Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
22 maart 2011, om 11:21 uur
Bekeken:
720 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
321 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Soap - hoofdstuk 1"


1

 

Luc Lepart’s telefoon rinkelde. Luc was twee uur geleden in slaap gevallen na een onrustige nacht, waarin hij veel had liggen woelen en piekeren over zijn prille samenwerking met zijn charmante stagiaire Deborah Waaskant. Was hij nu verliefd op haar, of niet? Ze zag er wel leuk uit, met haar pikzwarte haar en donkerblauwe ogen. Ze had een goed figuur, en ze kleedde zich altijd modieus. Haar karakter was er ook één om in te lijsten. Luc stapte vermoeid uit zijn bed, liep naar de telefoon en nam op.

“Goedemorgen. Met commissaris Van der Brom. Frans Schurkman is dood. Je weet wel, de beroemde politicus van Welvarend Nederland.”

Luc kende hem wel. Hij was veel in het nieuws geweest omdat hij de gedoodverfde opvolger was van de huidige politiek leider van Welvarend Nederland, Tom Kwantuil, die na de komende verkiezingen van plan was af te treden. “Ik weet wie je bedoelt,” zei Luc dan ook.

“Mooi. Hij is neergeschoten. Sjaak is al naar de plaats delict.” Sjaak van Henegouwen was de man van het forensisch team. “Het adres is: Geleilaan 26. Succes.”

“Dank je,” zei Luc. Hij hing op, en liep naar de badkamer, waar hij zich waste met een washandje. In de slaapkamer deed hij zijn detectivekostuum aan. In de badkamer deed hij een vleugje Hugo Boss op zijn hals en kamde hij zijn haren. Vervolgens slenterde hij naar de keuken om een boterham met jam te smeren en op te eten. Toen schoot het hem te binnen: moest hij Deborah nu bellen? Waarschijnlijk wel. Zij wilde vast ook wel bij het onderzoek zijn. Ze was immers zijn stagiaire, en zijn partner in het recherchewerk. Luc vroeg zich af of Deborah zijn liefdespartner zou kunnen worden. Was ze niet te jong? Hoezo? Ze was al 25, en hij pas 45. Deborah had zijn dochter kunnen zijn, als Luc tenminste geen maagd was geweest. En dat was hij wel. Hij kon daar mee leven. Hij wist toch niet wat hij miste.

Hij toetste Deborah’s nummer in op zijn mobiel. Een slaperige vrouwenstem zei: “Met Deborah Waaskant.”

“Dag Deborah,” zei Luc. “Je spreekt met Luc Lepart, je partner in het recherchewerk. Er is een moord gepleegd. Wij tweeën moeten die moord onderzoeken.”

Deborah gilde van opwinding. “Echt waar? Is er echt een moord gepleegd? Of is het zelfmoord?”

“Dat kan ik van hier niet zien. We zullen de plaats delict moeten onderzoeken. Ik kom je over een kwartier ophalen. Waar woon je ook alweer?”

“Mosselstraat 13.”

“Ach ja. In de wijk Palensteyn. Niet zo’n beste wijk voor een vrouw als jij. Maar daar hebben we het later nog wel over. Zorg je dat je voor de ingang van de flat klaar staat?”

“Jazeker,” zei Deborah. “Eindelijk een echte moord. Ik kan mijn oren niet geloven. Ik dacht even dat ik tijdens mijn stage geen moord zou gaan meemaken, maar dat is dus gelukkig niet zo. Mijn vrienden zullen jaloers zijn. Kun je ook over een half uur komen? Ik heb meer tijd nodig dan een kwartier om me aan te kleden en te ontbijten. Ik hoop dat je daar begrip voor hebt.”

“En het lijk dan? Dat ligt maar dood te bloeden.”

“Alsjeblieft?”

“Goed dan. Tot over een half uur.” Luc hing op. Hij liep naar de eettafel, pakte de medicijndoos en nam zijn medicijnen in (Luc slikte antipsychotica en antidepressiva, omdat hij in het verleden ietwat achterdochtig was geweest, en last had van depressies). Hij liep naar de hal, trok zijn jas aan en stapte in zijn auto, een Fiat Panda. Hij had daarvóór in een Mazda Avensis gereden, maar die had hij total loss gereden door tegen een boom te botsen. Dat kwam doordat hij te druk bezig was geweest de auto achter hem in de gaten te houden. Deze leek hem te achtervolgen, en dat vertrouwde Luc niet.

