat deze missie relatief ongevaarlijk is."
Meik sprong overeind uit zijn stoel. Hij was te verbouwereerd om zelfs maar een kreet te slaken. Happend naar adem, frisse lucht uit de filtermachine, ging hij weer zitten. Dr. Lunaj kon een glimlach niet onderdrukken.
Ik ben van mening Meik, dat we het goede wat de mens toch moet bezitten, moeten gaan mobiliseren. De verdere details zal je later horen. We stellen nu dat wij twee[e]n ons zorgen maken, maar er zijn natuurlijk veel meer mensen die dat doen. Zo langzamerhand lijkt me de tijd rijp voor actie. Het kan en mag niet zo verder gaan naar dat ravijn, zoals je dat zei. Mobiliseer jij je vrienden. Geld is geen probleem, er is genoeg privé-kapitaal om een en ander te bekostigen."
"Goed dr. Lunaj. Binnen een paar weken hoort u van mij voor een tijd en plaats. Ik neem aan dat een en ander niet naar buiten mag."
"In eerste instantie niet. Doch het is niet verboden wat ik van plan ben."
Dr Lunaj vertrok weer. Meik voelde een vreemde opwinding in zijn lijf. Iets ondefinieerbaars had zich van hem meester gemaakt. Hij prees zich gelukkig bevriend te zijn met dr. Lunaj, deze bevlogen geleerde die zo goed begreep hoe uniek het aardse leven was. En zo teleurgesteld hoe de mens ermee omging.
Heb jij enig idee wat dr. Lunaj in zijn hoofd heeft, Parg?", vroeg hij de robot.
De robot zoemde even zacht van binnen, ten teken dat zijn elektronische brein alle mogelijke en onmogelijke mogelijkheden aftastte.
"Nee Meik. Dr. Lunaj sprak niet over strijd. Parg begrijpt niet hoe het dan zou moeten, een vreedzame verandering van dit aardse bestaan der mensen."
Meik liep naar zijn computer. Hij verrichtte de procedures om zijn vrienden te benaderen. Dat was heel simpel.
In hun studietijd hadden ze met elkaar een soort verbondenheid gevoeld vanwege hun opvattingen over bepaalde zaken. Ze hadden de afspraak gemaakt om om de twee jaar bij elkaar te komen. Ze hadden allen een implantaat in laten zetten. Het veroorzaakte een trillinkje in hun achterste. Het werd geactiveerd door de satelliet, waar ook ter wereld ze zich bevonden. Nadat ze dan verbinding maakten met de computer via een afgesproken netwerk konden ze dan de verdere informatie vinden.
De overheid verrichtte een scherpe controle op deze activiteiten. Via deze techniek konden immers gewelddadige groepen of zelfs kleine legers opgeroepen worden. Als de groep van Meik de trillingsoproep kreeg betekende het dat ze eenvoudig moesten komen. Dan kon er een zeker belang aan verbonden worden.

Vaak zat Meik met Parg aan de computer. Het lezen van het overzicht riep wel eens vragen op die hij dan met de robot kon bespreken. Het was uitermate boeiend om zo in een versneld tempo door het menselijk bestaan te lopen en zo de ontwikkeling der dingen te bezien. De veranderingen in de diverse tijdsstadia waren frappant en verbluffend, alsmede de mentaliteit van de mens. Ook maakte hij meteen een soort van samenvatting van opmerkelijke punten. Het gaf hem de mogelijkheid iets terug te vinden in het overzicht zonder lang te zoeken.
Hij wist dat het laatste gedeelte van het overzicht het interessantste moest zijn. De grote veranderingen van het technologische tijdperk. De menselijke geest kreeg het druk. Afgezet tegen het voorheen rustige bestaan kreeg de mens allerlei plichten om mee te kunnen lopen in de nieuwe ontwikkelingen. Zijn zintuigen kregen veel meer werk te verzetten. Het gevoelsleven kwam onder druk, allerlei nieuwe invloeden, mogelijk gemaakt door de techniek, kregen een grote waarde in zijn veranderende bestaan.
