|
|
|
Gegevens
|
| Categorie: |
Autobiografisch |
|
Score:
|
2
|
|
|
(2 stemmen)
|
Login om ook uw mening te geven!
|
|
| Auteur: |
fredvanderwal
|
| Datum plaatsing: |
30 juli 2010 |
| Tijd plaatsing: |
16:42 |
| Aantal keer bekeken: |
109 |
| Aantal reacties: |
2 |
| Aantal downloads: |
|
"WIE BEN JIJ EIGENLIJK KLOTEBIBBER VON BOCKELULL? "
|
|
WIE BEN JIJ EIGENLIJK KLOTEBIBBER VON BOCKELULL? HOU JE OOK ZO VAN BOCKEN MET ZIJN TWEETJES? VROEG IK HEM OP ZACHTE TOON.
“Wie ben jij eigenlijk, klotebibber?” vraag ik arrogant aan de behandelende psychiater. Hij zegt dat hij de psychiater van dienst is. Ik zeg terug dat ik daar helemaal niet van ge diend ben. Ik ben helemaal niet in dienst geweest. Dus wat moet ik met een dienst doende psychiater ? Ik heb dienst geweigerd! Ik wou hout hakken in kamp Vledder waar een zootje anarchisten en halve zolen zaten waar ik me mee verbonden voelde.
Wat zullen we nou beleven? Een oproep van de militaire dienst in 1966? Kunnen ze nog lol aan me beleven in het peloton als ik boven op mijn slapie lig te rossen met mijn stijve l*l als bajonet in het wachte mannenvlees van een andere recruut.
Opzouten met je handel, bokkenlul, dacht ik gelijk toen ik die brief van defensie kreeg! Ik mag dan wel met een lastgeving van de rechter via een dwangopname in een gekken huis zitten, net als galeriehoudster Dieuwke Bakker indertijd, maar dat betekent nog niet dat ik echt gek ben, nee, hullie zullie van de staf zijn gek.
De wereld daarbuiten is gek. Stapelgek. Mijn familie is ook goed gestoord, die moesten ze maar eens opsluiten, mijn moeder en zuster aan de elektro shock apparatuur leggen om hun harde schijf voor goed te wissen in hun bovenkamer. Onder het spanlaken met die hap of een paar weken in een dwangbuisje. Electrofolteren. Een beetje martelen moet kunnen. Stinkende heelmeesters maken zachte wonden, zo zegt het spreekwoord. Ik ben gek op torture sites! Als ik daar naar kijk begin ik gewoon te lekken !
“Aaaarghhh….interessant vak, maar zeker een zwaar vak, hè met al die gekken om je heen?” zeg ik spottend tegen de Psych.
“Een heel interessant vak en toch een mooi vak! Ondanks alles! U bent goed op de hoogte! ”antwoord hij zuinig.
“Wij moesten elkaar maar eens spreken over tal van onderwerpen! Het einde van de wereld. Ik weet wanneer de datum is maar mag het niet verder vertellen! Laten we wat met elkaar gaan babbelen! Of het nest induiken! Eerst neuken, dan praten,” stel ik hem voor.
“Goed idee,” zegt hij.
“Zou je wel willen, hè, vuile klootzak! Gore flikker! En jij maar een uurloon opstrijken van vierhonderd euro als gekkendokter! Vuile uitvreter ! Parasiet ! Zie ik zo bleek? Fuck you! Eerst de poen op tafel, dan lullen we ver der!” zeg ik en steek mijn middelvinger naar hem op. Hij reageert niet. Ik maak een gebaar met mijn wijsvinger tegen mijn voorhoofd dat hij de gek is en niet ik, trek een lange neus, laat een roffelende scheet en maak ver volgens een koket huppelpasje met een flik flak en dubbele rietberger zodat hij er langs kan. Ik noem dat altijd de in klassiek ballet kringen overbekende De Kuitenflikker! Een sprong in de lucht en even drie maal de kuiten tegen elkaar aan laten kletsen. Flikkeriger kan gewoon niet.
“De psychiater! De psychiater! Hij is de man die komt altijd later; hij is de wildeman, die me lekker pakken kan, die geeft me psiegies een flinke optater, de psychiater, de pyschiater…leve de koningin, want daar gaat de koning bij in met zijn gouden lulleke, anders was het geen koningin, dan heb de koning geen zin!” zing ik vrolijk.
Een zelf gemaakt lied dat me aankondigt bij de andere patiënten. Ik heb er altijd veel succes mee. De begeleiding op mijn elektriese guitaar is slechts twee akkoorden, net als in Heroin van Lou Reed, dat gaat nooit mis, dat kan ik nog net mannen. Als de psychiater zich om draait ben ik al lang weer ver dwenen, de academicus ver bluft achterlatend. Ik kan weer even normaal doen. Ik denk dat ik mijn peperdure Gibson maar eens fijn aan barrels ga slaan op het hoofd van nachtzuster Nolda.
