Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 februari 2011, om 20:54 uur
Bekeken:
630 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
820 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"In memoriam poweet Arie Visser (deel 2)"


In memoriam poweet Arie Visser (deel 2)

 

Adriaan van Dis vroeg Arie Vissser in het intervjoe in het Cultureel Supplement NRC Handelsblad van 14-10-1983 hoe hij zijn letterkundige werk combineerde met de jacht op heroïne en het uren lang weg doezelen in een roes.

Hij verdedigde zijn heroïne gebruik met het argument dat hij “verstandig scoorde” en normaal kon functioneren na drugs gebruik. Van 1980 –’83 was zijn dagelijks behoefte niet groter dan een hoeveelheid van 50 gulden.

 

Herfst 1968 raakte ik bevriend met de uiterst aangenaam ogende Mila H. en bezocht zo nu en dan haar woon adres aan de Heemsteedse Dreef in Heemstede waar haar ouders een villa huurden. Haar vader, een felle socialist, was voor de buitenwacht zowel geheelonthouder als niet roker en verborg om die reden een fles cognac en een paaar due sigaaren in een uitgehold boek dat in de boekenkast van zijn werkkamer stond.

Portretten van Lenin, Mao en de rebel Che Quevara hingen boven het bed van Mila. Ik vond dat mijn portret boven haar bed thuis hoorde en niet dat van drie bloeddorstige dictators. Mijn opmerking veroor zaakte een woede uitbarsting bij de geïndoctrineerde Mila en die avond was haar bed heel even terra incognita.

Het maakte mij niet veel uit; de liefde bedrijven onder het alziend oog van drie Marxistiese beroeps moordenaars leek me niet erg stimulerend. Van moorden, martelen en marcheren was ik als pacifist en dienstweigeraar geen groot liefhebber.

 

Bub Kuiper, enige jaren boezemvriend van Arie Visser. Bubb, later veilinghouder/ antiquariese boek handelaar (korte tijd had hij in de Kleine Houtstraat een bepaald niet florerende tweede hands boekhan del, voorheen Antiquariaat van der Boom genaamd, waar ik wekelijks kwam tussen 1963 en 1967) was eveneens student Nederlands, maar maakte zijn studie wel af.

Bub was verloofd met de zuster van Mila, een Catherine de Neuve achtige jongedame waar weinig van uit ging, die volgens Bubb na intern onderzoek frigide bleek. Het zal je kind maar wezen.

Ik was  begin mei 1967 weer terug verhuisd naar Amsterdam na een periode van af wezigheid van tien jaar te Heemstede waar ik in de rustige villabuurt van de Heemsteedse Dreef woonde.

De hoofdstad was van een ingeslapen provinciestadje veranderd in een internationale, swingende metro pool met een geanimeerd, internationaal georiënteerd kunstleven en met gedroste Vietnam G.I.’s die bedelden om geld.

Amsterdam in de sixties. Om de tien meter hoorde je in de Leidsestraaat of de Kalverstraat “Do ya have fifty cents?” een jaar later vervangen “Do you have a guilder?”  Al snel hield ik op met geld te geven. Ik was zelf arm en moest het weinige geld dat ik bezat zorgvuldig beheren.

Herfst 1968 tot lente 1971 waren Bub en Arie regelmatige bezoekers van mijn adres aan de Nieuwe Spiegelstraat 48 twee hoog, een kleine kamer van 4 x 5 waar stevig hasj werd gerookt. Ik ben nooit een liefhebber van drugs geweest maar deed voor de vorm mee. We rookten wat, dronken een flesje of wat en zo vergleed de tijd op weinig zinvolle wijze met veeel studentikoos geouwehoer over kunst en literatuur.

Ik wist toen al vrij snel dat het tot niets zou leiden.

 

Bub maakte een lange reis naar India “ op zoek naar zijn eigen identiteit om de wijssheid van het Oossten daarin te inteegreren”, maakte zijn verloving uit, neukte om toch in vorm te blijven een paar keer mijn zuster, die als het ware een virtueel bordje “ Openbaar Toegankelijk” om haar nek had hangen en zoals veel bar en kroeg habitués gepakt werd door iedere verlopen kroegtijger met een broek vol goesting en een stuk in de kraag.

Bub liep rond in een witte jurk en op Jezus sandalen, een kralenketting om zijn hals, lang, vet haar tot op zijn reet en zag er uit als een exotiese goeroe.

Ik schaamde mij er lichtelijk voor dat hij in die outfit bij mij op bezoek kwam. De Nieuwe Spiegelstraat was de antiekstraat van Amsterdam met behoudend publiek. Een kunst en antiek buurt met gerenommeer de zaken daar hoorden exhibitionistische fake hippies al helemaal niet bij.

De relatie met Arie en Bub bekoelde langamerhand. Arie praatte steeds vaker Vinkenoog na, verklaarde zich tot “ vijand” van de “kapitalitiese Galerie Mokum kunstenaarsgroep” waar ik volgens hem toe be hoorde alss neo kapitalist. Ik zou volgens hem mijn tekeningen en gouaches moeten weg geven aan bedelaars in India en aan de indianen in Noord Amerika en er geen geld voor moeten vragen. Ik leefde van het absolute minimum van een paar tientjes in de week die ik bij elkaaar scharrelde met diverse klussjes en had na een jaar van helemaal geen inkomsten (sept. 1967 - mei 1968) en een winter zonder verwarming, net geld genoeg om zo nu en dan te te eten bij de Vincentius vereniging voor een rijks daalder een warme maal tijd van drie gangen, gestoomd voedsel dat zo krachteloos was dat je na afloop nog honger had. Het leven van een jonge neo kapitalist. Ja, hoor, geloof het maar.

 

Arie stelde mij voor om coca colablikjes van een handtekening te voorzien en voor tienduizend gulden per stuk te gaan verkopen, dat was pas echte kunst. Ik lachte hem vierkant uit. Die middag dat ’t voor noemde gesprek plaat vond was de Amsterdamse, even traag sprekende als denkende contraprestatie schilder Teun Nijkamp  aanwezig of Teun Nieboer, heette hij. Door mij meestal aangeduid als Teun Steun, van wege zijn handigheid om zowel contraprestatie te vangen, als een universitaire gezinsbeurs op te souperen, plus financiële ondersteuning van zijn grootmoeder en vader en en een jaarlijkse clandstiene verkoop van zijn werk van voor een bedrag van rond de ton. Hij stelde aan Arie voor dat verkopen van colablikjes zelf maar te doen als hij dacht daar profijt van te kunnen trekken. Ik denk dat Teun Steun inmiddels gepensioneerd tekenleraar in de provincie is in een dorpje.

 

October 1968 had ik geen cent te makken. Ik was al een maand zonder vast inkomen maar had net een tekening verkocht. Van mijn laatste tientje kocht ik een fles goede port bij de wijnhandel aan de overkant van  mijn huis in de Nieuwe Spiegel straat om te schenken als Bub langs zou komen.

De voor die tijd dure Port  kraakte hij af.

"Minderwaardige kwaliteit, blijft aan het glas hangen, dan weet je het wel ", zei hij studentikoos. Ik was flink pissig maar liet het niet merken.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.