Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
1 maart 2011, om 09:39 uur
Bekeken:
1048 keer
Aantal reacties:
3
Aantal downloads:
394 [ download ]

Score: 3

(3 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Regelrecht de hemel in (deel 6)"


Een kleine terugblik en overzicht van de laatste delen, omdat het al zolang geleden is dat ik het ge[plaatst heb.

 

******* Mitchell Howards is een jonge Britse straaljagerpiloot van het 21 BAT, tijdens een onbekende oorlog gelegerd in een woestijngebied in een onbekend land. Tijdens zijn eerste bommenvlucht gebeurt er iets vreemds; de lucht veranderd en hij wordt in een andere dimensie getrokken. Daar leven wezens zonder lichaam die hem dingen vertellen over zijn eigen bewustzijn, dingen die hij zelf nog niet wilde zien. Als hij na deze ontmoeting bijkomt in de ziekenbarak is alles anders; de stemmen zijn er nog steeds en vertellen hem hoe hij met dingen om kan gaan, en hij ziet vreemde aura's, wat de legerarts tot halve waanzin drijft.        

Vanaf dit punt gaan we verder.                   ********

 

 

 

 

 

Een dag later is hij gezond verklaard en zit hij met Thom Martins in de messtent. Thom kijkt net zo stoïcijns als altijd, alsof er niks gebeurd is.

“Jij zei dat er niks was daarboven, he?” zegt Mitchell met een grijns, terwijl hij een hap eten neemt.

Gadverdamme, dit is echt ranzig. Morgen naar de markt, de mensen hier weten tenminste hoe ze fatsoenlijk moeten eten. Thom haalt zijn schouders op.
Nee, niks. Zooi wolken en een paar geflipte hoogvliegende vogels, that's it.”

“Er was een schip, man.” Mitchell staart naar de troep op zijn bord. “Mijn toestel reageerde niet meer, ik werd in een portal getrokken.”

Voor het eerst vertoont Thom's gezicht een andere emotie; hij trekt zijn wenkbrauwen op in een cynische frons.

“Je bent aan het trippen,” zegt hij, en eet rustig verder.

Woede begint begint binnen in Mitchell te jeuken. Kan die jongen nou nooit eens anders reageren?

“Wie is hier nou aan het trippen!” gromt hij, en schuift zijn bord van zich af. Hij is misselijk geworden. “Je leeft met je ogen dicht, man!”

Een paar collega's verderop aan de tafel kijken geïnteresseerd op bij de felle toon in zijn stem; dit kan leuk worden.

“Howards, ga je melden bij Davitts en vraag om een spuit valium.” Thom eet nog steeds door, terwijl het cynisme van zijn stem druipt.

Dat is de druppel; Mitchell springt op, grijpt Thom's bord en smijt het trillend van woede tegen de wand van de messtent. De andere piloten joelen.

“Hou je verdomme in, Mitch.” Thom staat ook op, voor het eerst gebruikt hij Mitchell's voornaam. “Je draait door.” Hij pakt zijn collega bij de schouder, maar die rukt zich wild los.

“En hoe denk je dat dat komt, he? Vraag jij je ooit wel eens iets af? Of doe je gewoon wat je gezegd wordt?!” Witheet is hij, verbaasd ziet hij dat Thom met grote angstogen achteruit deinst, hij zweet zichtbaar.

“Wat?!” Mitchell staart hem aan, hij kolkt van binnen, heeft het gevoel dat de vlammen uit zijn ogen slaan. De andere piloten zijn stil geworden, één van hen staat zachtjes op en sluipt naar buiten.

“Mitch, stop...” Thom hijgt, zijn gezicht is wit en nat van het zweet.

“Waarmee? Ik doe je niks!” Maar de woede ebt weg als hij naar zijn handen kijkt. Ze gloeien, de lucht er omheen trilt van de hitte.

Dan, een hand op zijn schouder, heel even maar, en een korte schreeuw.

“Auw, verdomme, Howards!” Davitts vloekt achter hem.

Mitchell draait zich om, zo snel dat hij er duizelig van wordt. De arts staat met een vertrokken gezicht naar zijn hand te kijken; ze is verbrand, aan de binnenkant bollen flinke blaren op.

De woede is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor angst.

“Jezus, Thom... Wat gebeurt er?” Slikkend draait Mitchell zich weer om, zijn collega is neergezakt op een stoel. Zijn shirt vertoont natte plekken van het zweet en hij schudt zwijgend zijn hoofd.

“Howards, het lijkt me beter als je mee komt naar de ziekenbarak.” Geen hand op zijn schouder dit keer.

Davitts loopt behoedzaam achter hem aan naar de ziekenbarak. Half verdoofd duwt Mitchell de deur open en gaat op de rand van een veldbed zitten, staart voor zich uit.