Een paar weken later zien we elkaar weer. De geneesheeer directeur van de inrichting heeft me als behandelend geneesheer gevraagd om met hem te praten, omdat het maar niet lukt om vast te stellen aan welke ziekte hij lijdt. Borderline? Posttraumatische stress stoornis? Borderline met psycho tische trekjes en een handvol sexuele af wijkingen? Schizo affectieve stoornissen? Vitale depressie met randpsychotische verschijnselen? Ik zie hem als opgegeven geval. Een bouwvalw aarvan de fundamenten verzakt zijn en de kozijnen verrot, de ruiten aan scherven.
En O, jee, hij heeft een lange geschiedenis van drugsgebruik, dat komt er ook nog eens bij. Misschien dat ik er als psychiater nog iets van kan maken als de brokstukken zijn opgeveegd. Mijn patiënt doet denken aan die kunstenaar Erik uit Turks Fruit van Jan Wolkers. De blauwgrijze melancholieke ogen zijn nog steeds dezelfde. De pupillen zijn niet langer verwijd. Zijn aanvankelijk zo glazige drugs roes ogen hebben plaats gemaakt voor een doffe oog opslag, de ogen half gesloten vanwege de zware anti psychotica die hem intraveneus onder dwang zijn toegediend. Er zijna ltijd wel en opaar geod getrainde ziekenbroeders te vindne die er van genieten om een patiënt eerst in elkaar te slaan voor ze hem tot overgave dwingen. Toch zit er als vanouds nog heel wat pit in deze me neer. Hij vuurt vragen op mij af waar ik geen antwoorden op weet. Hij heeft theorietjes over het ont staan van de kosmos, die ik al tien tallen malen eerder heb ge hoord van drugsverslaafden. Hij weet waar de mensheid vandaan komt, op welk evolutionair punt zij is aangekomen en waar het allemaal naar toe gaat. Naar punt Omega, beweert hij stellig, maar dat punt ligt nog heel ver weg. Ik herinner mij de boeken van Teilhard de Chardin. Achterhaalde rubbish van een rooms patertje met geldingsdrang. Ik luister naar de verwarde verhalen van mijn patiënt. Hij heeft een grote boodschap. In zijn broek, denk ik. Wat ruik ik?
Hij raast maar door: ”Mijn echte identiteit achter mijn identiteit is een groot raadsel waar achter een vraagteken staat, zo groot als die letters van The Hollywood Sign in Beverly Hills, waar die ene teef van af sprong, Hedy Lamarr. Ik zweef namelijk nog steeds in een elf dimensionale wereld met een on eindige hoeveelheid tijdassen, stemmingen, vibraties en kleuren. Kosmies dus. Ik ben een zwerver in het heelal. Een ruimtewandelaar die met zijn lekke pak van zijn life line is los gesneden met een anaal vibrator als aandrijf mechanisme. De lichtsnelheid; Einstein. Een reet raket met een kort lontje, dat ben ik. Jonge, als die ontbrandt dan schiet je uit de kammen met een turbotietvaart. Een anaal vibrator is een sexuele aanjager, daar is de JSF niks bij. Daarom ben ik ook een ras kunstenaar. Ik maak wel eens een liedje namelijk op het toilet, begeleid door het blaasorkest der darmen. Wil je het horen? Ik heb heel wat bruine bonen gegeten, dus met dat blaasorkest zit het wel goed. En ik zing het alleen op het toilet met mijn broek naar beneden. Kom je even mee naar achteren? Even een punt zetten!”
Ik loop met hem mee. De toiletruimte is klein. Hij stroopt zijn jeans en onderbroek af en gaat zitten op de bril.Ik schrik me het leplazerus als medicus. Een enorme erectie is duidelijk zichtbaar. Ballen als een paar stierenkloten onder aan een paardenlul ter lengte van en schoorsteenpijp. De hele flora en fauna paraat. Het lijkt Artis wel. Zingen windt hem seksjuweel op. Dit gaat een vruchtbare samenwerking worden, gonst het door mijn verhitte, verwarde brein
Hij begint een lied te zingen over zijn moeder die hem verlaten heeft toen hij anderhalf was en de reden van zijn drugsverslaving. Hij gaat maar door met krassende stem en zo vals als een kraai. Elke noot is off key. Dankzij zijn blaasorkest der darmen ruikt het al gauw niet erg fris meer in de kleine ruimte waar de ventilatie te wensen over laat. Ik besluit geen lucifer af te steken vanwege het ont ploffings gevaar. Methaangas. Voor je het weet lig je na een explosie groggy op de gang met de pleebril om je nek.