Luc stelde het navigatiesysteem in op Deborah’s adres en zette de radio aan. Daar was net een item bezig over een bankdirecteur die ontslagen was wegens wanbeleid. Een journaliste was hem gevolgd naar zijn vakantiehuisje in Zuid-Frankrijk, had zich verkleed als een vrouw van lichte zeden en de bankdirecteur enkele opmerkelijke uitspraken over zijn vrouw ontlokt. Die uitspraken werden voorgelegd aan desbetreffende vrouw, die daar niet blij mee was, maar dan moet je ook maar niet de vrouw zijn van een bankdirecteur.

Even later arriveerde Luc bij Deborah’s flat. Ze stond al op de stoep te roken. Toen ze Luc zag gooide ze de peuk weg, stapte in, en groette Luc, waarbij ze een beetje rook in zijn gezicht blies.

Luc kuchte demonstratief en zette de airconditioning aan.

“Hoe gaat het?” vroeg Deborah uiteindelijk.

“Goed hoor,” antwoordde Luc koeltjes. “Ik zit net te luisteren naar een interessant item op de radio.” Het item was inmiddels afgelopen. Luc zette de radio uit en staarde voor zich uit. “En met jou?” vroeg hij uiteindelijk.

“Ook goed. Ik heb gisteren de man van mijn leven ontmoet.”

De man van je leven? dacht Luc. En ik dan? “Hoe heet die beste kerel?” vroeg Luc.

“Jack Poliaster. Ik denk dat ik verliefd ben.”

“Jack Poliaster. Waar heb ik die naam meer gehoord?” Luc deed net alsof hij nadacht. “Ik ben die naam laatst nog ergens tegen gekomen… Was het niet in een politieonderzoek? Maar goed, leuk voor je,” zei Luc niet-gemeend. “Wat voor werk doet hij?”

“Hij installeert verwarmingen.”

“Toe maar. Een echte vakman. Waar heb je hem ontmoet?”

“In de disco. Hij is de beste danser die ik ooit gezien heb.” Deborah zwijmelde bij de herinnering aan een dansende Jack Poliaster.

“Is dat zo?” zei Luc. “Ik dans nooit. Echte mannen dansen niet.”

“Dat moet je niet zeggen. Jack is op en top man. Dat heeft hij me zelf laten zien.”

“Ja ja, het is al goed. Ik hoop wel dat jullie het veilig doen. Als je zwanger bent piep je wel anders. Dan is die Jack opeens met de noorderzon vertrokken. Ik ken dat.”

Even later arriveerden ze op de Geleilaan. Nummer 26 was, net als de andere huizen, een vrijstaande villa, aan de buitenrand van Zoetermeer, waar Luc voornamelijk zijn recherchewerk verrichtte.

Het rechercheduo stapte uit, en liep naar de voordeur van nummer 26. Luc belde aan.

Een schuchter vrouwtje met een Slavisch voorkomen deed open.

“Goedemorgen, mevrouw,” zei Luc. “Ik heet Luc Lepart en deze vrouw aan mijn zijde heet Deborah Waaskant. Wij zijn van de Zoetermeerse recherche. Hoe is uw naam?”

De vrouw haalde een hand door haar halflange krulletjeshaar. “Olga Petrovic,” zei ze trots. “Ik ben werkster.”

“Werkster? U bedoelt schoonmaakster?”

Olga knikte.

“Prima,” zei Luc. “We hebben gehoord dat hier een moord gepleegd is. Een meneer Schurkman. Kent u hem?” vroeg Luc.

“Ja ja,” zei het vrouwtje. “Komt u maar mee.”

Ze nam het rechercheduo mee naar de woonkamer, waar een man met bruin haar in nette kleding in een plas bloed op het tapijt lag. Sjaak van Henegouwen, de man van het forensisch team, stond foto’s te maken. “Lijkt op een moord, meneer Lepart,” zei van Henegouwen.

