Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
13 oktober 2008, om 19:54 uur
Bekeken:
946 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
519 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Nemesis; deel 3"


          "Ben je links of rechts?"
Jeff snapte het niet.
"Kom op Jeffrey, links of rechts?"
"I-ik...hoe bedoel je?"
"SCHRIJF...JE...MET...LINKS...OF...MET...RECHTS!?"
"M-met rechts", zei Jeff twijfelend.
Dus greep de man Jeff's rechter middelvinger beet en boog hem met geweld naar achter.
Knak!
"Aaaaaaarghh!! Hufter!"
Jeff schreeuwde het uit van pijn. Hij keek naar zijn vinger die, in plaats van de gewone buigbeweging, een nieuw standje had geleerd. De man gruwelde duidelijk van wat hij had gedaan. Hij kneep zijn ogen stijf dicht en trok zijn lippen naar binnen alsof hij net wat zuurs had gegeten. Toch wist de man zijn beheersing weer terug te vinden en liep om Jeff heen. Jeff schreeuwde onverstoorbaar verder. De tranen stroomden over zijn wangen. Hij rukte met zijn armen en schopte met zijn benen, maar de touwen hielden stand.
Na een paar minuten kermen en kronkelen gaf Jeff het uitgeput op. De ergste pijn was nu weg en had plaats gemakt voor een zeurende, constant aanwezige pijn. Bovendien had hij de man al even niet meer gehoord. Hij draaide zijn hoofd zo goed hij kon naar links en rechts, maar de aanhoudende pijn van stijve en beurse spieren belette het hem om te kunnen zien wat er achter hem gebeurde.
Plotseling hoorde hij een geluid. Het geluid van een metalen voorwerp wat waarschijnlijk van één van de stalen bureaus werd afgeschoven. Hij hoorde voetstappen en de zware, droge ademhaling van de man achter hem. Jeff's angst sloeg om van bang-voor-het-onbekende, naar bang-voor-zijn-leven. De voetstappen waren opgehouden en hij voelde de warme lucht van de man nu in zijn nek.
Met een ruk drukte de man iets op Jeff's keel. Jeff keek naar beneden. Hij kon de spiegeling van de man zien in het brede lemmet van het vleesmes op zijn keel.
De man huilde. Het bracht Jeff in verwarring. Druppels die een nat spoor trokken over de wangen van de man, tot aan zijn kin. Jeff hield zijn adem in.
Complete stilte. Druppels vielen hoorbaar op het beton. Tranen van de man, nu ook van Jeff. Jeff kon niet langer zijn adem inhouden en een luide snik ontsnapte aan zijn lippen. De man schrok en zette het mes nog harde op zijn keel. Ook de man liet nu een snik ontsnappen. Jeff zag dat de lippen van de man, gespannen tot er bijna niets meer van over was, begonnen te trillen. Jeff sloot zijn ogen, toen hij zag dat ook het mes nu trilde. Minuten gingen er voorbij. Snikkend, ogen dicht, koud staal op zijn hals.
In een oogwenk hoorde hij de man achter zich diep inademen en hij voelde hoe het mes werd weggetrokken. De scherpte boorde zich in zijn huid. De pijn was onbeschrijfelijk. Langzaam voelde hij iets warms langs zijn hals, over zijn borst vloeien. Hij dacht nu elk moment te sterven. De man smeet het mes, onverstaanbaar vloekend, op de vloer en beende de ruimte uit.
Hij zou niet zomaar sterven.
Hij zou alleen sterven.
          Minuten verstreken en Jeff voelde zich nog niet flauw. Ook het bloeden was gestopt. Langzaam begon hij te realiseren wat er was gebeurd. De man had getwijfeld. Hij had getwijfeld en daardoor was de snede enkel oppervlakkig geweest. Nu pas besefte Jeff hoe erg hij gevreesd had voor zijn leven. Gevreesd had en nog vreesde. Want wat de man nu niet gekund had, maakte hij misschien later af.
Hij voelde een natte warmte op zijn onderlichaam en zijn broek plakte aan zijn benen. Hij schaamde zich. En hij had spijt. Niet het oprechte soort; spijt dat hij zich had laten pakken. Niet omdat Samantha dood was. Niet om wat hij had gedaan, maar omdat hij nu in deze situatie zat.
          Nu weer verstreken er uren. Uren waarin Jeff dacht aan thuis. Zijn moeder zou zich ondertussen wel zorgen om hem maken. In haar ogen was hij heilig. Ze wist niet wat haar lieve Jeffrey allemaal uitspookte. Daarnaast...ze zou het toch niet geloofd hebben. En zijn vader. God, zijn vader. Zijn ouders waren gescheiden en in zijn moeders ogen was hij een engel, maar zijn vader... Als hij wist wat Jeff gedaan had, waar hij mee bezig was... Hij zou hem letterlijk de benen breken.
Hij huilde weer.