Ik bevind mij in een pijnlijke situatie. Ik moet er niet aan denken; betrapt met een patiënt op de WC. Zal ik dat de directie kunnen verkopen als therapeutiese activiteit, passend in het behandel plan? Kunnen we niet beter op dit moment actie onder nemen? Hij lijkt zich dat ook te realiseren en begint woest van geilheid te mas turberen. Een schrale troost. Ik zie graag masturberende mannen en vrouw en omdat die zo fijn met zichzelf bezig zijn. Zo lekker creatief! Ik houd er van al vrouwen zichzelf zijn, vooral in het sekjsuwelen veld.
Doelgerichte activiteiten. Even vernauwen zijn ogen zich. Hij begint van geilheid te loensen, maar zingt toch door, omdat hij niet weet wat er gaat gebeuren als hij ophoudt met zingen. Ik besluit de impasse te doorbreken en zeg: ”Nou, dat wordt tenminste niet voor het zingen de kerk uit als ik jou zo zie…!”
“Kun je nog zingen, zing dan mee!” moedigt hij mij aan. Dat laat ik mij geen twee keer zeggen, trek de zipper om laag, doe mijn tangaslipje naar beneden en begin vrolijk synchroon mee te masturberen. Hij zet er vaart in en gaat over van een handmatige draf in een razende galop. Ik moet wel volgen om in de kadans te blijven. Als snel begin nen we tegen elkaar op te krijsen. Sex zonder geluid is halve sex. Halve sex is geen sex. Wij maken geluid voor een half peloton van de Bijzondere Bijstands Brigade tij dens een nachtelijke attack op een vijandelijk kamp. Helemaal los gaan we. We komen beiden heftig klaar op hetzelfde moment met een kosmiese klaarkomschreeuw, die er uit knalt van onder uit onze ballen naar omhoog em via de stembanden zich vorm geeft: ”Rabierrrrrelullllllll…”klinkt het dierlijke grauwen. De spetters zitten tot tegen het plafond. Voor je het weet is het hier een druip steengrot waar de grotten van Han niks bij zijn. Kunnen we mis schien toegang heffen om de dure medicijnen te kunnen bekostig en. De sitiatie is pijnlijk en benauwend. Ik trek mijn natte slipje weer recht en maak mijn jeans vast. Mijn lul af vegen vergeet ik zoals gewoonlijk. Ik vind WC papier een tiepies kapitalis tiese Westerse overbodige luukse. We verlaten het toilet en gaan naar de huiskamer van d einrichting.
“Misschien weet ik nu eindelijk wat de elfde dimensie is nu ik jou heb leren kennen,” zeg ik voor de vuist weg. Hij stopt met zingen. Ernstig kijkt hij mij aan.
“Weet je dat nu pas?” vraagt hij verwijtend.
“Hoe lang heb je aan de drugs gezeten?” vraag ik, bij wijze van geveinsde interesse.
“Dertig jaar,’ zegt hij otomaties zonder er bij na te hoeven denk en. De vraag is ook al vaak gesteld van af de intake sessie.
“Wat heb je zoal gebruikt?” vraag ik op neutrale toon.
“Alles heb ik gebruikt; weed, hasj, opium, coke, heroine was mijn daaglijkse vitamine, amfetamine mijn benzine, LSD en hele sloten wiskey en wodka…je kunt beter vragen wat ik niet heb gebruikt! Mijn vader was trouwens zijn hele leven lang leplazerus, die heeft ook nog in een gekkenhuis gezeten! Ik heb het niet van een vreemde! En mijn moeder schijnt ook nooit van de frisse geweest te zijn! Jarenlange therapietjes! Helaas geen succes! Een treurig geval! Opgegeven door de H. H. medietsie!”
Hij wil nog doorgaan met de hele lijst verboden drugs af te werken maar dan staan we hier morgen ochtend vroeg nog in het toilet.
“Hoe lang heb je eigenlijk niet gebruikt?” vraag ik.
“Een paar dagen!”
In de kliniek is alles te krijgen wat een junkie hart begeert, maar hij zegt een wilsbesluit te hebben genomen. Hij wil niet meer. Ik denk dat hij liegt dat ie barst. Ik test hem uit.
“Heb je zin in drugs om even de werkelijkheid te ontvluchten?”” stel ik hem voor.
Hij knikt heftig van ja.
“Wil je niet een paar honderd microgram LSD om eens lekker uit je dak te gaan?” vraag ik pesterig. Hij kijkt mij met wijd open gesperde ogen hongerig aan alsof hij me elk moment kan bespringen.
