Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 februari 2011, om 20:52 uur
Bekeken:
585 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
278 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"In memoriam poweet Arie Visser (deel 4)"


 

In memoriam poweet Arie Visser (deel 4)

 

Van huis uit was Arie Vissser een bleek, tenger boeken jongetje. Een rond wandelend skelet. Als gereformeerd, provinciaal bleekneusje kwam hij terecht in de halve Amsterdamse onderwereld rond de Zeedijk.

Al op het gymnasium had hij ene grote hang naar drugs na het lezen van reportages over LSD, hasj en heroïne.

Op zijn zeventiende rookt hij marihuana en op zijn 23-e gaat hij aan de opium, morfine en heroïne. Na van de universiteit te zijn weg gelopen trekt hij een jaar door Azië om zich ongans te prikken, roken en snuiven. Op zijn dertigste was hij hopeloos verslaafd en op weg naar de goot.

Hij begon de moed op te geven nog iets van zijn leven te maken. Zijn dichterschap vatte hij naief op. Hij ervoer dat de volgens hem zo misselijke middenstand niets van dich ters moest weten. Passend werk bestond niet voor hem. Geldgebrek het gevolg. Op straat slapen om dichtertje te zijn. Wie zonder huis is gaat zwerven. Op zoek. Naar wat? Hij werd een dor blad in de wind.

Nooit werd er een vers van hem gepubliceerd. Kennissen zagen hem als een mislukkeling. Een beklagenswaardig mens. Een outcast.

Zijn hele leven werd hij als veelbelovend talent gezien. Die belofte loste hij niet in. Geen tentamen deed hij. Toch voorspelde iedereen hem een grote toekomst. Op zijn dertigste nog niets gepresteerd. Dichten was een pracht vak. Een obsessie die zijn hele denkwereld in beslag nam. Het ongrijpbare verwoorden. De greep naar de sterren.

 

Arie beroemde zich op zijn junkievrienden. Hij noemde hen als optimist een verzameling hele en halve intellectu elen. Het besef van hun creativiteit doet ze in de dope weg vluchten. Kunstenaars hebben een rebels karakter. Ze zijn slachtvee voor het drugsmilieu. 

Ik vraag me af waarom het drugs en drankmilieu zelden schrijvers van talent voort bracht. Verslaafd aan de dope, verslaafd aan hun eigen egocentrische wereldje. 

Criminelen waren Arie’s beste vrienden. Hij bewoog zich bij voorkeur tussen illegaliteit en legaliteit. Repte van leegte die slechts gevuld wordt door de drugs roes. Zag zijn leven als totaal zinloos. Hanteerde het junkie bargoens als insider met graagte. Een afgang vocabulair voor een in literair opzicht ontwikkeld mens. Transponeerde de junkietaal tot de lingua franca van de wallen. Noemde de “subtiliteiten” van het algemeen gehanteeerde drugs jargon.

In zijn visie verontschuldigde hij zichzelf graag als het weer eens slecht ging met de one liner: “Soms doe je een paar passen terug op het ganzenbord”. Elke junk zoekt een excuus voor zijn falen.

 

Ex klasgenoot en vriend/auteur Peter ten Hoopen noemde Visser een dominee zonder God.

 

Sept. 2006. Een onbekend interview uit 1994 met Arie Visser door Anton de Goede en Wim Sanders aan de vergetelheid ontrukt.

Een exposé van het junkiebestaan van de poweet en de zegeningen van de heroïneverslaving. In 2006 is van prozaïst, dichter en essayist Visser een biografie in voorbereiding onder de titel “Volmaakt uit het evenwicht, het harde leven van Arie Visser””. Wim Sanders werkt aan het boek mee

 

De grootste lezerskring van  het boek over zijn verslaving aan heroïne “Het vangen van de draak” bevond zich in de Bijlmerbajes. In dat milieu zaten zijn beste critici. Het meest veelzeggende commentaar op zijn boek: “Prachtig Arie, dat heb je met de naald geschreven!”

 

PS; Vanochtend, dinsdag 15 februari 2011, beluister ik het VPRO interview met Arie Visser. Ik herken zijn vage, afdwalende junkietaal uit 1969 toen hij alleeen nog stevig aan de hasj was. Zijn aarzelende stem, een beschaafd stem geluid, soms bijna met een zalvende dominees ondertoon, doet zo nu en dan denken in uithalen aan het einde van een zin aan Vinkenoog.

 

Arie, was als gedreven zoeker naar de waarheid en de zin van het bestaan een eenzaam, door de war gegooid, ver dwaald mensenkind, te gevoelig om te leven, te jong om te sterven.

 

 

© juni 2007, fredvanderwal

Herschreven febr. 2011

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.