          Het daglicht viel in stralen door de vuile ramen. In het licht dwarrelden stofdeeltjes kalm in de lucht. Het begon nu wat warmer te worden. De smerige glazen belette hem het zicht naar buiten, maar de weinige gaten en kieren van kapotte ruiten gaven hem wel wat uitzicht.
Ze bevonden zich op een groot terrein, met een zanderige ondergrond. Hij keek uit op een gebouw en een groot stalen hek met gemetselde toegangspoort. Jeff probeerde zich voor te stellen wat hier in vroeger tijden gemaakt werd. Op het open stuk grond zag hij bakstenen, stalen balken en een oude, roestige betonmixer. Niets waaraan hij kon afleiden waar hij was.
De oude vervallen poort miste een aantal bakstenen, was gescheurd en stond scheef. Het stalen hekwerk in de poort was ooit zwart geweest, maar was nu geroest en miste een paar punten. Het stond op een kier en alleen een viertal bandensporen verried dat hier iemand was.
Loom zat Jeff naar buiten te staren, toen er een auto voor het hek stopte. Een witte auto met oranje zwaailicht.
Traag drong het besef tot hem door wat dat betekende.
Beveiliging! Jeff sperde zijn ogen wagenwijd open. Hij schoot overeind uit zijn ingezakte positie en probeerde zo goed mogelijk om zich heen te kijken. De deur van de auto ging open. Jeff zag zijn belager niet. Een beveiligingsbeambte stapte uit. Voorbij zijn pijngrens keek Jeff links achter zich. De beveiligingsbeambte liep naar het hek. Jeff keek rechts achter zich. Het hek stond open en de bandensporen werden opgemerkt. In alle stilte luisterde Jeff of de man in de buurt was. Geen voetstappen, geen ademhaling...geen enkel geluid. De beveiligingsbeambte liep terug naar de auto, opende het portier en pakte de zaklamp die tegen de deur aan hing. Jeff zag zijn kans.
Hij gilde. Hij schreeuwde en riep om hulp. Achter zich hoorde Jeff zacht gevloek en voetstappen. Buiten hoorde de beveiliger zijn noodkreet en greep zijn telefoon. Gevoed door hoop, ondertussen angstig achterom kijkend, gilde hij door. Elke ademtocht vormde een alarmsignaal.
De man stapte de ruimte binnen.
"Wat ben je in godsnaam aan het doen?", bulderde hij.
"Er is hier niemand die..."
De man zag nu wat Jeff al eerder gezien had en begreep toen pas de ernst van de situatie.
"Wel verdomme!"
De man deed een stap richting de ramen, alsof hij zo de ander buiten weg wilde jagen, maar draaide zich toen om en sloeg Jeff hard in het gezicht. Meteen begon Jeff's bloed weer te stromen. De man raakte hem nog eens en nog eens. Hij leek niet meer te kunnen stoppen. Meermaals kantelde de stoel door de kracht die achter de slagen zat, maar telkens als hij de balans dreigde te verliezen, greep de man hem bij zijn haren en zette hem hardhandig terug op vier poten. In een mist van klappen over zijn gezicht, hals en borst, kon hij nog net de blinde woede van de man ontwaren.
Jeff had nu spijt van zijn noodkreet; hij zou hier alsnog sterven. Elke hulp kwam nu te laat. Minutenlang werd er op hem ingeslagen. Tot in de verte het geluid van sirenes opdoemde.
De man vloekte luid en beende de kamer uit. Jeff spuwde nogmaals bloed en tanden uit en besefte dat hij zijn linker oog nu helemaal niet meer open kreeg.
De politieauto's kwamen met grote stofwolken en slippende banden op het fabrieksterrein tot stilstand. Op datzelfde moment dook de man weer op met het mes. De hand om het mes zag rood van bloed, het zijne en dat van de man zelf, de vellen hingen los als reepjes stof aan een gescheurd shirt.
Een gevoel van kalmte kwam over Jeff heen. Het was hier en nu. Hier zou hij zijn laatste adem uitblazen. Een geweldadige dood. En nog was er niet het besef, dat dit oog om oog was. De dood van een onschuldig jong meisje werd gewroken.
De man keek snel van Jeff naar buiten, naar Jeff, naar buiten...
"Godverde...", vloekte hij binnensmonds en haalde een laatste keer uit met het mes. Een diepe wond op Jeff's boven arm achterlatend.
En weg was hij.
 
 
          Twee minuten later vond de politie Jeff, bevrijdde hem en verleenden eerste hulp.
"Wie heeft dit gedaan?", vroegen ze hem.
"Nou", begon hij: "Het was..."
Ik verraad hem, hij moet gestraft worden voor wat hij mij heeft geflikt. Maar...dan verraad hij mij...De hufter!
"Het was...ik herkende hem niet", zei Jeff tenslotte met neergeslagen ogen: "Hij had een bivakmuts op."
Hij twijfelde en dacht na.
"Hij ging die kant op", en wees een lange gang in.
Bewust de verkeerde kant op.


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.