“Inderdaad,” zei Luc. “Maar wat is het motief? Dat is aan ons om uit te zoeken. Breek jij daar je hoofd maar niet over.”

“Nee, meneer Lepart.”

Luc bekeek het lijk, liep door de woonkamer, op zoek naar sporen van inbraak of handgemeen. Die vond hij niet. Hij wendde zich tot de schoonmaakster, die angstig stond toe te kijken. “Wanneer heeft u meneer Schurkman gevonden?”

“Eh… Toen ik vanochtend binnenkwam. Ik altijd schoonmaken op woensdagochtend. Meneer Schurkman wilde dat zo. Nu is dood.” Het vrouwtje begon te huilen.

“Had meneer Schurkman zelfmoordneigingen?”

“Niet dat ik weet. Meneer had relatie met zangeres. Samantha Carson. Hij was erg gelukkig.”

“Zo zo, Samantha Carson. Bekend van radio en tv. Kwam ze hier wel eens over de vloer?”

“Ik niet weten. Ik hier alleen komen op woensdagochtend. Ik haar nooit gezien.”

“Ook niet op tv? Vreemd. Verder nog nieuws over meneer Schurkman?”

“Meneer was erg actief op Chatter. U weet wel, om te praten met mensen met computer. Meneer wilde reclame maken voor politieke partij. Had ook contact met Samantha via Chatter.”

Luc wendde zich tot Deborah. “Ik denk dat we die Samantha maar eens een bezoekje moeten brengen. Misschien hadden zij en Schurkman relatieproblemen. Dit zaakje rammelt aan alle kanten. Maar dat is nog geen reden om in paniek te raken. Eerst het autopsierapport maar afwachten.”

Luc wendde zich tot van Henegouwen. “Onderzoek het wapen op vingerafdrukken, en laat het lijk daarna onderzoeken door Van Weijningen.” Van Weijningen was de schouwarts.

“Er is geen wapen,” zei van Henegouwen.

“Oh,” zei Luc. “Dan is er vrijwel zeker sprake van moord. Misschien was iemand het er niet mee eens dat Schurkman Kwantuil zou opvolgen. Schurkman leek me ook een beetje een zacht ei. Maar dat is nog geen reden om iemand te vermoorden. Ik keur dit zeker niet goed. Nu wordt het tijd voor actie. Deborah en ik gaan de buren ondervragen, nu we hier toch zijn. Sommige buren kunnen het erg goed met elkaar vinden, en houden elkaar goed in de gaten. Sociale controle is een groot goed. Maar pas op. Het zou niet de eerste keer zijn dat twee buren elkaar in de haren vliegen. Kom, Deborah.”

Het rechercheduo verliet de villa en liep naar de rechterburen van Schurkman’s huis. Op het naambordje stond de naam “Wentelbaars”. Luc belde aan.

Een vrouw met rossig krulletjeshaar in een soepjurk deed open. Ze bekeek het rechercheduo, en vroeg: “Wat heeft dit te betekenen?”

“Wat dit te betekenen heeft?” zei Luc. “Dat moet nog blijken. Wij hebben een aantal vragen over uw buurman, de beroemde meneer Schurkman. Mogen we binnenkomen?”

“Eh…ja,” antwoordde de vrouw.

Ze liepen naar de woonkamer.

“Mijn naam is Wendy Wentelbaars. Hoe heten jullie?”

“Luc Lepart en Deborah Waaskant, van de Zoetermeerse recherche,” antwoordde Luc, en ging zitten in de fauteuil. Debby ging zitten op de driezitsbank. Aan de muur hingen schilderijen van het strand en de zee.

“Een biertje zou er wel in gaan,” zei Luc.

“Oké,” zei Wentelbaars. “En u, mevrouw?”

“Doe mij maar een cola light,” zei Deborah.

Wentelbaars liep naar de keuken en kwam even later terug met een dienblad waar de drankjes op stonden. Tevens had ze een bord met kaasblokjes meegenomen. Ze zette het dienblad op de salontafel en ging timide zitten op de tweezitsbank.

