Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 februari 2011, om 20:53 uur
Bekeken:
526 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
247 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"In memoriam poweet Arie Visser (deel 3) "


In memoriam poweet Arie Visser (deel 3) 

 

Het etentje dat Bub en Arie mijn echtgenote en mij aanboden op hun studentenkamer in 1969 was geen succes. De kamer lag boven een buurtcafé en Arie en Bubb hadden de studentikoze lompheid een paar dronken kroeg gasten aan de dis uit te nodigen die zich onhebbelijk gedroegen en hongerig naar mijn echtgenote zaten te loeren.

Er was geen toilet in hun woonruimte en daarvoor moest je naar de wc van het café. Studentenleven. De algemeen academische arrogantie beperkte  zich onder links georiënteerde studenten tot botte manieren. Ina en ik vertrokken vlak na het eten en besloten nooit meer bij ze langs te gaan.

 

In de loop van 1971 trok Bub zijn Indiase jurk uit, smeet zijn kralenketting in de vullisbak, knipte zijn haar kort, trok een donkerblauwe loden jas aan, studeerde af en werd leraar Nederlands aan een orthodox roomskatholiek instituut te Heemstede. Hij voelde zich daar op zijn plaats en stemde hoogstwaarschijnlijk VVD of KVP.

 

Arie Visser kwam ik nog een keer tegen bij de tentoonstelling 50 jaar Nederlands realisme waar ik als exposant aan deel nam. Hij noemde Bub een “ moreel corrupt maatschappij likkerig leraartje Neder lands”. Ik zei hem dat ik daar niet over kon oordelen. Ik hield niet van het soort clichés waar de Vinkenoog clan zich van bediende.

Met jaloezie in zijn stem zei Arie bij het afscheid tegen mij: Nou, je zit wel in de lift, zeg! Exposeren naast Pyke Koch en Willink!”

Ik glimlachte en gaf hem een hand. Hij droeg nog steeds hetzelfde dwars gestreepte Bretonse truitje. Door Arie liep een brede streep.

 

In 1973 verscheen van Arie de bundel “Virtuele beelden”.

 

Ik hoorde via via dat Arie stevig aan de Horse was en stapels boeken jatte bij de Atheneum boekhandel om die te verkopen om in zijn weinig opwekkende habit als naaldkunstenaar te kunnen voorzien. Sporadies las ik nog wel eens iets over hem in de pers. Zijn heroine consumptie bleek zijn powezie productie een aureool van poète maudit te geven.

Hij hoort bij een periode dat iedereen die wat artistiek uit zijn ogen keek, gedrogeerd door de stad schoffelde en daarmee in Amsterdam groot aanzien genoot op de hippe terrassen .

.

In 1972 bezocht ik met Ina nog een keer Bub Kuiper en zijn uit Oost Duitsland afkomstige zwaar brillende import Oostblokbruid, tiepe scharregatje schrielkip, die bij het vis bakken te vroeg uit de pan leek gesprongen. De ontvangst was stroef. We kregen niets aangeboden om te drinken. Zijn arrogante onbeschoftheid was rudimentair nog steeds aanwezig.

We feliciteerden hem met zijn huwelijk. We waren verder niet welkom bij hem deelde hij ons mee toen hij ons uit liet. Hij had zich namelijk gedistantieerd van kunstenaars. We liepen zwijgend weg.

 

Adriaan van Dis overArie Vissser in het intervjoe in het Cultureel Supplement NRC Handelsblad van 14-10-1983:

 

“Een slordige verschijning in de Amsterdamse binnenstad. Arie Viser-junk, dichter en sinds kort ook romancier. Vorige maand verscheen bij De Bezige Bij “Het vangen van de draak”.

 

Jaren lang loopt hij al door de binnenstad: een slungelige jongeman met musketierssnor en – sik, een Indiaas sjaaaltje,boerenpet, lang haar, versleten spijkerbroek met te brede pijpen. Arie Vissser, de dichter, de gevoelige criticus die zo mooi over Jazz kan schrijven”.

 

Fred van der Wal: “Als ik Arie links af zag gaan in de binnenstad ging ik uit voorzorg rechts af. Ik heb een bloedhekel aan Junkies!”

 

Adriaan van Dis: “Een belezen jongen die wel eens een bundel had gepubliceerd die je nergens kon kopen. Iemand waar ik altijd met een boog omheen liep omdat hij zo wazig keek en zo graag een geeltje leende en die bij de boekhandel bescheiden mocht poffen”.

 

In 1980 verscheen het verzameld werk van Arie Vissser “Voorlopig Overzicht”. In kleine kring werd Arie nu bewonderd. Sept. 1983 verscheen zijn boek “Het vangen van de draak”. Drie dagen uit het leven van een junkie. Post Burroughs vond ik dit soort boeken altijd. In zijn verhaal verwijst Visser naar Slauerhoff en Nijhoff.

Zijn recente boek is in 11 weken geschreven in het huis van zijn broer te Hengelo.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.