Wat Meik bijzonder interesseerde was de gedragsverandering die deze ontwikkeling bij de mens teweegbracht. En de daarmee verbonden mentaliteit. Het was een boeiende studie, maar niet eenvoudig. Hij moest deze zaken ventileren uit oude verslagen.
Parg was met zijn rationele brein vaak behulpzaam. Hij merkte zaken op die Meik over het hoofd zag. Zo vaak had Meik zich erover verbaasd hoe dr. Lunaj er in geslaagd was om deze ongetwijfeld waanzinnig complexe programmatuur bij de robot te installeren. En het werkte perfect.
Daarnaast onthield de robot ook alles wat van belang was. Informatie die door zijn verstand als volstrekt nutteloos werd beoordeeld werd ook niet opgeslagen. Ook daarin was in het programma voorzien. Dit moest ongetwijfeld de vaardigste robot zijn die ooit gebouwd was en hij stond bij Meik ingeschreven. Hij en niemand anders betaald de gehate robotbelasting. Gelukkig niet te veel, want de vaardigheidstest die bij Parg door de overheid was afgenomen had de ambtenaar meewarig doen glimlachen. Meik had zich er maar niet druk over gemaakt. Een korte code was genoeg geweest om Parg tot volle elektronische wasdom te laten komen. Na deze handelingen was Parg in staat zichzelf aan te passen aan elke denkbare situatie. Parg was derhalve in staat om met een simpele kloon te converseren alsmede met een lid van het parlement.
"Het is toch zo Meik, dat de mens in beginsel een sociaal wezen is dat alleen kan gedijen en bestaan tussen zijn soortgenoten?", vroeg  Parg.
"Dat heb je goed gezien Parg. Als eenling voelt een mens zich niet prettig. Hij heeft andere mensen nodig. Hoezo?"
"Het valt Parg op in deze overzichten dat de mens zich wil losmaken van zijn soortgenoten als zijn welvaartstatus verbetert. De meesten zoeken aansluiting bij elkaar, een gelijke welstand. Waarom doen mensen dat? Zover Parg weet doet dr. Lunaj dat niet. Dr. Lunaj is rijk en jij niet. Waarom handelt dr. Lunaj anders?"
Meik moest even nadenken.
"Schijnbaar hebben mensen altijd de behoefte zich beter te voelen dan soortgenoten die minder geslaagd zijn, om wat voor reden dan ook. Het gevoel van aanzien speelt ook mee. Dat geeft immers een goed gevoel. Ik mag echter geen immers zeggen want jij hebt geen gevoel als robot. Ik denk dat het een probleem van alle tijden is van mensen om zich boven anderen te verheffen en derhalve heeft het altijd voor problemen gezorgd. Dr. Lunaj staat natuurlijk in niveau van ontwikkeling en kennis ergens bovenaan doch hij heeft er een afkeer van. Hij vertoeft het liefst tussen normale mensen. Hij begrijpt dat ieder mens uniek is en niet altijd zelf verantwoordelijk voor de status waar hij in verkeerd. Zijn intellect bepaalt hij niet zelf en de omstandigheden ook niet."
"Dit betekent dus dat de mensen die zich boven anderen stellen dit niet hoeven te doen", zei Parg bedachtzaam.
"Inderdaad Parg. Maar ook hier spelen gevoelens en het karakter een rol. Maar ook hiet zou enig nadenken ontzettend veel problemen voorkomen. In de kapitalistische maatschappij van ontwikkeling zagen veel mensen kans, gesteund door dit systeem, zich boven anderen te verheffen. Men noemde dit het beklimmen van de maatschappelijke ladder. Deze maatschappij van prestatie in een geldeconomie was voor een bepaalde tijd ideaal gegeven voor deze eigenzinnige mens. Totdat het systeem stokte vanwege materiaalgebrek, werkeloosheid door overproductie en vervuiling. Men zag niet in dat dit kapitalistische systeem ongeschikt was, totaal ongeschikt, om de mens tot in lengte van dagen onderdak te bieden. In die fase zitten we in feite nu. Het is wonden likken, puin ruimen of ten onder gaan! In een scenario van eigenzinnige egoïsten die de zaken bepalen, een groep geslaagden en een snel groeiende groep armen. De waarschuwingen ten spijt die er toch geweest zijn. Ziehier de resultaten van de mens die zijn sociale status aan de kant schuift."