“Voel je de trek in drugs?” vraag ik verder.
“Dat is de elfde dimensie. Trek, Star Trek, ruimtemannetje die door je hersens marcheren, kaboutertjes door je maag” beweert hij stellig.
Ik leun achterover.
“Je bent nog steeds verslaafd. Je wilt er helemaal niet van af. Je voelt constant trek als een pas geveegde schoorsteen bij windkracht elf. Dat bepaalt dus je hele wezen, je identiteit zoals jij dat noemt, maar ik noem het je zwak te!” zeg ik ernstig..
Hij wil er over na denken. Het lukt niet. Dan wil hij weer het lied inzetten. Hij aarzelt en er klinkt een benauwde neurie alleen maar. Ook het lied wil niet meer. Als hij weer over drugs begint te zingen, bewijst hij mijn gelijk. De achterkant van het gelijk dat hij nog niets aan kan.
Enige dagen na het gesprek, dezelfde kale spreekkamer, tralies voor de ramen, meubilair dat aan de vloer vast zit geschroefd, plestik drinkbekertjes en bordjes om van te eten, een gecapiton neerde muur. Zijn haar is pas gewassen en gekamd, de jeans schoon. Geen half geloken drugsogen meer. Een levendige blik. De medicatie is aangeslagen. De dosis al snel verminderd. Hij is rustig. Totaal zichzelf.
“Je hebt gelijk gehad over die elfde dimensie,” zegt hij deemoe dig. Ik knik bemoedigend.
“Gooi het er maar uit, boy!”moedig ik hem aan.
“Ik had me vergist. Ik bedoelde niet de elfde dimensie, maar de twaalfde. Ik zat er een kosmos of wat naast. Niet dat het wat uitmaakt, want alles is relatief zoals de Grote Einstein al reeds zei, weet je wel,” beweert hij.
“Hoe zit het nu met de trek?” vraag ik.
“Okee, ik wil de hele dag wel een hijs van een joint nemen of iets sterkers voor onder mijn kurk, “ zegt hij optimistisch.
Ik vraag het op een zo neutraal mogelijke toon want een junk die zegt te willen stoppen is zo zeldzaam als een paar debloem in de wei.
Hij vertelt dat hij zich niet meer kan concentreren. Hoe hij zijn gedachten niet op een rijtje kan krijgen, dat hij niet kan televisie kijken, lezen, scrabble spelen, laat staan nadenken over zijn nabije toekomst.
“Alles is nu helemaal niets en niets is alles, ik voel niets, ik ben niets, ik wil niets, ik ben een grote nul,” zegt hij en slaat zichzelf op de borst.
“Hier! Hier! Hier van binnen zit een groot gat. Het hart is uit de stad geslagen. Een leegte. Door die drugs voelde ik tenminste nog iets, weet je, een constante geilheid, maar nu helemaal niets meer. Ik kan niet eens mijn lul meer om hoog krijgen. Noem je dat soms normaal?”
Terwijl hij de symptomen van zijn ziekte , die schizofrenie heet, op somt, voel ik geen enkel mede dogen op wellen. Ik zal hem gaan vertellen wat de naam is van zijn ziekte en dat hij er nooit meer vanaf zal komen. Een oordeel vellen. En dat de medicatie het gat in hem alleen nog maar groter zal maken. De anti psychotica zullen al zijn gevoelens dempen. Menig patiënt is door deze medicijnen aan de drugs geraakt om ten minste nog iets te voelen. Het is een vicieuze cirkel; zonder medicatie komen de wanen en hallucinaties in volle sterkte weer onverbiddelijk terug. Hij staat voor een afschuwelijke keuze: de hel van de psychose of die van de absolute leegte. Een Zen Meester zou er jaloers op zijn. High of Low; de uitersten van de elfde dimensie.
© juli 2010, fredvanderwal, BasicPublishing.nl
|
Reacties
|
Zonlicht
2010-07-30 18:25:01
uur

|
Vooral het laatste gedeelte erg mooi beschreven.
High of Low. Ja, jammergenoeg is er geen middenweg.
Fijne avond, liefs Zonlicht
|
|
|
|
|
Tegist
2010-07-30 17:34:19
uur

|
"U bent gOEd op de hOOgte! "antwOOrdt hij zuinig".
Gossie Fred alweer een doos Aldays leeggelekt,
ik kohohom kom kom OH KOM OH KOM niet meer bij...Haha.
WannEEr gaan we nou eiNDelijk eens OEFenen voor de PERFOR MENS
Ik zal er EErlijk bij vermelden dat de tekst allEEn van jou afkomt, laat mij hem dan maar schallenbrallen allen len en nnnn
|
|
|
|
|