De bleke jongen met de ingetapede arm kijkt even zwijgend opzij, sluit dan weer zijn ogen.

Davitts verzorgt zijn brandblaren en verbindt geroutineerd zijn hand. Dan trekt hij een kruk bij en tikt Mitchell voorzichtig op zijn knie.

“En nu vertellen. Je hebt de hele mess op zijn kop gezet en ik brand me nota bene aan je. Dit is niet normaal, morgen haal ik Frederiksson erbij, maar eerst vertel je mij wat er tijdens je vlucht gebeurd is. Alles.”

Frederiksson is de psychiater die regelmatig de piloten komt checken. No way dat Mitchell ook maar iets aan die gek verteld, al voelt hij zich er bijna ellendig genoeg voor.

Davitts kijkt bezorgd en geschrokken genoeg, misschien dat hij...

Maar voordat de jongen er twee woorden uit kan krijgen beslist zijn lichaam dat er iets anders moet gebeuren. De misselijkheid schiet omhoog, hij kokhalst maar er komt niets.

Davitts schuift achteruit, zijn hand zoekt naar een bak op de tafel achter hem. Maar in plaats van overgeven begint Mitchell te huilen, onontkoombaar, iets waar Davitts meer van lijkt te schrikken.

“Ze hadden het beloofd verdomme, ze zouden me helpen,”

“Wie?” De arts fronst.

“Die wezens die daarboven wonen.” Davitts vloekt.

“Niet weer, Howards. Je hebt door de shock van het ongeluk heftige hallucinaties gehad, het wordt tijd dat je eruit komt. Frederiksson kan-”

“Naar de hel met die zielensucker!” De tranen lopen over zijn gezicht, hij schaamt zich er niet voor.

“Doc...” De jongen met de verbonden arm beweegt zich, en Davitts gaat onmiddellijk naar hem toe.

“Wat is er Freeman, zijn de pijnstillers uitgewerkt?” Hij meet automatisch de polsslag van de jongen. Die schudt nauwelijks merkbaar zijn hoofd.

“Nee. Luister doc, wat hij zegt... Het is waar. Ze hadden het beloofd. Ze leven daarboven, achter het wormgat.” Er trilt een spiertje in Davitts' gezicht. Zijn kaak trekt strak.

“Jij blijft hier, geen rotgeintjes meer.” gromt hij kortaf naar Mitchell, beent de tent uit en slaat de deur achter zich dicht.

“Nu gaat hij de zielensucker bellen,” grinnikt Mitchell, en trekt een krukje bij het bed van de jongen. Zijn verdriet is opgedroogd.

“Vertel eens Freeman, hoe kwam je daar? Je hebt nog niet gevlogen toch?” De jongen glimlacht bleekjes.

“Jawel. Maar niet in opdracht.”

“Je bedoelt...” Dan begrijpt hij het. Freeman is één van de ongeduldige en dodelijk verveelde piloten die het eeuwige wachten zat zijn. De meesten van hen gieten zich vol met drank, zoeken ruzie met elkaar of met de lokale bevolking en kotsen de volgende ochtend de ziel uit het lijf. En dan begint het weer opnieuw. Anderen, weinigen, verliezen hun zelfbeheersing en negeren alle orders. Ze móeten vliegen. Zoals Freeman.

“Ik was nog geen kwartier in de lucht en toen begon alles te draaien,” beantwoordt de jongen Mitchell's vragende blik. “Niks deed het meer, mijn vogel lag lam. En toen werd ik in het wormhole getrokken. Ik dacht dat ik zou exploderen, man. Die druk...” Mitchell knikt.

“Ik weet het. En voordat dat gebeurde was je daar.”

Ze kijken elkaar aan, verbroedering in hun hart; verder hoeft er niets gezegd te worden over hun ervaring.

“Ga slapen, Freeman.,” zegt Mitchell tegen het witte gezicht op het kussen. “Morgen breng ik je wat fatsoenlijks te eten.” De ander knikt en sluit de ogten.

“Martin,” zegt hij nog. “Voor jou Martin."

"Mitchell. Slaap goed." Hij loopt weg van het bed en gaat op zijn rug op een ander veldbed liggen wachten op Davitts en de zielensucker.

Het duurt lang, hij sluit een moment de ogen en slaapt onmiddellijk.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

eens met hjung!

Geplaatst op: 2011-03-16 06:47:38 uur

dankjewel! ik was al bang dat het mensen helemaal niet meer zou aanspreken vanwege de nul reacties :)
maar dus toch, mooi.
vervolg komt er alweer aan.

groetjes

Geplaatst op: 2011-03-03 14:47:23 uur

sterk en boeiend schrijven!!!!!!!!!!!!!

Geplaatst op: 2011-03-01 22:00:10 uur