Luc nam het woord. “Ik hoop niet dat we u aan het schrikken maken, mevrouw Wentelbaars, maar meneer Schurkman is vanmorgen dood aangetroffen in zijn woning.”

“Ik dacht al zoiets,” zei Wentelbaars.

“Oh?” zei Luc wantrouwig. “Waar was u gisteravond?”

“Mijn man en ik waren op bezoek bij vrienden, George en Emma Overdal. Ze wonen op de Spagaatlaan 63. Ze waren gisteren 35 jaar getrouwd. Wat gaat de tijd toch snel. Mijn man en ik zijn 33 jaar getrouwd. Over twee jaar hebben wij ook wat te vieren. Waarschijnlijk komen de Overdals dan bij ons op bezoek. Dat hebben we zo afgesproken, en als ze tegen die tijd niet dood zijn reken ik op hun aanwezigheid. Heeft u veel vrienden, meneer Lepart?”

“Nee. Ik ben een introvert mens. Ik heb af en toe tijd voor mezelf nodig. Vrienden leiden daar alleen maar van af. Sociaal contact is leuk, maar met mate. Heeft u gisteravond iets verdachts gezien bij meneer Schurkman’s huis? Een gemaskerde bezoeker, een inbreker, iets in die trant?”

“Nee, niets van dat alles. We kwamen pas om twee uur ’s avonds thuis, en toen zagen we licht branden bij Frans. We dachten dat hij weer eens aan het overwerken was. Frans had het erg druk met zijn werk.”

“Had u veel contact met meneer Schurkman?”

“Nee. We groetten elkaar op straat en maakten wel eens een praatje. Ook zagen we elkaar tijdens de jaarlijkse barbecue. We zagen hem wel eens met die zangeres, Samantha Carson. Een potentiële verdachte.”

“Waarom denkt u dat?”

“Ze was alleen maar uit op Frans’ geld. Heeft u haar laatste cd gehoord? Daarop zingt ze in het Spaans! Kunt u het geloven? Waar zingt Samantha nu over? Wij weten het niet, en dat zint ons totaal niet. Straks zingt ze allemaal seksueel getinte dingen, zonder dat mijn man en ik er weet van hebben. Enfin, in de gevangenis zal dat wel ophouden.”

“Laten we het hopen. Heeft u verder nog bijzonderheden over meneer Schurkman?”

“Hij hield wel eens tuinfeesten. Daar kwamen veel mensen van Welvarend Nederland op af. Mijn man en ik stemden altijd op meneer Schurkman. Jammer dat dat nu niet meer kan. Wie gaat hem opvolgen? We zullen het wel zien op het nieuws.”

“Vast wel. In ieder geval bedankt voor uw medewerking. Bedankt en tot ziens.”

Luc liep met Deborah naar de linkerburen van Schurkman. Luc belde aan, maar er werd niet opengedaan. “Die ondervragen we later wel,” zei Luc. “Ik stel voor dat we naar huis gaan in afwachting van de uitslagen van het autopsierapport en het sporenonderzoek. We zien elkaar morgen op het bureau. Probeer thuis ondertussen wat onderzoek te doen naar Schurkman.”

“Oké,” zei Deborah, blij dat ze naar huis kon.

Ze namen afscheid en gingen ieder hun eigen weg.

 

Onderweg deed Luc nog even boodschappen bij de supermarkt. Thuis zette hij de tv aan voor het nieuws van twaalf uur.

Het eerste item was het overlijden van Frans Schurkman. De persvoorlichter van de Zoetermeerse politie, Waldo Candide, verklaarde dat Schurkman waarschijnlijk vermoord was. Een korte biografie van Schurkman volgde. Hij was geboren in 1958 in Leiden. Hij was het derde kind van Fred en Fiona Schurkman, die nog steeds in Leiden woonachtig waren. Frans was direct na zijn studie politicologie bij Welvarend Nederland gaan werken als beleidsmedewerker en langzaam opgeklommen tot lid van de Tweede Kamer. Hij was de gedoodverfde opvolger van de huidige politiek leider van WN, Tom Kwantuil. In de peilingen voor de aanstaande Tweede Kamer-verkiezingen stond Welvarend Nederland op winst. Door het overlijden van Schurkman werd Karel Jeker getipt als de nieuwe politiek leider. Jeker was eveneens lid van de Tweede Kamer. Hij gaf op tv te kennen geschokt te zijn door Schurkman’s overlijden. “Schurkman was een sterk debater, die stond voor zijn ideeën,” zo verklaarde hij. “Zijn heengaan is een groot verlies voor de Haagse politiek. Hij zal gemist worden.”