"In een theoretische maatschappij van robots zou dit niet kunnen gebeuren, Meik", zei Parg haast plechtig.
"Zeer juist, vriendelijke vriend. Jullie hebben geen gevoelens die jullie parten kunnen spelen. Met louter rationaliteit voorkom je ontzaglijk veel problemen."
Parg dacht zachtjes zoemend even na.
"Door dit hele programma heen zie je altijd weer problemen en oorlogen. Het gaat altijd maar door. Leert de mens dan nooit, Meik?"
"Oorlogvoeren van mensen heeft ook te maken met de status waar hij in verkeert, Parg. De onderontwikkelde mens voerde oorlog. De iets meer ontwikkelde mens ook. Pas de mens in hogere ontwikkeling begreep dat het niet heilzaam was. Ethisch onjuist. De geschoolde mens leerde eindelijk af om zichzelf massaal uit te roeien, al of niet door een waanzinnige volksmenner. De situatie zoals die nu is is echter wel gevaarlijk. Honger en daarnaast afgunst jegens idiote overvloed voor een minderheid zal vroeg of laat tot een alles vernietigende oorlog leiden. Dat is echter een ander soort strijd dan de oude oorlogen. En het is nu een globale situatie. Uniek in het bestaan van de mens. Zo zie je maar Parg, hoe de simpele vraag van jou, dat onderwerp van zich verheffen boven anderen uiteindelijk het voortbestaan van de mens bedreigt."
"Dat is inderdaad frappant Meik", zei de robot. "Kleine dingen bepalen de zaken. Dat ligt in het hele bestaan van alles opgesloten."
"Het is zo treurig dat de mens het niet heeft in willen zien. Als zelfstandig individu verschool hij zich in de massa, als er problemen waren of kwamen. Rechten om de status te verheffen en de plichten afschuiven naar de massa, ofwel de maatschappij. Controversieel en in feite asociaal gedrag. Als eenling niet in staat om de zaken te veranderen doch vele eenlingen kunnen dat wel. Maar zijn eigen belang was niet gediend om iets met vele eenlingen te gaan of willen uitrichten. Dr. Lunaj is anders. We weten nu dat hij met iets bezig is. Ik kan me echter niet voorstellen wat dat zal zijn."
"Parg moet dan toch concluderen dat de mens in zijn zelfbeschikkende status een egoïstisch wezen is Meik, als Parg je daarmee niet beledigt. Parg weet dat dat niet een prettige eigenschap is in een sociale structuur."
"Inderdaad Parg. En je beledigt me niet. Waarheden mogen gezegd worden. Natuurlijk is niet ieder mens egoïstisch. De maatschappij kon alleen bestaan in een toestand dat mensen iets konden geven. Toch bevorderde de stijgende welstand het egoïsme gevoel."
"Parg concludeert dan weer dat hoe beter een mens het heeft in materialistische zin, hoe slechter hij dan wordt."
"Een controversiële stelling Parg, het zou niet zo mogen zijn. Welstand zou een zegen moeten zijn in het bestaan van de mens. Voor ieder mens, maar dat kan niet in het kapitalistische systeem en al helemaal niet op globaal niveau. Je stelling bevat een heel grote waarheid. Misschien wel de eerste robotstelling Parg. Spreek hem maar niet in het bijzijn van anderen uit. Hieruit kunnen ze afmeten dat je meer bent dan een huishoudrobot. Jouw vaardigheden zullen egoïstische gevoelens kunnen aanwakkeren!"
"Parg is zich daarvan bewust Meik. Het zal niet gebeuren."

 

einde van deel 1. wordt vervolgd.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.