Ja ja, lul maar raak, dacht Luc. In zijn optiek had Jeker een motief om Schurkman te vermoorden, omdat hij de nieuwe politiek leider van WN zou worden.

Luc besloot eens te bellen met de journalist Joe Trico,  die een politieke blog bijhield en zijn neus in allerlei zaken van groot of minder groot belang stak.

Trico wist te vertellen dat er twee kampen waren binnen WN: het kamp-Schurkman en het kamp-Jeker. Het kamp-Schurkman was eventueel bereid samen te werken met het Socialistisch Front, een politieke partij die het ook erg goed deed in de peilingen. Het kamp-Jeker wilde absoluut niet samenwerken met het Socialistisch Front, aangezien die de hoge inkomens extra wilde gaan belasten. Het kamp-Jeker was bang dat dat hun doelgroep, welvarende Nederlanders, zou afschrikken. Daarom prefereerde het kamp-Jeker een samenwerking met Nederland Vooruit, een rechtse partij die de instroom aan immigranten wilde stoppen.

“Denk je dat Jeker tot moorden in staat is?” vroeg Luc op een gegeven moment aan Joe Trico.

“Ik denk het niet,” zei Trico. “Maar hij zou zeker iemand de opdracht kunnen hebben gegeven.”

“En Samantha Carson?”

“Die helemaal niet. Ze is al een paar keer negatief in het nieuws geweest, terwijl haar platenmaatschappij haar juist wil afficheren als een ideale schoondochter.”

“Dat zegt nog niets. Wie weet had ze problemen met haar Frans. Ik wacht eerst het autopsierapport en het sporenonderzoek af. Ik heb geen sporen van inbraak gezien. Als er sprake is van moord, moet de dader een bekende zijn van het slachtoffer. Maar ik mag eigenlijk niet praten over de zaak met jou. Beloof me dat je niets van wat ik heb gezegd openbaar zult maken.”

“Natuurlijk niet. Je kent me toch? Het zou erg makkelijk zijn om nu een sappig artikel te schrijven over deze zaak. Maar wat weten we nu helemaal op dit moment? Laten we inderdaad eerst maar het autopsierapport en het sporenonderzoek afwachten. Wie weet wat dat allemaal nog oplevert. Bel je me zodra je meer weet?”

“Ik zal kijken wat ik kan doen. Ik heb het de laatste tijd erg druk. Helemaal nu ik een moord moet onderzoeken. Ik vraag me wel eens af waar ik het allemaal voor doe. Heb jij dat ook wel eens?”

“Ja. Maar dan denk ik altijd: wat had ik anders moeten doen?”

“Dat is zo. Zonder deze baan zou ik op zoek moeten naar ander werk. En trouwens, het politievak zit mij in het bloed. Waarom zou ik het anders al zoveel jaren uithouden bij de politie? Nee hoor, ik blijf lekker waar ik zit. Nog een jaar of twintig en ik ga met pensioen. Het zou zonde zijn als ik nu afhaak. Blijf jij ook maar lekker doen waar je mee bezig bent, Joe. ‘Schoenmaker, blijf bij je leest,’ zei mijn moeder altijd.”

“Zo is het maar net. Ik ga nu ophangen, ik moet nog een column schrijven voor mijn blog. Hou je taai.”

“Jij ook. Groeten aan je vrouw.”

“Die is bij me weg.”

“Gecondoleerd. Tot ziens.”

“Dag.”

De rest van de dag bracht Luc door met tv kijken, lezen en de fabricatie van een pan erwtensoep, die hij uiteindelijk weggooide omdat de kip niet gaar wilde worden. Hij bestelde een pizza bij de Italiaan in het oude dorp, en besteedde de rest van de avond aan het leggen van een puzzel, wat hij altijd deed ter voorbereiding op een moordzaak.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.